Hé, wat ben je eigenlijk aan het eten?

© Fotolia

Ons eten zit vol vage ingrediënten. Kippenbouillon met een verwaarloosbaar percentage kip en perenvla zonder peer. Klopt het gevoel dat we belazerd worden waar we bij staan?

Leo van Marrewijk

Uit het leven gegrepen: dravend door de plaatselijke super gris je een pak perenvla mee. Lekker voor zoonlief, want dol op peer. Als hij ’s avonds aan tafel monter begint te lepelen, volgt een frons. „Ik proef geen peer.” Een blik op het etiket leert: een lange lijst van ingrediënten, van wei tot verdikkingsmiddel en van gemodificeerd maiszetmeel tot bètacaroteen, maar geen peer: 0 procent. Hoongelach valt de boodschapper ten deel. „Je hebt niet goed gelezen, pa. Het staat zelfs op de verpakking: het is helemaal geen perenvla, maar perensmáák-vla.”

Stom natuurlijk. Ten eerste van jezelf: je bent erin getuind. Maar toch voel je je bedonderd. Want natuurlijk verwacht je als consument niet dat een perenvla-producent eigenhandig zes sappige Doyenné du Comice-peren in het pak gaat staan duwen. Maar toch: het woord ‘peren’ prominent op de verpakking zetten als er 0 procent peer inzit?

Olieresten van verpakkingen in producten

Leve de voedingsindustrie, waar ‘de waarheid een handje helpen’ en misleiding hier en daar vrolijk tegen elkaar aan schurken (denk bijvoorbeeld aan cantharellensoep met 0,1 procent cantharel). Voedselwaakhond Foodwatch en de Consumentenbond hebben het er maar druk mee. In december 2014 werden na een uitspraak van het Europees Hof de regels voor etikettering weliswaar aangescherpt, maar alleen al de laatste weken ontdekten voedselwaakhonden verboden emulgatoren in producten, olieresten van verpakkingen in producten, inferieure olijfolie die als topproduct werd verkocht (Italië) en misleidende gezondheidsclaims en dito marketing.

Zo staan de schappen vol met ‘ambachtelijke’ producten die uit de fabriek komen, zit ‘100 procent natuurlijk’ vol met chemische toevoegingen en wordt het predicaat ‘oud-Hollands recept’ misbruikt door gladpraters.

Eerder dit jaar stelde PvdA-Kamerlid Sjoera Dikkers Kamervragen over de misleidende marketing van vruchtensappen. Zo bleek ‘blauwe bessensap’ voor het overgrote deel uit appelsap te bestaan. En nog meer, zeer recente volksverlakkerij: Maggi meldde op de verpakking van een zakje aardappelpuree: ‘bevat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aardappelpuree’. Er bestáát geen ‘aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aardappelpuree’.

Bovenstaande voorbeelden zijn klein bier. Een ontspannen consument haalt er z’n schouders over op of kan zelfs grinniken om de dikke duim van marketeers. Joanna Blythman kan er allang niet meer om lachen. Haar eerder dit jaar verschenen boek Slik je dat? (Wat je niet mag weten over je eten) is één lange aanklacht tegen de voedingsindustrie. Blythman dook (undercover) in de wereld van het bewerkte voedsel en schetst een inktzwart beeld van producenten die onbeperkt ‘knutselen’ met voedingsmiddelen: bleek, zwetend vlees wordt gekleurd met ingekochte rode bloedcellen, diepgevroren kipfilet wordt verkocht met 18 procent toegevoegd water en dankzij talloze additieven lopen bacteriën zelfs na 2 maanden nog om een ‘verse cake’ heen.

Voedselfabrikanten zijn boeven, vindt Blythman

En de consument? Die heeft door alle mega ingewikkelde productieprocessen, smaakstoffen (‘in Europa bestaan 2500 toegestane smaakstoffen, slechts 400 daarvan zijn goed onderzocht op veiligheid’), kleurstoffen, conserveringsmiddelen en als E-nummers vermomde chemicaliën geen idee meer wat hij eet. En kan dat eigenlijk ook niet meer weten, betoogt Blythman. Interessante lectuur, met een grimmige ondertoon: voedselfabrikanten zijn boeven, vindt Blythman. Ze ziet maar één wapen om de industrie aan te pakken: een moestuin beginnen. En voortaan alleen nog onbewerkt voedsel eten.

Lekker makkelijk Maar niet iedereen heeft een moestuin. En zelfs wie ’m wel heeft: na een lange werkdag zit niet iedere consument te wachten op een uur buffelen om iets puurs op zijn bordje te krijgen. Of ingewikkelde boodschappen te doen. Dus is het best makkelijk, dat voorbewerkte, lang houdbare voedsel.

