Met ruim vierhonderd Limburgers pelgrimeert het bisdom Roermond naar Rome. Dat gebeurt in het jubileumjaar van het bisdom. Volg hieronder het weblog van onze verslaggever over deze tocht.
Deel 6: De laatste slok![]()
Op de laatste dag van de bedevaart in Rome moet ik opeens denken aan het verhaal van de bruiloft van Kana uit het evangelie van Johannes. Op de bruiloft, waar ook Jezus en zijn moeder aanwezig zijn, is opeens de wijn op. Jezus verandert dan water in wijn, zodat er verder gefeest wordt. Maar als de tafelmeester de ‘nieuwe’ wijn proeft is hij verbaasd en zegt tegen de bruidegom: “Iedereen schenkt toch eerst de beste wijn en de gewone pas wanneer er al flink gedronken is. Maar u heeft de beste wijn bewaard tot het laatst!”.
Die gedachte gaat door mijn hoofd als we de dag van vertrek nog de kerk van San Gioacchino bezoeken. Pastoor Harry Quaedvlieg van Geleen kent de kerk en zorgt dat bisschop Wiertz hier nog een afsluitende dienst kan verzorgen. De officiële, feestelijke slotplechtigheid van de bedevaart heeft een dag eerder al plaatsgevonden en de eerste buslading pelgrims is al weer over de Alpen. Maar de vliegpelgrims hebben nog even tijd en zijn nu in deze kerk verzameld.
De kerk bevat een verrassing: een zijaltaar geheel gewijd aan Nederlandse heiligen. Met fraaie afbeeldingen van de Martelaren van Gorcum, de moord op Bonifatius, het Wonder van Amsterdam (het verhaal over de uitgebraakte hostie die niet verbrand kan worden), de wijding van Sint Willibrord, en, als plafondschildering, onze eigen Sint Servaas. Het altaar en zijn schilderingen werken als de nieuwe, beste wijn, na al de overvloedige drank die we een dag eerder in het Vaticaans Museum hebben genoten.
Daar keken de pelgrims zich de ogen uit op de kostbaarheden die het Vaticaan in de loop der eeuwen heeft verzameld. Op de beelden, de gobelins, de schilderijen, de sieraden en de meubels van antieke oudheid tot moderne tijd. Op de onsterfelijke schoonheden van Michelangelo, Rafael en consorten. Op de pracht en praal van de architectuur en de tuinen van het Vaticaan. En vooral op de mystieke kracht van de Sixtijnse Kapel. Maar het was ook een kermis met vele duizenden bezoekers die elkaar verdrongen in de gangen, op de trappen en in de binnenhoven. De Sixtijnse Kapel had meer weg van de Beurs van Berlage op een koortsige handelsdag dan van een sereen godshuis.
En dan is de stilte van de San Gioacchino opeens weldadig, met die Nederlandse schilderingen als plotselinge vingerwijzing naar huis. Vele landen hebben aan de bouw van deze kerk meegedaan en die hebben allemaal een zijaltaar met vaderlandse religieuze taferelen gekregen. Een voorloper van de Europese gedachte.
Opeens zie ik helemaal rechts een kleine schildering van Dionisius, een van de Karthuizers van Roermond. Een bescheiden, bijna verlegen portret. Het lijkt me terug te sturen naar Limburg. Het zegt: het is mooi geweest, je hebt veel mensen ontmoet met hun sores, hun verdriet, maar ook met hun vreugde en hoop. Je hebt gevoeld dat mensen van allerlei komaf de behoefte hebben samen iets te delen. De een noemt het Wereldkerk, de ander gewoon fijn samenzijn. Ik noem het verrijking: elke nieuwe ontmoeting met al die bedevaartgangers verandert iets in jezelf. En daarmee kun je verder.
Ik neem de laatste slok van de nieuwe wijn. Dan ga ik mijn koffers pakken.
Deel 5: Op audiëntie![]()
Om 10.38 uur zoeft de pausmobiel het Sint Pietersplein op. Nou ja - zoeft. De chauffeur van Zijne Heiligheid rijdt zijn baas zeer behoedzaam rond, zodat de menigte de kans krijgt hem toe te zwaaien. Kan zo'n ding hard, is de wat seculiere vraagt die bij me opkomt, als ik in het vak zit waar de Limburgse pelgrims zijn gestopt. Geen idee.
Het voertuigje heeft wel een nummerbord, SCV1, zodat de paus normaal bekeurd kan worden, als hij geflitst wordt. Maar een plaatje met maximum 30 km, wat je bij zo'n klein geval zou verwachten, zit er niet op. Waarom blijkt even later, als Benedictus XVI heeft plaats genomen op zijn zetel en de chauffeur de pausmobiel weer naar de garage rijdt. De man stuurt het autootje met verbluffende snelheid van het plein af. Als ik een van de Zwitserse gardejongens was, had ik hem alsnog op de bon geslingerd.
De stemming op het plein is opgetogen. Wie een goede plek wil hebben, moet uren van tevoren aanwezig zijn. Dat kost een flinke tijd wachten in de rij en ook een grondige controle bij het betreden van Vaticaanterrein. Eenmaal op het plein praten de mensen honderduit met elkaar. Van opwinding en in afwachting van het moment dat Il Papa komt aanzetten. Je hebt dan volop de tijd je pleingenoten te observeren die uit werkelijk alle windstreken ter wereld komen. Zoals de volbuikige Italiaan die achter mij zit en die op het moment dat de paus voorbij rijdt, keihard ‘Pronto!' roept omdat zijn telefoon gaat. Gelukkig kijkt de paus niet om.
Dan de vrouw uit, ik schat, Columbia of Ecuador. Ze zit de hele tijd met een mobiele telefoon en een navigatiesysteem in één hand, terwijl ze met de andere een verse rozenkrans van zijn cellofaan verlost. En tegelijk ziet ze ook nog kans een blauwe poncho aan te trekken, want we houden het niet droog vandaag.
De Limburgse delegatie verdrijft intussen het lange wachten met zingen. Het Wilhelmus, het Bronsgroen Eikenhout, O Sterre der Zee – gepast repertoire. Beppie Kraft laten ze gelukkig uit hun hoofd. Onderling worden ervaringen uitgedeeld. Iedereen op deze bedevaart blijkt een verhaal te hebben. Een verhaal met verdriet, emoties en tegenslagen. Normaal lopen ze daarmee jaren rond zonder dat ze het kwijt kunnen. Nu, in de sfeer van een gezamenlijke bedevaart, vertellen ze het aan elkaar. Je ziet het aan de gezichten. De pelgrims, tot voor een week nog volstrekte vreemden voor elkaar, praten als goede vrienden onder elkaar. Een pelgrimage bindt, had bisschop Wiertz vorige week beloofd. Hij heeft gelijk gekregen. Ook ik heb tientallen mensen ontmoet die mij hebben geraakt met hun verhalen en ervaringen.
Dan is het opletten geblazen. Benedictus XVI begint zijn algemene audiëntie. Ik heb mijn vragen uit het hoofd geleerd. Maar ja, het blijkt een ontbieding waar de paus niet van plan is te luisteren naar wat de gasten te zeggen of te vragen hebben. Hoort niet bij zo'n audiëntie, zegt mijn buurman in de rij voor me, protocol weetjewel. Benedictus leest een lange brief in het Italiaans voor. Ik mag alleen zwaaien of klappen. Gelukkig breekt tegen twaalf uur de zon door.
Wim Doesborgh
Deel 4: Op de knieën![]()
Dinsdag pelgrimsdag. Naar een idee van pastoor Harrie Quaedvlieg van Geleen, een van de priesters die de Limburgse bedevaartgangers in Rome begeleiden. Harrie heeft het idee een beetje afgekeken van eerdere pelgrimages in Rome, waarin telkens routes door de stad worden uitgezet langs kerken die op een of andere manier een mooi verhaal vertellen. Over martelaren, apostelen, Maria of andere thema's uit de katholieke geloofswereld. Vijf routes zijn deze keer uitgezet die allemaal beginnen in de Sint Pieter en eindigen in de Sint Jan van Lateranen, de machtige bisschopskerk van de paus. Onderweg lopen de pelgrims door de straten van Rome om allerlei kerken te bezoeken die bij een thema aanhaken. Met ter plekke telkens een overweging, een bijbellezing, zang en gebed. De opzet is mooi en de Geleense pastoor en zijn collega's bieden de pelgrim waar voor zijn geld, maar de Romeinse praktijk is weerbarstig.
Direct de eerste kerk die onze groep wil bezoeken, is potdicht. De kerk van Lodewijk de Heilige bevat een paar wonderschone schilderijen van Caravaggio, zegt pastoor Harrie. Maar dat is de kunstliefhebber een worst voorhouden, die hij nooit te happen krijgt. Nu worden gebed en meditatie maar op de stoep gedaan, tussen de geparkeerde auto's.
