Uw vragen over de Mexicaanse griep

Christian Hoebe, arts-infectieziekten bij de GGD Zuid-Limburg, gaf de afgelopen weken antwoord op uw vragen over de Mexicaanse griep. Deze zaterdag behandelt hij voor het laatst een vraag. Hieronder kunt u alle vragen en antwoorden nog eens teruglezen.


Vraag 1

M. Beijers vraagt:
Mijn dochter is in de 39ste week van haar zwangerschap. Iedere dag is ze bezig met de vraag of ze zich al of niet moet laten inenten. Krijgt haar kindje nog antistoffen als ze zich nu laat vaccineren?

Christian Hoebe antwoordt:
Vaccinatie wordt aanbevolen aan vrouwen die dertien weken of langer zwanger zijn, zowel uit de medische risicogroep als gezonde zwangere vrouwen. Dat advies is gebaseerd op aanwijzingen dat zwangeren een verhoogd risico lopen op ernstiger beloop van de Mexicaanse griep en zelfs kunnen overlijden. Zwangeren hebben tien keer meer kans dan gezonde zieken om op de IC te worden opgenomen.
Zwangere vrouwen die in de eerste twaalf weken van hun zwangerschap zijn, krijgen geen vaccinatie. Dit wordt ontraden omdat dan nog niet alle risico's voor de baby kunnen worden uitgesloten.
Als de eerste prik kort voor de bevalling gegeven is, heeft een vrouw na de bevalling recht op een tweede prik. Voor een goede bescherming zijn beide prikken nodig. Na inenting maakt het lichaam binnen tien tot veertien dagen antistoffen aan die tegen het nieuwe griepvirus beschermen.
In het laatste deel van de zwangerschap kunnen die antistoffen via de placenta bij het kind terechtkomen. Zo is het kind net na de bevalling tijdelijk beschermd tegen het griepvirus. De antistoffen verdwijnen echter weer in een paar maanden. Het vaccin is veilig voor zwangeren, al zijn de ervaringen ermee nog beperkt.
Een kleine studie in de Verenigde Staten leert dat er probleemloos een goede immuunrespons wordt opgebouwd. Van de afzonderlijke ingrediënten van het vaccin is bovendien bekend dat zij voor zwangeren geen risico opleveren.
In dierstudies naar de effecten van vergelijkbare vaccins is geen enkel schadelijk effect aangetoond op vruchtbaarheid, zwangerschap, ontwikkeling van het embryo of ontwikkeling van de pasgeboren baby. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat alle geregistreerde influenza vaccins zonder problemen bij zwangeren kunnen worden gebruikt.

Vraag 2

Silvia Geurts en Nicole Marx vragen:
Hoe lang ben je beschermd met de vaccinatie tegen de Mexicaanse griep? Stel het virus muteert, ben je dan ook nog beschermd met de vaccinatie of ben ik dan beter af als ik de Mexicaanse griep al heb gehad? Wanneer is de griep op zijn hoogtepunt?

Christian Hoebe antwoordt:
"De griep is waarschijnlijk nog niet op zijn hoogtepunt. De ontwikkeling van de griep wordt bijgehouden door wekelijkse peilingen bij huisartsen.
We hebben de afgelopen weken gezien dat het aantal mensen met griep bij de huisarts per week is gestegen van vijf, naar acht en naar twaalf per tienduizend inwoners. Op basis van andere jaren weten we dat het hoogtepunt vaak zit tussen de dertig en vijftig per tienduizend inwoners, maar dat betrof de wintergriep. Hoe deze nieuwe griep zich gaat ontwikkelen, is nog niet duidelijk.
Het vaccin werkt ongeveer zeven tot veertien dagen na vaccinatie volledig en blijkt tot nu toe effectief tegen het Mexicaanse griepvirus dat in Nederland rond waart.
Het vaccin geeft zeer langdurige bescherming van jaren, maar doordat griepvirussen steeds kleine veranderingen ondergaan (mutaties) kun je een jaar later toch weer ziek worden door griep.
Het huidige virus lijkt tot nog toe zeer stabiel en is nauwelijks veranderd ten opzicht van de eerste griepvirussen die in Mexico en de Verenigde Staten aan het begin van de pandemie zijn aangetroffen.
We kunnen er derhalve van uitgaan dat het vaccin gedurende deze gehele griepepidemie werkzaam zal zijn.
Bij hele kleine veranderingen van het virus werkt het vaccin ook nog."

Vraag 3

Meerdere vragenstellers:
Moet ik vaccinatie tegen de Mexicaanse griep uitstellen als mijn kind ook nog andere inentingen moet krijgen, bijvoorbeeld de DKTP-prik? Hoeveel tijd moet er tussen die vaccinaties zitten? Kun je te veel ineens binnen krijgen?


