Kweekvlees op lange weg naar supermarkt

Print
Kweekvlees op lange weg naar supermarkt

Mark Post, hoogleraar vasculaire fysiologie aan Universiteit Maastricht, bekijkt spiercellen onder een microscoop in het laboratorium Foto: Harry Heuts

Hoogleraar vasculaire fysiologie Mark Post (59) – tijdens dit interview met mintgroen T-shirt, kaki-gekleurde broek en donkergrijze sneakers onder een labjas – is samen met voedingstechnoloog Peter Verstrate medeoprichter van Mosa Meat. Het bedrijf houdt kantoor op de Brightlands Maastricht Health Campus. In 2013 presenteerde Post in Londen de kweekhamburger. Het allereerste kweekvlees. Het product is naar verwachting binnen 4 à 5 jaar op de markt.

In het tl-achtig verlichte lab legt Mark Post een petrischaaltje met spierweefsel onder een microscoop. Daarnaast ligt een op een ijsblokjesvorm lijkend bakje met een kweekhamburgertje, ongeveer even groot als een 2-euro muntstuk. 'De medische technologie voor kweekvlees hadden we al in huis. De maatschappelijke impact vind ik belangrijk. Vleesconsumptie gaat toenemen en we hebben daarvoor op de wereld gewoon niet genoeg plek. Veeteelt stoot tot twintig procent van alle broeikasgassen uit. En met kweekvlees hoeven we niet meer zoveel dieren te gebruiken.'
Het idee van kweekvlees is al oud, vertelt Post. Winston Churchill beschreef het al eens in 1932. De in 2015 overleden Amsterdamse ondernemer Willem van Eelen was geobsedeerd door het idee. Hij vroeg wetenschappers ermee aan de slag te gaan en het plan kreeg overheidssubsidie. Rond 2007 raakte Post betrokken bij het project en ging ermee door, ook toen andere wetenschappers afhaakten. Niet iedere onderzoeker was heel erg geïnteresseerd in kweekvlees zelf, het doel van het project, en stopten al voor de productie, vertelt de hoogleraar. Wel hadden ze technologieën die kweekvlees mogelijk maakten.
Mosa Meat is vooral gericht op massaproductie. Wil je kweekvlees op de markt hebben, zijn experimenten op kleine schaal in het lab nodig. Productie op grotere schaal vereist investeringen, apparatuur en ook goedkeuring van de Voedsel- en Warenautoriteit.


Mark Post is samen met voedingstechnoloog Peter Verstrate medeoprichter van Mosa Meat  Foto: Harry Heuts

Optimaliseren
Van een paar cellen kunnen in principe 80 duizend hamburgers gekweekt worden. Daar zijn anders vijfhonderd koeien voor nodig. Het zou 90 procent minder gebruik van landbouwgrond opleveren en zorgen voor een lagere uitstoot van het broeikasgas methaan. Hoe is die vertaling naar de praktijk? 'Dat weten we natuurlijk niet echt. Er zullen ongetwijfeld dingen zijn die tegenvallen, maar we weten dat de technische mogelijkheden er zijn. We moeten ze alleen optimaliseren en toepassen. Dat maakt het niet volmaakt voorspelbaar, maar dat lijkt me wel een oplosbaar probleem.'
Het ontwikkelingsprogramma, gefinancierd door investeerders, kost 4 à 6 miljoen euro en Mosa Meat zit volgens Post ‘dicht tegen dat bedrag aan’. Het bedrijf moet ermee aantonen dat het productiesysteem en het product zélf veilig zijn. Met het bedrag optimaliseert het bedrijf ook het eiwitgehalte en voegt het vetten aan het vlees toe.

Keuze
'Voor het maken van vlees uit veeteelt zijn een aantal oplossingen. We kunnen allemaal vegetariër worden of vegetarische substituten zoals plantaardige hamburgers eten, die geen groot publiek hebben aangesproken. Of kweekvlees. De keuze is natuurlijk aan de consument. Maar kweekvlees maakt het mogelijk een weefsel te produceren dat exact hetzelfde is en kan de behoefte aan vlees bevredigen; 95 procent van de mensen eet vlees. We denken dat dit een goedkopere methode is, omdat een koe heel inefficiënt is in het omzetten van het voedsel dat ze krijgt in de spieren die wij uiteindelijk eten. De meeste kosten van vleesproductie zit in het voedsel dat de koe krijgt.'
Post schat dat de kweekburger binnen vier à vijf jaar verkrijgbaar is in restaurants. Dan zal de prijs nog wel relatief hoog zijn: tussen de 10 en 20 euro. Eenmaal op de markt duurt het nog jaren voordat kweekvlees echt in de supermarkt ligt. De ambitie is om de burger dan onder de normale vleesprijs te verkopen. De hoogleraar ziet niet in waarom kweekvlees de vleesbehoefte niet kan bevredigen. 'Als smaak, geur, hoe het eruit ziet en hoe het in je mond voelt hetzelfde is, waarom dan niet? In mijn ogen gaat dit de vleesindustrie overhoop halen. De rest is emotie. Iets dat we al heel lang kennen en over dieren en over voeding gaat is ineens hoogtechnologisch. Dat is wennen. Maar uiteindelijk maken we vlees uit stamcellen, en is het duurzaam en diervriendelijk. We willen een product dat wordt geaccepteerd door iedereen.'
 


Een kweekhamburger, ongeveer ter grootte van twee euro, in het lab van Mark Post  Foto: Harry Heuts

 

Kweekvlees: hoe werkt dat?
Mark Post: 'De cel moet geoogst worden. Je prikt een koe in de bil en haalt daarbij een stukje spier weg. Daarin zitten stamcellen, waarvan de normale functie is om weefsel te repareren. Bij een spierscheur deelt een stamcel zich en maakt vervolgens spierweefsel. Dat kunnen stamcellen dus binnen het lichaam, maar ook erbuiten. We kunnen die stamcellen er dus uithalen en zich laten delen tot we er triljoenen hebben. Dan kunnen we die cellen instrueren om spiervezels te maken. We hoeven de cellen alleen bij elkaar te brengen, in een soort tijdelijke gel. Als ze samenklonteren – wat ze doen in een petrischaal – bouwen ze spanning op. Zo ontstaat met de juiste voeding, zuurstof en de juiste temperatuur, spontaan spierweefsel. Na drie weken zijn ze zo stevig geworden dat je ze kunt gebruiken als spiervezel. Plak je tienduizend van die vezels bij elkaar, dan heb je een hamburger. Een proces van zo’n drie maanden. Veel sneller dan bij vlees direct van een koe.'

Dit verhaal is onderdeel van een een innovatief en multimediaal project. De redactie van De Limburger onderzoekt de maatschappelijke en economische betekenis van Brightlands. Dit project is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van Brightlands, zonder dat deze partij invloed heeft gehad op de inhoud van de verhalen.
Lees meer op de site van Brightlands