De tweede kerk, de barokke bombast van Il Gesù, de kerk van de Jezuïeten, is eerst ook dicht. Pas als er na veel vijven en zessen een koster is gevonden, mogen we via een nauw zijpoortje naar binnen. De eigenaardige sfeer van de Jezuïeten, die tijdens de Contrareformatie korte metten met die dekselse protestanten maakten, vult dan onze zintuigen. Vooral het graf van Ignatius van Loyola, de stichter van de orde, is een fascinerend werk.
Maar dan wreekt zich het straffe tempo dat Quaedvlieg en gids Marc Demandt erin houden. Voordat men koers zet naar de Sante Clemente, een kerk met een oude, rijke geschiedenis, moeten veel pelgrims afhaken. Pelgrimeren dwars door Rome met zijn vele moeilijke steentjes, blijkt voor veel van de deelnemers een kerk te ver. Er wordt een bus besteld die als een bezemwagen de opgevers moet opvangen. De tocht Sint Pieter-Sint Jan van Lataranen wordt zo een beetje een Parijs-Roubaix. De natte kasseien (natuurlijk - de heidense Pluvius plenst ook voor christenenen) en het moordende tempo van de kopgroep fungeren als scherprechter.
Gelukkig piepen en kraken de meesten wel, maar ze klagen niet. “Dat hoort erbij”, zegt de 70-plus pelgrim aan het tafeltje naast mij, die de middagpauze gebruikt om een aangescherpte pizza romana naar binnen te werken. “Ik ben hier vroeger eens met de fiets naartoe gekomen. Afzien! Maar dan, aan het slot, was Rome een traktatie, dan viel alle pijn weg. Nu, dat beetje pijn met lopen – ach, dat stelt niets voor.”
Petje af voor deze man. Zelf hap ik 's avonds naar adem als ik na een door bisschop Wiertz geleide dienst in de Sint Pieter, een kerkentocht dwars door de stad en een afsluitende vesperdienst in de Sint Jan van Lataranen graag in de bus naar mijn hotel plof. Rome krijgt me op de knieën, u zegt het.
Deel 3: Brave borsten![]()
Het heeft even geduurd, maar de eerste pelgrim is bestolen. Aalmoezenier van de luchtvaart Cor van der Krabbe is het slachtoffer. Drie onduidelijke figuren hebben de chauffeur van de bus waarin Cor zou plaatsnemen afgeleid om tegelijk Cors tas te kapen. “Ze gingen ervandoor in een zwarte Alfa Romeo”, zegt een mevrouw uit Cors gezelschap later. Dat had ze er niet bij moeten zeggen. Ik rijd zelf een zwarte Alfa en na het zwarte-Suzukisyndroom van de vorige Koninginnedag ben ik als de dood voor mafkezen die een bepaalde auto onherstelbaar beschadigen.
En Cor? Die slikt eens even, zoals het een onversaagd priester uit het leger betaamt. En hij betreurt diep het verlies van een partijtje goede sigaren.
Een beetje tegenslag – het hoort er natuurlijk bij. De vijver van een pelgrimage is nimmer rimpelloos. Zoals in de prachtige basiliek Sint-Paulus-buiten-de-Muren, een van de mooiste kerken van de stad. De naam heeft niets te maken met een congregatie die extramurale zorg voor patiënten levert, maar alles met de aanwezigheid van het gebeente van de apostel Paulus. Vroeger lag de kerk buiten de muren van de stad, maar met de uitbreiding van de stad er nu zowat middenin. Tijdens de plechtige eucharistieviering maandagmorgen in deze kerk zit ik naast een donkere vrouw met woest haar, die niet tot de Limburgse pelgrimsstoet behoort die ik nu aardig begin te kennen. De mis met tien heren – toe maar, het mag wat kosten deze jubileumreis – grijpt de vrouw bij elk gebed of zang aan om te gaan staan en deinend met haar handen in de lucht te zingen en te bidden. Jaja, ik weet het, in de eerste de best negro spiritual church of bij elke Pinkstergemeente kijkt niemand daar van op, maar ik ben met Limburgse pelgrims op stap en die behoren zich netjes te gedragen, nietwaar?
