Ga wijs @ppen

© Fotolia

Docent Frits Meijer (41) van de Maaskei, Onderwijsgroep Buitengewoon in Heel, leert zeer moeilijk lerende pubers omgaan met sociale media in het algemeen en WhatsApp in het bijzonder. Zijn aanpak illustreert hij in het nieuwe onderwijsboek ‘Sociale media in het speciaal onderwijs’.

Bart Ebisch

Een paar leerlingen zorgden voor wat problemen. In eerste instantie had Frits Meijer niet in de gaten wat er speelde tussen de pubers. Hij dacht, typisch geval van ADHD. „Totdat je vraagt wat er aan de hand is.”

Zo kwam de docent en mediacoach aan de Maaskei in Heel erachter dat er iets was gebeurd op internet. Iemand had viaWhats- App een berichtje gestuurd, waar de ander van overstuur was geraakt. De ruzie sudderde na op school.

Er bestaat een groot verschil tussen iets kunnen lezen en iets kunnen begrijpen

Het bleek geen incident te zijn. In zijn bijdrage voor het boek Sociale media in het speciaal onderwijs, een uitgave van Kennisnet en het Landelijk Expertisecentrum Speciaal Onderwijs (Lecso), somt Meijer een aantal praktijkvoorbeelden op. „Er bestaat een groot verschil tussen iets kunnen lezen en iets kunnen begrijpen”, legt Frits uit. „Twee leerlingen maken ruzie. De een appt: ‘lik mijn reet’. De ander komt helemaal overstuur naar mij toe. ‘Dat wil ik niet’. Ik leg uit wat ermee wordt bedoeld. Daarna hebben ze het samen uitgepraat.”

Ook de plaatjes waarmee gebruikers berichten optuigen, kunnen voor spraakverwarring zorgen. Een moeder slaat alarm, omdat een leerling vieze plaatjes naar haar dochter zou sturen. „Wat blijkt: de jongen stuurt steeds een icoontje van een smiley die zijn middelvinger opsteekt. Hij weet niet dat dit een obsceen gebaar is. Het meisje noemt het vies. Ze heeft de berichten gewist, dus kan de moeder er niet achter komen wat er precies vies is. Zij denkt dat het misschien om porno gaat.”

Vijf jaar geleden dacht de docent dat het om gedragsproblemen ging wanneer hij akkefietjes bemerkte tussen leerlingen. Nu weet hij dat er in de meeste gevallen iets anders achter zit: escalerend internetgedrag. Reden om leren omgaan met sociale media in te passen in het onderwijs.

Verbieden vanWhatsApp heeft geen zin, benadrukt de docent. Vroeger werd deze doelgroep van zeer moeilijk lerende kinderen meer uitgesloten van de samenleving, maar tegenwoordig maken ook deze pubers nadrukkelijk deel uit van de maatschappij. Juist voor leerlingen met een verstandelijke beperking opent een smartphone deuren naar de buitenwereld, schrijft Meijer in het boek. „Verbaal zwakke leerlingen kunnen typend hun emoties kwijt.Wanneer ze moeite met typen hebben, dan kunnen ze berichten inspreken of foto’s sturen.”

Tijdens lessen mediawijsheid, één uur per week, oefenen leerlingen hoe ze kunnen reageren op whatsappberichten en dat bespreken ze dan samen. Ook geven ze elkaar tips en corrigeren elkaar. „Het belangrijkste vind ik dat er een vertrouwensband is ontstaan. Leerlingen durven naar me toe te komen als er opWhatsApp iets speelt waar ze thuis niet over durven te praten. Bovendien zijn ze zich bewuster geworden van de gevaren vanWhatsApp en andere sociale media.”

‘Ga wijs @ppen’ noemt Frits de door hem ontwikkelde lesmethode die hij sinds september vorig jaar hanteert. Aanvankelijk gebruikte hij vellen papier met daarop whatsapp-achtige berichten en vragen. Zoals ‘Hoi, hoe heet jij?’, waar de leerlingen op reageerden. De een schreef zijn naam op, terwijl de ander voorzichtiger reageerde: ‘Ik ken je niet.Wie ben je?’

Sommige van onze leerlingen zouden zomaar een afspraak maken met een onbekende

Soms gaan leerlingen verder, tot aan loverboy- achtige berichten. „Sommige van onze leerlingen zouden zomaar een afspraak maken met een onbekende. Lichamelijk zijn ze al in de pubertijd, maar geestelijk functioneren ze soms op het niveau van een achtjarige. En ze willen stoer doen, meedoen. Ze durven niet snel nee te zeggen.”

Dankzij de hulp van een programmeur kan de docent nu een smartphone met WhatsApp simuleren op het digibord in de klas. Samen met een leerling illustreert hij hoe het werkt. Over en weer sturen ze elkaar berichtjes, die de hele klas kan zien op het digibord. Dan escaleert de boel. De een stuurt de ‘dikke vinger’, de ander reageert met het sturen van een plaatje met daarop een pistool. „We bespreken vervolgens het gesprek.Waar ging het mis en waarom?”

Het liefst wil hij er meer energie in steken, omdat hij merkt dat het veel tijd kost om deze leerlingen goed te begeleiden. Tweede doel is om het lesprogramma binnen alle scholen van Onderwijsgroep Buitengewoon te integreren. „Sommige collega’s zijn minder enthousiast. Zij zien het als extra werk. Terwijl ik denk dat je leerlingen mediawijsheid bij kunt brengen tijdens kringgesprekken als onderdeel van de taalles. Daarnaast vinden we het binnen onze stichting belangrijk dat álle collega’s mediawijs worden gemaakt.”

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee