Sef Derkx, publicist en medewerker van het Limburgs Museum, is bezig met een zoektocht naar het lot van Toon Bergmans.
Geen saai archiefwerk, maar gesprekken met familieleden, oude buren en andere mensen die Bergmans destijds kenden.
.
.
.
1.Vermist![]()
Waar te beginnen als je op zoek gaat naar iemand die vijfenzestig jaar geleden een laatste levensteken heeft gestuurd en van wie vervolgens nooit meer iets is vernomen?
Deze speurtocht naar Toon Bergmans (Venlo 1921) is de zoveelste sinds de zomer van 1945. Alle eerdere pogingen van de familie, van kennissen en geïnteresseerden, maar ook van officiële instanties zijn gestrand. Toon Bergmans was op het moment van zijn verdwijnen net drieëntwintig jaar. Men gaat ervan uit dat hij overleden is. Maar wanneer precies en onder welke omstandigheden?
Wie zoekt zal vinden, is tegenwoordig wie googelt zal vinden. Ieder onderzoek begint op de computer. Tik 'Toon Bergmans Venlo' in bij Google en een fractie van een seconde later rollen de zoekresultaten over je scherm. De Toon Bergmans die wij bedoelen, heeft slechts één hit. Hij staat vermeld in het zogenaamde Dodenboek van het gemeentearchief van zijn geboorteplaats Venlo. Het Dodenboek (http://historie.venlo.nl/ persoon.asp?odID=965) is een digitaal monument voor de honderden Venlose slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.
Wat zegt het Dodenboek over Toon Bergmans?
'Het is niet gelukt om over de dood van A.W.J. Bergmans enige zekerheid te verkrijgen. Volgens mondelinge overlevering zou Bergmans betrokken zijn geweest bij pilotenhulp. Op een onbekende datum zou hij ergens in Frankrijk in een vuurgevecht met Duitse militairen om het leven zijn gekomen. Formeel geldt hij als vermist.'
De Toon Bergmans die ons aankijkt vanaf de foto, is een man die nog veel van een jongen heeft. Ondanks de met pommade tot een strakke coupe gedrilde haren. Achter de glazen van zijn bril twinkelen heldere ogen. Om zijn lippen zweemt iets van een voorzichtige lach.
Het gemeentearchief van Venlo.
Ik word wegwijs gemaakt in de ladekasten met microfiches waarop de burgerlijke stand van Venlo is overgebracht en krijg het advies te kijken tussen de gezinskaarten. Inderdaad: raak! Hier staan ze. Alphons Marie Hubert Bergmans en zijn vrouw Hubertina Christina van de Laar, allebei in Venlo geboren in 1890. Hun eerste kind is Toon Bergmans, Antonius Wilhelmus Josephus. Dé Toon dus. Op 18 juni 1921 wordt hij geboren. Na hem komen nog een dochter, Nellie, en een zoon, Wiel. De familie woont eerst aan de Heilige Geeststraat, hartje stad. Op 24 april 1928 verhuizen ze naar een buitenwijk, naar de Hogeschoorweg 1 aan de Maas. Bij vader Alphons en zoon Toon staat in de kolom beroep: 'houthandelaar'. Een geboorteakte van Toon is er niet. Nog niet. Dat document is bij de afdeling bevolking.
Voor een genealoog, een familievorser, zijn gedachtenisprentjes krenten in de informatiepap. Wie in het gemeentearchief van Venlo gedachtenisprentje zegt, zegt in één adem Fientje Houtakkers. In de jaren zeventig en tachtig was ze als vrijwilligster actief met het aanleggen van de verzameling doeëdsprint- jes. Ieder prentje werd zorgvuldig door Fientje gelezen. Het erin gestolde verdriet greep haar vaak naar de keel. Dan zat ze snotterend in de studiezaal. Om en nabij de vijftienduizend bidprentjes omvat de collectie, netjes opgeslagen in zuurvrije kartonnen dozen. Alle namen met de bijhorende data van geboorte en overlijden zijn in een database gezet en kunnen geraadpleegd worden op de studiezaal, maar ook via de internetsite van het gemeentearchief (http://archief.venlo.nl/ genealogie/ zoek-bidprentjes.asp).
Ik tik 'Bergmans' en vind de prentjes van de vader en moeder van Toon Bergmans.
De studiezaalbeheerder ijlt naar het depot om ze te halen.
2. Stil verdriet![]()
Het is het ergste dat je als ouder kan overkomen. Als je kind verdwijnt, oplost in het niets.
De gedachtenisprentjes van de ouders van Toon Bergmans vertellen over het leed. Vader Funs overlijdt op 9 juni 1959. Hij was diep religieus. Lid van het Sint-Martinuskoor, lid van de Heilige Familie en van het Aartsbroederschap van het Heilig Sacrament. Elke dag ging hij naar de vroegmis, iedere week naar het kapelletje van Genooy. Naar Sleefvruike van Genuë. Ongetwijfeld zal hij er gebeden hebben voor zijn vermiste zoon, een kaarsje hebben opgestoken. 'Dit grote geloof', zegt zijn gedachtenisprentje, 'sterkte hem ook in de beproevingen en teleurstellingen, die hem niet bespaard zijn gebleven; vooral het verlies van een zijner zoons door de oorlog is jarenlang een gevoelig plek bij hem gebleven'. Bij moeder Hubertine Bergmans-van der Laar, overleden op 26 oktober 1966, wordt het herhaald met minder woorden, meer bestemd voor naasten die toch wel wisten hoe het zat: 'Het leed is haar in het leven niet bespaard gebleven, maar gelovig heeft zij het gedragen.' Wat je je afvraagt bij zoveel leed, gedragen door vroomheid en godsbesef, is of zij op zeker moment niet zijn gaan twijfelen aan hun geloof, zich in de steek voelden gelaten, gewoon ontzettend kwaad zijn geworden.
Het aantal mensen dat de ouders van Toon Bergmans heeft gekend, is niet meer zo groot. Ik bel Leo Breuren, al dik vijftig jaar kapelaan aan de Sint-Martinuskerk in Venlo. Hij heeft een olifantengeheugen, maar aan vader of moeder Bergmans heeft hij geen herinneringen en het verhaal van Toon is hem onbekend. Hij adviseert contact op te nemen met Theo Geven, voorzitter van het Sint-Martinuskoor, waarvan Funs Bergmans jarenlang lid was. Geven is verrast. Net deze week heeft hij een DVD binnen gekregen met gedigitaliseerd filmmateriaal van het koor. Daarop staat ook Funs Bergmans. Toeval bestaat niet. Als ik hem vertel dat de man onder een diep leed gebukt ging, valt Geven stil. "Een zoon die verdwenen is in de oorlog? Daar heeft hij het nooit over gehad."
Toon Bergmans doemt uit alle verhalen op als een echte avonturier. Je verwacht dat niet bij zo'n keurige jongen uit een net Venloos middenstandsgezin. Als oudste zoon en beoogd opvolger had hij na de MULO actief moeten zijn in de houthandel van zijn vader. Maar volgens Jacques Bergmans (83), neef en tevens buurman aan de Hogeschoorweg, was Toon al vroeg een buitenbeentje: "Het was een hele gezellige jongen, maar laat het me zo zeggen: het werken had hij niet uitgevonden. Toon was een sjiekaar, een dandy. Het zware werk in de houtzagerij liet hij over aan zijn vader en broer Wiel. Venlo was te klein voor hem.' Wat neef Toon in de oorlog precies uitspookte, wist Jacques Bergmans niet. "Midden in de oorlog dook hij plotseling weer op. Vermomd als landloper. Heel opmerkelijk voor Toon, die er altijd pico bello bijliep. Hij vertelde dat de Duitsers hem op de hielen zaten. Hij was ook zó weer gevlogen. Maar goed ook, want 's avonds stond de Grüne Polizei bij oom Funs en tante Tien aan de deur. Die had er blijkbaar lucht van gekregen dat Toon in Venlo was."
Pas jaren na de oorlog kreeg neef Jacques iets te horen over de verzetsactiviteiten van zijn neef. Tot op de dag van vandaag weet hij er het fijne niet van.
3. Zwitserland![]()
Het is dinsdagmiddag 23 november 1943 rond de klok van twee als de aandacht van Emile Comte, grenswacht in het Zwitserse Goumois, getrokken wordt door een jongeman. Het is niet iemand uit de buurt. Zoveel jongens van een jaar of twintig wonen er niet in deze uithoek van Zwitserland, en Comte kent ze stuk voor stuk. Het zijn allemaal boerenknullen. Dit is een heertje, een kantoorklerk. Maar er iets vreemds aan de hand met zijn zondagse pak. De broekspijpen zijn nat.
