Uit documenten, die het Herinneringscentrum Kamp Westerbork heeft vrijgegeven, blijkt dat de Nederlandse Staatsmijnen in 1948 vijf barakken uit Westerbork aankocht, alle bestemd voor de huisvesting van Italiaanse mijnarbeiders. Onder de barakken bevond zich ook barak nummer 67, het onderkomen van Anne Frank en haar zusje Margot, voordat zij werden gedeporteerd naar Auschwitz.
De zogeheten Barakkencommissie van het toenmalige Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting wees op 3 augustus 1948 in een brief aan de beheerder van de Nederlandse Staatsmijnen negen uitneembare barakken toe, die afkomstig waren uit het voormalige ‘Jodenkamp' in Westerbork. Uiteindelijk besloten de Staatsmijnen op 10 november tot de aankoop van de nummers 65 tot en met 69. Barakken 65 tot en met 67 waren slaapbarakken, de overige werkbarakken.
De barakken kostten per stuk twaalfduizend vijfhonderd gulden, zo meldt het Bureau Oorlogsbuit van het Ministerie van Financiën aan de Staatsmijnen. Een fors bedrag voor die tijd, maar uit de gespecificeerde gegevens blijkt dat het hier ging om flinke bouwwerken. De barakken waren vierentachtig meter lang en negen en een halve meter breed. Op welke plek de barakken werden geïnstalleerd is niet terug te vinden in het archief van het Herinneringscentrum. Het centrum hoopt hier via tips nog achter te kunnen komen.
In Limburg wordt nog steeds gezocht naar de vestigingsplaats en eventuele overblijfselen van de barakken 65 tot en met 69. Tips kunnen worden gestuurd naar redactienieuwsdienst@mgl.nl.
Gepubliceerd op: 31.07.09 06:00