Feesten: het kan ook onsje minder

Print
Feesten: het kan ook onsje minder

Goed voornemen voor 2016: vaker schitteren door afwezigheid. Met de bank als dé plek waar het allemaal gebeurt. Afbeelding: Jacqueline de Haas

Het lijkt soms of het leven alleen maar hip, hot & happening mag zijn. We hebben het drukker dan ooit en de keuze uit sociale activiteiten is niet meer bij te houden. Hoe gezellig allemaal ook pas op dat je jezelf niet voorbij rent.

„Ik sta toch nog op de gastenlijst van Paradiso voor vanavond”, roept mijn collega Imke (29). „Hè? Je ging vanavond toch naar het Amsterdam Dance Festival?” „Ja, dat is daarná en morgen. Alleen moet ik zondag wel de halve marathon lopen. Gelukkig ga ik ’s avonds relaxen bij de film.”

Een gemiddeld weekend van Imke, met wie ik maandag nog naar een pubquiz was en donderdag naar een feestje. Work hard, play hard lijkt in mijn omgeving het nieuwe carpe diem. Al bij de vrijdagmiddag- borrel (vrijmibo) begint het verzamelen van verhalen voor de maandagochtend. „Heb je nog iets leuks gedaan?”, is dan de standaardvraag bij de koffiemachine. 

Ik (communicatieadviseur, 43 jaar) ben zelf ook nogal uithuizig van aard. De geur van een gonzende kroeg trekt me automatisch naar binnen. De nieuwste hotspots moéten bezocht (ik hou er een lijstje van bij). Ik zit zelden tot nooit op de bank. Ik hou van eten en drinken, vrienden en gezelligheid, van lol en leven in de brouwerij. Ik feest dus ik besta. Maar moe word ik er soms ook van, onrustig, arm bovendien. Misschien kan het in het nieuwe jaar best een onsje minder, letterlijk ook wel. 

Druk, drukker, drukst. Gezien het alsmaar groeiend aantal feesten en festivals in Nederland zijn collega Imke en ik lang niet de enigen.  Per dag kun je gemiddeld ruim twee festivals bezoeken (ongeveer 800 per jaar) en dagelijks opent er wel een nieuw restaurant ergens in Nederland. Ook het aanbod leuke dingen met kinderen groeit en bloeit. Nederland verpretparkt, heel Holland feest. Dit maakt de keuzestress compleet, waarbij vooral de (grote) steden grossieren in ophef en vertier. 



We gaan feestend ten onder.We raken gewend aan zoveel prikkels, dat we er steeds meer van nodig hebben. 
Dick Trubbendorffer, verslavingsexpert 

 

Ik legde dit voor aan verslavingsdeskundige Dick Trubbendorffer. Is heel Holland feestverslaafd? „Nou en of, we gaan letterlijk feestend ten onder.We raken gewend aan zoveel externe prikkels, dat we er steeds meer van nodig hebben en er zodoende verslaafd aan raken. 
Zodra we ermee stoppen, overvalt ons direct een schrijnend gevoel van leegte. Dus zoeken we de afleiding weer op.” 

Alle vermaak wordt niet alleen meer en meer, maar ook steeds grootser en meeslepender. Zelfs uit eten is tegenwoordig een ‘experience waarin de totaalbeleving voorop staat’. Zo was ik onlangs in een rooftopbar met een zwembad op het dak. Over cool gesproken. Op grote hoogte duizelde de keuze uit drankjes me direct - vele soorten gin-tonic, met allemaal een andere smaaksensatie. Vervolgens brak ik mijn hoofd over de vraag of ik de crispy gnocchi with hot cherry tomatoes zou combineren met de hand crafted pasta with braised short rib of toch met de fruit de mer risotto with carmalized onion. O lekkere vette no-nonsense bitterbal, soms verlang ik zo naar je. Helemaal toen ik de relatief hoge rekening kreeg. 

Ook winkelen is niet langer functioneel maar een ‘totaalervaring’. Alle winkels heten ineens conceptstore, alwaar je ook latte macchiato kunt drinken, door een hippe barista voorzien van een kunstwerk in wit schuim. En waar je ter plekke je baard kunt laten trimmen in de barber-corner. En het laatste festival in Amsterdam-Noord was geen festival meer, maar een 24-uurservaring met een slaapfeestje, speurtocht, kill the moonshine, 3D-printen en nog veel meer.We leggen de lat voor vermaak steeds hoger. Gewoon is niet meer goed genoeg. En zo ‘ADHD’ ik in het weekend met kater in het hoofd en kinderen op de achterbank van hockeycompetitie, logeerpartij, naar een leuk doch leerzaam kinderfestival. 

Ik was domweg gelukkig op de bank, met dochter én pizzadoos op schoot

Ver-ve-len. Ik geloof niet dat mijn kinderen dat woord kennen.Wel de behoefte aan meer rust, vrees ik. Zo mocht mijn dochter van negen met wie ik een dagje alleen thuis was laatst zeggen wat ze voor leuks wilde doen. Haar antwoord was: mag ik ook kiezen voor helemaal niets? En vanavond gewoon een keer pizza voor de tv? Ik heb af en toe natuurlijk wel even op Facebook gekeken wat ik die avond allemaal miste, maar eerlijk gezegd miste ik helemaal niets. Ik was domweg gelukkig op de bank, met dochter én pizzadoos op schoot.

Het gaf mij bovendien even de rust na te denken waarom ik de kinderen toch zo meesleep in mijn eigen onrust. Wellicht omdat ik naast werk en uitjes ook nog die actieve moeder wil zijn die ik mezelf zo had voorgenomen te zijn? Uitgezakt en uitgeteld op de bank, dat nooit. En nu ik eenmaal wel even op de bank zit, vraag ik me af: hoe lang geleden is het eigenlijk dat ik rustig een boek heb gelezen? Ik zit significant meer in de kroeg dan op de bank en meer op Facebook dan in een echt boek. 

