"We stonden voor de keus: laten we ons onderwerpen?"

Print
"We stonden voor de keus: laten we ons onderwerpen?"

Tahmina Akefi Afbeelding: Roger Dohmen

Dat meisje, dat in het Serious Request-spotje vastberaden het schooltje in de gebombardeerde wijk binnenloopt: dat had zij kunnen zijn. Tahmina Akefi groeide op in Kaboel, te midden van oorlog en voortschrijdende islamisering. Helaas is ook Nederland geen tolerant paradijs meer, merkt ze.

Voordat de Mujahedien aan de macht kwamen veranderde er al van alles in de wijken. Mensen werden voorzichtiger .Vrouwen gingen zich anders kleden. Op school liep de directeur ineens in een gewaad rond. De vrouwelijke docentes mochten niet meer in een korte rok lopen. Het ging geleidelijk. Maar het was niet meer te stoppen.

Op dagen dat er een wapenstilstand was gingen we naar school. Maar ik wist van te voren dat het niks voorstelde. Heel veel leraren waren weg. De scholen zaten vol met vluchtelingen. Soms moesten we één lokaal delen met een gezin met vluchtelingen. Dan zat er alleen een gordijntje tussen. Aan de ene kant zat een kind te krijsen. Aan de andere kant kregen wij les.

In de bergen had je toch ook geen wc papier?

Ook de inhoud van de lessen veranderde. We kregen in plaats van Engels opeens Arabisch, op een hele strenge manier gedoceerd door een mullah. We stonden voor de keus: laten we ons onderwerpen? Mijn vader wilde niet weg. Hij dacht: dit houden ze niet lang vol. We hebben al drie jaar lang oorlog. Dit moet een keertje ophouden.

Mijn vader zat in het leger. Hij voelde het als een plicht om de strijd niet op te geven. Toenhij zijn baan verloor zag hij zich genoodzaakt een winkeltje te beginnen, in het centrum van Kabul. Mijn broer hielp hem daar. De gewapende mannen kwamen regelmatig winkeltjes binnen, om gratis allerlei artikelen mee te nemen. Mijn vader gaf ze altijd wat mee. Op een keer was mijn broer alleen. Er kwam een jonge strijder binnen. Hij vroeg om wc papier. Mijn broer zei: in de bergen had je toch ook geen wc papier? Een hele verkeerde opmerking natuurlijk. Die jongen ging boos weg. Hij kwam terug met zeven mannen. Ze hebben mijn broer helemaal in elkaar geslagen. Bont en blauw. Helemaal onder het bloed. Zijn gezicht was onherkenbaar. Mijn vader moest op zijn knieën smeken om het leven van zijn zoon te redden. Als mijn broer terug zou gaan naar het winkeltje, dan zouden ze hem doodschieten, hadden ze gezegd. Dat was het moment waarop mijn moeder tegen mijn vader zei: of je gaat mee, of ik neem de kinderen mee.’’

Het gezin Akefi vluchtte in 1995 met de auto de grens over naar Pakistan. Vandaar namen ze het vliegtuig naar Amsterdam.

 Nederland was toen niet zo populair bij vluchtelingen

,,Eigenlijk alleen omdat Nederland de goedkoopste optie was. Nederland was toen niet zo populair bij vluchtelingen. De meesten gingen naar Duitsland, Amerika en Canada. Ik kende Nederland alleen van de tulpenvelden. Het land van de bloemen. En van de molens. Mijn integratie verliep razendsnel. Al in de tweede week zat ik in het leslokaal van het opvangcentrum. Ik kreeg samen met andere asielkinderen taalles. Heel intensief. Elke dag van half negen tot drie uur. In Dordrecht ging ik naar de middelbare school. En daarna studeerde ik in Tilburg. Journalistiek. Dat was mijn droom. Als klein meisje in Afghanistan keek ik altijd samen met mijn vader naar het nieuws. Dat wilde ik ook gaan doen, verslaggever. Mijn drive was heel groot. Ik moest het waarmaken. Dat was ik mijn ouders verschuldigd. Zij hadden voor mij en mijn broer en zussen alles achter gelaten. Om ons een toekomst te geven. Ik mocht het niet verpesten.’’

Ze begrijpt de angst niet die er bestaat voor de vluchtelingen, die hier verblijven.

,,We zijn met z’n allen een beetje hysterisch geworden. Vechtpartijen in de asielzoekerscentra bijvoorbeeld waren er vroeger ook. Ik heb het zelf meegemaakt. De politie werd niet eens gebeld. Nu hoeft er maar iets te gebeuren rond een asielzoekerscentrum en het is wereldnieuws. Vechtpartijen tussen ‘gewone’ Nederlanders in uitgaanscentra zijn nauwelijks nieuws meer. Eén asielzoeker doet iets en het wordt verspreid via de social media: zie je wel, ze deugen niet. En dan gaat Geert Wilders weer twitteren.

Het is belachelijk dat een moslimjongen weigert zijn lerares een hand te geven

Waar is die angst op gebaseerd? Hoeveel asielzoekers hebben Nederlandse vrouwen verkracht? De angst voor de islamcultuur kan ik me wel voorstellen. Ik wil ook niet dat hier de sharia wordt ingevoerd. Het is wel een groot probleem dat Nederland in sommige opzichten veel te tolerant is tegenover immigranten. Ik vind: als je hier naar toekomt, dan moet je je aanpassen. Want jij kiest ervoor om hier naar toe te komen. Hier zijn andere regels. Dat er vrijheid is betekent niet dat alles mag. Het is belachelijk dat een moslimjongen weigert zijn lerares een hand te geven.

Bij mij op de middelbare school was er een jongen, die elke dag vijf keer moest bidden. Speciaal voor hem maakten ze een klaslokaal vrij. Waarom, in godsnaam? Het brengt de integratie niet dichterbij. Integendeel. Ik voorzie trouwens geen integratieproblemen met de vluchtelingen in Nederland. Je moet een onderscheid maken tussen de vluchtelingen en de arbeidsmigranten, die hier zijn opgegroeid. Bij alle vluchtelingen, die ik spreek, merk ik dat zij zich zo graag willen waarmaken. Ze willen hier hun toekomst opbouwen. Ze weten dat ze zich dan moeten aanpassen, maar die wil is er ook om dat te doen. Zeker bij de kinderen en onder de vluchtelingen is er een enorme drive. Al was het alleen maar omdat ze zich verplicht voelen tegenover hun ouders, die hun leven hebben gewaagd om hun kinderen een betere toekomst te geven.

En dat ligt heel anders bij allochtone kinderen, die hier zijn geboren. Bij die groep ligt het echte integratieprobleem. Die hebben geen beperkingen meegemaakt, zoals ik. Mijn grote droom was om naar school te kunnen gaan. Hier balen veel kinderen als ze weer naar school moeten. Dat is een essentieel verschil. En daarom denk ik dat de meeste vluchtelingen moeiteloos zullen integreren in de Nederlandse maatschappij. Daar ben ik echt niet bang voor.’’

Een nieuwe stroom vluchtelingen lijkt op komst, nu de Taliban en IS zeer actief zijn in Afghanistan. Iedereen wil weg, weet Tahmina

Er vinden steeds meer stenigingen plaats

,,Er zijn aanslagen. Ontvoeringen. Vrouwen hebben nu op papier gelijke rechten, maar in de praktijk komt daar niets van terecht. Er vinden steeds meer stenigingen plaats. Niet alleen op het platteland, maar ook op straat, in Kaboel. Vaak door gewone mensen, niet de Taliban dus. Mannen hebben de macht in Afghanistan en maken daar misbruik van.

