Leden pikken bij buurclubs

Print
Leden pikken bij buurclubs

Afbeelding: Stefan Koopmans

Ledendaling is de grootste zorg van Limburgse sportverenigingen. Maar ook het feit dat er steeds minder mensen vrijwilligerswerk willen doen, levert problemen op.

Het goede nieuws is: steeds meer mensen doen actief -en vaker per week- aan sport. Het -voor sportverenigingen- slechte nieuws: dat doen we steeds minder in verenigingsverband. Nu nog is 33 procent van alle Nederlanders lid van een sportvereniging. Cijfers voor Limburg zijn er niet, maar ledenaantallen bij Limburgse clubs dalen in rap tempo. Een deel van de 2400 sportclubs in deze provincie gaat het moeilijk krijgen, niet alleen omdat mensen meer en meerindividueel sporten, ook wegens bevolkingskrimp.
Ledendaling is dan ook een van de grootste zorgen van de Limburgse sportclubs, blijkt uit een enquête die deze krant hield onder verenigingen. Driekwart van de ondervraagde clubs geeft aan zich grote zorgen te maken of er op termijn voldoende leden zijn om zelfstandig te kunnen voortbestaan. Wat opvalt is dat grotere clubs zich net zoveel zorgen maken op dat punt als de kleintjes. „We maken ons zorgen over de vergrijzing”, meldt bijvoorbeeld voetbalclub Bieslo in Beesel (425 leden). „Het aantal geboortes neemt nog steeds af en er zijn weinig starterswoningen. Daardoor zal het ledental de komende jaren, in eerste instantie bij de jeugd, drastisch gaan dalen.” 

We maken ons zorgen over de vergrijzing.

Voetbalclub RKUVC in Ulestraten (300 leden) hekelt het feit dat clubs onderling leden van elkaar wegkapen. „Buurclubs proberen leden af te pakken, al dan niet door te gaan betalen, iets wat wij niet kunnen en willen als dorpsclub.” Tennisclub Brunssum (285 leden) zag in vijf jaar tijd honderd leden vertrekken. Maar succesnummers zijn er ook: zo meldt tennisclub Napoleon in Haelen (400 leden) een „reusachtige ledentoename na ingebruikname nieuw tennispark en gelijktijdige fusie.” 
De zorgen van verenigingen betreffen niet alleen de ledentallen; ook wordt het steeds lastiger vrijwilligers te vinden die de handen uit de mouwen willen steken. Van alle volwassen Nederlanders is 15% actief als sportvrijwilliger. Gemiddeld werken die vrijwilligers vier uur per week voor hun vereniging. De trend is: minder vrijwilligers die samen meer uren gaan besteden aan het clubwerk. Geen ideale situatie, melden de verenigingen, omdat het de kans groter maakt dat bestaande vrijwilligers afhaken. Bovendien werpt de hoeveelheid werk nieuwe drempels op voor potentiële nieuwe vrijwilligers. 

Buurclubs proberen leden af te pakken.

„Het draaien van de vereniging komt op een klein groepje vrijwilligers neer”, stelt de woordvoerder van Budosport Heerlen (210 leden). Hij constateert dat zelfs simpele taken lastig zijn onder te brengen. „De bereidheid van ouders om voorafgaand aan trainingen matten neer te leggen, is beperkt”, illustreert hij. FC Hoensbroek (500 leden): „Men wil wel helpen, maar geen verplichtingen.” En Handbalvereniging Minor (80 leden): „Niemand heeft meer tijd, het zijn altijd dezelde mensen die de kar trekken.” RKSV Wittenhorst (1000 leden) legt de vinger op de zere plek met de constatering dat de leden en/of hun ouders minder binding hebben met hun club dan vroeger. „Verenigingscultuur word steeds meer vervangen door consumentengedrag”, constateert de Horster voetbalclub. Ook basketbalclub Gennep Cougars (125 leden) merkt dat duidelijk. „Men verwacht dat als er contributie wordt betaald, ze hiervoor alles terugkrijgen en zelf niets meer hoeven te doen.”

Men wil wel helpen, maar geen verplichtingen.

De ondervraagde verenigingen beseffen dat ze in actie moeten komen. Een aantal kiest er voor het sportaanbod te verbreden (meer doelgroepen) of meer samenwerking te zoeken met andere clubs en is daar inmiddels volop mee aan de slag. Maar er is ook onvrede over de voortvarendheid waarmee gemeenten besluiten subsidies te verminderen en sportaccommodaties te sluiten en over de communicatie daarover. „Het zwembad in Melick wordt met sluiten bedreigd. Als dat gebeurt hebben we geen accommodatie meer, alle zwembaden in de omliggende steden hebben geen vrije uren”, geeft de Reddingsbriade Melick-Herkenbosch (80 leden) als voorbeeld. Badmintonclub Gronsveld (94) leden: „Het sportbeleid van de gemeente Eijsden-Margraten is zonder stimulans. Het gaat ons niet om geld, maar om promotie en aandacht.” En basketbalclub Gennep Cougars (125 leden): „In Gennep is slechts één zaal die competitiewaardig is waar we met meerdere verenigingen in zitten. Door de gemeente wordt weinig tot niets ondernomen om het probleem op te lossen.”