Christian Hoebe antwoordt:
"Tussen de vaccinatie tegen Mexicaanse griep en andere vaccinaties (bijvoorbeeld het RijksVaccinatie- Programma, RVP) wordt bij voorkeur een interval van twee weken aangehouden. Daarom wordt in het kader van de grootschalige vaccinatiecampagne van de kinderen vaccinatie volgens het RVP opgeschort. Concreet betekent dit dat (na 10 november) voor kinderen geboren ná 23 november 2004 en vóór 23 mei 2009 de volgende vaccinaties worden uitgesteld: DKTP-Hib-(HepB) en Pneu op de leeftijd van 11 maanden, BMR en MenC op de leeftijd van 14 maanden en DKTP op de leeftijd van 4 jaar. Na afloop van deze griepvaccinatieperiode worden de opgeschorte RVP-vaccinaties alsnog gegeven en dan zo snel mogelijk na 3 januari 2010. De vaccinaties van zuigelingen bij 0 (HepB), 2, 3, en 4 maanden blijven gewoon doorgaan. Hoewel RVP-vaccinaties worden uitgesteld, blijft de kans dat betreffende kinderen een van deze kinderziektes oplopen klein, omdat de opgebouwde groepsimmuniteit in Nederland erg groot is. Hierdoor is de kans zeer klein dat de kinderziekte zich in Nederland verspreid en bestaat er nauwelijks kans op besmetting. Het risico op het krijgen van Mexicaanse griep is nu groter en daarom heeft deze vaccinatie veelal de voorkeur ten opzichte van andere vaccinaties. De termijn van twee weken tussen vaccins heeft overigens niet te maken met een verminderde werking van vaccins, maar met het zo goed mogelijk in kaart brengen van eventuele bijwerkingen van de griepvaccinatie. "

Vraag 4 - 8

Meerdere vraagstellers, beantwoord door Christian Hoebe:

Hoe gevaarlijk zijn eigenlijk de diverse hulpstoffen in het vaccin?
Het vaccin bevat diverse bestanddelen. Om het effect van het vaccin te verbeteren is een adjuvans (hulpstof) toegevoegd. Deze hulpstof is niet schadelijk, maar kan wel voor bijwerkingen zorgen, zoals roodheid, zwelling en pijn rond de prikplaats. Ook koorts en algemene malaise kunnen voorkomen. De milde bijwerkingen zijn van korte duur en gaan vanzelf over. Voordat een vaccin wordt geregistreerd, moet een fabrikant aantonen dat het adjuvans geen toxische effecten bevat. Dat gebeurt met hulp van dierproeven. Zonder zulk bewijs volgt geen registratie. Voordat ze werden verwerkt in de twee vaccins die in Nederland beschikbaar zijn, focetria en pandemrix, zijn de afzonderlijke stoffen al miljoenen keren toegediend. Het vaccin kan sporen van formaldehyde bevatten. Formaldehyde wordt bij het maken van vaccins gebruikt om ziektekiemen te inactiveren. Daarna wordt het vaccin intensief gewassen, maar er kunnen nog sporen van formaldehyde achterblijven (zeer kleine hoeveelheden). De hoeveelheid formaldehyde in het vaccin is niet schadelijk voor de gezondheid. Het menselijk lichaam bevat van nature altijd een kleine hoeveelheid formaldehyde. Als hulpmiddel bij onze stofwisseling. De hoeveelheid formaldehyde in het vaccin is kleiner dan wat er van nature in ons lichaam zit.

Klopt het dat er een stof in het vaccin zit waar je MS van krijgt?
Het vaccin bevat een kleine hoeveelheid squaleen. Squaleen is niet gevaarlijk. Het is een natuurlijke substantie die aangetroffen wordt in planten, dieren en mensen. Bij mensen wordt het in de lever aangemaakt en circuleert het in de bloedbaan. Het zit ook in allerlei voedingsmiddelen en -supplementen, cosmetica en medicamenten. In vaccins wordt squaleen in combinatie met andere stoffen gebruikt als adjuvans om het immuunsysteem te prikkelen en de beschermende waarde van het vaccin te vergroten. Sommige mensen vrezen dat squaleen een auto-immuunreactie veroorzaakt. Er is echter al veel ervaring met squaleen in vaccins en eerder gebruik heeft nog nooit aangetoond dat zo'n reactie op zou kunnen treden. Ook zijn er suggesties gewekt dat squaleen, dat in een antrax vaccin zat, een rol zou spelen bij het Golfsynrdoom. Hiernaar, en overigens vele andere mogelijke oorzaken, is uitgebreid onderzoek verricht. Bewijs is nooit gevonden.

