St. Ursula snakt nu naar rust

Petra de Bruijn: „Het is oké als ik er nu vijftien uur per dag aan werk. We moeten alles doen wat mogelijk is om hieruit te komen.”

Petra de Bruijn: „Het is oké als ik er nu vijftien uur per dag aan werk. We moeten alles doen wat mogelijk is om hieruit te komen.” © Jeroen Kuit

Met regelmaat draait schooldirecteur Petra de Bruijn werkdagen van vijftien uur bij Sint Ursula. Om de rust te doen terugkeren op een school die wordt geteisterd door geruchtmakende incidenten. Mogelijk met onherstelbare schade tot gevolg.

Marco van Kampen/Hans Straus

Het is 27 januari 2014 als het Reynaert College in Hulst plots landelijk nieuws is. Dat heeft het doorgaans zo vredige Zeeuwse stadje vooral te danken aan website Geen Stijl, dat onder de veelzeggende titel Het Kopschopmeisje van Hulst een filmpje online plaatst van twee ruziënde leerlingen.

Alle commotie ten spijt, slaagt de schoolleiding erin de rust enigszins te bewaren, en uiteindelijk zelfs beide kemphanen voor het college te behouden. Eén van de bestuurders op dat moment: Petra de Bruijn uit Terneuzen. Dezelfde mevrouw die nu, bijna twee jaar later, als hoofd van Scholengemeenschap Sint Ursula in Horn opnieuw te maken heeft met incidenten die het nationale nieuws halen.

Allereerst was er in oktober de leraar die per ongeluk een foto van zijn geslachtsdeel naar een groepsapp van zijn klas stuurde. Nog diezelfde maand werd bekend dat de politie onderzoek doet naar een andere docent die wordt beschuldigd van onbetamelijke omgangsvormen. In de talkshow van Humberto Tan wordt gehint op nog meer onverkwikkelijke zaken. De term ‘doofpotcultuur’ valt meerdere malen.

Sint Ursula staat op haar kop. De school waar volgens De Bruijn generaties naartoe zijn gegaan, wordt geconfronteerd met een politie-onderzoek, emotionele leraren, ongeruste ouders en onzekere leerlingen.

De winkel is altijd open in een school

Op het schoolplein krijgen pubers een draaiende camera en microfoon onder hun neus. En afgelopen week komt naar buiten dat een scholier wordt verdacht van drugshandel. Een andere leerlinge wordt dronken per ambulance afgevoerd. „De winkel is altijd open in een school”, zegt De Bruijn. „Er staan geen hekken omheen.We liggen nu onder een vergrootglas. De impact is zo groot op mensen. Té groot, eigenlijk. Het raakt ons allemaal. Docenten zijn boos, verdrietig, ongerust. En na die twee drugs- en alcoholincidenten, die eigenlijk op elke school wel eens voorkomen, komen diezelfde emoties weer terug.”

Ja, ze heeft gesproken met de twee leraren die zo negatief in het nieuws kwamen. Natuurlijk. Over de inhoud wil ze evenwel niets kwijt. Ook omdat er, zoals ze het zelf verwoordt, „misschien wel sprake is van twee slachtoffers”.

Wél is De Bruijn kritisch op de handelwijze van de leraar van het WhatsApp-incident. „Wat hij privé doet, daar heb ik niks van te vinden. Maar in dit geval lopen privé en professioneel door elkaar. Ik kan dat niet waarderen.” Het tweede incident, over de leraar die later onderwerp wordt van een politie-onderzoek, is niettemin van ernstiger aard. „Ik kreeg een telefoontje”, blikt De Bruijn terug. „Eentje dat ik serieus moest nemen. Ik ben op gesprek geweest, en heb vervolgens verschillende instanties ingeschakeld, van vertrouwensinspectie tot politie. Met een brief hebben we de ouders proberen te informeren. Die bleef vaag, er lagen immers nog geen feiten vast. Je communiceert wel, maar over niets. Dat creëerde onrust. Daarna was de pers ons voor. Vanaf dat moment werd het heel heftig. Dat zijn we hier niet gewend.”

Sint Ursula schakelt een communicatiebureau in. De Bruijn probeert de rust te bewaren in de organisatie. Geen sinecure. Ze handelt samen met haar team volgens regels en protocollen. Dat vergt in de ogen van de buitenwacht erg veel tijd. „Ik wil zo diep mogelijk gaan. Van onderuit de organisatie horen wat er gaande is en hoe er over de incidenten gedacht wordt. Van leraren, ouders en leerlingen. Kinderen geven de gouden tip. Ze kunnen feilloos aangeven wat er leeft en wat ze nodig hebben. Pas als we het plaatje compleet hebben, kunnen we zeggen of er wat aan het beleid moet worden veranderd.”

Naast het politie-onderzoek doet ‘Ursula’ aan zelfreflectie. Een van de drie eigen onderzoeken wordt geleid door de veiligheidscoördinator van onderwijskoepel SOML, een tweede - naar eventuele vervolgfeiten en doofpotcultuur - door De Bruijn zelf en een derde moet nog worden uitbesteed aan een externe partij.

Sint Ursula zit nog midden in een moeilijk proces. Ieder wakker uur is ze ermee bezig, aldus De Bruijn. „Het is oké als ik er nu vijftien uur per dag aan werk.We moeten alles doen om hieruit te komen.”

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee