'Van een Formule 1-race krijg ik het koud noch warm'

Print
'Van een Formule 1-race krijg ik het koud noch warm'

Foto: ANP/De Limburger

Voor mij begint een F1 Grand Prix pas na de finish. Alles wat zich daarvoor afspeelt, registreer ik onbewogen. Ook als Max Verstappen, zoals zondag in Maleisië, afstevent op een overwinning laat ik me niet verleiden tot uitgelaten gedrag.

In tegenstelling tot de jolige bende die de Formule 1 bij Ziggo becommentarieert, sta ik dan niet als een dolgedraaide kangoeroe op de bank te springen. Highfives met mijn huisgenoten: ik moet er niet aan denken. Van een Formule 1-race krijg ik het koud noch warm. 

Sport met een gezicht
Gemotoriseerde sporten zullen het bij mij nooit winnen van Tom Dumoulin die met open geritst shirt over een Dolomietencol klautert, Lionel Messi die zich als een slang door een stel grijpgrage benen wurmt of de sierlijke antilopebenen van Dafne Schippers die naar goud sprinten. Ik houd van sport met een gezicht en dat is Formule 1 naar mijn gevoel te weinig. Een wielrenner die langs de kant van de weg hulpeloos staat te roepen om een nieuwe fiets, doet mijn bloed sneller stromen dan een klinische pitstop. Dat de auto en het werk van de ingenieurs doorslaggevender is voor succes dan het mannetje achter het stuur, staat echte liefde nog meer in de weg. 

Helmen af
Formule 1 begint mij pas echt te boeien als de helmen afgaan en de top drie van een GP zich na het vallen van de finishvlag meldt in de rustruimte, waar de coureurs even op adem kunnen komen voor de huldiging. Fascinerender televisie is nauwelijks denkbaar. Waar de kleedkamer in het voetbal verboden terrein is voor pottenkijkers, krijgt de F1-kijker na elke race een niets verhullend inkijkje. 

Big Brother
Na de Grand Prix van Francorchamps in augustus stonden een nog van adrenaline kolkende Lewis Hamilton, nummer twee Sebastian Vettel en nummer drie Daniel Ricciardo minutenlang zwijgend tegenover elkaar, als gedetineerden die elkaar in een krap bemeten cel aftasten. Het schokkende lichaam van de in zichzelf gekeerde Hamilton, de wezenloze blik van Vettel en de normaal altijd vrolijke Ricciardo die zichzelf geen houding wist te geven: in dat ene tafereel zat meer spankracht gebald dan in drie jaar Big Brother samen.

Naakt
Teleurstelling, woede, vreugde, opluchting, berusting: alvorens de coureurs gehuldigd worden en tijdens de persconferentie hun emoties met de media kunnen delen, staan ze in de rustruimte ‘naakt’ voor de camera’s. Een paar handdoekjes om hun zweet te deppen, enkele flesjes water, meer afleiding is er niet. Veroordeeld tot elkaar wacht de top drie na elke Grand Prix voor het oog van de hele wereld tot iemand van de FIA hen komt verlossen.

Transparantie
Over de Formule 1 valt veel te zeggen, maar qua transparantie is ze een voorbeeld voor een heleboel andere sporten. Die paar minuten in de rustruimte: het is toptelevisie die ik voor geen goud wil missen en die meer zegt dan honderd nietszeggende persbulletins. De verhouding tussen rijders wordt er genadeloos blootgelegd. Zo toonden Verstappen en Hamilton in Maleisië op een speelse manier respect voor elkaar. De voorbode van een toekomstig verbond bij Mercedes? Zodra de helden zijn gescheiden van hun bolides krijgt elk gebaar, elk woord, elke oogopslag extra betekenis en wordt F1 voor mij pas echt interessant.