Print je eigen eten

Print
Print je eigen eten

Chef-kok Jan Smink (r), die een driegangenmenu bereidt tijdens een masterclass in een van de labs in Villa Flora, kijkt naar een complexe foodprint Foto: Mara van den Oetelaar

Gewassen verbouwen zonder grond en gehaktballen eten uit de printer. Op de Brightlands Campus Greenport Venlo verzamelden zich op 28 juni op conferenties over alternatieve landbouw en voedingprinters vooral wetenschappers en bedrijven. Zijn het futuristische duurzaamheidsidealen van bollebozen en voedingsdromen van de kenners, of is het gewoon de nabije toekomst?

Bedrijfslogo’s in een 3D-geprinte smeerpasta van knolselderij en hazelnoot. Tientallen laagjes gehaktpasta die in iets meer dan een kwartiertje als gehaktballen uit een cartridge van de foodprinter komen rollen. Bij de meesten zal-ie nog niet naast de magnetron staan te zoemen – dat doet een foodprinter, muisstil – want met de drieduizend euro waarvoor de machine nu over de toonbank gaat is het nog geen keukengerei voor ieder huishouden. Voor nu is het apparaat alleen nog weggelegd voor cateraars, exclusieve pop-up restaurants in wereldsteden en culinaire etablissementen met Michelinsterren, waar minuscule print-lekkernijen op mooie borden worden opgemaakt.

Combineren
Chef-kok Jan Smink, die een driegangenmenu bereidt voor deelnemers aan een workshop: ‘Het resultaat smaakt niet anders. Het gaat vooral om vorm. Smaken combineren die er tot nu niet waren is wél een groot verschil met normale voeding. In het mengsel waarmee je de cartridge vult, kun je alle ingrediënten stoppen die je kunt bedenken.’
Het sluit aan op het concept van gepersonaliseerde voeding – afgestemd op wat jij als individu nodig hebt – waar de Venlose Greenport Campus zich veel mee bezighoudt. Testfabriek de Cooker, dat vocht onttrekt uit groenten en fruit en als eindproduct een concentraat overhoudt, is daarvan een voorbeeld. Wetenschappers doen met dat apparaat onderzoek naar welke voeding bij wie past, op basis van genetische achtergrond. Het resultaat varieert van croutons tot chips die je als gezonde snack eet.

Programmeren
Het concept van het printen van eten lijkt kinderlijk eenvoudig. De pasta, die qua vorm het midden houdt tussen paté en chocoladepasta, stop je in een spuit die je in een houder klikt. Er mogen geen bubbeltjes of klontjes in zitten, anders mislukt de vorm. De pasta is het resultaat van alle ingrediënten even in een blender, met een verdikker zoals boter.
Aan de spuit zit een naald van een maximaal een paar millimeter dik die streepjes smeerpasta op een plaat perst. De bewegingen van de arm die vastzit aan de spuit zijn voorgeprogrammeerd in software. Kun je programmeren dan kun je, zo lijkt het in ieder geval, met een 3D-foodprinter overweg. De vormen moeten stabiel zijn: vierkanten en rechthoeken bijvoorbeeld. Zolang de vorm niet te hoog is en de ondergrond plat, lijken de mogelijkheden oneindig. Portretfoto’s printen kan, zolang je de naald met de juiste dikte hebt en zolang de smeerpasta dik genoeg is. De kleuren zijn grijzig of bruinachtig, afhankelijk van de substantie. Voeding uit een printer lijkt nu nog een luxe. Nu nog wordt het geserveerd in vooral dure restaurants en 3D-printers zélf zijn kostbaar. Programmeringssoftware is wél vaak gratis en kant- en-klare spuiten voor in de printer bestaan ook al.
 


3D-foodprinters worden ingesteld op een gehaktbal, drie bollende vormen met holle binnenkant Foto: Mara van den Oetelaar

Bitcoin
Volgens Remco van den Born van byFlow, het bedrijf dat de foodprinters ontwikkelt, is nog niet bekend wanneer het apparaat bij mensen in huis staat. Want wanneer precies gaat de prijs nou van drieduizend naar, zeg, driehonderd euro? ‘Natuurlijk willen we zoveel mogelijk mensen bereiken, maar voor nu is het vooral nog erg nieuw. Vergelijk het met Bitcoin, de digitale valuta. De mogelijkheden met blockchain, de technologie die daarachter zit, lijken oneindig. Maar ook dat is nog heel nieuw voor het grote publiek.’ Nu bedient het bedrijf nog vooral patisserieën, sterrenrestaurants en chocolatiers.

Hype
Antonio Derossi van de Universiteit van Foggia in Zuid-Italië doet onderzoek naar gepersonaliseerde voeding door 3D-printers. ‘Willen we de printers ook straks thuis hebben staan, dan moeten de cartridges met de ‘smeerpasta’s’ in de supermarkt komen te liggen. Dat gebeurt binnen tien jaar. Dan hebben we de printers ook thuis. Daarvoor betalen we dan, schat ik, zo’n drie- à vierhonderd euro. Gebruiksgemak is heel belangrijk. Nu is 3D-printen voor de gemiddelde consument nog veel te bewerkelijk. Zo moet de pasta de juiste dichtheid hebben. En als de naald van de spuit niet op precies de goede hoogte staat, dan mislukt je print. Voeding op maat is met printen écht heel dichtbij. Samenstelling, kleur, smaak, vorm, textuur en voedingswaarde kun je straks helemaal zelf bepalen.’
Klinkt het printen van eten ook niet een beetje als een hype? ‘Nee. Het is een echte technologie. Hoe hard en zacht voeding uit de printer komt is ook te beïnvloeden. Heel helpend voor mensen met slikproblemen. Of denk maar eens aan kinderen die écht niets lusten. Wat voor eten er uit de printer komt, bepaal je straks zelf. Hoeveel oplossingen biedt dat wel niet?’
 

Lees hier over alternatieve landbouw: vertical farming, de andere conferentie op 28 juni. De twee conferenties maken deel uit van het tweedaagse Agri-Food Event op de Brightlands Campus Greenport Venlo

Dit verhaal is onderdeel van een een innovatief en multimediaal project. De redactie van De Limburger onderzoekt de maatschappelijke en economische betekenis van Brightlands. Dit project is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van Brightlands, zonder dat deze partij invloed heeft gehad op de inhoud van de verhalen.
Lees meer op de site van Brightlands