Terug naar huis voor de vastelaovend

Print
Terug naar huis voor de vastelaovend

Foto: Annemiek Kuijer

Carnaval is behalve een volksfeest ook een grote reünie. Limburgers die uit de provincie weg zijn, zien ‘vastelaovend’ vaak als dé gelegenheid om de banden met de geboortegrond aan te halen. Een bloemlezing van hun antwoorden op de vraag ‘waarom?’

Via Warschau
Mijn Limburgse partner Monique Berezinski en ik wonen al bijna tien jaar in Haarlem, waar ik oorspronkelijk ook vandaag kom. Twaalf jaar geleden hebben we elkaar leren kennen in Warschau, waar we allebei een halfjaar gestudeerd hebben. Daarna hervatten we onze studies in Nederland, ik in Maastricht en zij in Eindhoven, en we bleven bij elkaar. Tijdens mijn studiejaren in Maastricht heb ik even aan carnaval mogen proeven. Toch merk je wel dat ik er niet mee opgegroeid ben. Als ik een jaar carnaval over moet slaan, is dat voor mij geen ramp. Maar voor Monique geldt dat niet! Al tijden is ze samen met haar Limburgse familie en vriendin met carnaval bezig. Twee jaar geleden zelfs met een dikke buik. En dit jaar moet ook onze kleine van 1,5 eraan geloven. Zijn pekske hangt al klaar...
Bas van Roijen, Haarlem

Snikkend
Ik woon al sinds 1988 met veel plezier in Utrecht. Maar elk jaar vier ik vastelaovend in Roermond. Eén keer, ik denk dat het in 2000 was, toen mijn oudste zoon twee werd en mijn vriendin hoogzwanger was van de tweede, bleef ik achter in Utrecht. Om niet vier dagen chagrijnig in huis te zitten, dacht ik dat het aardig was om eens naar de optocht in Utrecht (Bestaat die? Ja, die bestaat...) te gaan kijken. Snikkend stond ik daar. Heel af en toe kwam er iemand voorbij, slecht verkleed doorgaans, en voor de rest was het meer gaat es optoch. Ik woon sindsdien nog steeds met veel plezier in Utrecht, maar niet meer dan 361 dagen per jaar. Op carnavalszaterdag is er geen houden aan: snel naar Remunj, omkleden en schminken bij mijn zusje, hup naar de Sjtasiefestatie...’t Geit neet angers en angers geit ’t neet.
Rob Bongaerts, Utrecht

Wachten...
In 1990 verhuisde ik van Heerlen naar Utrecht, waar ik ging studeren. De mensen die ik daar leerde kennen kwamen uit alle hoeken van het land. Carnaval vieren was hen vreemd. Ik maakte een grote fout door hun in dat eerste Utrechtse jaar enthousiast te vertellen over wat ik had beleefd tijdens carnaval. Het gesprek verstomde. Ik werd vol onbegrip aangekeken... In latere Utrechtse jaren sloeg ik wel eens een carnaval over. Wat heb ik er nog te zoeken, dacht ik dan. Maar in Utrecht blijven was nog erger. In het centrum sukkelde een optocht tussen het winkelende publiek door. Dus gaat ieder jaar de knop om, en reis ik af naar Heerlen. Ooit ging mijn in Twente opgegroeide vriend van protestantse huize mee ‘naar het carnaval’, nadat mijn ouders jaren op hem ingepraat hadden. Maar na twee jaar hield hij het voor gezien. ‘Al dat wachten is niks voor mij’, somberde hij. Een reactie die tot grote hilariteit leidde bij de mensen van mijn sjpasskapel. „Wachten”, zeiden zij, „dat is carnaval. Wachten op het niets dat komen gaat...”
Suzanne Hautvast, Utrecht

Enne Hollender
Wij zijn een familie die altijd graag vastenaovend heeft gevierd. Onze jongste dochter ging dan ook al mee in de optocht toen ze nog luiers droeg. Later, toen ze voor haar werk in Zuid-Afrika verbleef, kwam ze ook niet thuis met Kerstmis maar mit de vastenaovend. In allerijl moest dan soms nog een pèkske gemaakt worden. En dan was het feest met vrienden en vriendinnen. Toen zij later weer in Nederland werkte, leerde zij wat wij noemen enne Hollender kenne. Met het fenomeen vastelaovend was hij totaal niet bekend, maar hij deed ontroerend zijn best om zich ook in het carnavalsgewoel te storten. Dat ging een paar jaar goed, tot onze dochter besloot hem dit niet langer aan te doen. Ze komt de laatste jaren dus alleen naar Gennep, waar dan ouderwets aan een pèkske wordt gesleuteld. Als ze daarna weer naar huis gaat, in het midden van het land, zit haar hoofd nog vol van de Limburgse liedjes en van voldoening dat ze met gelijkgestemden vastenaovend heeft kunnen vieren. Leny Daniëls, Gennep

Boonte störrem 
Al meer dan 45 jaar woon ik niet meer in Maastricht maar in Oud Beijerland, even onder Rotterdam. Maar elk jaar kom ik terug naar Mestreech als het ‘zover is’. Geen jaar overgeslagen. Ja, één jaar, bijna. Dat was het jaar waarin de optocht in Mestreech integraal op de televisie werd uitgezonden. Ik was dat jaar eigenlijk niet van plan om te gaan, maar toen ik de optocht op de tv zag, pakte ik gelijk mijn boeltje bij elkaar en was ik binnen no time een deel van de boonte störrem. Elk jaar start mijn carnaval met een familiereünietje op de zaterdagmiddag. Met het glas in de hand wordt weer verder gepraat over waar we het vorig jaar over hadden, alsof er geen tijd verstreken is. Dan gaan we even kijken of Mestreech d’r nog is... Anders gezegd: samen kaffee in en kaffee oet... De optochten, de zaate herremeniekes, de carnavaleske cafés, ontmoetingen met vrienden, oud-studiegenoten, kennissen. Al woen iech daor neet mie Iech bin d’r wel gebore. En dus geit mien leefde noondepie Veur mien Mestreech noets verlore...
Wil van Leeuwen, Oud-Beijerland

Dit is nog maar de aftrap van het project ‘vastelaovend als reünie’. Tijdens de komende carnavalsdagen volgen nog meer reacties.