Roergangers van lol en plezier

Print
Roergangers van lol en plezier

Jan Stroek (links) en Stan Ockels kregen beiden de ‘vastelaovendj’ met de paplepel ingegoten. Foto: Jeroen Kuit

Prinsen komen en gaan, maar de vorst die blijft. In het geval van Jan Stroek, vorst van de Rogstaekers, precies twaalf jaar. Zijn opvolger Stan Ockers staat al te popelen.

De overeenstemmingen tussen Jan Stroek (63) en Stan Ockers (33), respectievelijke scheidend en aantredend vorst van Stadsvastelaovendjvereîniging De Rogstaekers in Weert, zijn legio. Beiden zijn ze geboren en getogen in Weert en grootgebracht met een paplepel gevuld met carnaval. Beiden waren met hun vriendenclubs al vroeg actief met het bouwen van wagens voor de carnavalsoptocht en allebei werden ze vakkundig binnen gelepeld bij De Rogstaekers, nadat ze stadsprins waren geweest. 
Stroek als Jan VI in 1989 als eerste prins van Ton Peeters die een jaar daarvoor was aangetreden als vorst. Daarmee ging voor hem een droomwens in vervulling. Want als tienjarige jongen stapte hij in de periode voor carnaval elke dag bij warenhuis Geenen naar binnen, zette een steek op en riep: „Ik word prins!” Ockels werd in 2012 als Stan I onthuld. Met zijn toen 28 jaar was hij de jongste prins van De Rogstaekers. Overigens, zeventien jaar daarvoor was hij al jeugdprins van de Zweeloeere in zijn geboortewijk Leuken. 

Rood-geel-groen bloed
Het moge duidelijk zijn: het bloed van Jan Stroek en Stan Ockers is niet alleen rood, maar tegelijkertijd ook geel en groen. De eer om vorst van De Rogstaekers te worden, lieten ze zich dan ook niet aan de neus voorbijgaan. Stroek werd in 2005 opvolger van de reeds genoemde Ton Peeters. „Als vorst heb je een verantwoordelijke rol”, weet Stroek. „Als je alleen ceremonieel wat zou moeten presenteren, dan was het makkelijk. Maar je hebt een voorbeeldfunctie, je ligt onder een vergrootglas. Plus, je bent meteen ook voorzitter van de vereniging. Je moet samenwerken met de gemeente, overleggen met de horeca en andere verenigingen in de stad. Het is er in de loop der jaren niet makkelijker op geworden. Ik ben begonnen in het jaar dat de oude Poort van Limburg werd gesloten. 
Een aantal jaren hebben we zelf een paviljoen geplaatst, daarna waren we een paar keer in de nieuwe Poort van Limburg en sinds vorig jaar moeten we buiten vieren. Daarbij komt, dat steeds minder mensen überhaupt carnaval vieren. En er worden steeds meer grotere vastelaovendj- en oktoberfeesten aan de voorkant gevierd. Dan wordt de spoeling tijdens de carnaval zelf toch wel erg dun. Het is te veel van hetzelfde. Een carnavalsvierder kan zijn euro’s maar één keer uitgeven.” „Maar we gaan niet bij de pakken neerzitten”, zegt Ockels. „Vastelaovendj is een stuk cultureel erfgoed dat we als carnavalsvereniging in stand willen houden. Als het minder goed gaat, komt de ware kwaliteit naar boven. Maar gelukkig gaat er ook heel erg veel goed. We gaan er in ieder geval dit en ook de volgende jaren een echt feest van lol en plezier van maken.” 

Reageren? leon.janssen@delimburger.nl