Vul uw postcode in voor de weersverwachting in uw eigen woonplaats:

Het is jarenlang mijn grote droom geweest: eten in zo'n typische Amerikaanse diner. Met oranje lederen bankjes in treinformatie achter elkaar en milkshakes en hamburgers op het menu. Vriendelijk geserveerd door kok/eigenaar Arnold. Waarom was er in mijn woonplaats geen cafetaria zoals in Happy Days? In de serie werd het Amerika van de jaren vijftig afgeschilderd als een puberwalhalla. De highschool was kennelijk zó makkelijk dat de pubers zich de hele dag bezig konden houden met zaligheden als aan auto's sleutelen, achter meiden aanrennen en stapels hamburgers naar binnen slaan.
Centraal in Happy Days stond de familie Cunningham, een familie uit Milwaukee in het hart van de Amerikaanse middenklasse. Pa Howard was een brombeer met het hart op de goede plek, zijn vrouw Marion een ultieme moeder de Gans met maar een doel: manlief behagen en haar twee puberkinderen vertroetelen. Die pubers waren zoon Richie en dochter Joanie. Twee braveriken aan wie geen ouder zich een buil kon vallen. Voor de milde rebellie was Arthur Fonzarelli verantwoordelijk, beter bekend als De Fonz. Een twintiger met vetkuif en leren jack zonder familie. Een soort Pipi Langkous die nergens wortelde en dus zijn goddeloze gang kon gaan. Alle meiden wilden met hem naar bed en alle jongens wilden in zijn buurt zijn. De Fonz was de baas en liet dat ook duidelijk blijken. Iedere aflevering riep hij wel iemand ter verantwoording. ‘In my office! Now!' (Mee naar mijn kantoor. Nu!) Dat kantoor was de wc van de diner en iedereen die de pech had te toiletteren als De Fonz zijn kantoor nodig had, werd er zonder pardon uitgeknikkerd. Zonder De Fonz was Happy Days nooit legendarisch geworden.
Hij was het zout in de pap en werd in korte tijd zó populair dat er zelfs even overwogen is de serie Fonzie's Happy Day's te noemen. Was niet nodig. Ook zonder die toevoeging was duidelijk dat de serie draaide om deze ultieme macho met piepklein hartje. Dat werd zichtbaar toen zijn beste vriend Richie in een zeldzaam dramatische aflevering zwaar gewond raakte. We zagen De Fonz voor de eerste en de laatste keer tranen met tuiten huilen en tot god bidden. Met succes. Richie ontwaakte uit zijn coma. Het zorgde voor veel commotie. Bijvoorbeeld bij de directeur van een opvanghuis voor verwaarloosde kinderen. ‘Onze kinderen hebben moeite met het tonen van emoties. Ze huilen nooit. Omdat De Fonz ook nooit huilt, is hij hun held. Dat is nu voorbij, ze willen Happy Days niet meer zien!' De serie werd bij ons in 1977 en 1978 uitgezonden door de AVRO maar werd pas echt populair toen Veronica de draad in 1982 weer oppikte. In Amerika was de koek toen al bijna op. Typische jaren tachtig series als The A-team en Miami Vice verdrongen de jaren vijftig vrolijkheid van Happy Days. In 1984 was het afgelopen met De Fonz en zijn vrienden.
Twaalf jaar later, in 1996, ben ik voor het eerst in het beloofde land. In een gehucht vlakbij Boston stuit ik op diner Happy Days. Gevonden! Eindelijk gaat mijn jongensdroom uitkomen. Twee kleffe hamburgers en een moddervette milkshake later, ben ik een illusie armer. De eigenaar/kok gooit chagrijnig de rekening (10 dollar!) op mijn tafeltje. De vrolijkheid is ver te zoeken op deze dag in deze diner.
Gepubliceerd op: 30.11.09 06:00




















