Zou hij dan toch? Eén keertje maar? Zomaar, voor de lol? Vol ontzag, zonder een woord te zeggen, hebben Joris Biemans (13) en Vince Maar (13) een uur aan de lippen gehangen van die grote, monumentale vent aan de overkant van de tafel. En nu hopen de twee jeugdspelers van basketbalfort BSW uit Weert maar één ding: dat Terence Stansbury (1.96 meter) die man van de krant een hand geeft, de deur van de zaal open zwaait en nog één keer zijn wereldvermaarde 360-dunk showt: met één been afzetten, een pirouette van 360 graden draaien in de lucht en dan snoeihard de bal in de basket slaan.
Een zegen is zijn fantastische dunktechniek, zegt Terence Stansbury (48). Maar óók een vloek. Dankzij zijn specialiteit mocht de luchtacrobaat uit Delaware, een kleine staat vlakbij Washington, meteen al in zijn debuutjaar in de Amerikaanse NBA (1984-85) meedoen aan de All-Star Slam Dunk Contest. Een jaarlijkse wedstrijd met de allergrootste artiesten van het basketbal. Het zou een memorabel weekeinde worden.
Dominique Wilkins versloeg superman Michael Jordan, maar de nummer drie stal de show. Terence Stansbury haalde in de eerste ronde de perfecte score met zijn 360-dunk, ook wel de 'Statue of Liberty' genoemd omdat het lichaam halverwege de sprong de pose van het Vrijheidsbeeld in New York aanneemt. Prachtig allemaal, maar de architect kijkt met gemengde gevoelens terug. "Ik bedacht die dunk toen ik zestien was, bij toeval. Ik wilde een andere sprong imiteren, kwam niet goed uit en ik draaide helemaal rond. Natuurlijk was die All Star-wedstrijd een sensatie. Bill Russell, een grootheid die met Boston Celtics elf NBA-titels won, keek naar mijn Statue of Liberty en zei dat het de mooiste sprong was die hij ooit had gezien. Maar vanaf dat moment was ik alleen nog maar befaamd om mijn dunks. Ik had de reputatie van een goede passer, een goede schutter en een goede verdediger, maar dat telde niet meer. Alles was in één klap weggevaagd.”
Drie seizoenen speelde hij in totaal in de NBA, de beste, de hardste en de meest veeleisende competitie ter wereld. Het hadden er veel meer kunnen zijn, maar het moordende ritme (bijna honderd wedstrijden per jaar) eiste al snel zijn tol. Stansbury kreeg in het shirt van de Seattle Supersonics chronisch last van zijn schouder en enkels en koos voor het grote avontuur. Eerst naar Nederland, waar hij met het befaamde Nashua Den Bosch in een bloedstollende play-offs zijn latere club BSW versloeg. Daarna Athene, Tel Aviv, Frankrijk en België. Om vervolgens in 2003, op 42-jarige leeftijd, in Weert zijn lange carrière te beëindigen. Na omzwervingen als coach in Luxemburg en Finland keerde hij dit jaar terug bij BSW, waar hij nu assistent-coach is van clubmonument Oliver van Kempen. Met zijn rijke ervaring en intelligente kijk op basketbal is Stansbury het ideale klankbord voor iedereen in de club. "Basketbal is een prachtige sport. Als ik vroeger in Delaware m'n pleintje opliep, was ik meteen gelukkig. Ik was gelukkig als ik de bal passte, ik was gelukkig als ik scoorde, ik was gelukkig als ik een rebound pakte. Het is een geweldig middel om je goed te voelen.”
Neergekeken op Nederland heeft hij nooit, niet als basketballer en niet als coach. Natuurlijk is er een enorme kloof tussen de NBA en de kleine eredivisie, maar we hoeven ons nu ook weer niet te schamen. "In Europa heb ik vaak een telefoontje uit Amerika gekregen. Vroegen ze of ik soms nog een Dutchman wist om mee terug te nemen. In de Verenigde Staten beschouwen ze Nederlanders als de langste mensen ter wereld. Heel interessant dus.”
Niettemin kijkt hij met lede ogen toe hoe het vaderlandse basketbal de laatste jaren wegzakt. Grote ploegen in Europa, zoals ooit Den Bosch en Den Helder, heeft ons land niet meer. Ook de nationale competitie heeft steeds minder uitstraling. "Misschien is dát wel een van mijn grootste teleurstellingen hier. Slechts enkele ploegen zijn financieel sterk. Nederland dreigt de slag met de omringende landen te verliezen. Kijk wat er in Duitsland gebeurt. De Bundesliga wordt almaar beter en attractiever. In België verrijzen overal nieuwe hallen. Hier staat de ontwikkeling stil.” En welk jochie weet nog welke Nederlanders er in de NBA spelen? Peinzend kijken Vince & Joris naar die grote man aan de andere kant van de tafel. Francisco Elson, ja, verder komen ze niet. Stansbury: "Zegt dat niet genoeg?”
Groter kan de uitdaging niet zijn, wil hij maar zeggen, in Nederland en vooral in Weert. Waar nog jongens rondlopen die nooit die weergaloze 360 hebben gezien, het Vrijheidsbeeld van Terence Stansbury. Zou hij het dan toch nog doen? Voor Joris? Voor Vince? Voor ons? De man van 1 meter 96 grijnst en slaat zijn capuchon over zijn hoofd. "Die hou je nog te goed.”
Gepubliceerd op: 07.11.09 06:00