Bloednerveus word ik van dat gewiebel, geroep en gezang naast mij en ik kijk uit naar de verlossende slotbede van hulpbisschop Everard de Jong. Maar net als deze ons aanbeveelt “de brieven van de apostel Paulus thuis nog eens lekker door te lezen”, loopt de woeste haardos opeens naar het altaar, beklimt het en begint naast De Jong luidkeels te getuigen van haar geloof. De dood bestaat niet, Jezus leeft, wees niet bang voor de dood – het bekende laat-mij-er-eens-tussen-repertoire, zal ik maar zeggen. En dan is het handig dat het bisdom een sterke employé als Matheu Bemelmans heeft meegenomen, die, samen met een dienaar van Paulus-buiten-de-Muren, de vrouw snel, zij het niet geruisloos weet af te voeren.
À propos hulpbisschop. De Jong wijst de vierhonderd pelgrims er nog op dat er speciale biechtgelegenheid is in deze kerk op het graf van de apostel. “Een bijzondere zuivering van ons hart”. Dan beseft De Jong dat biechten voor de meeste katholieken van nu geen usance meer is. “Als u niet meer weet wat u fout gedaan heeft, vraag het dan even uw man of uw vrouw”. Gelach. Maar als de hulpbisschop en een priestercollega even later klaar zitten om berouwvolle pelgrims de biecht af te nemen, meldt zich niemand. Limburgers zijn kennelijk brave borsten.
Deel 2: Verhalen die doen veranderen![]()
De oudste pelgrim is 92 en heet Jan Pronk. Nee, niet de oud-minister, die is in verhouding nog piep. Onze Jan Pronk komt uit Raalte en heeft zichzelf getrakteerd op een Romebedevaart met het jubilerende Roermondse bisdom. Dat wil zeggen – zijn acht kinderen hebben hem de reis mogelijk gemaakt, want Jan zelf schopt nog geen deuk meer in een pakje boter.
Drie dochters, een zoon en een schoonzoon zijn mee op reis gegaan om vader in zijn rolstoel langs basilieken en pleinen te duwen, om hem de vaak steile trappen naar onmogelijk hoog gelegen kerken op te dragen en hem onder de oksels te grijpen als er in hotel, op straat of in de bus onheil dreigt.
Maar waar Jan fysiek net vóór de bezemwagen fietst, daar laat hij geestelijk de andere pelgrims alle hoeken van de kamer zien. Zeker als je opeens naast hem in de bus naar de volgende religieuze plek reist. Of ik de tekst van het O convivium sacrum uit het hoofd ken? Of ik weet waarom Johannes de Doper óók onbevlekt ontvangen is? Of ik de teksten van de Duitse religieuze liederen uit de jaren dertig kan zingen?
Jan heeft dat allemaal rotsvast op zijn harde schijf staan, verzekeren de kinderen me. En hij begrijpt er niets van dat de jeugd niet meer bij hem aantikt. Zelf is hij al drie keer in Lourdes geweest, heeft Fatima, Heede, Kevelaer, Medjugorje, Banneux en andere pelgrimsoorden bezocht, maar hij was nog nooit in Rome. Hier vertelt hij dat er geen mooier religieus feest is dan het Isdorusfeest uit zijn jeugd. Dat Luther in zijn tirade tegen de katholieke kerk veel te ver ging. En dat paus Johannes XXIII zo'n toffe peer was.
Want ook dat is pelgrimeren in Rome. Mensen ontmoeten die je verwonderen, je aan het denken zetten, je wellicht veranderen.
Neem Cees van Rooy, voor de kost burgervader van de fusiegemeente Horst aan de Maas. In Rome ontpopt hij zich als aimabel causeur die zich verwondert dat de katholieken zoveel eucharistievieringen in zo weinig pelgrimsdagen krijgen gestoken. Hij zet me aan het denken. Of pastoor Verheggen uit Tienray, die een bekwame gids blijkt die de volgelingen smakelijk door de geheimen van het Vaticaan loodst. Of oud-wethouder Jacques Wijnands van Horn, die met de energie van tien paarden gratis alle weetjes van Rome uitdeelt.
Droevige verhalen ook. Zoals van Lou Moonen die al tientallen jaren op zoek is naar een werk van de Limburgse kunstenaar Joep Nicolas. Een Jezus aan het Kruis uit 1932, die paus Paulus VI tegen het einde van de jaren zeventig, samen met veel andere moderne kunst, had verworven voor het Vaticaan. Lou is wel eens in Rome geweest, heeft bij het Vaticaans Museum gevraagd, maar daar wist men van niks. En in het depot mag een gewone sterveling niet komen kijken. Maar Lou kan niet rusten tot hij de Nicolas heeft gezien. “Kijk maar”, zegt hij en hij duwt me een kopie van een oude foto in de hand. Lou heeft zijn eigen reden voor een nieuwe bedevaart naar Rome. En voegt zijn eigen verhaal toe aan de vele wonderlijke verhalen die rondzingen als je het oor naar je medepelgrims laat hangen.