Ik gebruik al andere medicijnen of ben allergisch voor antibiotica, kan het griepvaccin dan kwaad?
Bij de meeste onderliggende ziekten en medicijnen is er geen nadeel van vaccinatie, eerder een voordeel door bescherming tegen Mexicaanse griep. Er zijn wel bepaalde medicijnen (zoals cortisone in bepaalde hoeveelheden) die de werking van het vaccin verminderen, omdat ze op het immuunsysteem inwerken. Maar ook in deze situatie wordt het vaccin aanbevolen. Er zijn maar weinig mensen voor wie vaccinatie niet geschikt is. Mocht u hierover twijfelen, overleg met uw huisarts.
Focetria en pandemrix zijn niet geschikt voor mensen die eerder een plotselinge, levensbedreigende allergische reactie hebben gehad op het vaccin of op een van de bestanddelen ervan. In beide vaccins gaat het dan om de volgende stoffen: ei en kippeneiwit, ovalbumine en formaldehyde. In pandemrix zitten bovendien sporen van gentamicinesulfaat (een antibioticum) en natriumdeoxycholaat. In focetria gaat om heel kleine hoeveelheden kanamycine en het antibioticum neomycinesulfaat. Tekenen van een allergische reactie kunnen zijn een jeukende huiduitslag, kortademigheid en zwelling van gezicht of tong. Mensen moeten extra voorzichtig zijn als ze een ernstige infectie en verhoogde temperatuur hebben. Een praktische regel voor iemand die niet weet of hij overgevoelig is voor kippeneiwit: probeer of u zonder reactie een beschuit kunt eten.
De antibiotica in beide vaccins worden niet veel gebruikt en komen slechts in zeer kleine hoeveelheden voor, waardoor overgevoeligheidsreacties hierop zeer zeldzaam zijn.

Is het waar dat er kwik in zit?
Nee, in het vaccin zit niet het metaal kwik, zoals dat vroeger in thermometers zat. Deze stof en ook de kwikverbinding methylkwik kunnen inderdaad schadelijk zijn voor de mens omdat ze zich ophopen in het lichaam. Maar zowel kwik als methylkwik zitten niet in het vaccin. In het vaccin zit wel een kleine hoeveelheid thiomersal, dat in het lichaam afgebroken wordt tot ethylkwik. Thiomersal is een kwikverbinding en een conserveringsmiddel dat al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw in vaccins gebruikt wordt en ervoor zorgt dat er geen bacteriën of schimmels in het vaccin komen. Het is al in miljoenen toegediende vaccins gebruikt. In beide griepvaccins die nu gebruikt worden zitten zeer kleine hoeveelheden van dit middel (focetria 50 microgram en Pandemrix 5 microgram). Uit onderzoek is gebleken dat thiomersal in hoge doses goed wordt verdragen. Vanaf de jaren twintig was de vervuiling door bacteriën van vaccins een groot probleem dat leidde tot ziekte en zelfs sterftes door vaccinatie. Door toevoeging van thiomersal aan vaccins bleek dat vervuiling effectief tegen te gaan is in zeer lage concentraties zonder de effectiviteit van het vaccin te verminderen. In de jaren zeventig werd men zich bewust van de giftige eigenschappen van organokwik-verbindingen. Het ging hier om een andere kwikverbinding: methylkwik, dat in vissen en milieuverontreiniging werd gevonden. Ethylkwik werd hierbij ook onderzocht, waarbij bleek dat het veilig en effectief was in de lage concentraties die in vaccins werden gebruikt. Ethyl- en methylkwik lijken voor het publiek veel op elkaar en de namen worden door de pers ten onrechte door elkaar gebruikt. Beide stoffen echter verschillen wat betreft giftigheid enorm. Ethylkwik wordt al binnen zeven dagen voor de helft uitgescheiden in de ontlasting, bij methylkwik duurt dat vijftig dagen. Er is veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen vaccinatie met thiomersal en het ontstaan van neurologische ontwikkelingsstoornissen als autisme, taalachterstand, ADHD of spraakstoornissen, maar nooit is een relatie aangetoond.