Toen de religieuzen aan de macht kwamen is de macht van de mannen nog groter geworden. De religie is een mannenreligie. Hun macht is gebaseerd op het zaaien van angst. Als vrouwen ongehoorzaam zijn, dan zijn ze meteen een hoer. Ik kreeg laatst een mailtje van iemand. Die kende een vrouw, wiens man bij haar is wegegaan. Haar schoonfamilie heeft haar eerst mishandeld en daarna opgehangen. Dat soort dingen gebeuren er momenteel in mijn geboorteland. De regering daar doet er niets aan. Meisjes van zes kunnen nog steeds worden uitgehuwelijkt aan mannen van zeventig.

Alle mannen slaan hun vrouw. Het wordt als vanzelfsprekend beschouwd

Dat hele proces, dat ik in mijn boek beschreven heb, over die donkere periode in Afghanistan, dat voltrekt zich opnieuw, maar dan in een nog veel ergere vorm. Toen ik daar nog was, was de Mujahedien nog bezig met het voeren van oorlog en kwamen ze nauwelijks toe aan het invoeren van strenge richtlijnen. Dat hebben ze door de jaren heen geleidelijk gedaan. Je kunt nu geen kant meer op in Afghanistan. Als ik er nu zou wonen, zou ik me ook moeten houden aan de regels van de religieuzen. Mijn tante woont er nog. Als haar dochter wordt geslagen zegt ze: alle mannen slaan hun vrouw. Het wordt als vanzelfsprekend beschouwd.’’

Ze maakt zich grote zorgen over de verdeeldheid in de Nederlandse samenleving.

,,Ik vraag me echt af waar we naar toe gaan in dit land. De kloof tussen autochtonen en allochtonen wordt groter. Zeker na die aanslagen. Op de social media lees je reacties van mensen, waarvan je het niet verwacht. Dan zeggen ze snel: het is niet tegen jou gericht, hoor. Maar ik kom ook uit zo’n gebied. En dus voel ik me toch wel aangesproken. Als deze haat doorzet, waar zijn we dan over tien jaar? Als ik het Nederland van nu vergelijk met het Nederland van twintig jaar geleden, toen ik kwam, dan is er een hele andere wereld ontstaan. Dat is begonnen met 9/11, daarna werd Theo van Gogh vermoord en daarna kwam Wilders. Wilders is uit op verdeeldheid. Hij geeft geen moer om de Nederlandse maatschappij. Als hij dat wel zou doen, dan zou hij nooit zoveel haat zaaien. Ik heb altijd gedacht dat mijn toekomst hier zou liggen. Maar nu denk ik regelmatig: wil ik hier nog wel blijven?’’

Tahmina vluchtte van het land van de papavers naar het land van de bloemen. Haar broer woont in Rotterdam. Haar ene zus in Spijkenisse. De andere woont, net als Tahmina en haar ouders, in Sliedrecht. Boezemvriendin Setara (niet haar echte naam -PvG) verblijft inmiddels in Lelystad.

In haar boek beschrijft Tahmina haar uittocht uit haar geboorteland: De geel-witte wagen bracht ons weg uit de stad van mijn herinneringen. Niemand zei iets, niemand bewoog, het leek alsof we waren opgehouden met ademhalen. Geen van ons keek om. Ze hoopt. Dat ze niet weer die koffer hoeft te gaan pakken.


Tahmina Akefi (Kaboel, 1983) werd bekend door haar boek Geen van ons keek om, een meeslepende roman over het Afghanistan van haar jeugd, over de eeuwige band met haar boezemvriendin en het langzaam naderbij sluipende onheil van de Taliban. Akefi wordt ook wel de vrouwelijke Khaled Hosseini genoemd. Zestien uitgeverijen wilden haar boek uitgeven.
Ze werkte een paar jaar voor radio en televisie van de NOS. Daarvoor was ze in dienst bij het ANP en Omroep West. Als freelancer was Akefi verbonden aan BBC Persian. Tegenwoordig schrijft ze regelmatig voor NRC Handelblad en geeft ze lezingen door het hele land. Samen met een aantal bekende schrijvers werkt ze momenteel mee aan een schrijfwedstrijd, georganiseerd door Save the Children en gericht op kinderen in Afghanistan en Nederland. 

 

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje