Kiloknallen tot je een ons weegt

Print
Kiloknallen tot je een ons weegt

Afbeelding: Jet Peters

Een verbod op kiloknallers is politiek niet haalbaar, bleek deze maand. Maar hoe krijgen ‘we’ goedkoop stuntvlees de wereld uit? Of willen we stiekem lekker blijven kiloknallen? Het is druk bij het kiloknallerschap.

In de plaatselijke Jumbo lijkt de reclame voor de prijspakkers (drie bakjes voor zes euro!) aan te slaan. Een vrouw sist tegen haar partner dat het vlees ‘hier nóg goedkoper’ is, waarna ze achtereenvolgens bakjes (van 350-440 gram) met mager rundergehakt, hamburgers en gehaktschnitzels in het boodschappenkarretje laat glijden. 

Moreel verwerpelijk, noemt Anne Hilhorst vanWakker Dier dat soort taferelen.Wakker Dier is een actiegroep die wil dat dieren uit de vee-industrie met respect worden behandeld. „Dat supermarkten stunten met wc-papier of pindakaas moeten ze zelf weten, maar vlees gaat over levende dieren. Daar mag je nooit mee stunten.” 

Wakker Dier, dat ‘kiloknallen’ tot werkwoord wist te verheffen, bindt sinds 2010 de strijd aan met het fenomeen. Daarbij hanteert de actiegroep tegenwoordig de definitie ‘alle folderuitingen voor vlees en vleeswaren zonder zichtbaar dierenwelzijnskeurmerk’. 

Dat is nuttig om even te vermelden, omdat er ook andere omschrijvingen van de kiloknaller circuleren: ‘aanbiedingen met een prijs per kilo lager dan €4,12’ (de oude definitie vanWakker Dier) of ‘vlees verkopen onder de kostprijs’. 

Het past bij een trend: steeds meer mensen hebben oog voor dierenwelzijn

Die laatste definitie gebruikte PvdA-politica Sjoera Dikkers eerder deze maand toen ze een algeheel verbod op kiloknallers bepleitte. Een dag later al werd haar plan afgeschoten. Er is geen politieke meerderheid voor en bovendien, zo meldde staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) - zelf fervent tegenstander van gestunt met vlees - is zo’n verbod in een vrije markt praktisch onhaalbaar. Toch is Wakker Dier blij met het politieke signaal van Dikkers. Hilhorst: „Het past bij een trend: steeds meer mensen hebben oog voor dierenwelzijn.” 

De ogen zijn de laatste jaren vooral geopend door voedselschandalen en zaken waar je als consument de hik van krijgt, of erger. Van salmonellabesmettingen tot omgekat paardenvlees, van Q-koorts tot vlees dat met water wordt geïnjecteerd om meer kilo’s te krijgen, van varkensflats tot plofkippen: het is allemaal niet erg bevorderlijk voor de eetlust. Sinds 2010 eet de Nederlander dan ook elk jaar gemiddeld ongeveer een kilo minder dan het jaar ervoor. Die trend lijkt door te zetten, ook al door het onlangs aangescherpte advies van deWereld Gezondheids Organisatie: eet niet te vaak bewerkt vlees, want het kan de kans op kanker vergroten. 

Uit recent onderzoek onder EU-consumenten (Food Navigator) blijkt overigens dat de boodschap ‘eet minder vlees, dat is beter voor het klimaat’ nauwelijks aanslaat. Veel gevoeliger zijn consumenten (93 procent) voor gezondheidsclaims (zoals ‘minder vet’ of ‘minder zout’) op het etiket. Opvallend: 91 procent hecht veel belang aan de herkomst van het vlees, dat is nog belangrijker dan dierenwelzijn (83 procent). 

Een korte rondgang door enkele vaderlandse supermarkten leert dat met verhalen over de herkomst van vlees nog een wereld te winnen is: de meeste etiketten geven geen enkele aanwijzing over land of streek, laat staan wat voor leven het dier gehad heeft dat schuilgaat achter de speklap. Zo meldt Albert Heijn op het etiket van een blozende rosbief: ‘Rosbief, van biologische oorsprong’.Waar die oorsprong zich bevindt? Dat mogen we raden. Helemaal onderaan het etiket, in een klein lettertype waarvan de gemiddelde mens hoofdpijn krijgt, staat nog wel een aanwijzing: ‘EU/niet EU-landbouw’.

Huh? Hebben we nu rosbief te pakken die óf uit de EU komt, óf niet? Of is dit vlees bestemd voor EU- én niet-EU (dus alle) landen? De argeloze consument tast in het duister. Op de website van Albert Heijn staan weliswaar ‘check de herkomst’-filmpjes, maar ‘onze’ biologische rosbief zit daar niet bij.Wel een filmpje van duurzame rosbief uit Ierland, maar die productie, met een hoofdrol voor achteruitlopende koeien, levert meer vragen op dan antwoorden. 

Het idee om op het etiket te laten zien waar je voedsel precies vandaan komt krijgt minder applaus

Enkele deuren verder, bij Plus. Op het etiket van biologisch rundergehakt (met Beter Leven- keurmerk) staat wél wie het heeft geproduceerd en waar: VION Retail Groenlo B.V., Groenlo. Inclusief een verwijzing naar extra ‘consumentenservice’: bio-plus.nl. Daar wel een duidelijk filmpje over de eisen die worden gesteld aan boeren om het Beter Leven- keurmerk te bemachtigen én te behouden. 
Met als ‘bonustrack’ een interviewtje met de directeur van de Dierenbescherming die vertelt over het nut en succes van het keurmerk. Overigens wordt de indruk gewekt dat het een puur Nederlands product is, maar of dat echt zo is, wordt niet geheel duidelijk. 

Bij VION, vleesproducent met een jaaromzet van vijf miljard euro die wordt behaald met de levering aan verschillende supermarktketens, weten ze wel meer. Ben Menting van VION: „Wij doen alleen zaken met leveranciers uit België en Nederland. Zo dichtbij mogelijk dus, vanwege het dierenwelzijn en de transportkosten.” 
Het idee om op het etiket te laten zien waar je voedsel precies vandaan komt - zoals staatssecretaris Van Dam deze maand opperde - krijgt minder applaus. „Intern weten wij van elke partij vlees precies waar het vandaan komt, maar we zetten het niet op het etiket. Omdat het geld kost én omdat het weinig toegevoegt.” 

Wat wel toegevoegde waarde heeft, is de prijs. Een praktijkgevalletje van Plus: in de reclame zijn tijdens het bezoek de magere hamlappen zonder keurmerk (volgens de Wakker Dier-definitie dus een kiloknaller, volgens Plus niet) voor €2,99 (500 gram). En direct daaronder prijst Plus ‘de verantwoorde keuze’ aan: Bio+ hamlappen met het Beter Leven-keurmerk, voor €2,49 (200 gram). 
Het keurmerkvlees is dus ruim twee keer zo duur: hamlappen zonder keurmerk kosten €6 per kilo, de hamlappen met keurmerk €12,45. 

Voor mensen met een lege portemonnee lijkt de keuze eenvoudig. Toch is dat niet het hele verhaal, zegt woordvoerder Debbie Huisman van Plus, dat sinds 1 augustus de klassieke kiloknallers in de ban heeft gedaan: „Op dat besluit hebben we veel positieve reacties ontvangen, en slechts enkele vragen. Door onze promotie kiezen steeds meer mensen voor het verantwoorde alternatief. Maar er is nog steeds een grote groep consumenten die vooral op prijs koopt. En ja, die groep bedienen we ook.”