De documentaire ‘175 jaar De Limburger’. Hoe de geschiedenis van de Limburgse krant ook het verhaal is over het Limburgse leven van toen en nu. Met prachtige oude beelden en historische momenten.

De Limburger tijdlijn
1846 - 2020

Weekblad van Heerlen
7mei
1846

De ‘koeijen’ verkopen goed

Het Weekblad van Heerlen is de eerste van de vele voorlopers van wat nu De Limburger is. In 1846 opgericht door de nog niet zo lang naar Heerlen verhuisde Duitser Johann Bernhard Hermann Weyerhorst. Heerlenaren betaalden 2,75 gulden voor het weekblad, niet-Heerlenaren kregen het per post toegezonden tegen een meerprijs van 50 cent.

Hoeveel lezers Weyerhorst tot een abonnement wist te verleiden, is niet te achterhalen. Een vetpot kan het niet geweest zijn. Echtgenote Margaretha hield er nog een winkel in koloniale waren op na. Het verhaal gaat dat de directeur en zijn redacteur hun werk deden tussen de balen bruine bonen, suiker en leverworsten.

Het allereerste exemplaar van het Weekblad van Heerlen is in de archieven niet meer terug te vinden. Wel de editie van 7 mei 1846. De voorpagina is vooral gevuld met nieuws elders uit het land en begint met mededelingen rond een vergadering van de Tweede Kamer van eind april over de wet op ‘de groote visscherij’. Naar Limburgs nieuws is het even speuren. Halverwege de rechterkolom meldt het Weekblad dat regering en de Algemene Rekenkamer het niet eens zijn over de financiering van de nog aan te leggen steenweg tussen Maastricht en Nijmegen. Het opmerkelijkste bericht op de voorpagina van 7 mei is het korte verslag van de dierenmarkt in het toch niet om de hoek liggende Enkhuizen. ‘De koeijen werden tot goede prijzen en tot genoegen der verkoopers afgezet.’ Wat de lezer uit Heerlen en omstreken met die mededeling moest, is 175 jaar later een raadsel.

Een lang leven was het Weekblad van Heerlen onder die titel niet beschoren. Al in 1847 koos Weyerhorst ervoor de naam om te dopen in Der Limburger Courier. Een krant in het Duits, de taal die veel inwoners in de pas sinds 1815 bij Nederland gevoegde regio destijds nog spraken. Niet helemaal in het Duits overigens. De gemeentelijke mededelingen waren in het Nederlands. In 1868 ging Karl Weyerhorst, die de drukkerij van zijn overleden vader had overgenomen, op verzoek van een meerderheid van de abonnees, weer op de Nederlandse toer. De naam veranderde mee in De Limburger Koerier. Sommige middenstanders bleven in de krant in het Duits adverteren. Weyerhorst junior leek ook niet goed te weten wat hij wilde. In 1869 voegde hij tijdelijk weer een Duitstalige bijlage toe. In 1901 verhuisde Weyerhorst met zijn krant naar Maastricht.

Meer lezen
Venloosch Weekblad
6okt
1866

Spoorlijn van Venlo naar Eindhoven

De opluchting druipt van de ‘nieuwstijding’ in het Venloosch Weekblad van 6 oktober 1866 af. ‘De spoorlijn Venlo–Helmond–Eindhoven is dan toch werkelijk verleden maandag geopend.’ Het leest alsof het Venloosch Weekblad tot het laatst toe heeft getwijfeld of er wel treinen op het traject zouden gaan rijden. Die twijfel komt niet helemaal uit de lucht vallen gezien de voorgeschiedenis.

Nederland was er al niet vroeg bij met de aanleg van een het hele land bestrijkend spoorwegennet, en het zuiden was het laatst aan de beurt. Over dat laatste tracé is jarenlang gebakkeleid. Het maakte deel uit van de lijn die Rotterdam met Maastricht moest verbinden. Op het eerste zicht leek het logisch te kiezen voor de kortste route via Weert. Zeker omdat de ruime omweg via Venlo door de zompige veengronden van de Peel zou voeren, niet de meest geschikte bodem voor de aanleg van een spoorlijn. Vanuit Brabant (in de oorspronkelijke plannen zou men via Breda en Tilburg rechtstreeks afzakken naar Weert en Den Bosch en Eindhoven links laten liggen) en Limburg werd volop gelobbyd onder Tweede Kamerleden. Ook de veenontginners uit de Peel lieten zich niet onbetuigd vanwege de logistieke voordelen van de spoorlijn.

Uiteindelijk viel de keus op het traject waarbij zo veel mogelijk steden en dorpen zouden profiteren van het spoor. In het najaar van 1866 zouden dagelijks twee treinen aankomen en vertrekken. De prijs voor een treinkaartje was op 6 oktober nog niet bekend. ‘Zodra dit vastgesteld is zullen bij de uitgeefster dezer courant, tarieven beschikbaar zijn’, belooft het Venloosch Weekblad. De treinverbinding tussen Eindhoven en Weert zou nog tot 1913 op zich laten wachten. Het Venloosch Weekblad, de eerste van de Noord-Limburgse voorlopers van De Limburger, verscheen voor het eerst in 1863 en kende een wel heel bijzondere hoofdredacteur in de persoon van Leopold Haffmans. Kantonrechter én politicus. Lid van Provinciale Staten van Limburg en later ook van de Tweede Kamer. Hij tekende zelf voor vlammende politieke commentaren, waarbij hij minder conservatief katholieke opponenten de grond in boorde en zichzelf lof toezwaaide.

Grootste journalistieke wapenfeit van de krant was een onthulling die in 1865 de val van minister van Financiën Gerard Betz inluidde. Betz had in een brief om de verkiezingssteun van een Maastrichts Kamerlid gevraagd. In ruil daarvoor zou de minister afzien van een in Limburg omstreden belastingverhoging. De publicatie van de ‘omkoopbrief’ in het Venloosch Weekblad zorgde voor een grote politieke rel, waarna Betz zich gedwongen voelde ontslag te nemen.

Meer lezen
Venloosche Courant
18mei
1895

Welkomst-groet aan vorstinnen

Wie het op de voorpagina van de Venloosche Courant afgedrukte feestprogramma doorneemt, raakt al snel de tel kwijt van het aantal boeketten en ruikers dat de 14-jarige koningin Wilhelmina en haar moeder, koningin-regentes Emma kregen aangeboden tijdens hun bezoek aan Venlo.

Het is een schier eindeloze opsomming, waarbij de krant ook keurig vermeldt welke plaatselijke dames uitverkoren zijn om op 20 mei de bloemen te overhandigen. Venlo wilde zich van zijn beste kant laten zien en dat gold ook voor de Venloosche Courant. Met een welkomstgroet op rijm betuigde de krant de Limburgse liefde voor het koningshuis. De woordkeuze verraadt dat die liefde niet vanzelfsprekend was.

Moge d’ontvangst hier bereid
U de overtuiging schenken,
Dat, wat men van ons wil denken,
Limburg in aanhanklijkheid
Aan Uw Huis en aan Uw Troon
Voor geen ander onderdoet.

De drang om die aanhankelijkheid te bewijzen kwam niet uit de lucht vallen. Limburg werd als een buitenbeentje in het koninkrijk gezien, dat tussen 1830 en 1839 openlijk twijfelde tussen Nederlands blijven of Belgisch worden. Een buitenbeentje ook dat tot 1867 deel uitmaakte van zowel het Nederlands koninkrijk als de Duitse Bond. Van een hechte band was in 1895 nog geen sprake, hoe hard de Venloosche Courant ook dichtte. Het koningshuis had zelf ook wel door dat in het zuiden van het land nog veel aanhankelijkheid te winnen viel. Zeker in Venlo viel ook wel wat goed te maken. Veel inwoners herinnerden zich nog de buitengewoon horkerige wijze waarop koning Willem III zich tijdens een eerdere visite aan de stad had gedragen. De vorst was alleen geïnteresseerd geweest in de vestingwerken en liet de feestelijk versierde straten vol Venlonaren links liggen.

In 1895 had Venlo geen reden tot klagen, net als Maastricht dat een dag later bezoek kreeg van prinses en koningin-regentes. Voor Roermond waren de druiven wel zuur. De stad lag jarenlang dwars bij de overdracht van archieven naar het nieuwe Rijksarchief in Maastricht en kreeg daarvoor de rekening betaald. De trein met het koninklijk gezelschap reed Roermond zonder te stoppen voorbij. Publiek was de toegang tot het perron ontzegd. Alleen voor de stationschef werd een uitzondering gemaakt.

In Venlo lag men niet wakker van het Roermondse lot. De stad mocht ‘terecht’ trots zijn dat ze uitverkoren werd boven Roermond, meldt de voorpagina van de sinds 1869 verschijnende Venloosche Courant. In 1908 zou de krant met concurrent Venloosch Nieuwsblad (de opvolger van het Venloosch Weekblad) opgaan in de Nieuwe Venlosche Courant.

Meer lezen
Limburger Koerier
24dec
1901

Loterij en andere ‘productieve’ uitgaven

De abonnees van de Limburger Koerier hebben geen reden tot klagen in 1901, gelet op de berichtgeving van de dat jaar van Heerlen naar Maastricht verhuisde krant die om de dag verschijnt. Geen ander blad dat gewichtig nieuws spoediger en voordeliger brengt (‘met telegraphischen spoed’ zelfs) en geen ander blad dat zozeer alom in Limburg gewild is.

Alsof dat nog niet genoeg is, maken de abonnees ook nog eens kans op aanlokkelijke geldprijzen: 3000 gulden, verdeeld over 348 prijzen. Naar de helft van dat bedrag dingen alle abonnees mee. De resterende 1500 gulden wordt verdeeld onder de betalende lezers die hun abonnement over 1902 vooruit voldoen.

De ruim bemeten aankondiging van de loterij en de daarmee gepaard gaande reclame op de voorpagina van 24 december 1901 laten het overige nieuws wat ondersneeuwen. Ten onrechte, want Limburg staat aan de vooravond van de oprichting van De Staatsmijnen op 1 mei 1902. Een ontwikkeling met grote gevolgen en zeker niet alleen voor de economie in het zuiden des lands. Als goed katholiek dagblad schenkt de Limburger Koerier volop aandacht aan de woorden van het uit Venlo afkomstige Kamerlid Willem Hubert Nolens. De priester is in de eerste drie decennia van de vorige eeuw de onbetwiste politiek leider van katholiek Nederland. Als hij geen toog had gedragen zou hij het zeker tot premier hebben geschopt.