Comte houdt de onbekende staande en vraagt hem zich te legitimeren. Foto en persoon zijn identiek. Geen twijfel mogelijk: Bergmans, Antonius Wilhelmus Josephus, geboren op 18 juni 1921 in Venlo. Het paspoort is redelijk nieuw, nog geen jaar oud. Maar het visum voor Zwitserland ontbreekt. Wat de grenswacht al vermoedde, klopt dus. De vreemde met de natte broekspijpen is iemand die probeert ongemerkt Zwitserland binnen te komen. Nu de oorlog steeds grimmiger wordt, zijn dat er meer en meer. Is hij een vluchteling die snakt naar veiligheid en rust of zou hij een van de vele gelukszoekers zijn? Comte steekt het paspoort bij zich en neemt Toon Bergmans mee naar de Zwitserse grenspost Goumois. Daar wachten de koffie en een formulier waarop de gegevens worden genoteerd van illegale grenspassanten. Op de vraag hoe Bergmans naar Zwitserland is gereisd, verklaart Toon dat hij van Antwerpen over Brussel, Parijs en Besancon naar Maîche is gegaan. Van daaruit is hij naar de grens gelopen, bijna in een rechte lijn. Langs het riviertje de Doubs, dat Frankrijk van Zwitserland scheidt, is hij gaan zoeken naar een plek waar hij ongezien kon oversteken. Tot aan de grens is hij, naar eigen zeggen, gegidst door iemand. Maar het laatste stukje heeft hij op eigen houtje afgelegd. Natuurlijk wordt hem gevraagd naar het vluchtmotief. Bergmans antwoordt dat de Duitsers hem zoeken. Toen hij bij zijn ouders was, heeft hij zijn naam op de radio gehoord. De Duitsers willen hem hebben vanwege zijn deelname aan sabotagedaden. Hij somt ze op: "Ik heb vermomd als Nederlands politieagent vijftien personen bevrijd uit een gevangenis. Ik heb een verenigingslokaal van de Hitlerjugend in brand gestoken en een auto van de Duitse bezetter." De verklaring gaat in een dossier en de arrestant wordt overgebracht naar het nabijgelegen centrumstadje Saignelégier. Tegen acht uur 's avonds wordt besloten Toon Bergmans vanwege het ontbreken van papieren die zijn verhaal kunnen staven, terug te sturen naar Frankrijk. De reden waarom de Venlonaar op deze herfstdag opeens opduikt in Zwitserland is niet duidelijk. Zou hij echt bij de verzetsdaden betrokken zijn geweest die hij oplepelt? Of is het een gefantaseerd verhaal waarmee hij hoopt asiel te krijgen? Hoe dan ook, met het illegaal passeren van de grens heeft Bergmans zichzelf in groot gevaar gebracht. De zone tussen Frankrijk en Zwitserland is een niemandsland vol dreiging. Je hebt voortdurend de kans tegen een patrouille op te lopen. Met die van de Franse grenspolitie wil het nog wel eens los lopen. Maar wie in handen valt van een van de Duitse doodseskaders die overal langs de grens op zoek zijn naar joden en leden van het verzet, is verloren. En als je uit hun handen weet te blijven, zijn er nog de versperringen. Rond de burcht van de vrijheid die Zwitserland is, ligt een hoge en metersbrede gordel van vlijmscherp prikkeldraad. Toch waagt Toon Bergmans het erop. Is het de zucht naar avontuur of heeft hij zich werkelijk in de nesten gewerkt? Wat is er met deze wat stille jongeman uit Venlo gebeurd dat hij dit levensgrote risico neemt?
4. De Witte Brigade![]()
Daags voor het geplande interview belt hij om half negen 's ochtends op met de alarmerende boodschap dat we maar gauw moeten komen, omdat het niet zeker is of hij de afspraak nog haalt.
Als we ons met een bang gemoed melden bij zijn appartement in een Blericks seniorencomplex, wacht Carol van der Sluiszen (86) ons al ongeduldig op.
De reden van zijn verzoek om terstond te komen, weegt niet meer zo zwaar nu zijn huisarts hem bezocht en gerustgesteld heeft.
Maar hij popelt om te vertellen over Toon Bergmans: "In de oorlog was er niets te doen voor jongens van onze leeftijd. 's Avonds liepen we door de stad. Lomstraat, Vleesstraat en dan weer terug. De woensdag was speciaal. Dan hadden de dienstmeisjes hun vrije avond. Die wandelden aan de overkant van de straat. Op zekere avond kwam Toon Bergmans naar me toe en zei dat hij met mij over wilde lopen."
Van der Sluiszen valt even stil om een volgende sigaret uit het pakje te peuteren. Als daar de brand in is, steekt hij weer van wal.
"Toon was een stille jongen. We konden het goed met elkaar vinden. Als ik wat in mijn kop had, had hij het ook. We werden boezemvrienden."
Dat Toon plannen had om zich bij de illegaliteit aan te sluiten, liet hij aanvankelijk niet merken. Maar bij een zwempartijtje in het Sportfondsenbad gebeurde er iets opmerkelijks. "Er waren Duitse militairen in het bad. Hun uniformen hingen in kleedhokjes. Een ervan stond open. Toon zei, kom op we pikken dat pistool. We gingen erheen, maar opeens kwam een van die gasten aanlopen. Dat plan ging dus niet door."
Op een dag eind 1942 meldde Toon zich bij Carol thuis met de mededeling dat hij iets wilde bespreken.
Iets dat niet voor vreemde oren bestemd was.
De vrienden liepen naar het café van de familie Gadet in het City-Theater, een bekende bioscoop in de Venlose binnenstad.
"We bestelden wat te drinken en toen we het voor ons hadden staan biechtte Toon op dat hij wegging. Hij vroeg of ik mee wilde. Waarheen vroeg ik. Naar de Witte Brigade, de Brigade Blanche in België. Dat was een verzetsgroep. Ik durfde veel in die tijd, maar dat toch niet. Het was mij te gevaarlijk. Eerlijk gezegd denk ik dat Toon geronseld was."
De twee dronken nog een glas en gingen naar huis. Een dag of wat later kwam Toon Bergmans weer naar Van der Sluiszen om afscheid te nemen. "Toen hij vertrok, gaf hij mij zijn pasfoto. Die is voor jou, zei hij. Ik heb dat fotootje vijftien of twintig jaar in mijn portemonnee bewaard. Tot ik het aan de zus van Toon heb gegeven."
Carol van der Sluiszen heeft nooit meer iets van zijn vriend gehoord. Geen bezoekje, geen kaart, geen brief, geen enkele boodschap.
Dat Bergmans zich wilde aansluiten bij het verzet tegen de Duitsers was duidelijk, maar hoe het precies in elkaar stak is de oud-winkelier in scheepsbenodigdheden uit Venlo nooit te weten gekomen.
Toen hij na vijfenzestig jaar opeens de pasfoto van zijn boezemvriend in de krant zag staan, viel hij van verbazing bijna van zijn stoel.
5. Liefde![]()
10 mei 1940, vier uur 's morgens.
Half Venlo vliegt van schrik uit bed door een enorme dreun.
De beide bruggen over de Maas zijn opgeblazen. De Duitse inval stokt.
De Maas is enkele uren frontlinie.
De Venlonaren die aan de rivier wonen, zoeken een goed heenkomen elders in de stad.
Onder de evacués is de familie Bergmans. Als na enkele dagen de rust is teruggekeerd, komt een meisje uit de buurt Toon Bergmans tegen. De jongen is nog steeds ontdaan. Op haar opmerking 'Het is wat met die Duitsers', antwoordt Toon uit de grond van zijn hart: "Maar daar ga ik tegenin!"
Natuurlijk, het is een jongen van zeventien die het roept, maar toch. In het licht van de gebeurtenissen die komen, is het opvallend.
Het zijn turbulente tijden, de storm van het leven blaast Toon vol in het gezicht.
De adolescent raakt los van de ankers van het katholieke, burgerlijke milieu van zijn jeugd.
In 1947 verklaart vader Fons tegenover de Missie tot Opsporing van Vermiste Personen uit de Bezettingstijd dat zijn zoon 'avontuurlijk is aangelegd'.
Hij heeft in de oorlog in de zwarthandel met hout 10.000 gulden verloren. Om dat vermogen terug te verdienen, is Toon deviezen gaan smokkelen. Maar het is misgegaan. Toon heeft in België vastgezeten. In september 1943 is hij weer opgedoken in Venlo. Platzak.
Als je de verklaring leest, kun je de emoties navoelen van Bergmans senior.
Zijn vaderhart zal gebloed hebben.
En dan is er neef Wilko Bergmans, kinderboekenschrijver en strandjutter van Texel.
In 1990 publiceert hij het curieuze, om niet te zeggen dubieuze boekje 'De Nachtmerrie van Venlo'.
Het is een relaas over plattegronden van het Duitse vliegveld bij Venlo die Wilko Bergmans door heeft gespeeld naar het verzet.
Kenners zetten er grote vraagtekens bij. Maar goed, één hoofdstuk is gewijd aan Toon Bergmans.
De auteur komt hem in 1942 tegen in een café aan het Thorbeckeplein in Amsterdam. Toon zit aan de bar te luisteren naar een optreden van Sanny Day, de zangeres van The Millers.
Het eerste wat Wilko opvalt, is dat zijn neef zijn haar zwart heeft geverfd.
Toon vertelt over zijn Grote Liefde, een ballerina uit Brussel. Zijn ouders zien natuurlijk niets in de romance. Een minderjarige jongen en een danseres uit het mondaine Brussel, stel je voor!
Maar zoals het gaat: het kloppen van het verliefde hart en de drift van het bloed zijn altijd sterker dan vermaningen van ouders. Toon neemt geld mee van thuis en volgt zijn lief naar België.
Het is een smeuïg verhaal dat Wilko Bergmans serveert, maar de vraag blijft: is het waar?
Opvallend is wel dat het speelt in Brussel. België dus, waar Toon achter de tralies zit wegens gerommel met deviezen.
Wilko Bergmans legt in de 'Nachtmerrie van Venlo' een opzienbarende link tussen neef Toon en een van de beruchtste personen uit de Tweede Wereldoorlog, de dubbelspion Chris Lindemans alias King Kong.
Lindemans zit diep in het verzet als hij, na de arrestaties van zijn broer en vrouw, besluit met de Duitse contraspionagedienst (Abwehr) samen te werken. Hij onthult de plannen voor Market Garden en geeft de namen prijs van velen uit de illegaliteit.
Toon Bergmans zou een van de slachtoffers zijn van het geruchtmakende 'Verraad van Lindemans'.
