Hoe vertel je 'het' de kinderen?

© Hanco Kolk

Sinterklaas leeft voor eeuwig en en legt altijd de juiste cadeautjes bij de open haard, ook al past die XL-racebaan nooit door de schoorsteen. Toch? Over het magische theater van een kind en het dilemma van elke ouder: vertel ik wel of niet dat sint een mythe is?

Roel Wiche

Eerst maar een bekentenis: onze familie heeft een tamelijk spectaculaire Sinterklaas- historie, met ooggetuigenverslagen die in de loop der jaren mythische vormen hebben aangenomen. Het begon allemaal met een oom die verkleed als de goedheiligman met een heel peloton zwarte pieten op weg was naar een kinderfeest in Maastricht, niet ver van het Vrijthof.

Onderweg stapte het bonte gezelschap een friture binnen. Toen per ongeluk de verkeerde kroketten in het vet waren gegooid, was het bal. Mijn oom - net als zijn pieten afkomstig uit een buurt die door de vredesbeweging is overgeslagen - mieterde zijn mijter weg, schroefde zijn staf los en begon aan de grote verbouwing. De rest is geschiedenis.

Minstens één keer per jaar herleefde dit verhaal, meestal op nieuwjaarsdag, wanneer onze familie in een Godfather-achtige setting bij elkaar kwam. Mijn opa zaliger, bijgenaamd Don Vito, kleurde alle smakelijke details naar eigen inzicht in, terwijl de kleinkinderen met lichte dwang naar de ijzige bijkeuken werden gedirigeerd. De magie van Sinterklaas moest immers voor onze tere zieltjes onaangetast blijven en dan hielp het niet als de grote kindervriend werd neergezet als kampioen frikadellen smijten.

Sinterklaas heeft het eeuwige leven 

Tevergeefs. Nadat ik iets te vaak flarden van dit drama had gehoord, sloeg de twijfel genadeloos toe. Ik moet toen een jaar of zeven, acht zijn geweest en juist daar ligt ergens, daar zijn de deskundologen het over eens, de kritische grens tussen geloven en niet meer geloven. Tot die leeftijd hebben kinderen een rijke fantasie vol wonderlijke beelden die nog niet geremd wordt door een kritisch denkvermogen.

Sinterklaas heeft het eeuwige leven en weet precies welke kinderen dromen van FIFA 16 of Stratego. Verbeelding en werkelijkheid vervliegen in elkaar, in een universum waarin alles mogelijk is. „Tussen drie en zes jaar regeert bij kinderen het magische denken”, zegt kinderpsychologe Sonja Frijns uit Spaubeek. „Wat ze zien, is ook écht zo. Als de meester zich voor de ogen van de hele klas verkleedt als Sinterklaas, denkt iedereen dat hij werkelijk de sint is.”

Totdat, onvermijdelijk, de eerste grote leugen van het leven wordt ontdekt. Kinderen gaan naar de bovenbouw, worden slimmer en laten de magische fase achter zich. De stoomboot en coole piet: het is niet meer dan een mooi sprookje. Kinderen reageren volstrekt onvoorspelbaar op de Grote Ontmaskering. Waar het voor de één een intens droevige dag is, stapt de ander er luchtig over heen. Mijn oudste zoon (10) ontdekte het ‘verraad’ drie jaar geleden op een klassieke manier: hij zag op één en dezelfde dag twee sinterklazen van wie bij de ene de baard op een mislukte suikerspin leek en bij de andere op een wattenbol van het Kruidvat.

De stoomboot en coole piet: het is niet meer dan een mooi sprookje

Daar was niet meer tegenop te fantaseren. Hij zit nu in groep 6 en daar gelooft vrijwel niemand meer in de sint - behalve als de dag van de surprises nadert. De jongste (8, sinds kort ook ontgroend) zit in groep 5, waar de verdeling tussen gelovigen en ex-gelovigen veel meer in balans is. Dat levert hachelijke taferelen op. Zoals een welles- nietesdiscussie tussen onze benjamin en zijn beste vriendje (wél gelovig) op de achterbank van de auto, met een vader die hevig transpirerend alles aanhoort. De schade viel godzijdank mee. Het vriendje schrapte de kerstman en de paashaas uit zijn magische theater, maar Sinterklaas en al zijn hulpsinterklazen mochten blijven.

Het grootste dilemma voor een ouder: laat je je kind zelf ontdekken dat Sinterklaas slechts een mythe is of help je die openbaring een handje? De Tilburgse kinderboekenschrijver Kees Lintermans schreef voor zijn zoon Niek (destijds 8 jaar) Het Grote Sinterklaasgeheim, waarin heel subtiel de overgang wordt gemaakt van geloven naar twijfelen. „Niek vond het bere- interessant en spannend. Maar toen ik het later ook aan mijn jongste zoon Kai liet lezen, barstte die in tranen uit.” De meeste psychologen zijn van mening dat het niet zoveel uitmaakt of je het wel of niet vertelt. Zolang er maar niets geforceerd wordt. Lintermans: „Uit onderzoeken in Amerika naar Santa Claus bleek dat er één ding is dat je vooral niet moet doen: bij een twijfelend kind volhouden dat hij tóch bestaat. Dat werkt vooral averechts.”

Sonja Frijns beaamt dat. Zij krijgt in haar praktijk geregeld kinderen die angstig zijn en dan werkt een ernstig kijkende, indrukwekkende man met een lange baard niet kalmerend. Haar advies: laat de kinderen vragen stellen en geef eerlijke antwoorden, zonder dat je ongeremd alle kennis gaat spuien. „Gun elk kind zijn eigen tempo. Eerst geloven. Dan de twijfelfase: wel weten dat de sint eigenlijk niet bestaat, maar het nog niet beseffen. En daarna verdwijnt dat geloof. Door vragen te stellen komt een kind er op een eigen manier achter. Dat is ook goed voor het zelfvertrouwen.”

O ja, niet alle vragen zijn gemakkelijk te beantwoorden.Waarom Sinterklaas en zijn Pieten graag met bamiballen gooien, heb ik vroeger nooit te horen gekregen. Mijn grootvader, Don Vito dus, wilde ons later wél de apotheose vertellen.

Toen de heetgebakerde oom de volgende dag ging werken, op de Sphinx-fabriek, werd hij bij de directeur geroepen. Op zijn tafel lag de krant. Op de voorpagina een kop in chocoladeletters: Goedheiligman renoveert friture! Het magische denken was in één klap voorbij.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee