Vul uw postcode in voor de weersverwachting in uw eigen woonplaats:

Simpele verhaaltjes, truttige liedjes en acteurs die niet konden zingen en dansen. Kortom, bordkartonnen neptelevisie. Voilá, de mening van een aantal professionele tv-beoordelaars toen ze de serie Ja zuster, nee zuster nog eens bekeken. "Wat een stelletje sacherijnen”, vond Annie M.G. Schmidt, de bedenkster van de serie, die tussen 1966 en 1968 door de VARA werd uitgezonden. En terecht, want de serie was van meet af aan een doorslaand succes bij het grote publiek. Afspraken werden er voor afgezegd, op straat was het stil en in de huiskamers zat iedereen zich kostelijk te vermaken met de verwikkelingen in en rond Rusthuis Klivia in de Primulastraat. Vanaf de eerste uitzending op 3 september tot en met de laatste van de twintig afleveringen op 7 september 1968.
Nadat de serie al lang was afgelopen, werden nog een film en een musical gemaakt over zuster Klivia, boze buurman Boordevol, Bobby, Bertus, Jet de Pruikenmaakster, de Ingenieur en Gerrit de Inbreker. En in het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn werd zo'n vijf jaar geleden nog een aparte expositie aan Ja zuster, nee zuster gewijd. Dat doe je niet als een tv-serie echt prut was. Een tentoonstelling, een musical en een film over ‘de Toppers' of over ‘Geer en Goor', ziet u dat gebeuren? Hopelijk blijft ons dat bespaard.
In het rusthuis van zuster Klivia was het altijd een gezellige rotzooi. ,,Doe wat je het liefste doet. Laten we doen wat we willen”, was een sleutelregel uit de titelsong van de serie. Maar niet zonder meer kicken op jezelf of alleen maar ‘je ding' willen doen, zoals dat nu heet. Want, zo maande zuster Klivia: "Niet met de deuren slaan, niet op de stoelen staan, denk aan de buren.” En als we doen wat we willen, moeten we dat doen "zonder te schreeuwen en te gillen”.
Kneuterigheid uit de jaren zestig, sneerden de critici. Echt? Is het er stukken minder kneuterig op geworden sinds het op straat wemelt van de korte lontjes en middelvinger-opstekers?
In de serie struikelde je over de dwarse en recalcitrante types: de ingenieur, die aan het begin van een aflevering altijd per ongeluk iets liet ontploffen, ook al wist hij dat de boze buurman Boordevol, tevens eigenaar van het rusthuis, dat aan wilde grijpen om zuster Klivia en haar gasten het huis uit te werken. Gerrit de Inbreker, die zijn oude neigingen maar moeilijk kon onderdrukken. En Lorre, de pratende papegaai, die iedereen op de korrel nam.
Verrassend waren ook de diverse gastspelers, die ineens in een aflevering opdoken. De bekendste was wel Wim Sonneveld, die in een aflevering drie grappige rollen speelde en samen met Leen -‘Opa'- Jongewaard het liedje zong dat nu nog velen van buiten kennen: ‘Mijn opa, mijn opa, mijn opa/ in heel Europa was er niemand zoals hij/Mijn opa, mijn opa, mijn opa/Niemand was zo aardig als hij.'
De kinderen van toen zal het ontgaan zijn, maar volwassenen zullen stil gegniffeld hebben bij de ondeugende toespelingen, die Annie M.G. Schmidt de spelers in de mond legde. Zoals: "Wilt u een stukje van de fuk.. fuk... fuksia.” En mijnheer de Groot, die over zijn vrouw zegt: "Zij deed 'm d'r in, d'r uit, de hele dag dat het een lust was.” Voor kids ging het hier over een paraplu -de Knödel- die De Groot verkocht, maar volwassenen wisten wel beter. Oelala, wat flauw dubbelzinnig, maar in die jaren was seks nog taboe: Spuiten en Slikken was nog ver weg. Maar dat maakt de serie niet onvergetelijk. Het waren de liedjes, die als grappige pluisjes neer dwarrelden. Opgewekt van toon en melodie, komisch en ontroerend de teksten. Ze zetten zich meteen vast in je hoofd en hadden niet veel zin er weg te gaan. In een rijtuigje, Duifjes, De Twips of De kat van ome Willem.
Truttige liedjes? "Ach, sacherijnen zijn zeurpieten”, zei Annie M.G. Schmidt al.
Gepubliceerd op: 21.09.09 06:00, laatste update: 21.09.09 08:27




