Nogmaals, volgens Wilko Bergmans.
Het verband tussen King Kong en Toon Bergmans is heel onwaarschijnlijk.
Maar goed, het is een spoor dat we toch zullen natrekken.
6. Amsterdam![]()
Sinds de zomer van 1945 is met tussenpozen gezocht naar Toon Bergmans. Maar steeds sloeg de hoop om meer te weten te komen over zijn definitieve lot, stuk op het granieten gegeven dat over de laatste levensdagen van Toon Bergmans niets bekend is. Er zijn geen getuigen opgespoord, geen documenten teruggevonden.
Het is oktober 1947 als A. Struik, opsporingsambtenaar van het ministerie van sociale zaken, naar Venlo komt om in het kader van het dossier van de vermiste Toon Bergmans bij vader Bergmans een verklaring op te nemen. Senior vertelt dat zijn zoon in de oorlog in de problemen is geraakt met zwarthandel. Toon had in Amsterdam een partij hout voor tienduizend gulden doorverkocht. "Hij had het voornemen dit bedrag bij de verkoper af te geven. Onderweg ontmoette hij kennissen, die hem in een café mededeelden, dat met fl. 5000,- in een ogenblik fl. 2000,- extra was te verdienen. Mijn zoon heeft het geld voorgeschoten. Enkele ogenblikken daarna deed de politie een inval in het café en hij was het geld kwijt." Een poging het geld terug te verdienen met deviezensmokkel eindigde in een gevangenis in België. Als Toon berooid terugkeert bij zijn ouders - het is inmiddels september 1943 - wacht hem tewerkstelling in Wenen. "Hij voelde er niets voor en is door bemiddeling van Van Laarhoven, drukker te Tilburg, naar Zwitserland uitgeweken." De connectie met Tilburg is interessant. In federale archieven in Zwitserland zijn inderdaad vervalste reisbescheiden van Bergmans teruggevonden. Ze waren in Tilburg uitgeschreven en gaven Toon een vrijgeleide naar Marseille.
Ambtenaar Struik, die in 1947 het proces-verbaal opneemt, concludeert voor zijn meerderen op het ministerie dat de vermiste 'op het hellend vlak' was en dat de zaak hem verdacht voorkomt, mede omdat de naam Toon Bergmans bij de illegaliteit niet bekend is. Struik beëindigt zijn rapport met de mededeling dat Bergmans in Amsterdam heeft gewoond aan de Vijzelstraat, maar dat het huisnummer onbekend is.
Toons verblijf in Amsterdam heeft geen sporen nagelaten in het hoofdstedelijke bevolkingsregister. Hij is ook niet uitgeschreven in Venlo. Waarmee hij zich precies bezighield in Amsterdam is onbekend en met wie hij er omging eveneens. Gelet op de gebeurtenissen die gaan volgen, staat vrijwel vast dat hij in de zomer van 1943 contacten krijgt met het verzet. Zelf zal Toon in december van dat jaar, als hij voor de tweede maal opduikt in Zwitserland, refereren aan zijn betrokkenheid bij een aanslag op het verenigingslokaal van de Nationale Jeugdstorm in Amsterdam.
De Nationale Jeugdstorm was de jongerenbeweging van de NSB, een tegenhanger van de immens populaire maar verboden padvinderij. De stormers vielen op door hun uniformen: de jongens en meisjes droegen een astrakanmuts met een afbeelding van een zeemeeuw, een lichtblauw hemd en een zwarte korte broek; de meisjes een zwarte rok.
Aan het Surinameplein in Amsterdam stond een populair verenigingslokaal. In de nacht van zaterdag 21 op zondag 22 augustus 1943 werd het gebouw totaal verwoest. Oorzaak: brandstichting. Er werd een politieonderzoek ingesteld maar de daders zijn nooit achterhaald. De aanslag deed veel stof opwaaien. In de dagen erna werden overal in Amsterdam plakkaten opgehangen waarop burgers werden opgeroepen geld te storten op de rekening van de Nationale Jeugdstorm 'opdat mede door uw hulp onze jongens weer spoedig onder dak zijn.' Ook als Toon zelf niet actief bij de brandstichting betrokken is geweest, moet hij er, door alle commotie, zeker weet van hebben gehad.
In het kader van de Nationale Archievendag houdt Sef Derkx op zaterdag 17 oktober een lezing over zijn zoektocht naar Toon Bergmans. Aanvang 16 uur in het Gemeentearchief Venlo (Dr. Blumekampstraat 1). Toegang gratis.
7. Porrentruy![]()
In de oorlogszomer van 1944 verdween Toon Bergmans uit Venlo van de aardbodem. Hij was toen net 23. Wat is er met hem gebeurd? Stadsgenoot Sef Derkx ging op speurtocht. Vandaag aflevering 7.
De Toon Bergmans van deze rubriek is niet de Toon Bergmans die voortleeft in de herinneringen van zijn oud-klasgenoot Huub Peters (89). \
In de jaren dertig zaten ze samen op de Venlose Mulo. Toon Bergmans was een stille, slungelachtige jongen. Hij had de bijnaam De Plank, kon met iedereen goed opschieten, maar leefde toch een beetje in een eigen wereldje. Peters herinnert zich dat ze als tieners samen wel eens naar de kermis in Kaldenkerken geweest zijn. En dat er geflirt werd met de meisjes van de huishoudschool. Die lag naast de mulo en de speelplaatsen grensden aan elkaar. Maar daarmee had je het wel gehad met de avonturen en avontuurtjes.
Oorlog verandert mensen. Op 8 december 1943 waagt Toon Bergmans voor een tweede keer een poging om Zwitserland in te komen. Clandestiene overschrijding van de Frans-Zwitserse grens was destijds geen sinecure. De bewaking was buitengewoon streng. Zwitserland was neutraal en iedereen die op de vlucht was voor de nazi's probeerde ernaar uit te wijken. Wie binnen twaalf kilometer van de grens werd aangetroffen, mocht geen contact opnemen met zijn consulaat en liep grote kans linea recta teruggestuurd te worden. Bergmans was dat midden november 1943 overkomen.
Dik drie weken later doet hij dus opnieuw een poging. Hij wordt aangehouden bij het grensplaatsje Fahy en voor nader onderzoek overgebracht naar de districtsgevangenis in Porrentruy, een stad in de Zwitserse Jura beroemd om zijn uurwerken. Twee dagen na zijn aanhouding wordt Toon voor verhoor voorgeleid aan Guillaume Eberlé, kapitein van de marechaussee. Hij verklaart dat hij na zijn eerdere uitzetting naar Maîche in Frankrijk gegaan is. Nu hij opnieuw in Zwitserland is, wil hij een officieel verzoek indienen om er te mogen blijven zolang de oorlog nog duurt. Als hem gevraagd wordt naar het waarom, zegt Toon dat hij door de Duitsers wordt gezocht in verband met sabotageactiviteiten en dat hij vreest ter dood te worden gebracht.
Of dat indruk maakt, blijkt niet uit de archiefstukken, maar de asielprocedure lijkt toch op gang te zijn gebracht. De eerste stap is een bezoek aan een arts. Die constateert dat de vluchteling een mondabces heeft, maar voor de rest kerngezond is. Eberlé heeft inmiddels de documenten die op Toon zijn gevonden, gecontroleerd en geconstateerd dat hij vervalste reisbescheiden bij zich heeft. Ze zijn quasi uitgeschreven door het Gewestelijk Arbeidsbureau van Tilburg en geven Bergmans een vrijgeleide voor een reis door Frankrijk naar Marseille, waar hij zogenaamd als kantoorbediende gaat werken bij de bouwonderneming Sartorius. Nog dezelfde dag worden foto's en vingerafdrukken genomen. Als dat achter de rug is, gaat Toon terug naar zijn cel. Hij heeft dan twee dagen de tijd om een goed onderbouwd verhaal te construeren op basis waarvan zijn asielverzoek kans van slagen heeft.
Op 13 december 1943 zit Guillaume Eberlé opnieuw klaar om Toon Bergmans te ondervragen over zijn motieven om naar het veilige Zwitserland te vluchten. De Venlonaar heeft de tijd in de cel goed gebruikt. Hij steekt een verhaal af waarvan zijn ondervrager blijkbaar zó onder de indruk raakt, dat hij herhaalde malen de verkeerde toetsen op zijn typemachine aanslaat. (wordt vervolgd)
SEF DERKX derkx5@xs4all.nl
8. Kerstwens![]()
Hoe brengt Toon Bergmans de nacht van 12 op 13 december 1943 door? Spookt hem al de ondervraging door het hoofd die de volgende dag gepland staat? Of slaapt hij de slaap der rechtvaardigen in zijn cel in het Zwitserse Porrentruy? Hoe het ook zij, 13 december 1943 is een belangrijke dag. De verklaring die hij gaat afleggen zal beslissend zijn voor de vraag of hij als vluchteling in Zwitserland mag blijven. Ongetwijfeld heeft hij het goed overdacht. Drie weken tevoren werd hij het land uitgezet, omdat zijn verhaal niet overtuigend genoeg was. Dat zal hem geen tweede keer overkomen. We vatten samen wat Toon vertelt aan Guillaume Eberlé, zijn verbalisant:
"Midden augustus 1943 sloot ik me aan bij een verzetskern in Holland. De groep behoorde tot de communistische beweging. De eerste sabotagedaad was de aanslag op het gebouw van de Jeugdstorm in Amsterdam. Begin oktober 1943 was ik betrokken bij een brandstichting in een opslag voor stro in Den Haag. We waren met zijn tweeën en we gebruikten onze aanstekers. Enkele dagen later werd er bij mij gebeld. Ik keek uit het raam en zag een auto van de Duitse politie staan. Mijn vriend en ik zijn over het dak gevlucht naar het gebouw naast ons en daar naar beneden gegaan. Op straat stond de auto van de Gestapo. Niemand zat erin, de sleutel stak nog in het contact. We zijn met de auto gevlucht naar het Noord-Hollands Kanaal en hebben de auto het water in geduwd. Ik ben ondergedoken en kreeg te horen dat de Gestapo bij mijn ouders was geweest voor een huiszoeking. Op 3 november 1943 heb ik samen met drie vrienden vijftien ter dood veroordeelden bevrijd uit de politiegevangenis van Utrecht. Wij waren vermomd en droegen groene uniformen van de politie. We hebben ze bevrijd uit een auto, waarmee ze naar een andere gevangenis werden overgebracht om geëxecuteerd te worden. De Gestapo zat me op de hielen, waardoor ik genoodzaakt was te vluchten naar Zwitserland. Ik ging eerst naar mijn ouders in Venlo en vervolgens naar Tilburg waar ik tien dagen heb gewacht op vervalste reispapieren. Ik kreeg ze van drukker Van Laarhoven. Zijn zoon Hubert is geïnterneerd in Zwitserland in het kamp Verrières. Op 14 november 1943 heb ik Nederland verlaten en ben ik clandestien via België en Frankrijk naar Zwitserland gereisd. Ik verzeker u dat ik de waarheid spreek over mijn anti-Duitse activiteiten in Holland."
