Het Maastrichtse stadsbestuur erkent dat de communicatie met Eijsden beter had kunnen verlopen. Anderzijds werd overleg bemoeilijkt doordat B en W van Eijsden dit volledig overliet aan een uit gemeenteraadsleden bestaande koffieshopcommissie.
Ook wijst Maastricht op het aanbod desnoods een bindende proef van een jaar te doen, waarmee Eijsden wel degelijk aan alternatief was geboden.
De Rekenkamer zou verder op voorhand hebben geconcludeerd dat Eijsden en Maastricht verschillende belangen hebben. Volgens het Maastrichts stadsbestuur is spreiding van koffieshops ook in het belang van Eijsden. De Rekenkamer zegt er in een naschrift echter van uit te gaan dat elk gemeentebestuur goed in staat is zijn eigen belang te definiëren.
Gepubliceerd op: 10.03.10 11:21, laatste update: 10.03.10 11:43