Max bewijst ongelijk van vader Jos

Max bewijst ongelijk van vader Jos

De Toro Rosso van Max Verstappen scheurt over het circuit van São Paulo, gelegen in een voormalige achterstandswijk. Afbeelding: Toro Rosso

Jos Verstappen wist het héél zeker: ‘We gaan hier niemand inhalen.’ Max logenstrafte de woorden van zijn vader met drie passeeracties in de eerste bocht, waarvan die bij Sergio Pérez betiteld kan worden als een masterclass inhalen in de Formule 1.

De tv-stations kregen er geen genoeg van. Een voor een wilden ze Max Verstappen voor de camera om zijn inhaalmanoeuvres toe te lichten. 

Steeds weer een half metertje opschuiven in een kring om steeds weer diezelfde vraag te beantwoorden: hoe ging dat precies in zijn werk, die inhaalactie bij Sergio Pérez? 
In een verder saaie race, gewonnen door Nico Rosberg, waarin slechts mondjesmaat positiewisselingen vielen te noteren, zorgde de Toro Rosso-coureur weer voor opwinding. Zoveel dat zelfs de Braziliaanse menigte er een daverend applaus voor over had. Dat alle moeite van Verstappen niet meer opleverde dan de negende plaats - na diskwalificatie van Felipe Massa was hij een plaats geklommen - deerde hem niet. „Ik denk dat ik heel tevreden mag zijn.” 

Het hoogtepunt van de race vond plaats na 31 van de 71 te rijden ronden. Tot die tijd was er bijna driekwartier lang hoegenaamd niets gebeurd, afgezien van een hele reeks pitstops die tegenwoordig zo vlekkeloos verlopen dat ook dat geen positiewisselingen oplevert. Ronden lang loert Verstappen dan al op een gaatje om de met een veel krachtigere motor voorziene Force India van Sergio Pérez in te halen. 

Hij besluit het op het einde van het rechte stuk te doen, in de Senna S. De Mexicaan voelt de hete adem van Verstappen, verdedigt de binnenkant van de bocht, maar ziet zijn tegenstrever buitenom langszij komen en vervolgens wiel aan wiel binnendoor glippen. „We raakten elkaar heel even”, weet de Limburger, „maar ik denk dat die actie wel mijn hoogtepunt was.” 

Dat vond niet alleen Verstappen. Zelfs in de perskamer, waar acties van coureurs doorgaans niet worden beoordeeld met gejubel of afgrijzen, klonk een bescheiden, maar veelzeggend applaus. Vader Jos kon ook geen minpunten ontdekken. 

Die zoekt hij doorgaans wel, om lering uit te trekken voor zijn zoon, maar de oud-Formule 1-coureur moest ruiterlijk toegeven dat hij ongelijk had gekregen met de voorspelling dat er van Max geen inhaalacties te verwachten zouden zijn. Voor die aanname waren voldoende argumenten: een zwakke motor, veel rechte stukken en slechts één bocht waar inhalen eventueel zou kunnen: de Senna S, uitgerekend aan het einde van zo'n lang, recht lint asfalt waar veel vermogen is gevraagd. „Max heeft mijn ongelijk bewezen. En om eerlijk te zijn: dit was echt het maximale wat erin zat.” 

Waar iedereen het had over de passeermanoeuvre bij Pérez, wilde Jos Verstappen die bij Maldonado eruit eruit lichten. „Aan de wijze hoe hij die actie voorbereidde, zag ik de intelligentie en natuurlijke aanleg van hem samenkomen. Een halve ronde lang dwong hij Maldonado tot kleine foutjes, waardoor hij net dichtbij genoeg kon komen om hem aan het einde van het rechte stuk in te halen. Daar zag ik de pure klasse van de échte racer”, vond Verstappen senior, die de WK-punten die zijn zoon had verdiend als het ‘zwaarst bevochten' van het seizoen betitelde. Het was de zesde race op rij dat Verstappen in de top-10 eindigde en de achtste keer van de laatste negen Grands Prix dat hij punten veroverde. 

Max Verstappen haalde de voldoening vooral uit zijn acties. „Die punten heb ik denk ik dubbel en dwars verdiend, maar voor mij zijn het toch de acties die ertoe doen.” 
Dat dit bij Pérez, Felipe Nasr én Maldonada lukte, maakte het genot alleen maar groter. „Om iemand in te halen heb je topsnelheid, gevoel en vertrouwen nodig. Dat eerste hebben we niet altijd, van die andere twee heb ik voldoende”, gebruikte Verstappen een understatement. 

Dat Verstappen ook één keer ingehaald werd - door Romain Grosjean in de Lotus - kwam Toro Rosso slecht uit. De renstal van Verstappen is in de race met Lotus om de zesde plaats in het constructeurkampioenschap. 
Een plaatsje hoger of lager scheelt vijf miljoen euro prijzengeld uit de pot van Bernie Ecclestone. „Maar we moeten wel realistisch blijven”, vond Verstappen. „Lotus heeft betere motoren. Grosjean was echt niet te houden.” 

De ferme schouderklop die de Fransman aan Verstappen uitdeelde sprak boekdelen: hij moest ervoor tot het uiterste gaan en de in Monaco - na een crash met Verstappen - nog aanwezige scepsis bij Grosjean of Verstappen niet te onvolwassen was voor de Formule 1, is omgeslagen in respect.