Of Toon Bergmans écht de waarheid spreekt, is zeer de vraag. Van de bevrijding van vijftien gevangenen in Utrecht is geen spoor terug te vinden in archieven. Maar zijn verhaal maakt indruk. Toon mag zijn cel verlaten en wordt overgebracht naar het vluchtelingenhotel La Feuillée bij Lausanne. Van daaruit stuurt hij via het Zwitserse Rode Kruis een levensteken naar zijn diep ongeruste ouders in Venlo. Omdat hij door de Duitsers gezocht wordt en om zijn familie niet in gevaar te brengen, noemt hij zichzelf Antoine de Boucheron. Hij laat weten dat hij goed is overgekomen en kerngezond is. Hij wenst iedereen een zalige Kerstmis en een gelukkig Nieuwjaar. Hij hoopt op een spoedig weerzien en sluit af met: "Bid veel" en een hoofdletter T, de initiaal van zijn voornaam. Op 30 december 1943 krijgt Toon goed nieuws te horen. De autoriteiten hebben besloten dat hij in Zwitserland mag blijven.
9. Les Verrières![]()
Het oorlogsjaar 1943 liep op zijn laatste benen. In afwachting van het definitieve besluit van de autoriteiten over zijn verzoek om in Zwitserland te mogen blijven, was Toon geïnterneerd in kasteel Mont-Choisi La Rosiaz in Pully, een stadje in de buurt van Lausanne. Hij had er het kerstfeest meegemaakt, samen met tientallen andere ontheemden die gevlucht waren voor de nazi's. Het moet een bijzondere ervaring geweest zijn voor de van huis uit diepreligieuze Venlonaar. Ongetwijfeld zijn zijn gedachten uitgegaan naar Venlo, naar zijn familie.
Chateau Mont-Choisi was gebouwd in 1903 en telde vijf woonlagen. Vanaf maart 1943 bood het gemiddeld zo'n tweehonderd vluchtelingen onderdak. De omgeving van Toons tijdelijk verblijf was als een foto op een kalenderblad: paradijselijk en welvarend. Het uitzicht op het Meer van Génève was magnifiek. Een ambiance voor adel en sterren van het witte doek. Toon Bergmans zal ervan genoten hebben. Op 30 december 1943 ontving hij goed nieuws. Hij mocht in Zwitserland blijven. Calculerende boekhouders als de Zwitsers waren, werd in de beschikking vermeld dat zijn verblijf op eigen kosten was. Na een gevaarvolle tocht en weken van onzekerheid, was het lot Toon gunstig gezind. Opgelucht zal hij oud op nieuw hebben gevierd.
Toon had het normale traject als vluchteling in Zwitserland afgelegd. Eerst werd hij opgesloten in een gevangenis om nader verhoord te worden en vervolgens mocht hij dieper in Zwitserland aansterken. In zijn geval was dat op Chateau Mont-Choisi dat sinds 1943 als opvang voor geïnterneerden in gebruik was. Nu hij de officiële vluchtelingenstatus had, kreeg Toon een nieuwe domicilie. Op 11 januari 1944 werd hij overgeplaatst naar Les Verrières, een werkkamp voor Nederlandse mannen en vrouwen. Het lag in de Jura, dicht bij de Franse grens. Bij aankomst kreeg Bergmans persoonsnummer 20095.
In het kamp heerste een militair regime; Zwitserse onderofficieren hadden er de leiding. De geïnterneerden woonden in barakken en moesten flink aanpakken. Ze werkten in de bossen of hielpen bij de aanleg van wegen. De Nederlanders in Zwitserland hadden privileges. Ze hadden voldoende zakgeld, verstrekt door het Nederlandse gezantschap. Om de zes weken hadden ze drie dagen vrij. Velen zetten dan de bloemetjes buiten in Génève of Lausanne. Er werden in Les Verrières cursussen georganiseerd, culturele avonden gehouden en filmvoorstellingen gegeven. In de wintermaanden konden de vluchtelingen skiën op door de Nederlandse diplomatieke dienst beschikbaar gestelde ski's.
Van Toons verblijf in Les Verrières zijn enkele getuigenissen bewaard gebleven. In 1949 wordt in het kader van de zoektocht naar hem ene Hans Busselman gehoord. Hij verklaart dat hij in Les Verrières de gezochte heeft ontmoet: 'Dat er iets bijzonders met de vermiste zou zijn, kan ik me niet indenken; hij leek me er het type niet naar'.
Schijn bedriegt, zullen we volgende week zien.
Op de website van het Joods Historisch Museum in Amsterdam staat een serie foto's van werkkamp Les Verrières (http://www.jhm.nl).
SEF DERKX
10. Naar Engeland?![]()
Wie het in de oorlog lukte om in Zwitserland de status van vluchteling te verwerven, was gered. Toon Bergmans was een van hen.
Als hij op 11 januari 1944 in het kamp voor Nederlandse vluchtelingen Les Verrières wordt ingeschreven, is het hartje winter in de Zwitserse Jura. De sneeuw ligt hoog en het vriest dat het kraakt. In hun vrije tijd gaan de kampbewoners skiën, beter gezegd: ze ondernemen pogingen daartoe. In de avonduren zijn er optredens van Nederlandse artiesten.
De goede sfeer kan niet voorkomen dat Toon zich verveelt. Hij mist het avontuur. Voor veel jonge vluchtelingen is Engeland het gedroomde land. Daarheen te gaan, je aan te sluiten bij de Nederlandse troepen, mee helpen aan de bevrijding van het vaderland. Het is een ideaal dat wordt gekoesterd. Toon spreekt er in Les Verrières over met twee leeftijdgenoten: Nico Mos uit Scheveningen en Willem van Galen uit Schaarsbergen. Ze besluiten bij de eerste gelegenheid illegaal uit Zwitserland te vertrekken en de oversteek naar Engeland te wagen.
Op 15 februari 1944 is het zover. De drie krijgen enkele dagen verlof om te gaan boemelen in het stadje Porrentruy. Willem van Galen (86) die momenteel in de buurt van Antwerpen woont, herinnert het zich: "We liepen langs een lange tafel met erachter de Nederlandse kampleiding. Er werden wat formaliteiten afgehandeld en we kregen zakgeld. Maar er werd ons ook succes gewenst. Blijkbaar was men er van op de hoogte dat we van plan waren naar Engeland te gaan."
Een van de drie heeft een adres in het Franse Besançon, waar naar verluidt aan Engelandvaarders onderdak wordt geboden. Ze besluiten erheen te gaan zodra de duisternis gevallen is. De tocht van Zwitserland naar Frankrijk is levensgevaarlijk. Ieder verdacht persoon wordt er aangehouden. Wie in handen van Duitsers valt, loopt grote kans standrechtelijk te worden geëxecuteerd. Welbeschouwd is de terugkeer naar Frankrijk een reis terug naar het hol van de leeuw.
De nachtelijke wandeling wordt bemoeilijkt, omdat Toon slecht ziet in het donker. De volgende dag bereiken ze de plaats van bestemming. Ze zijn uitgeput. Als ze in de nabijheid komen van het huis waar ze geholpen hopen te worden, zien ze dat er een Duitse politieauto voor de deur staat. Ze maken zich uit de voeten en gaan naar het station van Besançon met de bedoeling daar de nacht door te brengen. De wachtkamer op het perron zit vol, maar ze vinden er toch nog een plaatsje.
Wim van Galen: "Midden in de nacht was er opeens grote consternatie. Iedereen op het station werd door de Duitsers gecontroleerd. We vlogen de wachtkamer uit en renden naar het einde van perron. Achter een pilaar verstopten we ons. Na verloop van tijd kwam er een Duitser met een zaklamp in onze richting lopen. We draaiden zo om de pilaar heen dat we uit het schijnsel van de lamp bleven. Het waren hachelijke momenten."
Met de doodsschrik nog in het lijf, nemen de drie reisgezellen de eerste trein naar Parijs. Onderweg vatten ze weer een beetje moed. Toon Bergmans heeft goede contacten in de Franse hoofdstad. Die zullen het drietal vast en zeker verder kunnen helpen.
