Pensioenen afgestempeld
Afstempelen. Een oud woord. Deze week was het terug. Zwakke pensioenfondsen moeten hun uitkeringen verminderen, afstempelen. Het woord doet denken aan de crisisjaren dertig van de vorige eeuw, toen de gemeentehuizen vol grote stempelkussens lagen.
Over afstempelen hoor je nu alleen nog bij fiets- en wandeltochten. Deelnemers moeten bij controleposten een stempel halen. Sommigen verzamelen die als kinderen zo blij. Een vriend die in zijn eentje naar Santiago de Compostela gefietst was, liet me trots een boekje met stempels zien. Ik geloofde ook zo wel dat hij zijn tocht volbracht had.
Maar voor kilometervreters zijn al die stempels een herinnering. Ze staan voor een prestatie, voor iets dat je gehaald hebt. Nu, met dat pensioengedoe, betekent afstempelen precies het tegendeel. Iets dat je gehaald hád, je dierbare pensioen, iets dat binnen leek, ben je deels weer kwijt.
Waarom eigenlijk? Afstempelen van pensioenen is flauwekul. Nederlandse pensioenfondsen zijn rijk, nog steeds. Alleen: de vermogens gaan steeds sterker op en neer. Vorig jaar krompen ze flink, begin dit jaar herstelden ze zich prima en nu zijn ze weer een stuk minder. Dat is geen ramp. Een pensioenfonds is een zaak van lange adem. De tijd masseert uitschieters weg. Zolang de deelnemers een voor een dood gaan en zich keurig houden aan de sterftetafels van de administrateurs, is er niet veel aan de hand. Voor de rest moet je er vrede mee hebben dat je in Gods hand bent en die van beleggers.
Gepubliceerd op: 20.08.10 07:00