Met een alaaf! uit Frankrijk

Print
Met een alaaf! uit Frankrijk

Marc Receveur blijft ondanks zijn jarenlange verblijf buiten de stad ‘eine echte Venlonaer’. Foto: Stefan Koopmans

Carnaval is behalve een volksfeest ook een reünie. Limburgers die hun ‘thuisland’ verlaten hebben, worden er met vastelaovend als trekvogels weer heen getrokken. Vandaag de vierde en laatste aflevering van een korte serie. Over eine echte Venlonaer.

Een grijze zondagmorgen. Aan niets is te zien waar Venlo zijn bijnaam stedje van lol en plezeer aan te danken heeft, of het moet zijn aan die Jocusmutsen op de rotonde voor het station. Bij Hotel Wilhelmina, aan diezelfde rotonde, zitten enkele gasten aan het vastelaovesontbijt met een aaneenschakeling van Venlose evergreens op de achtergrond. Wen er maar aan, Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoer of niet, in Venlo wordt tijdens vastelaovend alleen maar Venlose carnavalsmuziek gedraaid.

Henk Krol
Aan de andere kant van de tafel achter een kop koffie zit Marc Receveur, 66 jaar („6x11”), grijze kop haar, wenkbrauwen als borstels en lachrimpels. Alsof-ie nooit is weggeweest. „Ik heb meer dan twintig jaar in de luchtvracht gezeten op Schiphol, maar ben in die tijd nooit echt weggeweest uit Venlo. Ik ben in mijn jeugd even met mijn ouders mee verhuisd naar Venray, maar daarna ook snel weer terug. Ik heb op het internaat gezeten van het St. Thomascollege. Weet je wie daar ook op zat? Henk Krol. Daarom weet ik ook zeker dat-ie de hbs heeft gedaan en niet het gymnasium. Want er waren maar een paar jongens op het internaat onder wie ik, die het gymnasium deden. En daar was Henk Krol zeker niet bij.” Tien jaar geleden begon het bij Receveur en zijn partner Jacqueline van der Grinten te kriebelen. „We hadden zin in avontuur. Allebei hadden we iets met Frankrijk, we spraken de taal, gingen er graag op vakantie, Jacqueline, die een Franse oma heeft, liep er stage en ik heb in mijn jeugd een jaar in Montpellier doorgebracht. Maar we moesten ook de kost verdienen. We hebben een businessplan opgesteld en zijn na een gigantische verbouwing een bed and breakfast begonnen in een voormalig maison de retraîte, een bejaardenhuis. In Soubran, zo’n zestig kilometer boven Bordeaux, runnen we sinds 2008 Domaine La Fontaine, een gastenverblijf met grote tuin, verwarmd zwembad en met een totale capaciteit van 30 volwassenen.”

Adjudant
Toen Receveur midden jaren negentig nog op Schiphol werkte, meldde de telefoniste een gesprek op lijn 2. „Mijnheer Roeffen voor u. Ik dacht dat het Rob Roeffen was, met wie ik wel eens zaken deed. Maar het was Wim, die vroeg: ‘Duisse mei?’ Hij werd stadsprins in 1995 en ik één van zijn adjudanten, samen met Cor van der Vorst. Dan kom je in aanraking met het fenomeen Jocus en krijg je een kijkje in het binnenste van het binnenste van de Venlose vastelaovend. Wát een geoliede machine. Natuurlijk met een gezonde dosis autoriteit. In elk bedrijf moet er één de baas zijn. Zo’n volksfeest als carnaval moet goed georganiseerd worden. Daar zijn tientallen, nee honderden keihard werkende leden, vaak op de achtergrond, het hele jaar mee bezig. De laatste tien jaar heeft Jocus met succes een omslag naar de jeugd weten te maken, bekroond met de prins van dit jaar. Als je lid bent van het dreejspan vier je vastelaovend zó intens... En dat blijf je de jaren erna ook doen. Het laat je nooit meer los. Daar is die behoefte om jaarlijks met carnaval terug te keren naar Venlo ontstaan.” Jarenlang had Receveur de gewoonte met een collega en vriend Huub Leurs, op vrijdag ‘bonne te gaon kaupe’. „Een slap excuus om naar de kroeg te gaan, want tegen één uur ’s nachts had je er evenveel als om vier uur ’s middags, namelijk geen. Huub is helaas onlangs overleden en toen ik Peter Freij voorstelde om samen ‘bonne te gaon kaupe’, vroeg hij mij of dat wel zo’n goed idee was.”

Familiereünie
Hij is op die vrijdag altijd al een dikke week in Venlo. „Ik ga graag naar het Fixfabriek Vastelaoves Leedjes Konkoer bij Sef Derkx en naar het Fortissimo concert een week voor vastelaovend. Daarna ’s avonds naar de Nach van de Haan, waar het nieuwe dreejspan wordt ontvangen bij de Ald Adjudanten. Door de week ga ik dan op familiebezoek, probeer mijn dochters Aimée en Manon zoveel mogelijk te zien en regel wat zakelijke besognes. Op vrijdag dus bonne kaupe en zaterdagmiddag even naar de Blauwe Zaoterdaag en om vijf uur door naar café De Hazewind. Daar vindt een soort Van der Grinten familiereünie plaats met joekskapel De Dräösbôkse, waarin ook familieleden spelen. Een neef komt uit Londen speciaal naar Venlo om mee te trommelen. Carnavalsvereniging De Moeraskwakers maakt daar steevast zijn opwachting. Tegen acht uur hou ik het voor gezien. Op zondag ga ik naar de kinderoptocht in het centrum kijken, daarna naar de Blauw Trap en Motown. Ook weer veel familie. Vasteloavend is voor mij wat voor veel anderen het Zomerparkfeest is. Eén groot weerzien en een belangrijke drijfveer om terug te blijven komen. ’s Zomers hebben wij in Frankrijk volle bak en kan ik niet weg. Op maandag loop ik rond twaalf uur twee keer het park op en neer en dan heb ik de optocht gezien. Rond acht uur eten en dan is pappie klaar.” De heilige dag is voor Receveur de dinsdag: „De boerebroélof, de mooiste folklore in de hele regio. Je schuift zo eens hier en daar naar binnen en om twaalf uur is het schluss. Als ik thuiskom, haal ik dan ook meteen de vlag binnen. Die moet op woensdag niet meer wapperen.” Marc en Jacqueline denken nu na over het post Domaine La Fontaine-tijdperk. „Het bedrijf staat te koop, maar we hebben geen haast. Daarna zouden we liefst negen maanden per jaar in Frankrijk wonen en drie in Nederland. Nee, niet per se in Venlo, maar wel in de buurt.”