SEF DERKX
11. Even terug![]()
Toon Bergmans was vanaf de zomer van 1943 eigenlijk continu onderweg.
Hij reisde per spoor heen en weer van Venlo naar Amsterdam, van 't Gooi naar Brussel en van Nederland naar Zwitserland.
Uren en uren moet hij in de trein hebben gezeten. Dagenlang heeft hij ook gewandeld. Langs de Frans-Zwitserse grens op zoek naar een gunstige plek om de grens te kunnen oversteken.
Reizen was in de oorlogsjaren een riskante aangelegenheid. Zeker als je vervalste papieren bij je had.
Maar het lijkt alsof Toon Bergmans juist de bedwelming van het avontuur zocht.
In Zwitserland, waar hij toch in alle veiligheid het einde van de oorlog had kunnen afwachten, hield hij het niet lang uit. Al na enkele weken stortte hij zich samen met Nico Mos uit Scheveningen en Willem van Galen uit Schaarsbergen in een nieuwe, gevaarvolle expeditie: een tocht die hem via Frankrijk en eventueel Spanje uiteindelijk naar Engeland zou moeten brengen.
Na hun illegale vertrek uit Zwitserland, op 15 februari 1944, liepen de pogingen om contact te krijgen met een hulporganisatie in Besançon vrijwel meteen spaak. Op het plaatselijke spoorwegstation konden ze 's nachts nog maar net uit handen blijven van een Duits opsporingscommando.
Met de eerste trein vertrokken de drie op 17 februari 1944 richting Parijs, een reis van enkele uren.
Toon had zijn kameraden verteld dat hij bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Nederland in de Franse hoofdstad iemand kende die hen verder zou helpen.
Ze vingen bot. Het adres van het consulaat bleek niet juist.
Daar zaten ze dan in een winters Parijs, waar het wemelde van duistere figuren.
De thans 86-jarige Willem van Galen, de enige nog levende van het drietal Engelandvaarders, wist gelukkig nog 'een adresje'.
"In het vluchtelingenkamp in Zwitserland zat een jongen van wie de moeder en zus in Parijs woonden. In de Rue de Château des Rentiers. Bij die mensen hebben we enkele dagen gezeten. Toen duidelijk werd dat we met geen mogelijkheid naar Engeland zouden kunnen komen, besloten we ten einde raad terug te keren naar huis. We reisden over Lille, Brussel en Antwerpen. In de laatste stad werd ik aangehouden. Mijn papieren werden gecontroleerd."
Toon en Nico waren doorgewandeld. De drie liepen namelijk niet samen over straat, maar vanwege de veiligheid een eindje uit elkaar.
" Een paar minuten later trof ik de jongens weer. Weet je wat Toon zei? 'Daar hadden we je bijna uit een Belgische gevangenis moeten halen...' Dat trof me. Het gaf een gevoel van saamhorigheid."
De drie reisden door naar Nederland.
Ergens in Brabant nam Nico Mos afscheid. Hij ging naar Scheveningen.
Willem van Galen en Toon Bergmans trokken samen verder naar het ouderlijke huis van de eerste, waar Toon een nacht bleef logeren.
Bij het afscheid leende de Venlonaar geld aan zijn reisgezel.
Het was de laatste keer dat ze elkaar zagen.
Na de oorlog werd Willem van Galen - hij was uit het concentratiekamp bevrijd en lag thuis in bed met tbc - bezocht door Nellie Bergmans, de zus van Toon.
Hij kon haar niet verder helpen bij de speurtocht naar haar broer.
Gevraagd hoe Toon Bergmans in de omgang was, is de laatst overlevende van het drietal gestrande Engelandvaarders heel stellig.
"Toon was een stille jongen. Hij vertelde niet veel over wat hij had meegemaakt
of wat hem bezielde. Maar hij was een fijne reisgezel. Onze wegen hebben zich nooit meer gekruist. En nu, na vijfenzestig jaar, komt u bij mij uit. Dat is heel bijzonder!”
SEF DERKX
12. Passeur![]()
Kerstmis 1943 was in huize Bergmans in Venlo gevierd zonder Toon.
Met oud op nieuw was hij er weer niet. Kort voor de feestdagen had het gezin via het Rode Kruis een brief van hem gekregen. Een bericht uit Zwitserland. Het thuisfront zal ervan op hebben gekeken.
Hij schreef onder de schuilnaam Antoine de Boucheron, maar de ouders, broer en zus hadden het karakteristieke schoonschrift van de oudste meteen herkend. Het waren slechts een paar regeltje geweest en die zullen de bezorgdheid in Venlo niet hebben weggenomen.
Eind februari 1944 stond Toon plotseling weer op de stoep. Wat was hij veranderd! Zijn haren waren zwart geverfd, hij droeg oude kleren en bergschoenen. Maar het meest opvallende was dat hij zichtbaar ouder was geworden.
De verhalen die hij thuis vertelde over zijn vlucht naar Zwitserland en de gestrande poging om van daaruit naar Engeland te komen, zullen zijn ouders nog ongeruster hebben gemaakt. Wat was er met de oudste zoon gebeurd?
Hun voorzichtige, precieze jongen was een avonturier geworden die zich inliet met zaken waarvan je als ouders eigenlijk helemaal niet wil weten.
Hoe lang Toon in Venlo bleef, is niet te traceren. Maar het moet kort geweest zijn. De Duitsers zaten hem op de hielen en waren al verschillende malen bij zijn ouderlijk huis geweest.
Op 2 maart 1944 schrijft hij vanuit Bussum een briefje naar zijn familie: 'Beste Allemaal, Ik zit momenteel in 't Gooi, en zal waarschijnlijk de eerste dagen nog niet komen. Alles verder goed. Ik laat nog wel even weten wanneer ik kom; veel groeten en tot ziens.' Toon ondertekent weer met Antoine de Boucheron.
Twee weken later laat hij weten: 'Moet heden plotseling met de D-trein naar Brussel maar zal weer spoedig terugkeren. Sterkte en veel liefs.' Het kattebelletje is geschreven in Amsterdam.
Wat hield hem precies bezig? Waarom zat hij dan hier en dan weer daar?
Er is een opvallende mededeling van Nico Mos, een van de twee reisgezellen van de mislukte poging om in Engeland te komen. Mos verklaarde na de oorlog dat Toon in deze periode bij hem thuis in Scheveningen was geweest. In gezelschap van een Engels sprekende dame.
Mos had meteen het vermoeden gekregen dat de vrouw een Britse geheimagente was. Toon had zich er echter niet over uitgelaten.
In de zomer van 1955, tien jaar nadat de Venlonaar officieel door zijn ouders als vermist was opgegeven, weet de Nederlandse Oorlogsgraven Stichting een link te leggen tussen Toon Bergmans en de ontsnapping naar Engeland via Zwitserland van drie personen: de dominicaan Johannes Dito, Freddy Beuker en Hans Dankelman.
De laatste wilde officier worden in het Nederlandse leger. De eerste twee waren door de Nederlandse regering in ballingschap verzocht naar Londen te komen om geconsulteerd te worden over belangrijke zaken. Pater Dito was tot december 1940 voorzitter geweest van de KRO en ging naar Londen om te spreken over het omroepbestel. Freddy Beuker was een vooraanstaand lid van de Geheime Dienst Nederland, een organisatie die in bezet Nederland informatie vergaarde die van pas zou kunnen komen bij de bevrijding.
Dat Toon gekozen werd om als passeur - gids - deze twee kopstukken naar Zwitserland te begeleiden, zegt een en ander over de positie die de Venlonaar zich in de illegaliteit had verworven. Zijn missie was van grote importantie.
De kennismaking tussen Toon Bergmans en de drie vond met de nodige omzichtigheid plaats in Hotel Parkzicht in Amsterdam.
SEF DERKX
13. Hotel Parkzicht![]()
Tien jaar lang had de familie in Venlo zich zorgen gemaakt, gewacht op nieuws, gehoopt tegen beter weten in en tot slot berust in wat onvermijdelijk leek. Een decennium van bidden, eerst voor zijn behouden thuiskomst en uiteindelijk bidden voor zijn zielenrust.
In juni 1955 vielen drie brieven op de deurmat bij het gezin Bergmans. Post uit Denemarken, de Verenigde Staten en Vlaardingen. Natuurlijk, het verdriet om de verloren zoon en broer werd er niet minder om. Maar de opzienbarende inhoud ervan zorgde ongetwijfeld voor verbazing en trots. Trots op wat hún jongen had gedaan in het verzet tegen de tirannie.
Van wie waren de getuigenissen die een nieuw licht wierpen op het laatste levensjaar van Toon Bergmans? Ze werden geschreven door pater Jacob Dito die in een Deens klooster woonde, door Hans Dankelman in San Diego en door Freddy Beukers, kopstuk van het verzet in Zuid-Holland. De drie waren door Toon in mei en juni 1944 veilig naar Zwitserland geloodst. De brieven waarin verslag wordt gedaan van de tochten lees je in één ruk uit. Sommige fragmenten lijken op scènes uit een film.
Vooral het schrijven van Jacob Dito, een dominicaan die tot in de oorlog voorzitter geweest was van de KRO, was balsem voor de godvruchtige familie. Het moet een troost zijn, schrijft de priester dat "Toon ongetwijfeld reeds daar zal zijn, waarnaar wij nog hunkerend uitzien. De goede God zal hem zeker voor zijn heldhaftige daden in bezettingstijd in Zijn barmhartigheid hebben opgenomen…" Hij belooft plechtig dat hij tijdens de eucharistieviering van die dag aan Toon zal denken, want "dat ben ik verplicht jegens hem, die mij veilig uit het bezette gebied naar Zwitserland bracht." Pater Dito ontmoette Toon Bergmans in een familiehotel bij het Vondelpark in Amsterdam. Hotel Parkzicht aan de Roemer Visscherstraat is nog steeds een oase van rust in de hectische hoofdstad. Veel karakteristieke elementen van het interieur zijn ook nog hetzelfde als vijfenzestig jaar geleden, maar de gastenkamers zijn gemoderniseerd.
