Brabo-revolutionairen
Een Jan Marijnissen met haar, constateerde de verslaggever van het NOS Journaal. Persoonlijk vind ik het hoofd van de nieuwe SP-fractievoorzitter in de Tweede Kamer net iets te vlezig voor die vergelijking. Maar het mag duidelijk zijn dat niet per se naar een uiterlijke dubbelganger van de Grote Roerganger is gezocht. Een karakterologische kloon van Marijnissen stond wel op het verlanglijstje.
Aan de teruggetreden Agnes Kant viel overal en altijd te merken dat ze opgroeide op en rond militaire bases. De verontwaardiging was oprecht. Het probleem was alleen dat ze deze of op commandotoon of als een verbale mitrailleur op de mensen afvuurde.
Onder Roemer heerst achter de schermen misschien nog de ouderwetse stalinistische kaderdiscipline, maar straalt de SP naar buiten toe weer Marijnissiaanse Brabo-gezelligheid uit. Eerst het gevoel van “Komt efkes binne dan vatte we un tas koffie” dan pas de maatschappijkritiek.
Toch gaat de SP ook met Roemer de oorlog niet winnen. Bij de revolutionair aller revolutionairen moet alles kloppen. Alles.
SP-leiders heten Jan, Tiny, Sjaan desnoods. Ze hebben een verleden als worstenophanger, constructie-bankwerker of havenarbeider. Ze komen uit plaatsen die op zijn minst een imago met zich meedragen dat ze het bewijs zijn van Karl Marx' Verelendungstheorie: Oss, Helmond, Heerlen.
Met SP-leiders die uit Dieren of Boxmeer komen, die doctor in de epidemiologie of oud-leraar zijn en Agnes of Emile heten, vestig je geen dictatuur van het proletariaat. Dat zijn tomaten die altijd een beetje sherry-tomaat blijven.
Gepubliceerd op: 06.03.10 07:00