Waarom wordt er in Nederland twee keer ingeënt worden, terwijl elders één keer volstaat?
In Nederland wordt aangehouden twee inentingen te geven met een tussenpoze van drie weken omdat de werkzaamheid van vaccinatie zo groot mogelijk moet zijn. Dat geldt des te sterker voor personen die op basis van een bestaande medische conditie tot een risicogroep voor influenza behoren. Er zijn inmiddels eerste resultaten van onderzoek naar gunstige effecten van één dosis. Het betreft echter onderzoeken met beperkingen, waardoor we in Nederland niet zoals in België overstag zijn gegaan. Deze beperkingen liggen in het feit dat het onderzoek werd uitgevoerd in kleine groepen gezonde mensen tussen de achttien en zestig jaar en niet bij risicogroeppatiënten. Verder betrof het niet altijd een vaccin dat we ook in Nederland gebruiken en is er twijfel over de gebruikte testmethode. Soms kan niet uitgesloten worden dat mensen voor vaccinatie al geïnfecteerd waren. De Europese registratieautoriteiten hebben dan ook geen aanleiding gezien om het doseringsadvies aan te passen.

Vraag 9

Meerdere vragenstellers:
Wat zijn de bijwerkingen van het vaccin en is dat wel voldoende getest?

Christian Hoebe antwoordt:
De eerste dag na de prik kunt u wat pijn, roodheid of zwelling hebben op de plaats van de prik. Dit gaat vanzelf over en heeft te maken met de door het vaccin opgewekte immuunreactie. Sommige mensen voelen zich na de prik wat dagen minder lekker. In de bijsluiter van het vaccin die te vinden is op internet (www.ggdzl.nl) vindt u een lijst met verschijnselen, die mogelijk na vaccinatie kunnen optreden. Sommige komen vaak voor, andere zijn erg zeldzaam. Het is waarschijnlijker dat ze door de inenting worden veroorzaakt als de tijd tussen vaccinatie en het ontstaan ervan kort is. Bij 'dode' vaccins, als de Mexicaanse griep vaccinatie, treden bijwerkingen door directe inwerking van het vaccin meestal op binnen 24 uur na de prik. Ze zijn binnen één tot twee dagen weer over.
Een enkele keer kunnen verschijnselen ook ontstaan door een indirect effect van de inenting. Een voorbeeld van een dergelijke, zeer zeldzame, aandoening is het Guillain-Barrésyndroom. Guillain-Barrésyndroom is een aandoening die leidt tot het niet of minder functioneren van spieren. Meestal doet de aandoening zich voor nadat de patiënt een infectie heeft doorgemaakt, als keelontsteking, diarree of griep. In zeer zeldzame gevallen komt de aandoening voor in de dagen of weken na een vaccinatie. De kans hierop varieert van één op honderdduizend tot een op een miljoen. Zonder vaccinatie is de kans op het krijgen van Guillain-Barré even groot. Daarom ook wordt getwijfeld of er werkelijk een verband bestaat tussen het syndroom en een inenting. Als miljoenen mensen worden gevaccineerd is de kans aanwezig dat zich bij een aantal van hen toevallig een aandoening voordoet vlak nadat ze zich hebben laten vaccineren. Daarom is ziekte en sterfte ná vaccinatie iets heel anders dan dóór vaccinatie. Britse wetenschappers publiceerden onlangs een lijst in The Lancet waarin ze stelden dat op tien miljoen vaccinaties zich, zonder enig verband, 21 gevallen van Guillain-Barré hadden geopenbaard en bijna zes gevallen van plotselinge dood. In de VS kan op diezelfde manier worden voorspeld dat van de één miljoen zwangere vrouwen die zich laten vaccineren er, zonder enig verband met de vaccinatie, 397 een miskraam krijgen binnen een dag na de inenting.
Het vaccin tegen de Mexicaanse griep is ontwikkeld op basis van een modelvaccin. Voor het maken ervan is een bekend virus gebruikt. Het modelvaccin is uitgebreid getest. Voor een vaccin tegen Nieuwe Influenza A is alleen het virusdeel van het vaccin aangepast. Het aangepaste vaccin wordt net als andere vaccins goed getest. Het European Medicines Agency (EMEA) ziet erop toe dat het vaccin voldoet aan strenge veiligheidseisen. Dit vaccin is nu geregistreerd en daarmee goedgekeurd voor gebruik voor volwassenen en kinderen vanaf 6 maanden.

Vraag 10

L. Raemakers en S. Janssen vragen:
Klopt het dat mensen die voor 1957 zijn geboren geen Mexicaanse griep
kunnen krijgen? Moeten zij zich toch nog laten vaccineren?


Christian Hoebe antwoordt:

"Een griepvirus is als een bolletje met twee ‘jasjes'. Diep in dat bolletje zit het DNA, dat elk virus uniek maakt. Eromheen zit een dubbele schaal waarin, als speldenknoppen, grote en kleine eiwitten steken. De kleine eiwitten heten N (neuraminidase), de grote H (hemaglutinine). In een optelsom van het aantal H en N-spelden wordt het kenmerk van het virus genummerd. H loopt op tot 16, N tot 9.