Hotelier Theo Cornelissen leidt ons rond. Van Emile Kleinlein, zoon van de vorige eigenaren, had hij al gehoord dat er boven een toilet een schuilgelegenheid was uit de Tweede Wereldoorlog. Gefascineerd door het verhaal had hij een gaatje geboord en met een microcamera video-opnames gemaakt van de schuilplek. Het klopte!
Of Toon zich er schuil heeft gehouden, is onbekend. Maar hier in dit hotel ontmoet pater Dito zijn gids Bergmans. Op instigatie van de Venlonaar reizen Dito en Beukers van Amsterdam over Maastricht naar Parijs. Dito krijgt vervalste Duitse papieren die hem een opvallende maar ook gevaarlijke identiteit verschaffen. Hij wordt Hauptmann van de Sicherheidsdienst... "Ook ontving ik van hem valsch Frans, Zwitsers en Spaans geld dat wij in onze kleding moesten naaien. Op 4 mei 1944 vertrok ik met Freddy Beukers om 10.45 uur vanuit Maastricht in de Wehrmachtstrein, die van Tilsit naar Brest reed."
Het was een hachelijke onderneming. maar het ging goed. De volgende ochtend arriveerden ze in Parijs. Zoals afgesproken namen de twee hun intrek in Hotel Astor in de voorstad Surennes. Enkele uren later meldde zich bij de hotelreceptie een nieuwe gast: Toon Bergmans.
14. Paulette![]()
Het is vrijdag, 5 mei 1944, kwart over vier 's morgens. Op station Versailles rolt de Wehrmachttrein naar Brest binnen. Gillend en sissend komt hij tot stilstand. Reizigers stappen uit. Je ziet meteen wie hier bekend is en wie niet. De Parijzenaars schuifelen slaapdronken naar de uitgang. Ze verlangen naar hun bed. De vreemdelingen kijken op borden en bordjes, zoeken op een plattegrond waar precies in Parijs ze zijn aangekomen en hoe je van daaruit op je plaats van bestemming kunt komen. De dominicaan Jacob Dito en Freddy Beukers zijn opgelucht dat ze eindelijk uit de trein zijn, maar ook ongerust. Hoe kom je vanuit Versailles in Hotel Astor in de voorstad Suresnes? Daar hebben ze afgesproken met hun gids, die zich in Amsterdam voorstelde als Tonny Hermans, maar in werkelijkheid Toon Bergmans is.
Ze besluiten te gaan lopen en om negen uur zijn ze eindelijk in het hotel. Enkele uren later - ze slapen een hazenslaapje in hun kleren op bed - wordt op de deur geklopt. Het is Toon Bergmans, die drie andere vluchtelingen met de bestemming Zwitserland bij zich heeft. De Venlonaar is via een andere treinroute naar Parijs gekomen. Ze besluiten het weekend over te blijven.
Pater Dito, die in 1955 een brief stuurt naar het gezin Bergmans in Venlo, schrijft over deze dagen: Parijs werd dikwijls gebombardeerd en vooral de fabriekswijk waar wij logeerden. Ook Toon verbleef daar. Zodoende waren we van Zaterdag 6 op Zondag 7 mei in de schuilkelder vlak tegenover het hotel. Op Zondag 7 mei waren we om 8 uur in de Mis in de kerk van Suresnes, en daarna ontbeten we in een klein café. Toon was vol ijver en behulpzaamheid en voelde zich verantwoordelijk voor de menschen, die aan zijn leiding waren toevertrouwd. In Parijs heeft hij, omdat ik de oudste was, veel gesproken over een van de jongens die met hem uit Nederland gekomen waren en zeer veel geld bij zich had. Hij was bang dat, als deze jongen gesnapt zou worden, zijn straf daarom nog erger zou zijn. Op maandag acht mei nemen Bergmans, Dito en Beukers de nachttrein naar Belfort in het oosten van Frankrijk. De volgende ochtend arriveren ze er en stappen over in een taxi naar het dorp Grandvillars, dichtbij de Frans-Zwitserse grens. Toon meldt zich bij een jonge vrouw die hij kent en met wie hij vriendschappelijk omgaat, iemand die zich voorstelt als Paulette. Ze werkt bij de post en ze is aan de Franse kant van de grens steun en toeverlaat van vluchtelingen. Nadat het drietal de eerste nacht in een hooischuur heeft geslapen, regelt Paulette de sleutel van een veilige hut diep in de bossen van de Jura. Daar wordt gewacht op een gunstige gelegenheid de grens naar Zwitserland over te steken.
Die doet zich voor op vrijdag 12 mei 1944. Het driespan wordt, tegen betaling, meegenomen door een groep smokkelaars. De leiding ervan heeft een dertigjarige vrouw. Ze kent weinig scrupules en houdt het, tot ontsteltenis van de priester, met een jongen van zestien. Midden in de nacht gaat het gezelschap op pad. Dito: Via Saint-Dizier moesten we de uitloopers van de Jura opklimmen, en vandaar weer afdalen, een weg oversteken, een prikkeldraadversperring door en we waren op Zwitsers grondgebied, waar we op een boerderij, Ferme du Paradis geheeten, gastvrij ontvangen werden….
15. Le Paradis![]()
Café en kruidenierswinkel Grutli in Le Paradis, een Zwitsers dorpje enkele honderden meters van de grens met Frankrijk, was vanaf het begin van de TweedeWereldoorlog een opvang voor vervolgden uit nazi- Duitsland en bezet Europa. Gedreven door religieuze motieven, bekommerde herbergier Marcel Riat zich aanvankelijk vooral om joden. In 1942 - het vreemdelingenbeleid van Zwitserland was aangescherpt - werd er tegen Riat en enkele medestanders een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. Het liep met een sisser af. Le Paradis deed zijn naam alle eer aan. De natuur was en is er paradijselijk mooi. In de nacht van 13 op 14 mei 1944 klopte Toon Bergmans aan bij de herberg. Hij was in gezelschap van de dominicaan Jan Dito, de ondergedoken voorzitter van de KRO en van Freddy Beukers. De laatste was een van de leidende figuren van het inlichtingenwerk voor de Nederlandse regering in Zuid-Holland. Het driespan had een urenlange mars van Frankrijk naar Zwitserland achter de rug. Helling op, helling af, dwars door bossen en beken en uiteindelijk in tijgergang onder een brede zone door van vervaarlijk prikkeldraad. De pater bereikte Le Paradis strompelend. Hij bloedde hevig aan zijn knie. Een blessure waar hij nog weken last van zou houden. Toon, zo schrijven zowel Dito als Beukers als ze verslag doen van hun vlucht, stond op vertrouwde voet met Marcel Riat. De twee gingen kameraadschappelijk met elkaar om. Toon had blijkbaar vaker in Grutli vertoefd. De ochtend na hun aankomst belde Bergmans met het Nederlands gezantschap in Bern. Freddy Beukers die zijn oren gespitst hield, hoorde dat hij vroeg naar attaché Aleid Gerhard van Tricht, die in Zwitserland de Nederlandse inlichtingendienst vertegenwoordigde. Dat de Venlonaar met zo'n hooggeplaatst militair telefoneerde, wekte verbazing. Maar het was zaterdag en Van Tricht was niet op zijn kantoor. Bergmans werd doorverbonden met Leopold Quarles van Ufford, die piketdienst had. Er werd een wachtwoord gewisseld en enige tijd later reed een taxi bij de herberg voor. Die bracht het drietal naar Porrentruy. Onderweg werd gestopt bij enkele posten van de grensbewaking, maar een enkel woord van Bergmans was voldoende. De taxi kon doorrijden, zonder verdere controle van de inzittenden. Ook Porrentruy was voor de gids bekend terrein. Hij liet de chauffeur naar het station rijden, kocht kaartjes aan het loket en loodste zijn protegés in de trein naar Genève. Conform de consignes van het Nederlandse gezantschap meldde het drietal zich in Genève bij Job van Niftrik, medewerker van de Zwitserse geheime dienst en van het Bureau Inlichtingen van de Nederlandse regering in ballingschap. Van Niftrik was een puisant rijke bakelietfabrikant die naar Zwitserland was gegaan en samen met zijn vrouw Betty een sleutelpositie in de Nederlandse gemeenschap had verworven. Job van Niftrik vertrouwde de zaak niet. Het verslag dat Bergmans, Beukers en Dito aan hem uitbrachten, kón niet kloppen. Het was bijna onmogelijk dat pas aangekomen vluchtelingen ongezien naar Genève konden reizen. Ter identificatie van de dominicaan Dito werd redemptorist Lodewijk Bleijs opgetrommeld, kopstuk van het Limburgse verzet die enkele weken tevoren Zwitserland had bereikt. Pater Bleijs wist dat Dito in 1943 in Roermond had gelogeerd en in het bekende klooster In ‘t Zand van de redemptoristen de mis had gelezen. De vragen die erover werden gesteld, wist Dito feilloos te beantwoorden.