Nolens juichte eind 1901 de oprichting van De Staatsmijnen toe. Een in juni van dat jaar aangenomen wet had het pad daartoe al geplaveid, in december ging het vooral over de financiële consequenties. Het openen van een nieuwe bron van inkomsten begint nu eenmaal met uitgaven, constateerde het priester-Kamerlid. In dit geval geen probleem, want het waren in zijn ogen ‘productieve’ uitgaven. Productief voor heel Nederland. „Wie tot voor niet zoo langen tijd in deze Kamer sprak over het mijnwezen in Limburg, pleitte in veler oog nog altijd voor een provinciaal belang, zoo hij al niet den indruk maakte van over Klondijksche schatten te phantaseeren.” Met ‘Klondijksche schatten’ doelde Nolens op de goldrush die in 1898 was losgebarsten in het Canadese Klondike. Steenkoolwinning in Limburg had met deze gekte volgens de katholieke voorman niets van doen. De uitgaven waarvoor de staat stond waren in zijn ogen niet alleen productief met het oog op toekomstig gewin. Ze zouden ook leiden tot „modelinrichtingen, die aan alle eischen voldoen die aan het onderaardsche verblijf en aan den zwaren en altijd gevaarlijke arbeid in de mijnen gesteld kunnen worden”, aldus het Kamerlid dat zich nog vaker zou roeren over de ondergrondse arbeidsomstandigheden.

Meer lezen
Limburger Koerier
29jul
1914

Diploma’s tussen het oorlogsnieuws

Op 29 juli, een dag na de oorlogsverklaring van Oostenrijk aan Servië, waarvan we nu weten dat het de start was van de Eerste Wereldoorlog, verwachtte de Limburger Koerier nog dat het zo’n vaart niet zou lopen. ‘Wij voor ons geloven, dat Rusland zich niet aan een oorlog wagen zal’, meldde de krant op de voorpagina in een uitgebreide bespreking van de situatie in Europa. Rusland waagde het echter wel, net als veel andere Europese mogendheden.

De Limburger Koerier zat er zeker niet als enige naast, maar de wetenschap van nu moest de krant ontberen. Achteraf voorspellen is altijd gemakkelijk. Het nieuws van over de grens was altijd uit tweede hand, afkomstig van buitenlandse persbureaus. Naar de betrouwbaarheid daarvan was het vaak gissen. Dat was helemaal het geval in oorlogstijd, toen veel persbureaus zich in hun berichtgeving door vaderlandsliefde lieten leiden dan wel propaganda voor lief namen. Voor de meeste dagbladen, zeker voor regionale kranten, was het sturen van eigen waarnemers of correspondenten naar het frontgebied ondoenlijk. En waar het wel gebeurde, was de betrouwbaarheid nog niet gegarandeerd. Aan de toelating van buitenlandse journalisten verbonden oorlogvoerende landen strikte voorwaarden. Zo mochten ze met geen woord reppen over de stemming onder troepen en burgerbevolking, noch over voedselvoorziening of de locatie van loopgraven en dergelijke.

Ook toen een maand later de oorlog heel dichtbij kwam en de schermutselingen tussen het Duitse en Belgische leger vanaf de Mescherberg in Eijsden te volgen waren, bleef het behelpen. De Limburger Koerier hield dan ook nadrukkelijk een slag om de arm bij het melden van de opgeblazen voetbrug over de Maas bij Visé. ‘Op dit bericht maken we streng voorbehoud.’

Op 29 juli hoopten België en Nederland nog allebei buiten de strijd te blijven. Al troffen beide landen wel voorbereidingen voor het geval dat, zo viel te lezen in de Limburger Koerier. Zo lagen onder de bruggen over de Maas in Luik ‘dynamietpatronen gereed om ze zoo noodig te doen springen’. Datzelfde was men ook van plan in Nederland, onder meer bij de spoorwegbrug in Roermond. Aan details uit eigen land, dat er wel in slaagde neutraal te blijven, was kennelijk geen gebrek: de tien militairen die de explosieven moesten aanbrengen, waren per auto naar Limburg vervoerd omdat de laatste trein al vertrokken was.

Het laatste hoekje van de voorpagina werd gevuld met het heuglijke nieuws dat twee heren uit Maastricht en twee dames uit respectievelijk Echt en Geleen-Lutterade de hoofdakte voor het basisonderwijs hadden behaald.

Meer lezen
Limburgsch Dagblad
26okt
1918

Eerste nummer verscheen twee keer

Voor een nieuwe krant trok het Limburgsch Dagblad in jaargang 1, nummer 1 van zaterdag 26 oktober 1918 flink van leer. Niemand minder dan de Amerikaanse president Woodrow Wilson kreeg de les gelezen. Nederland was weliswaar neutraal gebleven, maar de Eerste Wereldoorlog sloeg economisch toch diepe wonden. De Amerikaanse president bood in het najaar van 1918 financiële hulp aan, maar verbond hieraan de voorwaarde dat Nederland af zou zien van export naar Duitsland.

Dat was tegen het zere been van het Limburgsch Dagblad dat Wilson publiekelijk de vraag stelde of die koppeling wel ‘edel gedacht’ en ‘gentlemanlike’ was tegenover een ‘klein volk, dat in zéér moeilijke omstandigheden verkeert’.

Op bescheidenheid viel de nieuwe krant toch al niet te betrappen. ‘Dit nummer telt 20 bladzijden’, meldde de krant trots in jaargang 1, nummer 1 van zaterdag 26 oktober 1918. En dan had de krant zich door ‘den groten toevloed van advertentiën’ ook nog genoodzaakt gezien een aantal berichten te laten liggen en vele adverteerders teleur moeten stellen. Gezien het aantal bijkantoren, verspreid over de hele provincie tot in Gennep aan toe, had de nieuwe boreling heel wat ambities.

De kersverse abonnee van het Limburgsch Dagblad kon niet alleen rekenen op leesplezier, maar was meteen ook verzekerd tegen ongevallen. Geen onbekend fenomeen destijds in krantenland. Bij verlies van hand, voet of oog werd 200 gulden uitgekeerd. Tegenover het verlies van een duim stond 100 gulden, een wijsvinger was 60 gulden waard, ‘elken anderen vinger’ 20 gulden. Voor mijnwerkers gold de verzekering ook ondergronds.

Met de mijnwerkers is de doelgroep genoemd waarop de krant zich met name richtte. De steenkoolwinning bloeide en groeide. De bevolking groeide mee, vanuit het hele land togen arbeiders naar het katholieke zuiden. Monseigneur Henri Poels achtte de tijd rijp voor een eigen dagblad in de mijnstreek. Poels was de voorman van de katholieke arbeidersbeweging in de mijnstreek en pleitte regelmatig voor verbetering van arbeids- en leefomstandigheden. Niet alleen omdat de sores van de mijnwerkers hem ter harte gingen, ook om hen te behouden voor het christelijk geloof. Of met andere woorden: om te voorkomen dat ze zich zouden bekeren tot het socialisme.

De eerste uitgave van 26 oktober was eigenlijk de tweede. Op 5 oktober was het echte eerste exemplaar gedrukt, maar dat nummer kwam door technische storingen slechts bij enkele abonnees terecht. Daarop besloot het Limburgsch Dagblad tot een heruitgave, die pas zou verschijnen als alle problemen verholpen waren. Op zaterdag 26 oktober dus.

Meer lezen
Limburgsch Dagblad
18mei
1920

De vrees voor vrouwen bleek ijdel

Buitenlands nieuws domineerde de voorpagina van de Maastrichtse editie van het Limburgsch Dagblad van 18 mei 1920. Gekrakeel over de verhoudingen met de kersverse Hongaarse republiek, een vergaderverslag van de ‘Raad van den Volkenbond’ en de aankondiging van het eind van de revolutionair syndicalistische beweging.

Naar de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen in de Limburgse hoofdstad is het vergeefs zoeken. Terwijl het nog wel historische verkiezingen waren. Voor het eerst mochten ook vrouwen in Nederland hun stem uitbrengen. Door een herindeling (de dorpen Sint Pieter, Oud-Vroenhoven, Limmel en Heugem werden bij de stad ondergebracht) was de Maastrichtse gemeenteraad de eerste die door mannen én vrouwen werd verkozen.

De uitslag is op een binnenpagina terug te vinden. Er waren 31 zetels te verdelen. De katholieken sleepten er 22 in de wacht, de sociaaldemocraten 7, de Vrijzinnig Democraten 2. De krant zet de namen van de nieuwbakken raadsleden keurig op een rij, 29 heren en 2 vrouwen, van wie er overigens eentje weer zo vertrokken was. Mejuffrouw Clara Roebroeck werd nog wel namens de katholieken ingezworen als raadslid, maar trouwde niet veel later. Naar goed katholiek gebruik hield dit in dat ze meteen haar functies weer opgaf.

Haar snelle vertrek maakte dat Anna Wijnandts-Louis als enige vrouw overbleef. De primeur van het eerste vrouwelijke raadslid van Nederland was al vergeven in 1919. Toen mochten vrouwen wel al gekozen worden, maar nog net niet kiezen. Een jaar later was dat wel het geval, zodat Anna Wijnandts-Louis toch de geschiedenisboeken in ging als de eerste vrouw die door beide geslachten werd gekozen. De vijfde van tien kinderen van een glasslijper bij de Sphinx bleek een blijvertje. Wijnandts-Louis, de nummer drie op de lijst van de SDAP, was sociaaldemocrate in hart en nieren. Meer dan een kwart eeuw zou ze deel uitmaken van de Maastrichtse gemeenteraad. De kranten haalde ze zelden, als spreekbuizen van katholiek Limburg hadden die in die tijd nog nauwelijks oog en oor voor afwijkende politieke geluiden.

Overigens verliepen de eerste verkiezingen waarbij ook vrouwen hun stem mochten uitbrachten, vlekkeloos. Dat was kennelijk niet geheel conform de verwachtingen. ‘De vreeze dat de vrouwen niet zouden weten, hoe zij moesten stemmen, is ijdel gebleken, waar over het algemeen genomen, het aantal ongeldige stemmen vrij gering was’, meldt het Limburgsch Dagblad.

Meer lezen
De Nieuwe Koerier
15mei
1940

Capitulatie en opgepot zilver

De mededeling dat het Nederlandse leger de wapens neerlegde en capituleerde voor de Duitse bezetter, springt meteen in het oog op de voorpagina van De Nieuwe Koerier Maas- en Roerbode van 15 mei 1940. Generaal Henri Winkelman, opperbevelhebber van het Nederlandse leger, had ‘een beschouwing gegeven omtrent de overmacht der Duitse wapens, waartegen de moed der Nederlandsche troepen het moest afleggen’. Een wat omslachtige omschrijving van hetgeen in de kop veel kernachtiger was samengevat.