Zo zijn 144 combinaties mogelijk. Het virus van de Spaanse griep dat in 1918 over de hele wereld miljoenen levens eiste, had het kenmerk H1N1. Een pandemie ontstaat zodra een bestaand virus van H en N-samenstelling verandert. Dat is ook nu met de Mexicaanse griep het geval. Traditioneel wordt de nieuwe samenstelling, als de pandemie uitgewoekerd is, het normale ‘wintergriepvirus'.

Nederland maakte vorige eeuw drie pandemieën door. Na de Spaanse griep kregen we de Aziatische griep van 1957 (H2N2), elf jaar later gevolgd door de Hong Kong Griep (H3N2). De variatie van dat virus werd daarop de ‘stam' van onze wintergriep. Er zijn aanwijzingen dat mensen die werden geboren voor 1957 beter beschermd zijn tegen het nieuwe Mexicanse griepvirus. Dat is echter niet genoeg om van zekere bescherming te spreken. Daarom komen ook mensen van vóór 1957 die tot een risicogroep behoren, uit voorzorg, in aanmerking voor vaccinatie.

Gemiddeld genomen hebben 60-plussers, als ze ziek worden, een hoger risico op complicaties door deze griep. Dat deze mensen in enige mate beschermd zijn komt omdat zij mogelijk in aanraking zijn geweest met een virus dat lijkt op het huidige Mexicaanse virus (Nieuwe Influenza H1N1). Zo hebben zij natuurlijke antistoffen ontwikkeld.

Het jaarlijkse wintergriepvirus tussen 1918 en 1957 was ook een H1N1 influenza virus, nadat de Spaanse griep het nieuwe H1N1 virus geïntroduceerd had. Het jaar 1956/1957 wordt genoemd omdat er dat jaar ook een grote verandering is gekomen in het heersende griepvirus en was er een pandemie van type H2N2 (Aziatische griep): A-griep."

Vraag 11:

Meerdere vragenstellers:
Mijn kind is (een beetje) ziek (geweest) kan het toch een prik krijgen?

Christian Hoebe antwoordt:
"Ja dat kan. Alleen als kinderen meer dan 38 graden koorts hebben, kunnen ze geen prik krijgen. De reden is dat bijwerkingen kunnen optreden bij koorts en dat de vaccinatie slechter kan werken. Bovendien is er de kans dat het kind Mexicaanse griep heeft en we willen niet dat tijdens de vaccinatiecampagne andere kinderen of medewerkers worden besmet. Stel in dat geval vaccinatie uit tot er geen koorts meer is.

Dit kan betekenen dat een kind maar één keer wordt gevaccineerd, omdat de overheid heeft besloten dat er geen inhaalactie komt voor kinderen die één of twee vaccinaties hebben gemist. Overigens is één vaccinatie beter dan géén vaccinatie, ook al zal het beschermende effect mogelijk minder zijn. Bij kinderen onder de vijf jaar die niet of maar één keer zijn ingeënt, kan de huisarts bij griepklachten een behandeling met tamiflu overwegen. Er zijn maar weinig kinderen voor wie vaccinatie niet geschikt is. Ongeschiktheid heeft vooral te maken met allergische reacties die eerder zijn opgetreden op het vaccin of op een van de bestanddelen ervan.

Zowel voor kinderen als voor veel volwassenen wordt het vaccin Pandemrix gebruikt; kinderen krijgen echter een halve dosering (0,25ml). Een bekende allergische reactie is die tegen de bestanddelen van het vaccin, met als belangrijkste allergie voor ei en kippeneiwit. Als uw kind hiervoor allergisch is, kunt u het vaccin niet komen halen. Tekenen van een allergische reactie kunnen zijn een jeukende huiduitslag, kortademigheid en zwelling van gezicht of tong."

Vraag 12:

Meerdere vragenstellers:
Hoe lang mag je niet in de buurt komen van iemand die de
Mexicaanse griep heeft?