16. Hotel Savoy![]()
Beste Allemaal', schrijft Toon Bergmans op 14 mei 1944 vanuit Genève naar zijn familie in Venlo. ‘Het wordt tijd dat ik weer een woordje schrijf, en ik ben dan ook net in de gelegenheid. Het gaat met mij uitstekend, wat ik natuurlijk ook van U hoop. Ik heb nogal tamelijk veel gereisd de laatste tijd, maar heb me ook best thuis gevoeld waar ik was. Er is op 't ogenblik veel werk aan de winkel, en ik zal voortdurend op reis zijn, zodat het zeer moeilijk zal zijn mij iets van U te laten horen, maar laten we hopen dat de oorlog vlug 'n einde zal nemen, dan kan ik tenminste weer papieren krijgen om naar 't buitenland te kunnen gaan.' Zonder in details te treden en feiten te noemen over zijn activiteiten - de brief kan immers onderschept worden - schildert Toon Bergmans zijn situatie. Begin mei 1944 was hij van Amsterdam naar Parijs getreind. Daar had hij voormalig KRO-voorzitter Jan Dito en verzetsman Freddy Beukers opgepikt en met hen was hij verder gereisd naar de Frans-Zwitserse grens. Die werd in de nacht van 13 op 14 mei 1944 overschreden. Na kort gerust te hebben, ging het drietal door naar Genève, waar Toon meteen na aankomst de brief schreef. De drie verbleven in hotel Savoy tegenover het station Cornavin. Ze maakten op de dag van hun aankomst kennis met de redemptorist Lodewijk Bleijs, de uitgeweken topman van het verzet in Limburg. De pater zou later in de oorlog als aalmoezenier van prins Bernhard naar Nederland repatriëren en de erenaam ‘Aal van Oranje' verwerven. Bleijs had enkele dagen eerder toestemming gekregen om als reizend priester de mis te mogen lezen in de Notre Dame van Genève. Het lijdt bijna geen twijfel dat Toon Bergmans naar een van de eucharistievieringen is gegaan. Of hij over zichzelf en zijn jeugd in Venlo heeft gesproken, is onwaarschijnlijk. De mensen die hij naar Zwitserland bracht, kenden hem als Tony of Tonny Hermans, de schuilnaam die hij gebruikte. Dat hij een Limburger was, zullen ze ongetwijfeld aan zijn tongval hebben gehoord. Maar het was in de illegaliteit ongepast om te vertellen over jezelf of te informeren naar de ander. Wat niet weet wat niet deert, gold als motto.Wat betreft Freddy Beukers is dat achteraf zonde geweest. De Schiedammer was maar enkele maanden ouder, beiden waren van 1921. Freddy was al vanaf het begin van de oorlog actief met anti-Duitse propaganda. In mei 1941 was hij door de SD verhoord, omdat hij smaadbrieven had bezorgd bij Duitsers in zijn woonplaats. In september van hetzelfde jaar had Freddy een lange fietstocht gemaakt door Nederland. Tijdens de trip was hij ook enkele dagen in Venlo en Tegelen geweest. Stof voor een gesprek, maar het kwam er niet van. Toch was Toon in gedachten bij Venlo. In de brief naar huis die hij ondertekent met Antoine de Boucheron schrijft hij: ‘…Bij mijn eerste reis kom ik dan ook in Venlo, wat naar ik hoop dan niet gebombardeerd zal zijn …' In oktober en november 1944 werden Venlo en Blerick echter zwaar gebombardeerd.
17. Biel![]()
Waar waren we gebleven? In Hotel Savoy in Genève. Op zaterdag 14 mei 1944 had Toon Bergmans er kamers genomen voor zichzelf en voor de twee mensen die hij naar Zwitserland had gebracht: Jan Dito en Freddy Beukers. De komst van het drietal veroorzaakte deining in de Nederlandse gemeenschap. Men vroeg zich af hoe het mogelijk was dat ze illegaal de grens over waren gestoken en al de volgende middag vrij in Genève rondliepen. De normale gang van zaken in Zwitserland was dat vluchtelingen eerst werden geïnterneerd en vervolgens uitvoerig ondervraagd en doorgelicht op antecedenten. Een van de leidende figuren onder de Nederlanders in Genève was dominee Willem Adolf Visser 't Hooft. In opdracht van de Nederlandse regering had hij in Zwitserland een contactcentrum opgericht dat inlichtingen verzamelde over de situatie en gebeurtenissen in bezet Nederland. Visser ‘t Hooft vertrouwde de drie in Hotel Savoy niet. Het wantrouwen werd nog verdiept door het feit dat Jan Dito een dominicaan was. De steile protestant kon katholieken niet goed zetten. Het rooms-katholicisme beschouwde hij ‘als een merkwaardig overblijfsel uit een onverlicht tijdperk'. Hij arrangeerde een gesprek tussen Dito en de pater redemptorist Lodewijk Bleijs, een van de leiders van het Limburgse verzet die na een arrestatie aan de Duitsers was ontsnapt en enige tijd eerder in Zwitserland was aangekomen. Jan Dito bleek inderdaad dé Dito te zijn, de oud-voorzitter van de KRO en geen Duits agent. Toen dit vaststond zette Visser ‘t Hooft een volgende zet op het schaakbord. Hij liet Dito en Beukers een rapport toekomen dat Bleijs over het verzet in Nederland had opgesteld. Het verzoek aan beiden was het te toetsen op waarheid. Van die actie van de dominee wist Bleijs weer niets. De gang van zaken tekent de sfeer van achterdocht in Genève. Of Toon Bergmans bij de intriges betrokken was, is niet bekend. Hij zal er iets van hebben meegekregen, hij verbleef immers in hetzelfde hotel. Toch ging Toon zijn eigen weg, want op dinsdag 16 mei 1944 stuurt hij uit het Zwitserse Biel een prentbriefkaart naar zijn ouders. Hij laat weten: ‘… Je suis très bien. Au revoir. Toën De voorzijde van de kaart is verrassend. Het is geen pittoresk plekje in Biel, waar er veel van zijn, maar de hierbij afgebeelde foto van het in 1935 geopende, ultramoderne fabrieksgebouw van General Motors. Hield Toon van mooie auto's? Wat bracht hem trouwens naar Biel? Was hij op doorreis? Had hij een afspraak met iemand van het verzet? Of droegen de vleugels van de liefde hem erheen? Je zou het bijna denken als hij zich er ‘très bien' voelt. Het is een raadsel, zoals er zoveel zijn in het leven van de Venlonaar. Vast staat - Dito schrijft het in 1955 aan de ouders - dat Toon zich op zondag 21 mei 1944 weer meldde bij zijn reisgenoten. De twee waren inmiddels verhuisd naar hotel Bristol in Genève. Toon vertelde dat hij naar Nederland was geweest. Drie dagen later komt hij afscheid nemen. Dito: ‘Wat hij ging ondernemen, vertelde hij ook mij niet, want dat was te gevaarlijk. Wel heeft hij mij verteld dat hij meermalen op en neer was geweest, hetgeen ook werd bevestigd door het feit, dat hij overal aan het grensgebied (Frankrijk-Zwitserland) uitstekend de weg kende en er zijn goede adressen had …'
18. Geheugen![]()
Het geheugen van de Tweede Wereldoorlog heeft veel dependances. Op tal van plaatsen in de wereld worden herinneringen en getuigenissen bewaard. Vooral in archieven en musea natuurlijk, maar ook bij particulieren. Zo kreeg ik van Rosine en Marita Beukers - dochters van Freddy Beukers, de verzetsman die door Toon Bergmans naar Zwitserland werd gegidst - scans van de notitieboekjes die hun vader tijdens de oorlog bijhield. Heel precies noteert Beukers de route naar de vrijheid, compleet met vertrek- en aankomsttijden.
Het geheugen van WO II loopt over. Naast elkaar gezet vormen alle archiefdozen en mappen met documenten een onafzienbare rij. Wie zonder plan op zoek gaat naar Toon Bergmans is verloren. Het is een onmogelijke missie. Gelukkig zijn in voorbije jaren talloze archieven geordend. Bovendien zijn er veel bevlogen archivarissen die hun expertise ten dienste stellen van de onderzoeker, zoals bij het Nationaal Archief in Den Haag. We mochten archieven inzien die beperkt toegankelijk zijn. Natuurlijk zijn er restricties. Het onderzoek vindt plaats in een aparte studiezaal onder continue surveillance. Filmen of fotograferen mag niet. Vragen om een kopie is vloeken in de kerk. Je mag wél aantekeningen maken en interessante gedeelten overschrijven, maar niet met balpen of vulpen, je krijgt wel gratis een potlood. Maar nu naar Toon Bergmans. Na de bevrijding ressorteerde onder het ministerie van Binnenlandse Zaken een Bureau Invordering, dat tot taak had uitstaande schulden te innen bij Nederlanders die tijdens de oorlog financieel waren gesteund door de overheid. Tijdens zijn verblijven in Zwitserland had Toon Bergmans toelages ontvangen en voorschotten voor kleding en schoeisel. Op 1 februari 1944 werd aan Toon een paar schoenen verstrekt. Kosten: 35 Zwitserse francs. Het zullen wel stevige winterschoenen zijn geweest, want Bergmans zat hoog in de besneeuwde Jura, in het interneringskamp Les Verrières. Negen dagen later kreeg hij een beige kostuum in visgraatmotief, maat vijftig. Het kostte 85 francs. Op het bonnetje staat dat het kostuum aan hem is geleverd, maar dat hij inmiddels is vertrokken. De boekhouders op de Nederlandse delegatie voerden hun werk uiterst precies uit. In het dossier van Bergmans is een kartonnen labeltje opgeborgen, met daarop vermeld de maat '50'. Bizar dat het bewaard is. Op 30 juni 1944 kreeg Toon voor het laatst een toelage van de Nederlandse regering van 85 Zwitserse francs. In totaal bouwde hij in 1944 een schuld op aan de staat van 364,75 Zwitserse francs. Als de oorlog voorbij is, gaat Bureau Invordering er achteraan. In maart 1947 informeert het bij de ouders naar de verblijfplaats van Toon. Men wil het uitstaand bedrag van omgerekend 160,49 gulden graag innen. De ministeriële brief zal Fons en Tiny Bergmans rauw op het dak zijn gevallen. Al twee jaar wachtten ze op een levensteken van hun oudste jongen en dan ligt er zo'n ambtelijk schrijven op de deurmat.