Over de gevolgen van de capitulatie viel op die dag begrijpelijkerwijs nog niet zo gek veel meer te melden. Wel werd de lezer nog op de hoogte gesteld van het feit dat Koninklijk Huis en regering zich naar Engeland hadden begeven. De grootste zorg op korte termijn leek vooral van economische aard. Op de voorpagina riep de redactie de lezers op ‘de zwaarigheden voor elkaar’ niet te vergroten door massaal bankbiljetten in te ruilen voor zilvergeld. Het verzamelen en oppotten van zilvergeld gebeurde kennelijk op grote schaal, zo getuigde ook de boodschap in vetgedrukte letters van de Roermondse burgemeester Paul Reymer. Het oppotten was schadelijk voor het betalingsverkeer en in strijd met het algemeen belang. ‘Men meene toch niet dat men met wat zilver heel wat meer bezit dan met bankpapier’, schaarde de krant zich aan de zijde van het lokale gezag.

De Duitse bezetting zou niet alleen het betalingsverkeer maar het hele leven in Nederland ontwrichten. Ook voor kranten veranderde er veel. Vrij snel na de inval namen de Duitsers het heft in handen. Radio-omroepen en kranten mochten niet langer zelf bepalen welk nieuws ze brachten. De bezetter nam ook het Algemeen Nederlands Persbureau over, dat in de volksmond werd omgedoopt tot Adolfs Nieuwste Papegaai. Kranten die zich niet aan de voorschriften van de bezetter hielden, kregen een verschijningsverbod. Dat overkwam het Limburgsch Dagblad in 1942.

Al te volgzame kranten betaalden na de oorlog de rekening voor collaboratie met de nazi’s. Dat gold in Limburg voor de Nieuwe Venlosche Courant en de Limburger Koerier. Hugo van den Broeck, de pro-Duitse hoofdredacteur van laatstgenoemde krant, werd na de oorlog veroordeeld tot zeven jaar cel. Voor De Nieuwe Koerier Maas- en Roerbode zouden de oorlogsjaren ook zorgen voor zwarte bladzijden in haar mediageschiedenis. Na de bevrijding van Limburg kreeg de krant in 1944 een publicatieverbod wegens collaboratie. Onder de naam Maas- en Roerbode maakte de krant een nieuwe start om in 1971 te fuseren met De Nieuwe Limburger.

Meer lezen
Dagblad voor Noord-Limburg
5mei
1945

Eindelijk vrede in heel Nederland

Met een uitroepteken in de kop meldde het Dagblad voor Noord-Limburg op 5 mei 1945 dat heel Nederland was bevrijd. De Duitsers hadden gecapituleerd. ‘Overrompelend is dit bericht gekomen en we werden stil’, schreef de krant. Stil bij de gedachte hoe ‘ons arme kleine vaderland’ er nu bij lag.

‘Verminkt, gebrandschat, door zijn ouden kwelgeest het water gesloopt, door schennende handen in een jarenlange methodische plundering ontdaan van alles, waarop wij met recht trots waren, omdat het het werk van onze eigen, eerlijke handen was.’ Het Dagblad voor Noord-Limburg keek op die 5de mei niet alleen terug op de vijf barre jaren die Nederland achter zich had, maar blikte ook vooruit op de uitdagingen voor de toekomst: ‘Meer dan ooit moeten wij aan onszelf trouw blijven en ontoegankelijk voor verkeerde invloeden: een geloovig christenvolk, nijver, eerlijk en broederlijk.’ Gemakkelijk zou het niet worden, vermoedde de krant. ‘De wapenen zwijgen, maar de geestelijke strijd gaat voort.’ Zelf was de krant bij het publiceren van deze stichtelijke woorden pas aan nummer 16 van de 1ste jaargang toe.

In november 1944 werd in de toen al bevrijde delen van Limburg in rap tempo afgerekend met de ‘foute’ kranten uit de oorlog. Ook de Nieuwe Venlosche Courant kreeg een publicatieverbod. Al tijdens de oorlog waren er plannen om een nieuwe Noord-Limburgse krant uit te geven, waarbij onder anderen redacteuren waren betrokken die in 1942 om principiële redenen hadden gebroken met de Nieuwe Venlosche Courant.

De nieuwe krant kreeg van het Militair Gezag de beschikking over de gebouwen en de apparatuur van de verboden voorganger. Op 18 april 1945 verscheen het eerste nummer van het Dagblad voor Noord-Limburg onder hoofdredactie van Gijs Bertels. Hij was een van de journalisten die in 1942 ontslag hadden genomen bij de Nieuwe Venlosche Courant. In de tweede helft van de oorlog bleef hij journalistiek actief als redacteur bij het illegale blad Moed en Vertrouwen. Het Dagblad voor Noord-Limburg zou 52 jaar lang onder die titel uit komen. In 1996 fuseerde de krant niet zonder slag of stoot met De Limburger.

Meer lezen
Maas- en Roerbode
23nov
1963

Krant troeft televisie af bij verslag over moordaanslag op Kennedy

Vanaf het moment dat de eerste persbureaus rond 19.45 uur op vrijdagavond 22 november 1963 met berichten kwamen dat er die middag rond 12.30 uur lokale tijd in Dallas, Texas, een moordaanslag was gepleegd op de Amerikaanse president John F. Kennedy, was er voor de eindredacteur van de Maas- en Roerbode geen twijfel mogelijk: opening krant.

Op dat moment was nog onduidelijk of Kennedy dood was. ‘Wereld rouwt om Kennedy’ kopte de Roermondse krant een dag later. Dat was niet overdreven. Geen politicus sprak in het ontluikende televisietijdperk zo tot de verbeelding als Kennedy. Hij oogde jong te midden van bejaarde politici als de Franse president Charles de Gaulle of de WestDuitse bondskanselier Konrad Adenauer. Hij was op Teddy Roosevelt na de jongste president van de VS. De media, vooral de televisie, waren verzot op het jonge gezin in het Witte Huis, in het bijzonder op Jacqueline (Jackie), de vrouw van de president. Een stijlicoon met haar mantelpakjes dat ook nog eens vloeiend Frans sprak. Het leek wel of de VS voor het eerst in hun geschiedenis een koninklijke familie in zijn midden had.

Al snel werd duidelijk op die avond van de 22ste november 1963 dat Kennedy de aanslag niet had overleefd. De Maas- en Roerbode meldde alle details: Kennedy naar ziekenhuis overgebracht, dood verklaard, stoffelijk overschot naar Air Force One overgebracht. De krant maakte nog een apart bericht van de beëdiging van vicepresident Lyndon B. Johnson als de nieuwe Amerikaanse president tijdens de vlucht van Air Force One naar Washington.

Nederlandse televisie faalde op de avond van de 22ste november. Actualiteitenrubriek Brandpunt van de KRO meldde nog terloops dat Kennedy overleden was, maar ging daarna door met een reportage over insectenbestrijding... De KRO besloot de westernserie Bonanza en een amusementsprogramma niet meer uit te zenden. In plaats daarvan kwam een documentaire over ontwikkelingshulp afgewisseld met het bord ‘PAUZE’. De televisie was nog lang niet geschikt om direct in te spelen op de actualiteit. Nee, als mensen meer wilden weten, belden ze die avond de krant.

De voorpagina van de Maas- en Roerbode was verder nog gewijd aan het feit dat de Belgische televisiekijker nu ook eindelijk voetbalverslagen te zien kreeg, en aan de benoeming van oud-minister en burgemeester van Heerlen Charles van Rooy (Katholieke Volkspartij) tot gouverneur van Limburg. Dat was vermoedelijk opening krant geweest als er geen moord was gepleegd in Dallas.

Meer lezen
Limburgs Dagblad
18dec
1965

Optimisme zal misplaatst blijken bij aankondiging mijnsluiting

Wat opvalt aan de voorpagina van het Limburgs Dagblad van 18 december 1965, de dag na de aankondiging van de mijnsluitingen door minister Joop den Uyl, is niet zozeer de openingskop (‘Mijnsluitingen opgevangen met miljoenensteun voor Limburg’) als wel de kop onderin (‘Den Uyl: redelijke zekerheid van nieuwe arbeid in Limburg’).

De PvdA-minister van Economische Zaken had er alle vertrouwen in dat in Zuid-Limburg nieuw werk zou komen. Het paste in de maakbaarheidsfilosofie van Den Uyl. De vooruitzichten leken op 17 december, toen Den Uyl in Heerlen de sluiting van de Limburgse mijnen aankondigde, ook redelijk goed. In Born, zo melde het Limburgs Dagblad, zou een nieuwe DAF-fabriek komen die al eind 1967 met de productie van middenklassen-auto’s zou gaan starten.

10.000 mijnwerkers zouden tussen ‘nu en vier jaar’ aan werk geholpen worden. Toen in 1969, vier jaar na de rede van Den Uyl, de Tweede Mijnnota uitkwam, waren al 28.000 arbeidsplaatsen in de Limburgse mijnen verloren gegaan. Daarmee kon de nieuw geschapen werkgelegenheid geen gelijke tred houden.

De eerste voortekenen van het drama dat zich in de Westelijke en Oostelijke Mijnstreek zou gaan voltrekken, werden al zichtbaar. Niet alleen raakten veel kompels werkloos, maar met hun werk verdween een heel sociaal netwerk. Ook de kerk, die voor menig mijnwerkersgezin een vaste ankerplaats was, begon scheuren te vertonen.

Voor de directie van De Staatsmijnen, waar de chemiepoot vreesde dat zij voor de verliezen van de kolensector moest opdraaien, was het begin jaren zestig al duidelijk dat de Limburgse mijnen niet meer levensvatbaar waren. De concurrentie uit de Derde Wereld werd steeds heviger, bedrijven schakelden over op goedkope aardolie en de concurrentie van het gas dreigde ook alleen maar groter te worden.

Nooit eerder verdween in Nederland een zo omvangrijke bedrijfstak in een klein gebied in zo’n kort tijdsbestek. Met de komst van de DAF naar Born en instellingen als het ABP en het CBS probeerde de overheid vervangende werkgelegenheid te scheppen. Mijnwerkers, die niet meer goed mee konden, kregen een plek in een sociale werkplaats. Licom zou uitgroeien tot een van de grote werkgevers in de Oostelijke Mijnstreek.

Bedrijven die elders niet goed draaiden, werden met subsidies naar Zuid-Limburg gelokt. Toen de subsidies ophielden, gingen zij failliet. Het ‘passend werk’ dat de 45.000 kompels beloofd was, kwam voor menigeen neer op vervroegd pensioen of de sociale werkplaats.

Meer lezen
Limburgs Dagblad
21jul
1969

‘Eén kleine stap voor een mens’

‘Er zijn twee mensen op de maan: de Amerikanen Neil Armstrong en Edwin Aldrin (beide 39) zijn gisteravond om 17 minuten over negen geland, in goede gezondheid. Ze hebben vanmorgen om half vier een wandeling gemaakt over het maanoppervlak.’ Zo meldde het Limburgs Dagblad 21 juli 1969.

Dat de krant die maandag al kon publiceren dat de twee astronauten van Apollo 11 een wandeling op de maan hadden gemaakt, kwam vermoedelijk omdat de laatste editie heel laat in de nacht van zondag 20 op maandag 21 juli op de pers gegaan was. Veel lezers zullen de krant waarschijnlijk pas in de loop van die maandag gelezen hebben omdat ze zelf tot diep in de nacht waren opgebleven om de livebeelden met verslag van tv-journalist Henk Terlingen (‘Apollo Henkie’) te volgen.

Op 16 juli waren de drie astronauten (Armstrong, Aldrin en Michael Collins) vanaf het Kennedy Space Center in Florida vertrokken naar de maan. De missie van Apollo 11 moest de bekroning worden van het Amerikaanse ruimtevaartproject dat onder president John F. Kennedy was begonnen als antwoord op de lancering van de eerste mens in de ruimte door de Sovjet-Unie. Na vier dagen bereikte de Eagle, zoals de maanlander heette, met aan boord Armstrong en Aldrin, het maanoppervlak. Michael Collins was in de commandomodule Columbia achtergebleven.

De eerste woorden van Armstrong direct na de landing waren: ‘Houston, Tranquility Base here. The Eagle has landed.’ De astronaut had lang nagedacht over wat hij zou zeggen als hij eenmaal voet op de maan had gezet. Hij sprak toen de beroemd geworden zin: ‘That’s one small step for a man, one giant leap for mankind’ (Eén kleine stap voor een mens, maar een reuzensprong voor de mensheid). ‘Buzz’ Aldrin was de tweede man op de maan. Hij maakte een paar beroemd geworden foto’s zoals die van een wandelende, kleine sprongetjes makende Armstrong en van een schoenafdruk van zijn collega. De twee bleven ongeveer twee uur op het maanoppervlak. Ze plantten een Amerikaanse vlag, verzamelden allerlei gesteente en spraken met president Richard Nixon.

Het Limburgs Dagblad liet op de voorpagina van maandag weten dat het diezelfde dag nog met een extra editie van acht pagina’s over de maanwandeling zou uitkomen. De oplage bedroeg 120.000. ‘Deze extra editie zal bij onze abonnees aan huis worden bezorgd en de 40.000 overige exemplaren zullen gratis worden uitgedeeld aan de duizenden toeristen die Limburg thans bezoeken en aan hen, die het Limburgs Dagblad (nog) niet lezen.’

Meer lezen
Dagblad voor Noord-Limburg
24jan
1972

‘Gijsen is cadeau van Vaticaan’

‘Weinig enthousiasme’ kopte het Dagblad voor Noord-Limburg op maandag 24 januari 1972 over de benoeming van Jo Gijsen (39) tot bisschop van Roermond en opvolger van Mgr. Moors. Het Vaticaan had de voordracht van het bisschoppelijk kapittel genegeerd, zo melde de krant. Gijsen werd de jongste bisschop van Nederland.

De kop boven de benoeming bewees dat de tijd voorbij was dat de Limburgse kranten keurig in het katholiek gareel liepen.Over de benoeming van Gijsen was veel te doen. Later bleek dat het kapittel drie gematigd progressieve priesters had voorgedragen. Die waren te vooruitstrevend in de ogen van het Vaticaan, dat met groeiende zorg de ontwikkelingen in de in zijn ogen afvallige Nederlandse kerkprovincie volgde. Het Vaticaan kwam met deken J.Th. Joosten van Echt, een geharnaste conservatief, op de proppen. Kardinaal Alfrink wist dat te voorkomen, maar moest beloven bij een volgende voordracht van het Vaticaan geen bezwaar meer aan te tekenen. De conservatieve curie in het Vaticaan had Alfrink schaakmat gezet.Gijsen was voor de gewone katholieke Limburger volstrekt onbekend toen radio en televisie op zaterdag 22 januari zijn benoeming bekendmaakten. Van enthousiasme was dan ook geen sprake.

De conservatieve Limburgse gelovigen en priesters kenden Gijsen, rector van een rusthuis voor nonnen in Nunhem, al langer. Hij was hun zaak toegedaan. Er moest in hun ogen een eind komen aan de ‘gekte’ in de Nederlandse kerkprovincie. Die leek soms wel, om de woorden van de conservatieve jezuïet J. Bots aan te halen, ‘van God los’.

De conservatieve katholieken in Limburg ontvingen Gijsens benoeming als een cadeau van het Vaticaan. De progressieve priesters merkten al gauw dat de nieuwe bisschop direct aan het wieden ging. Binnen een jaar was bijna de complete staf van het bisdom vervangen. Op veel terreinen voer Gijsen een eigen koers, afwijkend van het beleid in de overige bisdommen. In Rolduc richtte Gijsen een eigen priesteropleiding op waar de aankomende priesters ook moesten wonen.

Toen Gijsen eind 1979 katholieke politici die betrokken waren bij de abortuswetgeving in de ban deed, ging dat zelfs de paus te ver. Hij greep in. Er kwam een speciale synode voor de Nederlandse bisschoppen. Gijsen kreeg een veeg uit de pan. De harde lijn die Gijsen bleef uitdragen, werd zijn ondergang. In 1993 trad hij terug om ‘gezondheidsredenen’, drie jaar later verkaste hij naar IJsland. Twee klachten tegen hem vanwege seksueel misbruik, ingediend in 2011, werden niet ontvankelijk verklaard. Gijsen overleed in 2013.

Meer lezen
De Limburger
8jul
1974

Mannschaft zorgt voor een enorme kater

Waar kop je op als krant zondagavond 7 juli 1974? Op het wedstrijdverslag van de verloren WK-finale? Of toch op de levensgrote kater waarmee heel veel landgenoten kampten na de met 2-1 verloren finale van de ‘Mannschaft’ in München? Op het laatste dus.

De krant meldde dat de straten uitgestorven waren die zondagnamiddag nadat de Britse scheidsrechter Jack Taylor de wedstrijd had afgefloten. Op een lege Dam in Amsterdam stond een eenzame ijscoman zonder klanten. Het begin van de finale in het Olympiastadion in München had niet beter kunnen verlopen. Oranje speelde de bal rond, geen Duitser die er een been tussen kreeg. Cruijff kwam de bal ophalen, versnelde, speelde een paar Duitsers uit en struikelde over het uitgestoken been van Uli Hoeness. Bal op de stip, Johan Neeskens schoot hem keihard door het midden, doelman Sepp Maier hoorde de bal alleen maar. Pas twee minuten gespeeld en Oranje stond al op voorsprong.De kater diende zich al aan in de eerste helft. Nederland speelde wel aardig, maar niet meer zo goed als in de voorafgaande wedstrijden. De ‘Oranje-machine’ pruttelde. Vooral Cruijff was niet in goeden doen. De Duitsers scoorden twee keer, waarvan de eerste keer uit een strafschop, versierd door ‘Schwalbenmeister’ Bernd Hölzenbein. In de tweede helft wist Oranje het tij niet te keren. ‘De droom van Oranje is uit’, kopte de krant.

Het Nederlands voetbalelftal verbaasde de eigen landgenoten en de wereld. Terwijl de verwachtingen van tevoren niet al te hoog waren, groeide met iedere overwinning in de poulewedstrijden het enthousiasme (en de hoogmoed) in eigen land. Buitenlandse media vroegen zich af hoe het kwam dat dit geweldige voetballand zich niet al eerder had laten zien. Totaalvoetbal werd een nieuw begrip in het voetbalwoordenboek.

De ellende op de voorpagina van maandag 8 juli werd verzacht met een lichte noot. Daar zorgde de Roermondse kastelein Jac Verstappen voor. Die had met de Duitsers Gunther Kraus om 50.000 mark gewed dat Oranje wereldkampioen zou worden. Nadat Verstappen in een landelijke krant had gelezen dat Kraus voor 20.000 mark wilde wedden dat het Duitse voetbalelftal Weltmeister zou worden, verhoogde Verstappen de inzet. Binnen- en buitenlandse media belden die zondagavond de Roermondse kastelein. Ze wilden weten of de kastelein zich aan zijn woord zou houden. „Die man krijgt zijn centen”, beloofde Verstappen. Of het geld ook echt is overgemaakt, valt niet meer te achterhalen.

Meer lezen
De Limburger
8nov
1975

Extra editie na ramp bij DSM

De zevende dag van november 1975 is een inktzwarte dag in de geschiedenis van chemiereus DSM. Door een leidingbreuk in een naftakraker (Nak 2) op de locatie Zuid in Beek kwam een gasmengsel vrij dat onmiddellijk ontplofte. De knal was tot in de verre omtrek te horen en werd gevolgd door een enorme vuurzee.

Honderden ruiten van woningen in de buurt gingen aan diggelen, auto’s op de nabijgelegen snelwegen werden van de weg geblazen. In de fabriek renden honderden mensen voor hun leven, op zoek naar een veilig heenkomen. Voor veertien werknemers bleek de ramp fataal, 109 anderen raakten zwaargewond. De brandweer had bijna een week nodig om te blussen. Pas op 12 november werd het sein ‘brand meester’ gegeven.

Naar de omvang en de gevolgen van de explosie, die de grootste industriële ramp uit de vaderlandse geschiedenis zou worden, was het die dag nog gissen. Maar dat het ernst was, besefte iedereen die de knal had gehoord. Op de redactie van De Limburger besloot men nog diezelfde dag met een extra editie te komen. Heel veel nieuws kon de krant nog niet brengen. Het aantal doden was op dat moment nog niet bekend. Wel waren er toen al tientallen gewonden geteld, onder wie enkelen met levensgevaarlijke verwondingen. De lezer kreeg ook nog mee dat scholen, winkels en andere fabrieken en bedrijven de deuren hadden gesloten.

De DSM-ramp zou de eerste weken de berichtgeving in de Limburgse kranten blijven domineren, onder meer met hartverscheurende verslagen van de begrafenissen van de veertien slachtoffers. De nasleep en de zoektocht naar de oorzaken zou ook nog vele kolommen vullen. Helemaal toen de verenigde nabestaanden het naadje van de kous wilden weten en via de rechter om openbaarmaking van de tot dan toe binnenskamers gebleven onderzoeksrapporten over de ramp vroegen. De leidingbreuk was fataal, maar uit de rapporten bleek ook dat DSM in 1975 tijdens het weer opstarten van de naftakraker na een grote onderhoudsbeurt veiligheidsregels had overtreden. De nabestaanden schermden ook met informatie dat de top van het chemiebedrijf wist dat er problemen waren met de naftakraker. In 2003 kwamen het chemiebedrijf en de nabestaanden een financiële tegemoetkoming overeen. Twaalf jaar later werd op begraafplaats Vouersveld in Geleen een monument voor de veertien slachtoffers onthuld. ,,Het verdriet slijt, het trauma blijft”, vertelde een van de nabestaanden bij de onthulling.

Meer lezen
De Limburger
10jan
1976

Oprichting universiteit was finest hour van Sjeng Tans

Het was, zoals Sjeng Tans terecht zei, een historische dag voor Limburg. Logisch dus dat De Limburger daarop kopte op de voorpagina. Na jaren van lobbyen kreeg Limburg eindelijk zijn universiteit.

Staande naast koningin Juliana, die op 9 januari 1976 met haar handtekening formeel de oprichting van de Rijksuniversiteit Limburg bekrachtigde in de Sint Servaaskerk, was Sjeng Tans vervuld van trots. Koppig als hij was had Tans de komst van de achtste Medische Faculteit voorbereid. Samen met staatssecretaris Ger Klein (PvdA, Onderwijs en Wetenschappen) had hij ervoor gezorgd dat de eerste veertien studenten al in 1974 konden beginnen. Het was min of meer een ‘illegaal’ begin. Het paste naadloos bij het eigenzinnige karakter van de Universiteit Maastricht, zoals de instelling alweer jaren heet.

Sjeng Tans, de katholieke slagerszoon uit het Maastrichtse Boschstraatkwartier, had het bisdom Roermond getrotseerd. De adjudanten van de bisschop hadden Tans eind 1954 weggepest als leraar Nederlands op het katholieke Veldeke-college in Maastricht. Reden: Tans was lid van de Partij van de Arbeid, en dat mocht niet van het bisdom. Een kleine twintig jaar later beleefde hij zijn finest hour: staand op het altaar van de Servaas, missie geslaagd.

Als gouverneur van Limburg (1977-1990) wist Sjeng Kremers, ook zo’n doordouwer, er in de jaren tachtig voor te zorgen dat de Rijksuniversiteit Limburg verder kon groeien. Zowel Tans als Kremers wist met hun netwerken in de PvdA en het CDA ervoor te zorgen dat de ereschuld van Den Haag aan Limburg na de sluiting van de mijnen deels werd ingevuld door de komst van de universiteit naar Maastricht en de verdere uitbouw van de instelling. Inmiddels is de Universiteit Maastricht, samen met het Maastrichts Universitair Medisch Centrum + (MUMC+, de samenwerking tussen academisch ziekenhuis en de Faculteit Health, Medicine Life Sciences) de grootste werkgever in de Limburgse hoofdstad.

De UM is thans de universiteit met de meeste internationale studenten in Nederland.

Opvallend op de voorpagina was het commentaar ‘Uitdaging aan de R.U.L.’. Het was niet gebruikelijk dat De Limburger een commentaar op de voorpagina plaatste. Maar nu was er reden toe. De strekking van het commentaar: zorg dat de R.U.L. niet beperkt blijft tot een Medische Faculteit. Daar hoorde een academisch ziekenhuis bij. Maar dat was nog geen uitgemaakte zaak. Sjeng Kremers duwde de komst van het academisch ziekenhuis erdoor bij premier en partijgenoot Dries van Agt.

Meer lezen
Limburgs Dagblad
2mei
1988

IRA-terroristen slaan toe in Limburg

Limburg was al eens het toneel geweest van een schietincident waarbij linkse terroristen van de Duitse Rote Armee Fraktion op 1 november 1978 twee douaniers neerschoten in Kerkrade, maar drie aanslagen in amper twee jaar tijd deden alle alarmbellen rinkelen. Bij de aanslagen van de Ierse terreurbeweging IRA in Roermond en Nieuw-Bergen in Noord-Limburg in 1988 en 1990 waren Britse militairen het doelwit.

In de nacht van zaterdag 30 april op zondag 1 mei 1988 vonden vrijwel direct na elkaar twee aanslagen plaats door het verboden Iers Republikeinse Leger dat vertrek van de Britten uit Noord-Ierland eiste. Rond 1.00 uur werd in Roermond een auto met drie Britse militairen, die waren gaan stappen in de stad en terug wilden rijden naar hun basis in Wildenrath net over de grens, doorzeefd. Liefst zestig kogels schoten de IRA-gunmen op de auto af. Een 20-jarige militair overleefde het niet, twee anderen raakten zwaargewond.

Een kwartier na de schietpartij ontplofte een bom in een auto in het centrum van Nieuw-Bergen. In de auto zaten drie Britten, die na een bezoek aan een disco op het punt stonden terug te rijden naar Laarbruch, een basis van de Royal Air Force net over de grens. Twee militairen waren op slag dood, de derde liep zware verwondingen op. Omdat de politie bang was dat er mogelijk nog meer bommen zouden ontploffen, werden zeventig bewoners van Nieuw-Bergen die zondag uit hun huizen geëvacueerd. Ook in Roermond werden bewoners van twee flatgebouwen in de buurt van de aanslag tijdelijk ondergebracht in een bejaardenhuis in het centrum van de stad.

De IRA pleegde de aanslagen in uitgaanscentra waar veel in Duitsland gelegerde Britse militairen kwamen. De pubs aan het Stationsplein in Roermond waren bij Britse militairen populaire uitgaansgelegenheden. Zo’n 1200 Britse soldaten woonden destijds (met hun gezinnen) in Roermond en omgeving. Na de aanslagen in Limburg groeide de onrust onder de militairen.

Niet ten onrechte. Op 27 mei 1990 sloeg de IRA weer toe. Weer in Roermond. Even na middernacht namen terroristen een auto met Brits kenteken op de Markt voor het stadhuis onder vuur. Ze doodden geen Britten, maar twee Australische toeristen. De IRA gaf een dag later de ‘vergissing’ toe. De terroristen hadden Britse militairen willen doden. Enkele weken later werden vier verdachten aangehouden. Tot verontwaardiging van veel Britten sprak de rechtbank hen vrij van betrokkenheid bij de aanslag.

In 2015 verscheen het boek Ruger .357 van journalist Paul van Gageldonk van De Limburger over de IRA-activiteiten in Limburg. Filmregisseur Pieter Kuijpers werkt ruim dertig jaar later aan een tv-serie over de terreuraanslag van 1990 in Roermond.

Meer lezen
De Limburger
27jun
1988

Juichen in voetbalgek Nederland, zelfs voor oranje knipperlichten

Zelfs bij oranje knipperlichten stonden de mensen te juichen, schreef De Limburger op maandag 27 juni 1988 in het verslag over het massale volksfeest dat losbarstte nadat Ruud Gullit en Marco van Basten het Nederlands voetbalelftal naar de eerste en tot nog toe enige grote prijs hadden geschoten. De laatste deed dat bovendien op wel heel bijzondere wijze.

‘Nederland voetbalgek’, zo prijkte in kapitalen op de voorpagina, die vrijwel volledig gewijd was aan een verslag van het onzinnig onthaal dat Oranje ten deel viel na de winst van het EK voetbal in Duitsland.

De niet-voetballiefhebbers onder de abonnees moesten het doen met het weerbericht (‘half tot zwaar bewolkt en een enkele bui’) en een artikeltje met de kop ‘Zin in vrijen kun je máken’ over een doctor in de psychologie die 300 proefpersonen ‘met instrumenten heeft getest op hun erotische gevoelens in verschillende situaties’.

In Nederland hadden dat weekend in 1988 vooral euforische gevoelens de overhand. De Europese titelstrijd begon nog met een pijnlijke zege in het openingsduel tegen de Sovjet-Unie, maar daarna kregen Oranje en vooral Van Basten het op hun heupen. Het EK kon al niet meer stuk nadat Nederland in de halve finale de Mannschaft in het hol van de leeuw had verslagen. Wederom met dank aan de spits van AC Milan, die vlak voor tijd met wat leek op een uitschuifbaar been de winnende treffer maakte. Die zege voelde als de langverwachte wraak voor de moeder aller nederlagen, zoals het verlies van de WK-finale in 1974 werd gezien. De pijn van de natie zat kennelijk ook diep bij sommige spelers, zo bleek uit de weinig fijnzinnige manier waarop Ronald Koeman de overwinning vierde: hij veegde demonstratief zijn billen af met het geruilde shirt van tegenstander Olaf Thon. In het land van de verliezer viel die actie verkeerd, het land van de winnaar had het vooral druk met feesten.

Daarbij bleef het niet overal rustig, lezen we in De Limburger. De politie van Utrecht sprak van ‘massahysterie’, in Den Haag moesten charges worden uitgevoerd om de fans in bedwang te houden. Het kon de stemming niet bederven, ook niet bij de politie, die de situatie ondanks alle rumoer als ‘gezellig’ omschreef. Net als veel andere Nederlandse kranten bracht ook De Limburger die maandag een extra EK-bijlage uit. Voor de gelegenheid deels zelfs in vierkleurendruk, meldde de krant trots in een kadertje op de voorpagina.

Meer lezen
De Limburger
1dec
1991

Compromis van Maastricht

Het leek wel of De Limburger van 11 december 1991 meer aandacht had voor de veldslag op de Markt in Maastricht dan voor de uitkomst van de Europese top in congrescentrum MECC. De foto van mattende ME’ers op de hoek Nieuwstraat-Markt oogde natuurlijk ook veel spectaculairder dan de foto van premier Ruud Lubbers, minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek en voorzitter Jacques Delors van de Europese Commissie die na middernacht de uitkomst van de top kwamen toelichten voor de media.

Dat De Limburger die foto nog kon brengen was omdat de Maastrichtse editie pas rond half vier ’s nachts op de pers ging. Dat boeren protesteerden tegen het Europese landbouwbeleid, was min of meer usance bij elke Europese top. Daar lagen de regeringsleiders vermoedelijk niet echt wakker van. Zij waren twee dagen druk in de weer de Europese Economische en Monetaire Unie vorm te geven. Het belangrijkste onderdeel van de EMU was de invoering van de euro, de ene Europese munt. De Limburger had zijn nieuwsverhaal opgehangen aan het moeizame compromis dat bereikt was. De top moest de samenwerking tussen de Europese lidstaten opvoeren. Niet alleen op economisch gebied moesten zij meer gaan samenwerken, maar ook op het terrein van onder meer milieu- en migratiebeleid.

Het halfjaarlijkse Nederlandse voorzitterschap van Europa had eerder dat jaar een slechte start gemaakt door met een ontwerptekst voor een verdrag te komen die faliekant werd afgeschoten door de lidstaten. Met uitzondering van België vonden zij dat de Europese gemeenschap te veel macht was toebedeeld. Het diplomatieke fiasco ging de boeken in als ‘Zwarte Maandag’. Een tweede afgang voor het Nederlandse voorzitterschap moest voorkomen worden. Lubbers en Van den Broek was er dan ook alles aan gelegen van de top in Maastricht een succes te maken. De Duitse bondskanselier Helmut Kohl had in het voortraject de D-Mark opgegeven voor de euro in ruil voor Franse steun aan de Duitse hereniging. Daarmee was een belangrijke hobbel voor het Verdrag van Maastricht weggenomen. Maar de Britten lagen weer eens dwars. John Major, de opvolger van ‘Iron Lady’ Margaret Thatcher, wilde geen gemeenschappelijke munt. Even leek het erop alsof de Britten de top zouden torpederen. Uiteindelijk kregen ze de door hen verlangde opt-out, de optie om indien gewenst de samenwerking te verbreken.