Christian Hoebe antwoordt:
"Het griepvirus vermenigvuldigt
zich in cellen in de neus, keel, en diepere luchtwegen en wordt uitgescheiden in
snot, slijm en speeksel. Het verspreidt zich vooral door de lucht via praten,
hoesten of niezen. Wie zijn hand voor zijn mond houdt en daarna een deurklink
aanraakt of iemands hand schudt, kan het virus ook zo overdragen. Via de handen kan
het dan weer in de ogen, mond of neus komen. Handen wassen helpt, mits er
wegwerpmateriaal wordt gebruikt om de handen te drogen. Mensen zijn het meest
besmettelijk vanaf het moment dat zij griepverschijnselen ontwikkelen. De
besmettelijkheid neemt af naarmate de griepverschijnselen verminderen, en mensen die
geen griepverschijnselen meer hebben worden ook niet meer als besmettelijk
beschouwd. Je kunt het virus echter ook overdragen als je niet ziek (maar wel
besmet) bent geweest, al wordt wel vermoed dat de besmettelijkheid dan minder is als
bij iemand die wel klachten heeft. Eén op de vier mensen die in aanraking komen met
een grieppatiënt wordt zelf ziek. Gemiddeld vindt 30 tot 40 procent van de
besmettingen plaats in gezinsverband, 20 procent gebeurt op scholen. Uit
berekeningen blijkt dat elke grieppatiënt ongeveer 1,3 tot 2,1 andere mensen ziek
maakt. Elk ziek kind maakt ongeveer 2,4 andere kinderen ziek. Of je zelf ziek wordt,
hangt af van je eerder opgebouwde immuniteit, je afweersysteem en je erfelijke
aanleg. Mensen met een verzwakte afweer worden sneller ziek."

Vraag 13:

Meerdere vragenstellers:
Waarom worden huisgenoten van zuigelingen tot zes maanden wel ingeënt en anderen die toch veel contact met de baby hebben niet, zoals oppas ooms of tantes of ex-echtgenoten die op een ander adres wonen?

Christian Hoebe antwoordt:
"Jonge kinderen lopen extra risico doordat hun luchtwegen smal zijn en sneller verstopt kunnen raken. Zij blijken ook vaker in het ziekenhuis te worden opgenomen. Als zij beademd moeten worden, kunnen zij blijvende lichamelijke schade oplopen. Op advies van de Gezondheidsraad is besloten huisgenoten van baby's tot zes maanden te vaccineren. Baby's tot zes maanden zijn zeer vatbaar, maar ze worden niet gevaccineerd. De vaccins zijn namelijk niet getest bij zulke jonge baby's. Daarom is het vaccin niet geregistreerd voor deze groep.

Bovendien is hun immuunsysteem nog in ontwikkeling waardoor een vaccinatie waarschijnlijk niet genoeg effect zou hebben. Door hun huisgenoten te vaccineren wordt de kans op blootstelling aan het virus verminderd. Baby's zijn wel tijdelijk beschermd als hun moeder zich tijdens de zwangerschap heeft laten vaccineren, omdat de afweerstoffen van de moeder doorgegeven worden aan hun kind. Het vaccin is veilig als borstvoeding wordt gegeven en biedt, als de moeder is gevaccineerd, via afweerstoffen in borstvoeding ook enige bescherming voor de baby. De overheid heeft bepaald dat alleen mensen die volgens de gemeentelijke administratie op hetzelfde adres zijn ingeschreven als de baby (geboren na 22 mei 2009) worden aangemerkt als huisgenoot en dus een vaccinatie kunnen krijgen. Het is goed te begrijpen dat ook anderen die veel contact hebben met de baby zich afvragen of ze gevaccineerd moeten worden.

Vanuit praktische haalbaarheidsoverwegingen is er echter niet voor gekozen de groep huisgenoten verder uit te breiden. Alleen huisgenoten en kinderen die een oproepkaart hebben ontvangen, kunnen met deze kaart op de priklocaties een vaccinatie komen halen."

Vraag 14:

Meerdere vragenstellers:
Komen de Mexicaanse griepvaccinaties eigenlijk nog wel op tijd?

Christian Hoebe antwoordt:
"Dat hangt ervan af hoe snel de griep de komende weken om zich heen grijpt. De vaccins zijn zo snel mogelijk beschikbaar gekomen. Vaccins moesten na de eerste productiefase eerst verplicht worden getest op een grote groep mensen voordat ze geregistreerd konden worden. Dit heeft een aantal maanden gekost. Als we kijken naar de situatie van griep op dit moment, lijkt het erop dat we de piek nog niet hebben bereikt. Het aantal mensen dat de huisarts bezoekt met griepachtige klachten is wel toegenomen. A

Afgelopen week vertoonden 18,4 mensen per 10.000 inwoners een influenza-achtig ziektebeeld. Twee weken geleden was dat nog 11,8 op de 10.000. Er is nog steeds sprake van een milde griepepidemie in Nederland. De epidemie wordt mild genoemd gezien het percentage dat ziek wordt of aan de ziekte overlijdt. Dit percentage is nu nog vergelijkbaar met de eerste weken van een ‘gewone' griepepidemie van de afgelopen winterseizoenen. In totaal zijn in Nederland tot en met 18 november 1270 patiënten opgenomen in het ziekenhuis en zijn 28 patiënten overleden. Bij 60 procent van de opgenomen patiënten en bij 89 procent van de overleden patiënten was sprake van onderliggende medische problematiek.

Opvallend is wel dat de risicogroepen voor ernstige ziekte en sterfte heel anders zijn dan bij de seizoensgriep. Aan de seizoensgriep overlijden vooral ouderen. Bij de Mexicaanse griep zijn vooral kinderen, (jong)volwassenen, mensen met een onderliggende ziekte en zwangeren getroffen. Op het zuidelijk halfrond werd uiteindelijk 15 procent van de bevolking geïnfecteerd met het virus. Het is nog onduidelijk hoe de griepepidemie zich verder zal ontwikkelen in Europa.

Vraag 15:

Sandra Reijntjens vraagt:
Ik ben zwanger en krijg een keizersnede op 25 november. Komt mijn man dan toch in aanmerking voor vaccinatie als huisgenoot?

Christian Hoebe antwoordt:
Er is verwarring over de gang van zaken rond zwangeren en huisgenoten van net geboren baby's. Afspraak is dat de huisarts zwangeren in het tweede en derde trimester vaccineert. De GGD vaccineert kinderen van zes maanden tot 5 jaar (geboren na 23 november 2004 en vóór 23 mei 2009) en huisgenoten van baby's die op 23 november 2009 jonger dan zes maanden zijn (0 tot en met 5 maanden). Doordat er een korte periode is tussen de selectie van het oproepbestand van de GGD en de afkapdatum voor de campagne (23 november) wordt een kleine groep huisgenoten niet opgeroepen voor de GGD-vaccinatie. Huisgenoten van baby's die ongeveer anderhalve week voor 23 november 2009 of net na 23 november zijn geboren kunnen zich met een geboortekaartje en geldig legitimatiebewijs melden bij de GGDpriklocatie die bij hun woonplaats hoort.

Mag de tussentijd tussen eerste en tweede vaccinatie ook vier weken bedragen?

Ruim een week na de eerste prik verschijnen de eerste antistoffen in het bloed. Deze verdwijnen langzaam, maar worden door de tweede prik weer verhoogd tot een blijvend hoog niveau. Dit hoge niveau wordt bereikt tien tot veertien dagen na de tweede prik. Daarom moet er minimaal twee weken zitten tussen de prikken. Een langere periode tussen beide vaccinaties, bijvoorbeeld vier weken, geeft dan pas later dezelfde goede bescherming. Het vaccin is geregistreerd voor een toediening van twee prikken. In landen om ons heen is soms om economische redenen besloten maar één vaccin toe te dienen in de verwachting dat dit enige bescherming biedt. Nederland kiest voor twee prikken om een hoge bescherming te realiseren.

Vraag 16:

Meerdere vragenstellers:
Wordt er voor kinderen een ander vaccin gebruikt? Er wordt gezegd dat het een halve dosis is, maar mijn kind heeft bij de huisarts een hele prik gehad? Klopt dat wel?

Christian Hoebe antwoordt:
Er worden vaccins van twee verschillende fabrikanten gebruikt:
Focetria van Novartis en Pandemrix van GlaxoSmithKline. De vaccins hebben een verschillende samenstelling en een ander productieproces, maar werken hetzelfde. Voor de vaccinatie van risicopatiënten, 60-plussers en zwangeren door de huisarts worden beide vaccins ingezet. Voor de vaccinatie door de GGD van gezonde kinderen en huisgenoten van baby's wordt Pandemrix gebruikt.
Beide vaccins kunnen overigens aan kinderen worden gegeven en de reden voor de verdeling heeft alleen te maken met de huidige beschikbaarheid. De dosering van de twee vaccins voor kinderen verschilt. Van Pandemrix krijgen kinderen tot en met 9 jaar een halve dosering. Van Focetria krijgen volwassenen en kinderen dezelfde dosering.
De vaccins zijn onderling overigens niet uitwisselbaar en daarom moet voor de eerste en tweede vaccinatie hetzelfde vaccin gebruikt worden. Kinderen die al zijn ingeënt door de huisarts, ontvangen de tweede vaccinatie ook bij de huisarts.
Beide vaccins zijn door de EMEA (European Medicines Agency) beoordeeld op hun veiligheid en werkzaamheid. De EMEA is een instituut van de Europese Unie, dat er op toe ziet dat nieuwe geneesmiddelen veilig zijn.
Beide vaccins voldoen aan de WHO-aanbevelingen en aan het EU-besluit met betrekking tot pandemie.

Vraag 17:

Meerdere vragenstellers:
Twee keer de griep in een maand tijd, kan dat?
.
Christian Hoebe antwoordt:
Nee, je kunt niet in twee maanden tijd dezelfde griep hebben. Er is echter een verschil tussen Mexicaanse griep, de ‘gewone' griep of seizoensgriep, en andere ziektes die griepachtige klachten kunnen veroorzaken. Er is veel overlap tussen de ziektebeelden, en het onderscheid is alleen op basis van de klachten niet te maken. Echter, uit recent steekproefonderzoek onder patiënten die bij de huisarts komen met griepachtige verschijnselen blijkt dat ongeveer zes van de tien gevallen ook daadwerkelijk besmet zijn met een griepvirus. In deze gevallen gaat het bijna altijd om de Mexicaanse variant (en dus niet om de seizoensgriep). De Mexicaanse griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus A/H1N1. Het gewone seizoensgriepvirus (H3N2) blijkt dus vrijwel volledig verdrongen te zijn door de Mexicaanse variant en komt dus niet meer voor in Nederland. Naast de ‘echte' griepvirussen zijn er echter ook andere verwekkers, zoals bijvoorbeeld het RS-virus, die klachten kunnen geven die op griep lijken. In vier van de tien gevallen lijkt daar sprake van te zijn. Daarom kun je dus in één maand tijd twee keer griepverschijnselen hebben, en dan nog betekent dit niet dat je dan ook daadwerkelijk de Mexicaanse griep hebt doorgemaakt. Daarom adviseren we mensen uit de risicogroepen zich ook na griepverschijnselen toch te laten vaccineren. Als je een infectie met een bepaald type griepvirus hebt doorgemaakt, ben je in principe levenslang beschermt tegen dit type virus. Ook het vaccin beschermt langdurig tegen hetzelfde influenza type. Het virus kan echter wel veranderen in de loop van de tijd waardoor de antistoffen die zijn opgebouwd niet meer ‘passen' op het virus dat dan rondwaard. Het Mexicaanse griepvirus blijkt overigens nog nauwelijks te zijn veranderd, wat bij een nieuw virus ook verwacht mag worden. Het zal mogelijk nog enige jaren duren voordat in de bevolking zoveel mensen antistoffen hebben dat het virus zich moet gaan aanpassen. Tot die tijd zal ook het huidige vaccin optimaal bescherming bieden tegen infecties met de huidige Mexicaanse griepvirussen.

Vraag 18:

Meerdere vragenstellers:
Wat is de stand van zaken wat betreft de verspreiding, waar komt de griep het meest voor en hoe zit het met mutatie van het virus?
.
Christian Hoebe antwoordt:
Elk griepvirus kan veranderen in de loop van de tijd (muteren). Tot nu toe blijkt dat erg mee te vallen met het Mexicaanse griepvirus en zijn de virussen die in verschillende landen gevonden worden zeer vergelijkbaar. Ook het virus dat nu in Nederland rondwaart, heeft veel gelijkenis met het virus in Mexico toen de pandemie begon. Er zijn wel enkele mutaties gevonden, maar deze blijken zich nog niet effectief te verspreiden.
Het aantal patiënten met een griepachtig ziektebeeld in Nederland is in week 47 gedaald tot 11,3 (was 18,4) patiënten per 10.000 inwoners. De meeste gevallen werden gezien bij kinderen tot vier jaar oud. In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen met Mexicaanse griep licht gedaald ten opzichte van vorige week, 289 patiënten zijn deze week gemeld tegenover 359 vorige week. Het aantal patiënten dat is overleden als gevolg van Mexicaanse griep is opgelopen tot 36, een toename van acht gevallen ten opzichte van vorige week.
De mensen die deze week zijn bezweken waren volgens het RIVM al ziek toen ze met Mexicaanse griep werden opgenomen. Het gaat om mannen van 38, 41, 53, 65 en 81 en om vrouwen van 49, 53 en 69 jaar. Opvallend is dat een van hen voor de opname in het ziekenhuis was ingeënt met het vaccin tegen de Mexicaanse griep. Bij 60 procent van de patiënten die tot 25 november zijn opgenomen was sprake van „onderliggende medische problematiek”. Bij de mensen die zijn overleden ligt dit percentage op 88. Niet alleen het aantal mensen dat met griepachtige klachten de huisarts bezoekt is licht gedaald, ook het aantal ziekenhuis- en IC-opnames neemt af. Het RIVM stelt dat nog steeds sprake is van een milde griepepidemie.

Dit was de laatste vraag.

Tijd Gepubliceerd op: 28.11.09 06:00


Vorige pagina


Overlijdensberichten


Poll van de dag

Advertenties




Berden.nl

Weer

Weer in Limburg
Vul uw postcode in voor de weersverwachting in uw eigen woonplaats:

Actuele sneeuwhoogtes - powered by skiinfo.nl
Powered by skiinfo.nl

Thema's