Vader Bergmans schrijft terug dat na de bevrijding van Venlo niets meer van Toon is vernomen: '… ondanks alle gedane nasporingen is het ons niet mogen gelukken, ook zelfs niet de minste aanwijzing te krijgen wat of er met hem moet zijn gebeurd…' Het is een brief gedrenkt in tranen van wanhoop, een cri de coeur van radeloze ouders.
Het geheugen van de Tweede Wereldoorlog spreekt en Toon en zijn naasten komen tot leven. Hun voorbije levens mengen zich met die van ons, vijfenzestig jaar later.
19: Lyon![]()
In januari 1955 neemt de Nederlandse Oorlogsgravenstichting contact op met Hans Dankelman in Californië. De organisatie wil graag nadere informatie over een zekere Tony Hermans, die in 1944 in Frankrijk zou zijn verdwenen. Het vermoeden is dat Dankelman een tijd met Tony Hermans is opgetrokken. Vier maanden later krijgt de stichting bericht uit de Verenigde Staten. Dankelman woont in San Diego. Hij is erheen gegaan uit verbittering. Tijdens de Politionele Acties in Nederlands-Indië was hij actief als luitenant-ter-zee en voor zijn inzet werd hij gedecoreerd. Als eind 1949 Nederland de soevereiniteit overdraagt, is de in Soerabaja geboren Nederlander zó teleurgesteld dat hij emigreert. Dankelman blijkt Tony Hermans heel goed te hebben gekend. Bij zijn tweede poging om naar Engeland uit te wijken, heeft de gezochte hem geholpen. Dankelman beschrijft Tony Hermans als een katholieke jongen, de zoon van een houthandelaar uit Limburg: 'Lang plusminus 1.85 meter, donkerblond/zwart haar (naar mijn vermoedens geverfd en vermoedelijk donkerblond of blond geweest), donkere ogen met een bril …' De gegevens en persoonsbeschrijving sluiten elke twijfel uit: Tony Hermans is Toon Bergmans. Dankelman typeert in zijn schrijven aan de Oorlogsgravenstichting de Venlonaar als een 'avonturier', die door eigen onvoorzichtigheid tijdens zijn zevende of achtste reis naar Zwitserland is opgepakt. Voor meer informatie verwijst hij naar Paul de Saugy, agent van Zwitserse Geheime Dienst. De Saugy had tot taak inlichtingen te verzamelen over Frankrijk en onderhield daarvoor contacten met Nederlandse informanten. Tony Hermans was door zijn veelvuldige reizen goed op de hoogte van wat er in Frankrijk speelde en Dankelman wist zeker dat hij en De Saugy met elkaar in verbinding stonden. Met die tip werd niets gedaan. De Oorlogsgravenstichting legde wel contact tussen Dankelman en de ouders van Toon Bergmans. Vanuit Venlo ging een brief naar San Diego met het klemmend verzoek om inlichtingen over hun zoon. Eind juli 1955 viel op de deurmat in Venlo de antwoordbrief, verzonden per luchtpost. Dankelman steekt de ouders een hart onder de riem en roemt de vaderlandsliefde van Toon. Hij vertelt een en ander over de avonturen die ze samen hebben beleefd. Er is nog een gedetailleerd verslag van Dankelman bewaard gebleven over zijn twee pogingen om Engeland te bereiken. Het wordt bewaard in het Nationaal Archief in Den Haag. Uit beide bronnen treedt Toon Bergmans nadrukkelijk naar voren. Zijn gids, zo laat Dankelman de ouders te weten: '… sprak goed Fransch en Duitsch en was zeer gedurfd. Hij was een grappige kerel en van niemand bang, zeker niet van den Mof. Niettegenstaande hij wist dat het vroeg of laat verkeerd zou kunnen gaan, bleef hij het gevaarlijke werk doorzetten. Als avonturier? Misschien wel, maar hij heeft de Nederlandsche zaak op uitstekende wijze gediend …'
Dankelman herinnert zich dat Toon op 17 of 18 juni 1944 in Lyon opeens een kerk binnenliep om te bidden en een kaarsje op te steken bij een Mariabeeld. Bij het naar buiten gaan had Bergmans met wijwater een kruisje geslagen en gezegd: '… Zo Hans, nu kan ons niets meer gebeuren …'. Dankelman was meer dan verbaasd, dat zo'n jongen ('een rough guy en bruuske avonturier' in zijn bewoordingen) zo devoot kon zijn. Na het kerkbezoekje begonnen de twee aan een gevaarvolle tocht van 140 kilometer dwars door de Haute-Savoie. Drie dagen later bereikten ze Zwitserland. Veilig en wel. Het kaarsje had gebaat.
20: Suresnes![]()
Een begrip dat onlosmakelijk met de Tweede Wereldoorlog is verbonden, is de Engelandvaart, de clandestiene tocht uit bezet gebied naar Groot- Brittannië om daar dienstbaar te zijn aan de bevrijding van Nederland. Engelandvaarders hadden uiteenlopende beweegredenen. Velen voelden zich geroepen uit vaderlandsliefde. Wie gezocht werd door de nazi’s kon weinig anders doen dan onderduiken of proberen te ontkomen naar een veilig land. Het verlangen naar vrijheid en avontuur was voor anderen een drijfveer. De Limburgse journalist Mathieu Smedts, die in 1942 bij een poging naar Engeland te gaan werd gesnapt, vatte het kernachtig samen: „… Er was één dwingende reden om het land te verlaten: de Duitsers waren er …” Engelandvaarders zochten vaak hulp bij een zogenaamde escape- organisatie. De kortste weg was met een schip vanuit een Nederlandse haven. Het merendeel van de Engelandvaarders reisde echter eerst over land, via Zweden of via Spanje en Portugal. Er was ook een Zwitserse route. Op die weg was Toon Bergmans als gids actief. Ongeveer 1.700 mannen en vrouwen is het gelukt om naar Engeland te ontkomen. Eén van die Engelandvaarders is Hans Dankelman (1919-1967). Hij is het langst met Toon Bergmans opgetrokken en heeft waarschijnlijk het intensiefst contact met hem gehad. Dankelman had in 1941 examen gedaan aan de Kweekschool voor Zeevarenden in Amsterdam. Als ambtenaar van de distributiedienst in Den Haag kwam hij in contact met het verzet. In december 1943 besloot hij naar Engeland te vertrekken. Na wekenlang in Bordeaux gewacht te hebben op een gids die hem over de Pyreneeën zou brengen, besloot hij van lieverlee terug te keren naar Nederland. Op 1 mei 1940 ontmoette Dankelman in de foyer van Hotel Americain in Amsterdam iemand die zich voorstelde als Sandberg, Toon Ber maar die in werkelijkheid de Belgische verzetsman Henny Scharrer was. Die overhandigde Dankelman een vervalst identiteitsbewijs (dat van een lid van de Franse Sicherheitsdienst) en papieren voor een treinreis van Amsterdam naar Belfort in Frankrijk. Tevens kreeg hij de naam te horen van zijn gids - Tony Hermans, in werkelijkheid Toon Bergmans - en de plek waar hij hem zou ontmoeten: hotel Astor in de Parijse voorstad Suresnes. Dankelman reisde alleen naar de Franse hoofdstad. Op zaterdag 6 mei 1944 maakte hij kennis met Toon Bergmans en de andere mensen die door de Venlonaar naar Zwitserland zouden worden gebracht. Het waren pater Jan Dito en de verzetsman Freddy Beukers. In het hotel verbleven nog twee andere gasten die aan de zorgen van Bergmans waren toevertrouwd. Ze stelden zich voor als Van der Lubbe, een jood met de Turkse nationaliteit en Van der Velde, een bij verstek ter dood veroordeelde student medicijnen. Met zes man reizen vond Bergmans te gevaarlijk. De Venlonaar maakte twee groepjes. Hijzelf zou eerst met Dito en Beukers naar Genève reizen. Dankelman en de twee anderen kregen het consigne de trein te nemen naar Maîche en daar op een zeker adres te wachten tot Bergmans zich zou melden. De drie kregen van Bergmans een bedrag van duizend francs. De volgende dag vertrokken de twee groepjes. Het adres in Maîche bleek niet te kloppen. Dankelman, Van der Lubbe en Van der Velde besloten in het enkele kilometers noordelijk gelegen dorp Saint-Hippolyte te wachten op Bergmans. Na acht dagen reisde het drietal terug naar Suresnes en nam weer zijn intrek in Hotel Astor.
Gepubliceerd op: 30.07.10 00:03
- 17:15 Honderden doden door moessonregens Pakistan
- 17:15 Politie vraagt hulp publiek spoorvernieling
- 17:15 Willem II huurt Van der Heijden opnieuw
- 17:06 Dwangsom voor Jori Heythuysen opgeschort
- 17:05 Bredase baby was al langere tijd dood
- 17:04 Celstraffen voor Weerter overvallers
- 17:01 'Visvermalingscentrale bij Borgharen'
- 16:58 Maassen/Menten winnen WK-race Spa
- 16:57 Wandelgids Schinnen wordt herdrukt
- 16:55 Bodor vier weken uitgeschakeld