Misschien lijd ik wel aan de nieuwste moderne mensen-ziekte anno nu, ‘fomo’ (fear of missing out). Ofwel de angst om dingen te missen en de angst dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt uit het overweldigende aanbod om je vrije tijd mee in te kleuren. Dat wordt verder aangewakkerd door social media. 

Door vrienden die inchecken of selfies plaatsen op de leukste feestjes heb je het gevoel dat je wat mist of op het verkeerde feestje staat. Social media dragen bovendien bij aan de sociale stress om saai te zijn.Want online lijkt in iedereen wel een feestbeest te schuilen. Ik zie bedeesde buren en serieuze collega’s op Facebook ineens terug als party- animal. In zwart, wit of neon, verkleed of juist heel bloot. Aan een vriendin (architect, 42) vroeg ik op basis van al het leuks dat ik op haar Facebook-tijdlijn voorbij zie trekken of ze wel eens een avond thuis is. Haar eerlijke antwoord luidde: „Ja natuurlijk, maar een avond in joggingbroek op de bank zet ik niet op Facebook.” 

Een andere vriendin (onderwijsmanager, 48) vertelt: „Laatst had ik een feestje waarvan ik later op Facebook teruglas hoe leuk iemand het met mij had gehad, terwijl ze alleen maar op haar telefoon heeft gekeken en ik haar niet eens heb gesproken. Laat staan dat zij een gezellige avond heeft gehad.” 

Dat zette me aan het denken. Hoe leeg is ons volle leven eigenlijk? Ik vroeg ook dit aan verslavingsdeskundige Dick Trubbendorffer. „We raken verdwaald in een vrij neurotische manier van leven. Mét elkaar en in reactie op elkaar. Een leeg leven inderdaad, waarin we het échte contact, de realiteit, ons gevoel en de pijn die er ook soms is, kwijt zijn geraakt. Dit kan op den duur lijden tot depressies, burn-out of angststoornissen - ik zie de voorbeelden daarvan dagelijks in mijn praktijk.” 

Zo gezegd lijkt feesten haast wel op vluchten, inclusief alle verdovende kenmerken van een verslaving. En is al dat feesten echt iets van nu? „In deze individualistische maatschappij ontlenen we onze identiteit aan wat we doen, wat we hebben en hoe we eruit zien”, vertelt Trubbendorffer. „De prestatiemaatschappij vraagt ons op alle fronten te scoren en mee te doen. We moeten succesvol zijn en in de pas lopen, en vooral in de grote steden hoort daar beschrijft de Britse bedrijfspsycholoog Tony Crabbe ook in het recent uitgekomen boek Busy: how to thrive in a world of too much. ‘Druk druk druk’ roepen we als iemand vraagt hoe het gaat. Volgens Crabbe doen we dat omdat we denken dat drukte de weg naar succes is.We willen belangrijk lijken. In zijn boek stelt hij: ‘Terwijl communicatie, eisen en verwachtingen toenemen, mislukt alles wat we proberen te doen - time management, productief zijn, vele vriendschappen onderhouden - en daardoor zijn we uiteindelijk uitgeput en onbevredigd.’ 

Wat-doe-jíj-met-oud-en-nieuw is een vraag die mij serieus in september al is gesteld

Misschien moeten we in 2016 onthaasten door te ‘ontfeesten’. Crabbe geeft in zijn boek tips om de drukte waarin we onophoudelijk verkeren achter ons te laten. „Het startpunt is het maken van keuzes, omdat we simpelweg niet alles kunnen doen. Dus kies bewust om sommige dingen te doen, en vooral om andere dingen te laten.” 

Het niet voor niets steeds populairder wordende mindfulness helpt bij het aandachtig beleven der dingen, waarmee je ook van alledaagse dingen een feestje kunt maken. Een van de goeroes van het leven in het nu, Eckhart Tolle, zegt: „We zijn verdwaald in doen, denken, herinneren en verwachten. We zijn vergeten te zijn - stil te zijn, onszelf te zijn, te zijn waar het leven is: hier en nu.” 

En hoewel ik bij een goddelijk gerecht in dito gezelschap toch echt wel hartstochtelijk geniet in het nu, voor het echte geluk heb je natuurlijk niet per se de afleiding van buiten nodig. Zijn in plaats van doen is een beleving op zich. En mijn volgende reis mag er misschien best eentje naar binnen zijn, in plaats van naar een überhippe city. 

December dan. De slotapotheose van een jaar vol feest; we eindigen en beginnen het jaar ermee. Oud en nieuw is berucht qua noodgedwongen feestelijkheid. Wat-doe-jíj-met-oud-en-nieuw is een vraag die mij serieus in september al is gesteld. God verhoede een saaie avond op de bank met de concertregistratie van de Toppers op tv. Terwijl het lijf eigenlijk schreeuwt om rust na sinterklaas - bij ouders, bij schoonouders. En kerstdiners - op school, op de zaak. 

Eén goed voornemen heb ik al: in het nieuwe jaar wil ik vaker schitteren door afwezigheid. Van veel naar verveel, van magic naar mindful, van feesten naar focus. Saai wordt mijn nieuwe sociaal. Met mijn bank als dé plek waar het allemaal gebeurt. En misschien doe ik wel wat Claudia de Breij in haar recente boek Neem een geit, leven voor gevorderden oppert: maak geen bucketlist van wat je in het leven nog wilt doen, maar een fuck-it-list, met allemaal dingen die je níet van jezelf hoeft. In 2016 doe ik water bij de wijn, maar natuurlijk wel pas ná alle nieuwjaarsborrels.