Met enige ironie zou je kunnen zeggen dat in Maastricht ook het begin van de Brexit lag.

Het Verdrag van Maastricht werd op 7 februari 1992 door de ministers van Buitenlandse Zaken en Financiën ondertekend in het Gouvernement in Maastricht.

Meer lezen
Limburgs Dagblad
14apr
1992

Een aardbeving of een al te luidruchtige bovenbuurman?

De aardbeving van 13 april 1992 met het epicentrum in Linne staat nog steeds in de boeken als de zwaarste van Nederland en een van de grootste in Noordwest-Europa. Daags erna hielden de kranten het nog op een beving met de kracht van 5,5 op de schaal van Richter. Die kracht werd later naar boven bijgesteld en staat nu officieel op 5,8.

De aardbeving die in heel Limburg, maar ook in België en Duitsland voelbaar was, deed zich voor in de vroege ochtend van maandag 13 april, om 3.22 uur. De redacteur van het Limburgs Dagblad die de late dienst had, slaagde er nog net in enkele, overigens weinig zeggende regels in een deel van de nog niet gedrukte laatste editie te krijgen. Echt uitpakken met de schok konden de kranten pas op dinsdag. Toen was de omvang van de schade al duidelijk. Alleen al in Limburg tientallen miljoenen guldens, meldde De Limburger op basis van de eerste schattingen. Later zou blijken dat die schattingen optimistisch waren. De totale schade zou oplopen tot ruim 275 miljoen gulden, waarvan 170 (omgerekend zo’n 77 miljoen euro) in Nederland, lees vooral in Limburg.

Na de eerste zware schok vluchtten duizenden mensen in paniek de straat op. Vooral Roermond en Midden-Limburg waren zwaar getroffen. Vernielde kerken, omgevallen gevels, honderden beschadigde woningen. In het Roermondse kerkdorp Leeuwen ontstond in een weiland langs de Maas een enorme scheur, zo was ook duidelijk te zien op de foto op de voorpagina van De Limburger van 14 april. De verzekeringsmaatschappijen waren er als de kippen bij om te melden dat zij niet uitkeerden bij natuurrampen. Omdat de aardbeving tot een nationale ramp was bestempeld, waren de gedupeerden ook bij het Rampenfonds aan het verkeerde adres, wist de krant daags na de beving al te melden. Later zouden zowel verzekeraars als Rampenfonds onder zware politieke druk toch deels over de brug komen.

Ondanks het slechte nieuws toverde de voorpagina van De Limburger van die dag ook een glimlach op het gezicht van de lezer met het bericht dat een vrouw uit Maaseik en een man uit Maastricht de oorzaak van hun trillende huis heel ergens anders zochten dan bij een aardbeving. Ze belden die nacht allebei de politie. De vrouw wegens geluidsoverlast van haar bovenbuurman, de Maastrichtenaar omdat hij dacht dat zijn schoonfamilie een bom in zijn kelder had laten ontploffen.

Meer lezen
De Limburger
22dec
1993

Mooder Maas laat zich weer gelden

Mooder Maas, wordt ze wel eens liefkozend genoemd, maar de rivier die door Limburg kronkelt kan soms ook een loeder zijn. Een loeder dat buiten haar oevers breekt, zich niet laat weerhouden door waterkeringen en huizen blank zet. ‘Hoogste Maas van de eeuw’, kopte De Limburger op 22 december 1993 toen de rivier het overigens voor de tweede keer dat jaar op haar heupen kreeg.

Voor tienduizenden Limburgers betekende het een kerst die ze nooit zouden vergeten. Zij moesten evacueren, verbleven noodgedwongen bij familie in drogere gebieden of werden ondergebracht in opvangcentra. Op kerstavond zou een vijfde deel van Limburg onder water staan. Omgerekend bijna 60.000 voetbalvelden, zo berekende De Limburger in een fotoboek, dat de afdeling Promotie en Reclame van De Limburger nog datzelfde jaar in ijltempo uitgebracht. De foto’s vertellen het verhaal. Van boten die door de straten van Maasdorpen als Itteren en Borgharen varen, van hotemetoten in waadpakken, zandzakken voor de deur en bejaarden in de armen en op de rug van hulpverleners.

Op de voorpagina van 22 december trok De Limburger vooral vergelijkingen met het waterpeil van het eerdere rampjaar 1926. De records van de nieuwjaarsnacht van dat jaar werden in 1993 uitgegumd. In Borgharen, dat door de Maasoverstroming samen met Itteren uitgroeide tot de bekendste dorpen van Nederland, gingen nieuwe tophoogtes de boeken in, van 45,90 meter boven NAP.

In een commentaar op de voorpagina onder de kop ‘Limburg verzuipt’ sprak de hoofdredactie de hoop uit dat de hoogwaterbescherming beter gegarandeerd zou zijn als ‘straks’ het provinciale Grensmaasplan een feit is. ‘Terwijl we tot de knieën in het water staan, lijkt dat perspectief te mooi om waar te zijn.’

Begin 1995 ging Limburg overigens op herhaling, toen de Maas lak had aan de statistieken die stelden dat dergelijke grote overstromingen zich maar eens in de tientallen jaren zouden voordoen. Het grote verschil met 1993 was dat Limburg beter voorbereid was op het natte onheil. Met dank ook aan de gigantische zandzakken waarover de hulpverleners toen konden beschikken. Desondanks werd begin dat jaar een recordaantal van 250.000 Nederlanders geëvacueerd. Dat had er vooral mee te maken dat niet alleen het waterpeil in de Maas, maar ook Waal en Rijn waren tot dreigende hoogte gestegen.

Meer lezen
Dagblad voor Noord-Limburg
4mrt
1995

Gesoebat over A73

Begin maart 1995 is de kogel eindelijk door de kerk. De langverwachte snelwegverbinding tussen Roermond en Venlo komt er. Het zuidelijke deel van de A73, die ook naar Nijmegen voert, wordt niet op de door het kabinet gewenste westoever van de Maas aangelegd, maar aan de overkant van de rivier. ‘Kabinet zwicht voor wens Kamer’, kopt het Dagblad voor Noord-Limburg op 4 maart 1995.

Over de tracékeuze voor de A73 is lang gesoebat. Het spel werd politiek op het scherp van de snede gespeeld, concludeerde ook toenmalig PvdA-premier Wim Kok. ‘Het leek erop alsof de wereldpolitiek afhing van enkele tientallen kilometers weg in Limburg’, citeerde het Dagblad voor Noord-Limburg een mopperende minister-president.

De ruggengraat van Limburg, zo werd de 35 kilometer lange snelwegverbinding ook wel genoemd. Een meerderheid in de provincie was verklaard voorstander van een tracé op de oostoever, maar het kabinet koos vlak voor het beslissende debat toch voor de westelijke variant. Die zou volgens milieuminister Margreeth de Boer (PvdA) gunstiger uitpakken voor de natuur. De ommezwaai van het kabinet verraste niet alleen Limburg onaangenaam, maar was ook tegen het zere been van VVD-verkeersminister Annemarie Jorritsma. De VVD-fractie in de Tweede Kamer sloot daarop een verbond met oppositiepartij CDA. Hun voorstel voor het oost-tracé haalde het op het nippertje. Met de kleinst mogelijke meerderheid dwong de Tweede Kamer het kabinet met een motie om terug te keren naar het oorspronkelijke plan.

Op de voorpagina van het Dagblad voor Noord-Limburg was niet te lezen hoe die minieme meerderheid tot stand kwam. PvdA-Kamerlid John Lilipaly was met zijn zoon op vakantie in de Franse Alpen en had verzuimd zijn locatie door te geven. Daardoor was hij onbereikbaar en kon hij niet worden teruggeroepen. Het Limburgse Kamerlid Jos van Rey (toen nog VVD) was fervent voorstander van de oostelijke variant, omdat die beter uitpakte voor zijn stad. Hij was ook met vakantie, maar was slim genoeg om zijn fractie wel te laten weten waar hij uithing. In tegenstelling tot Lilipaly kon Van Rey wel tijdig terugkeren van de Canarische eilanden om mee te stemmen.

Meer lezen
Dagblad voor Noord-Limburg
19sep
1995

De Bende van Venlo

Het moet, zo schreef De Limburg in een terugblik in februari 2019 op de Bende van Venlo, een nachtmerrie zijn voor iedere citymarketeer: je stad gelinkt zien aan een bende criminelen. Een kwart eeuw na de moorden door Frenkie P. en zijn kompanen zit de Bende van Venlo nog altijd in het collectief geheugen. Film- en theatermakers hebben de afgelopen kwart eeuw de groep jonge criminelen ‘vereeuwigd’.

In 2020 kwam de Bende van Venlo ook weer op het netvlies van de lezer. Frenkie P. , het enige bendelid dat nog vastzit met een levenslange straf, wilde dat de rechtbank hem een perspectief op vrijlating zou geven.

De rechtbank in Roermond had hem op maandag 17 september 1995 als enige van de Bende van Venlo tot levenslang veroordeeld. Dat zou in de Nederlandse strafrechtspraktijk neerkomen op 20 jaar zonder vervroegde vrijlating, zo schreef het Dagblad voor Noord-Limburg.

Bendeleider Frenkie was niet onder de indruk. „Dat ziet er nog beter uit dan ik verwacht had. We zien elkaar over drie maanden”, pochte hij tegen de voorzitter van de rechtbank in Roermond. De officier van justitie had 20 jaar met dwangverpleging geëist. In hoger beroep kreeg Frenkie weer levenslang opgelegd. Het merendeel van de andere verdachten verdween ook achter de tralies, sommigen voor meer dan 10 jaar.

Venlo werd op Aswoensdag 1994 opgeschrikt door een moord op een bejaard echtpaar. Omgebracht tijdens een roofoverval op carnavalsdinsdag. Buit: 500 gulden. De politie zal de moorden naderhand toeschrijven aan de Bende van Venlo. De bende bestond uit twee groepen: een Nederlandse tak rond Frenkie P. en een Turkse.

Frenkie sprak het meest tot de verbeelding. Een jongen uit een volkswijk in Venlo-Zuid. Tony Montana, de hoofdfiguur uit Brian De Palma’s film Scarface, was zijn grote voorbeeld. Zijn kompaan Sanny kwam uit een gegoed milieu. Toen hun wegen elkaar kruisten, was dat het begin van een reeks strooptochten. Ze kregen daarbij steun van een wisselend aantal vrienden en de vriendin van Frenkie.

De politie had de groep aanvankelijk in het vizier wegens een aantal diefstallen van groeilampen in tuinderskassen. Pas toen een beheerder van een hennepkas in Reuver werd vermoord, leidde het spoor naar Frenkie en zijn maten. De Turkse tak van de Bende van Venlo kwam later in beeld bij het onderzoek naar de moord op een hasjdealer.

Meer lezen
Dagblad De Limburger
12aug
1998

Drama op de Brunssummerheide

Een boek dat nooit geschreven had moeten worden. Zo luidde de reclameslogan voor het boek De zaak-Nicky Verstappen van De Limburger-verslaggevers Marco van Kampen en Paul Bots. Eind 2020 zetten zij de dramatische gebeurtenissen rond de dood van het elfjarige jongetje en de jarenlange zoektocht naar een dader op een rijtje.

Van het moment waarop 37 kinderen in 1998 vanaf het kerkplein in Heibloem vertrokken naar het zomerkamp op de Brunssummerheide, tot en met het vonnis in de rechtszaak tegen verdachte Jos Brech in 2020. „We hebben nu geen verdachte meer, maar een dader”, reageerden de nabestaanden van Nicky na de veroordeling van Brech. Wat er precies is gebeurd tussen het tijdstip waarop de jongen in de ochtend van 10 augustus 1998 zijn tent verliet en het tijdstip waarop hij een dag later aan het begin van de avond dood werd gevonden, blijft een raadsel. Zeker is dat de zaak-Nicky Verstappen uitgroeide tot een van de spraakmakendste misdrijven van het land. Lange tijd tastte de politie in het duister totdat een grootschalig DNA-onderzoek in 2018 tot een match leidde. Met Jos Brech. De verdachte kreeg daarmee een naam, maar was nog niet gevonden.

De man uit Simpelveld was door zijn zus als vermist opgegeven. Brech werd in de beginmaanden van 2018 voor het laatst gezien in een chalet in de Franse Vogezen, maar leek sindsdien van de aardbodem verdwenen. Totdat de politie de tip kreeg dat hij zou rondhangen in een commune in Catalonië. Daar werd hij in augustus van dat jaar gearresteerd. Van al die ontwikkelingen had de redactie van De Limburger uiteraard nog geen weet toen zij de dood van Nicky meldde in een bescheiden 1-kolommer links bovenin op de voorpagina van 12 augustus. De politie kwam toen nog niet veel verder dan de jargonmededeling dat rekening werd gehouden met een misdrijf. De naam van Nicky Verstappen zou nog vele malen op de voorpagina’s van kranten over heel Nederland opduiken. En zal dat de komende jaren ook nog blijven doen. De inkt van het vonnis van de rechtbank Maastricht was op 20 november 2020 nog niet droog of Brechs advocaat kondigde al hoger beroep aan. Wordt vervolgd dus.

Meer lezen
De Limburger
12sep
2001

Gevolgen van 9/11 in Nederland

Op de foto over de volle breedte van de voorpagina van 12 september 2011 staat een man te midden van de resten van de ingestorte torens van het World Trade Center in New York. Wij zien het gezicht van de man, vermoedelijk een reddingswerker, niet. Wat er in zijn hoofd omgaat, weten we niet. Woede, verdriet, verbijstering?

Het is dinsdagmiddag 11 september in Nederland als het eerste vliegtuig een van de twee torens ramt. De eerste beelden in Nederland zijn die van brandende verdiepingen in de toren. Ongeloof bij menige kijker: wat gebeurt daar? De gebeurtenissen volgen elkaar snel op: een tweede vliegtuig ramt de andere toren, aanslag op het Pentagon, nog onbevestigde berichten over een vliegtuig dat in Pennsylvania is neergestort. Bij de aanslagen komen uiteindelijk bijna 3000 mensen, afkomstig uit meer dan 90 landen, om het leven. Van nog 24 vermisten wordt aangenomen dat ze overleden zijn.

Voor president George W. Bush is er geen twijfel: dit is een terroristische aanslag. De verdenking gaat al snel uit naar de groepering rond Osama bin Laden. De Saoediër houdt zich schuil in Afghanistan waar hij de protectie geniet van de taliban, een moslim-fundamentalistische groepering die al een aantal jaren in dat land aan de macht is.‘De gevolgen van deze ernstigste terroristische aanslagen uit de geschiedenis zijn niet te overzien’, staat in de tweede zin van de opening op de voorpagina. Dat zou snel duidelijk worden. Het stof van de Twin Towers is nog niet neergedaald of Bush besluit tot de aanval over te gaan.

De president wordt die dag vanuit Florida, waar hij voorleest op een basisschool als hij het bericht over de aanslag in New York te horen krijgt, overgebracht naar een basis in Louisiana. Daar ziet hij bommenwerpers staan. ‘Ik wist dat het niet lang zou duren voordat ik die kracht zou inzetten tegen diegenen die opdracht hadden gegeven tot deze aanval’, schreef hij later in zijn memoires.

De Verenigde Staten gaan jacht maken op al-Qaida in Afghanistan. De (burger)oorlog in dit land duurt tot op de dag van vandaag voort. Elitetroepen van de VS doden op 2 mei 2011 Osama bin Laden in Abbottabad in Pakistan, waar hij zijn toevlucht heeft gezocht.

Ook in Nederland heeft 9/11 gevolgen. Het wantrouwen tegen moslims groeit, de veiligheidsdiensten staan op scherp. Op een moskee in Heerlen wordt ‘moslims dood’ gekalkt. Pim Fortuyn roept op tot een Koude Oorlog tegen de islam. Geert Wilders, destijds een rijzende ster in de VVD, doet het af als een ‘verwerpelijke opmerking’.

Meer lezen
Dagblad De Limburger
7mei
2002

Eerste politieke moord sinds 1672

De Nederlandse samenleving was dinsdag 7 mei 2002 volop bezig met het verwerken van de moord op Pim Fortuyn, de lijsttrekker van lijst Pim Fortuyn. Zoiets kon toch niet in Nederland. Het commentaar van Dagblad De Limburger op de voorpagina verwoordde het als volgt; ‘Dit is zo on-Nederlands, zo vreemd in een land dat graag doet alsof verdraagzaamheid en tolerantie hier zijn uitgevonden.

’De moord door een dierenactivist op de flamboyante Fortuyn aan de vooravond van de Tweede Kamerverkiezingen schokte het land. Het was voor het eerst sinds de moord op de gebroeders De Witt in 1672 dat een politicus in Nederland werd gedood. En ook nog eens een die, gezien zijn succes als voorman van Leefbaar Rotterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2002, voor een daverende verrassing had kunnen zorgen in politiek Den Haag. Fortuyn zelf had een paar maanden eerder voorspeld dat hij de volgende premier van Nederland zou worden.

Met zijn overstap naar Leefbaar Nederland in november 2001 had Fortuyn, die daarvoor tevergeefs bij partijen als de VVD, CDA en de PvdA onderdak had proberen te vinden, eindelijk zijn politieke Heimat gevonden. Leefbaar Nederland was in de woorden van hoofdredacteur Arendo Joustra van weekblad Elsevier een partij zonder leider en Fortuyn was een leider zonder partij. Ze leken voor elkaar bestemd.

Op 25 november 2001 vond een populistische onderstroom, die al langer in de samenleving aanwezig was, zijn politieke bedding. Fortuyn was de ideale persoon om de beweging te leiden. Hij sprak helder, wist in een paar zinnen de tekortkomingen van de paarse kabinetten te verwoorden en gaf zijn achterban het gevoel dat ze niet langer verweesd was. Met zijn uitspraken over de islam (‘achterlijke cultuur’) en Nederland dat vol was, sloot hij aan bij het breed levende sentiment in de volkswijken van de grote steden. Dat hij vanwege deze uitspraken uit Leefbaar Nederland werd gezet maakte voor zijn populariteit niets uit. Fortuyn begon opnieuw, dit keer met een eigen partij.

Na de moord op zijn lijsttrekker boekte de Lijst Pim Fortuyn (LPF) een grote overwinning. De partij mocht even meeregeren, maar zou uiteindelijk aan interne ruzies ten gronde gaan. Het stokje van de LPF werd overgenomen door partijen als de PVV en Forum voor Democratie. Het populisme bleek een blijvertje.

Meer lezen
Dagblad De Limburger
1okt
2011

De luis in de pels is nog niet zo heel oud

De luis in de pels. Of de waakhond van de democratie. Het zijn vaak gebezigde omschrijvingen voor de journalistiek. In het ideaalbeeld is die journalistiek veel meer dan een doorgeefluik van nieuws. Ze is onafhankelijk, kritisch en gericht op het beoordelen van autoriteiten en hun beslissingen. Het lijken eeuwig geldende waarden, maar de onafhankelijkheid van de pers in Nederland was lange tijd helemaal niet vanzelfsprekend.

Tot pakweg de jaren zeventig van de vorige eeuw liepen de kranten aan de leiband van de lokale en kerkelijke autoriteiten, pas daarna ontwikkelde zich een onafhankelijke pers. In het katholieke Limburg verschenen tot die tijd vooral katholieke kranten, die de katholieke zaak in al haar facetten ondersteunden. Zo zag de Maas- en Roerbode het levenslicht om tegenwicht te bieden aan het opkomend liberalisme in Roermond, het Limburgsch Dagblad werd opgericht om het rode gevaar in de mijnstreek te beteugelen. In de negentiende eeuw droeg de hoofdredacteur vaak nog een priestertoog.

Die tijden zijn veranderd. De katholieke statuur is verdwenen, net als het ontzag voor autoriteit. De Limburger heeft al decennialang een naam hoog te houden op het gebied van kritische onderzoeksjournalistiek. In de jaren negentig fileerden Joep Dohmen en Henk Langenberg de Limburgse vriendenrepubliek. Ze lieten zien hoe de ons-kent-onscultuur in het zuiden ontaardde in vriendjespolitiek, corruptie en zelfverrijking. In 1993 wonnen ze de prestigieuze Prijs voor de Dagbladjournalistiek.

De Limburger zou daarna nog vaker in de prijzen vallen. In 2015 wonnen Hans Goossen en Theo Sniekers met El Rey. Van jager tot prooi de Brusseprijs voor het beste non-fictieboek van Nederland. De twee journalisten legden bloot hoe wethouder Jos van Rey de gang van zaken in Roermond naar zijn hand zette. De eerste publicatie verscheen op 1 oktober 2011 in de krant en bracht de nauwe banden tussen Van Rey en projectontwikkelaar Piet van Pol in beeld. De artikelen leidden niet alleen tot een boek, maar gaven ook de aanzet tot een justitieel onderzoek naar de later voor corruptie veroordeelde politicus.

In de twintigste eeuw is de naam van De Limburger vaak terug te vinden in de nominaties voor De Tegel (de opvolger van Prijs voor de Dagbladjournalistiek) en De Loep, een Nederlands-Vlaamse prijs voor onderzoeksjournalistiek. Twee keer ging De Tegel naar Limburg. In 2017 won Sjors van Beek de prijs met zijn onderzoek naar de malafide transportwereld, in 2020 ging die naar Judith Janssen en Rik van Hulst. Met Project 46 gaven zij verkeersslachtoffers in Limburg een gezicht.

Meer lezen
Limburgs Dagblad
10jun
2014

Legende maakt plaats voor foto noodweer

Corona ontwrichtte ons aller leven in 2020, maar gooide ook roet in het eten van Pinkpop, het oudste jaarlijks terugkerende popfestival ter wereld. Op 18 mei 1970 vond in het Burgemeester Damenpark in Geleen de eerste aflevering plaats, voor juni 2020 stond op het Megalandterrein in Landgraaf de vijftigste editie op de rol. De viering van het gouden jubileum is voor minimaal een jaar uitgesteld.

Het popfestival van Jan Smeets is inmiddels een elk jaar terugkerende vaste waarde op de voorpagina van de Limburgse kranten. Dat was in de begintijd nog niet het geval. In 1973 vinden we voor het eerst een vermelding op een voorpagina terug. Over de muziek ging het toen nog niet, wel over een drukke dag – Pinkpop was toen nog een eendaags festival – voor het drugsteam dat het festivalterrein afstruinde op zoek naar verboden middelen.

In de loop van die vijftig jaar stonden meer dan vijfhonderd bands en artiesten een of meerdere malen op het podium. Van aanstormend jong talent tot onverslijtbaar oud en gearriveerd.

In die laatste categorie zijn zonder twijfel The Rolling Stones te rangschikken. Pinkpop wist de legendarische band van Mick Jagger in 2014 als hoofdact te strikken. Voor een bedrag van naar verluidt 4 miljoen euro, waarmee de oude rockers meteen tekenden voor de duurste band in de historie van het Limburgse festival. De laatste hit van The Stones dateerde uit 1990. „Wat hebben hits ermee te maken? Legendes zijn nooit een zwaktebod. Legendes blijven legendes. You can’t refuse them”, zo pareerde een apetrotse Smeets tegenover de NOS de kritiek dat Pinkpop met het contracteren van de Britse groep niet met de tijd was meegegaan.

Het was voor The Stones overigens niet de eerste keer dat zij in Landgraaf opdoken. In 1995 en 1999 gaf de band daar al twee eigen concerten. In 1999 trapten ze af met ‘Jumpin’ Jack Flash’, hetzelfde nummer waarmee ze vijftien jaar later ook het optreden op het Pinkpoppodium zouden beginnen.

The Rolling Stones op Pinkpop zou normaal gesproken zonder enige twijfel de voorpagina van de Limburgse kranten hebben gedomineerd. Niet op dinsdag 10 juni 2014. Met dank aan het noodweer dat het popfestival op de pinkstermaandag teisterde. Code rood, spoedoverleg van autoriteiten over het wel of niet afgelasten, angstige momenten voor doorweekte festivalgangers en een daarbij horende foto vormden de dag na Pinkpop de hoofdmoot van de voorpagina van het Limburgs Dagblad. Stones-voorman Mick Jagger moest het doen met een kaderberichtje en een inzetje.

Meer lezen
De Limburger
17mei
2016

Openingskop met dubbele lading na primeur Max Verstappen

‘En dat is 1’. Met die kop in koeienletters markeerde De Limburger op dinsdag 17 mei 2016 de spectaculaire Grand-Prix-zege van Formule 1-coureur Max Verstappen in Barcelona. De 18-jarige Limburger, bij wie het racen in de genen zit, zat dat Pinksterweekend voor het eerst in de Red Bull en reed meteen naar een historische overwinning.

Met dank aan de concurrenten Nico Rosberg en Lewis Hamilton, die elkaar kort na de start van de baan reden. Dat deed niets af aan de prestatie van Verstappen, die sindsdien te boek staat als de jongste Grand-Prix-winnaar in de geschiedenis. In de slotfase van de race werd het nog even spannend toen Ferrari-rijder Kimi Räikkönen fiks aandrong, maar Verstappen liet zich de primeur niet meer ontglippen. De krant juichte mee op 17 mei en voorspelde dat de Barcelona-triomf de eerste van een lange reeks zou worden, met de wereldtitel als logisch vervolg.

Bijna vijf jaar later is nog steeds iedereen overtuigd van de capaciteiten van Max Verstappen, die ook nog lang niet uitgereden lijkt. De teller van Grand-Prix-zeges staat op tien, over de wereldtitel kan hij vooralsnog alleen maar dromen. De Mercedessen en dan met name die van record-wereldkampioen Lewis Hamilton vormen de belangrijkste sta-in-de-weg.

‘En dat is 1’ was een kop met een dubbele lading. De krant van die dag was ook het eerste exemplaar met totaal vernieuwde vormgeving. Waarmee De Limburger geen wereldtitel, maar een Europese prijs pakte. In 2017 werd de krant in Wenen uitgeroepen tot ‘European Newspaper of the Year’.

De Limburger werd uit 185 kranten uit 27 landen uitverkoren en kreeg de European Newspaper Award in de categorie regionale dagbladen. De jury loofde de ‘uitermate modern en visueel vormgegeven voorpagina’s’ en de creativiteit bij het maken van het L-Magazine, het tijdschrift dat op zaterdag bij de krant zit. Eerder, in 1999, won De Limburger al eens de Europese designprijs voor kranten. De onderscheiding van 2016 zag toenmalig hoofdredacteur Roy op het Veld als waardering voor ‘het feit dat we de lezers dagelijks verrassen, niet alleen met onze inhoud, maar ook met de vorm’.

Meer lezen
De Limburger
29mei
2017

Poepen in de berm en toch als eerste Nederlander de Giro d’Italia winnen

Nederland moest lang wachten op een nieuwe eindzege in een grote wielerronde. Maastrichtenaar Tom Dumoulin brak op 28 mei 2017 de ban door de Giro d’Italia op zijn naam te schrijven, 37 jaar na de winst van Joop Zoetemelk in de Tour de France. De zege zorgde voor euforie bij wielerfans, maar ook de media lieten zich niet onbetuigd.

Daags na de slottijdrit lieten de Limburgse kranten een special fotowikkel om de krant leggen, waarop te zien is hoe de zelf doorgaans nuchtere Dumoulin in de roze leiderstrui triomfantelijk een grote beker in de lucht steekt op de Piazza del Duomo in Milaan.

Het was op de slotdag toch nog even billen knijpen voor de Maastrichtse wielrenner. De aftelklok op het domplein in Milaan gaf tijdens de beslissende tijdrit de verkeerde tussentijden aan. Daardoor leek het even of Dumoulins grote concurrent Nairo Quintana slechts drie seconden verloren had, terwijl de Colombiaan toen in werkelijkheid al meer dan een halve minuut op achterstand reed. De foute tijdweergave zorgde even voor grote schrik bij de toen al gefinishte Dumoulin die zijn droom het roze te heroveren in duigen zag vallen.

Billen knijpen was het een paar etappes eerder ook al, toen de Limburgse troef hoognodig moest en voor een grote boodschap de berm in dook. De sanitaire stop leverde hem meer dan anderhalve minuut tijdverlies op. Het was niet de eerste keer in zijn carrière dat darmproblemen Dumoulin parten speelden. Tijdens de Tour de France van 2016 stormde hij tijdens een beklimming plots ongevraagd een camper van een toeschouwer binnen om zijn darmen te legen.

Zelf bleef Dumoulin, toen nog in de roze trui, tamelijk rustig over ‘caca in bosca’, zoals de Italiaanse kranten zijn bermuitstapje in de bergetappe van de Giro beschreven. ‘Ik ben hier niet gekomen om geschiedenis te schrijven omdat ik in de bosjes zat te kakken. Ik wil geschiedenis schrijven door het roze naar Milaan te brengen.’ Dat brengen lukte niet helemaal, want in de negentiende etappe verloor hij de leiderstrui aan Quintana. Om hem op de slotdag te heroveren en zo alsnog geschiedenis te schrijven als de eerste Nederlandse winnaar van de Giro.

Meer lezen
De Limburger
17mrt
2020

Eerbetoon aan helden in de zorg

Het jaar 2020 zal voor altijd verbonden blijven aan de uitbraak en wereldwijde verspreiding van het coronavirus. Het jaar waarin we dierbaren verloren, kinderen thuis les moesten geven. Het jaar, waarin we mondkapjes droegen, thuis werkten, niet naar kroeg, restaurant, bioscoop, sauna en theater konden.

Het jaar waarin RIVM een afkorting werd die de media niet meer hoefden uit te leggen en waarin we werden overspoeld met cijfers. Over testen, besmettingen, patiënten aan de beademing en doden. Een jaar ook waarin we de grenzen van de gezondheidszorg leerden kennen. Volle ic’s, overbelaste werknemers, noodhospitalen, teststraten, doemscenario’s over code zwart.

De eerste golf was in maart 2020 nog op weg naar de piek, het respect voor de medewerkers in de zorg was al tot grote hoogten gestegen. Nederland, dat zich toch al van zijn meest solidaire kant liet zien, klapte zijn handen stuk, ze kregen een heldenstatus. Ook De Limburger bracht op dinsdag 17 maart een eerbetoon aan de helden in de zorg. De voorpagina werd leeggeruimd voor portretten van vier Limburgse zorgmedewerkers. Lachende gezichten, hoewel er in al die dagen en nachten dat ze klaarstonden voor patiënten, weinig te lachen viel. Ondanks alles hield Nederland de moed erin.

De voorpagina van die 17de maart geeft ook aan hoe relatief nieuws is. Rechtsboven is te lezen dat Covid-19, zoals het coronavirus officieel geregistreerd staat, in de afgelopen 24 uur vier nieuwe slachtoffers had gemaakt in Nederland. Dat aantal was in maart nog hoog genoeg voor een vermelding op de voorpagina. In die eerste weken werd ook nog bijna elke Limburgse besmetting gemeld, vaak met extra informatie over de plek waar de patiënt die had opgelopen, of ie wel of niet in het ziekenhuis was opgenomen of thuis in quarantaine zat.

Nog in datzelfde jaar zou een veelvoud van het aantal dodelijke slachtoffers in Nederland in de media niet verder komen dan een standaardzinnetje in een overzicht van de stand van zaken rond corona. Het zo rijkelijk betoonde respect van de eerste golf zou in de tweede golf concurrentie krijgen van korte lontjes. En 2021 is hard bezig om te knabbelen aan de unieke status van 2020 als coronajaar.

Meer lezen

Jubileum-actie

Lees tijdelijk vanaf 2,88 per week

Bekijk het aanbod