Sjuulke (Mirjam van Elderen-Alders) ontwaakt in het bos en wordt door hamster (Bram Holla), aardzwijn (Maddie Teeuwen) en uil (Bibian Baur) argwanend ontvangen. Ze wint echter hun sympathie en om door de andere dieren te kunnen worden geaccepteerd maken ze een fantasiedier van haar, de bolowama. Maar de test doorstaat ze niet, vooral door toedoen van Spinza (Mariëlle Billekens). Maar de dieren beseffen wel dat ze met de mensen in de figuur van Ambiorix (Hay van Hoorn), Florix (Jasper Kuntzelaers) en Sjefke (Abbie Chalgoum) moeten samenwerken, willen ze voorkomen dat hun leefgebied door toedoen van de wethouder (Ine Hinssen) helemaal verdwijnt. Uiteindelijk trouwt vosje Vestina (Linda Zijlmans) met haar geliefd mens en krijgt Sjuulke haar Sjefke.
Het verhaal is een echt sprookje. Fantasievol, gebeurtenisrijk, kleurrijk. Het biedt de schrijvers de mogelijkheid af en toe kritisch te zijn over de Venlonaar (Minse moele, de Venlonaer veural), steekjes uit te delen naar politiek (de wethouder die alles doet voor persoonlijke roem), carnavalswereld (de elveraad is een haantjesraad geworden), lokale figuren op te voeren en zelfs diepere gedachten te verwoorden (Wae bin ik? Woë zit det in?). Maar het verhaal ontspoort ook een beetje in overvolle bühneplaatjes, onnodige verhaallijnen en overbodige liedjes, hoe mooi ze ook zijn. Op een avond 28 liedjes voorbij te laten komen, is wat veel van het goede. Maar zo'n liedje als Halleloeja Sjiengelaboem van de zingende paters weet dan toch de handjes op elkaar te krijgen.
Hoewel de zangers het niet nodig hebben, luistert het publiek naar vooraf opgenomen muziekbanden en dat doet pijn. De arrangementen van Jan Theelen zijn traditioneel inventief, de ingezongen partijen een voor een uitstekend. Maar het doet toch wat onecht aan, vooral als het playbacken zichtbaar wordt. De geluidskwaliteit op de première-avond was bovendien zeker nog niet optimaal. Dan blijken de zangers nog betere acteurs te zijn. De inzet van alle spelers is optimaal. Ze geloven in de teksten en dat komt goed over. Annie-Marie Verberkt als vorstin springt eruit met haar vurige blik, ook Linda Zijlmans en Bram Holla verdienen meer complimenten dan de anderen. Favoriet is Mariëlle Billekens als heks/spin.
Regisseur Cees Rullens heeft zich kunnen uitleven en blijkt alle touwtjes strak in de hand te hebben. Prachtige sfeerbeelden, tableaus met vele spelers, met de vermenselijkte bulldozer als hoogtepunt. Vele spitsvondige details in de personages, vooral bij de hanen en de konijnen.
De kostuums en de decors verdienen aparte vermelding, ze vormen een substantieel deel van de productie. De Venlose revue zou de Venlose revue niet zijn als daarop zou worden bezuinigd. De techniek schijnt inderdaad voor niets te staan en alle mogelijkheden zijn benut. Overweldigend gewoon.
Jammer is het einde. Het slotlied heeft geklonken, er volgen nog wat afrondende dialoogjes en het doek valt in een stilte, terwijl iedereen wil meeklappen.
De Venlose revue is geen revue meer, maar een professioneel geproduceerde musical met een enorm budget die zijn eigen talent mogelijkheden geeft, aanmoedigt en koestert. En in deze productie wordt de essentie daarvan ook nog eens verbeeld: geef warmte in de eigen stad, zodat het potentieel de wereld kan veroveren, in elk geval Limburg. Het publiek was dankbaar.
Nog heel vaak te zien.
Gepubliceerd op: 10.09.10 10:41, laatste update: 10.09.10 17:40