Deel 1: Roermond in Rome![]()
Als de buschauffeur de pelgrims die in Venlo en Roermond instappen een fijne vakantie toewenst, wordt de pastoor van Horst-America kwaad. “Vakantie? Schande. We gaan op bedevaart!”
De brave borst achter het stuur bindt in. Met ruim vierhonderd Limburgers pelgrimeert het bisdom Roermond naar Rome en dan is praten over vakantie vieren vloeken in de kerk. Pelgrimeren – het bezoeken van heilige steden en plaatsen ter loutering en versterking van het geloof: het trekt nog steeds veel belangstellenden. Ook in het jubileumjaar van het bisdom, dat voor deze tocht meelift op de ervaringen van de Organisatie Limburgse Bedevaarten. Directeur Olivier Dols en zijn mensen lopen zich de longen uit het lijf om de pelgrims fatsoenlijk van A naar B te krijgen.
Maar ook dan kan er iets mis gaan. Eén van de bussen die vrijdagmorgen al vanuit Limburg vertrokken, komt lelijk in de knel. Een kolossale file bij Basel en uren lang oponthoud voor een van de Alpentunnels stelt de Romegangers behoorlijk op de proef. De bus arriveert pas rond middernacht in de Italiaanse hoofdstad. De pelgrims zijn compleet gaar gebust. Maar ja, beproevingen onderweg, hoorde dat vroeger niet bij een echte pelgrimage? Een barre voettocht naar Santiago de Compostela, een lawaaierige nachttrein naar Lourdes, een fietstocht in de stromende regen naar Banneux of Kevelaer?
Dan is mijn aanloopreis een stuk makkelijker. Ik mag het vliegtuig waarvoor je 's nachts om vier uur uit je bed moet, lekker laten schieten en kan met de middagvlucht mee. Ik ben niet in de wieg gelegd voor een romantisch-heldhaftige aanloop naar een groot pelgrimsoord. Santiago de Compostela bezocht ik eens per auto, komende vanuit Noord-Portugal via het Spaanse Vigo. Je komt dan de verkeerde kant Compostela binnen en je hebt geen Camino afgelegd. En dat telt niet. Ook bij Fatima, Lourdes en Jeruzalem heb ik het kompas van de klassieke pelgrim verkeerd begrepen door op verkeerde tijden op de verkeerde plekken te zijn. Een pelgrimerende loser, zeg maar.
Rome moet dus alles goedmaken.
En dat kan moeilijk fout gaan, nu de bisschop en de hulpbisschop van Roermond voorop lopen. Dekens en pastoors uit het hele bisdom zijn uitgerukt om de belangstellenden te begeleiden. En het schema van de organisatie is zo strak dat de komende dagen geen belangrijke kerk wordt overgeslagen, geen beroemd heiligengraf wordt vergeten. Er zijn lange wandelingen om heel religieus Rome in ons op te snuiven. Met een audiëntie bij de paus als kers op de taart.
Als ik zaterdag tegen de avond het hotel in Rome bereik, wil ik uitrusten. Van de bustocht naar het vliegveld, de vliegreis en de dollemansrit in een taxi door Rome. Zondagmorgen zal de bedevaart beginnen met een mis in de basiliek Sant'Andrea della Valle. Maar de organisatie heeft net voor het diner een gaatje gevonden om nog een extra eucharistieviering aan het programma toe te voegen. In de Friezenkerk bij het Sint-Pietersplein. De kerk is tot de laatste stoel bezet door Limburgers. Die uit volle borst het zesde couplet van het Wilhelmus zingen, traditiegezang in deze kerk: Mijn schild ende betrouwen zijt Gij o God, mijn Heer. Na afloop bekijken we het prachtige doopvont dat jaren geleden door Maastricht aan de kerk is geschonken. Een juweeltje van de hand van de Limburgse kunstenaar Bert Kreijen, dat eerst in de Maastrichtse Augustinuskerk stond. Pas dan gaan we moe terug naar het hotel en merk ik dat ik het eerste beetje afzien achter de rug heb. Ha! Deze pelgrimage kan niet meer fout gaan.
Gepubliceerd op: 07.05.10 00:03, laatste update: 07.05.10 11:04