Vooral Nederland is extreem gefixeerd op prijs als het om voeding gaat

En dan is het antwoord op de vraag van Blythman (‘Slik je dat?’) gauw gegeven: natuurlijk slikken wij dat. En ook nog lekker goedkoop. Dat is meteen één van de onderliggende problemen, vindt Marcel van Silfhout: die heerlijke verse lap vlees van de bioboer om de hoek is nu eenmaal duurder dan de kiloknaller. Van Silfhout schreef in 2013 het ontluisterende boek Uitgebeend - Hoe veilig is ons voedsel nog? over de vleesindustrie, onder meer over salmonella-zalm en de Q-koorts, twee schandalen waarbij doden vielen. Een deel van de ellende, zegt Van Silfhout, zit in de zucht naar lage prijzen, van producent én consument. „Vooral Nederland is extreem gefixeerd op prijs als het om voeding gaat. In een land als Italië zijn mensen bereid meer voor hun eten te betalen.” Maar behalve de hoge prijs voor vers voedsel ziet Van Silfhout, die tegenwoordig over voedsel schrijft voor website Follow the Money, een nog groter probleem: de overheid zit te veel op schoot van de voedingsindustrie en controleert te weinig.

Uitgebeend is vooral een pleidooi om de nationale keuringsinstantie NVWA (‘kapot bezuinigd en afgebroken’) beter uit te rusten voor de opdracht waar ze voor staat: streng toezien op gesjoemel. En vooral: het idee verlaten dat de slager (voedingsindustrie) z’n eigen vlees (producten) zou kunnen keuren. Dat deel van zijn missie lijkt te slagen: mede naar aanleiding van zijn boek (én de nodige schandalen) wordt de NVWA weer opgetuigd om scherper toe te zien op de voedselveiligheid. En wie vandaag alleen al de lijst met actuele ‘veiligheidswaarschuwingen food’ op de NVWA-site ziet, zal op z’n minst concluderen dat scherp toezicht geen overbodige luxe is.

Maar strenge controles alleen zijn niet voldoende om de vertrouwenscrisis in de voedingsindustrie te bezweren, denkt Van Silfhout. „Het voedselwantrouwen lijkt deels op de financiële wereld: consumenten hebben door de ondoorzichtige materie het gevoel dat ze het nakijken hebben. Nederland is na de VS de grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld, dus ik snap de grote economische belangen. Maar de consument heeft in dit verhaal nauwelijks een stem.”

TNO is momenteel bezig met een project om zout, suiker en vet terug te dringen in vlees, brood, zuivel en chocola, zegt Joost Blankestijn, Business Development Manager voedselinnovatie bij TNO. Zijn organisatie doet dat samen met Wageningen UR Food & Biobased Research (FBR) en negen bedrijven. Blankestijn: „Bijvoorbeeld: hoe kun je het aandeel zout verlagen, waarbij de consument het toch nog net zo lekker vindt en de houdbaarheid gelijk blijft?” Er wordt hard gezocht naar natuurlijke ingrediënten: bestanddelen die je makkelijk kunt uitleggen aan de consument. Blankestijn: „We zoeken naar slimme alternatieven. Daarbij stellen we telkens de vraag: zijn er in de natuur ingrediënten te vinden met vergelijkbare eigenschappen, bijvoorbeeld rozemarijn als conserveermiddel?” Bovendien streven onderzoekers en bedrijven naar vermindering van het aantal ingrediënten. Want een consument die het etiket van een product bestudeert en daarin dertig bestanddelen ontdekt waarvan hij van de helft de naam niet kent, zegt steeds vaker: doe mij maar een appel.

„Precies”, zegt Blankestijn. „Ik lees zelf altijd de etiketten op producten, maar ik weet ook vaak niet wat bepaalde bestanddelen zijn en waarom die erin zitten. Dat merken fabrikanten natuurlijk ook. Daarom gaan steeds meer bedrijven aan de gang met clean labels: een label met zo weinig mogelijk synthetische of chemische toevoegingen. Waarbij ingewikkeld klinkende additieven bijvoorbeeld worden vervangen door kruiden of specerijen. Een bedrijf als Heinz is daar met z’n tomatenketchup al ver mee.”

Een voedselfabrikant die clean produceert én de consument kan uitleggen wat er in een product zit: klinkt als een toffe peer. Nu die vla nog.


Op www.voedingswijzer.nl vind je een Etiketwijzer die ‘leeshulp’ biedt. Ook handig van het Voedingscentrum is de online E-nummerzoeker. Vul een E-nummer in en je ziet wat de stof doet. Voor alle duidelijkheid: E-nummers (toevoegingen / additieven) hebben geen voedingswaarde; ze worden toegevoegd om bijvoorbeeld de kleur, smaak of houdbaarheid te verbeteren.

Nog een waarschuwing: fabrikanten zetten soms de uitgeschreven naam van een stof op het etiket in plaats van een E-nummer. Zo heet E330 opeens citroenzuur: dat klinkt natuurlijker, maar is net zo goed een conserveermiddel. Een selectie: ANTI-SCHUIMMIDDELEN(onder meer in soep en ananassap) E322, E431 t/m E436, E491 t/m E495 en E551 t/m E556. METAALBINDERS(onder meer in sauzen, blikgroenten en mayonaise) E574 t/m E579. STABILISATOREN(voorkomen uitdrogen van vlees en kristalvorming in ijs) E492, E494.


Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal