Max: 'Crash gaf me alleen maar meer vertrouwen'

Print
Max: 'Crash gaf me alleen maar meer vertrouwen'

Afbeelding: Twitter Max Verstappen

In een flits van regionale held naar wereldster; van skeltertje naar Formule 1-bolide; van de slaapbank in een transportbusje naar businessclass in een supersonische jet; van Maaseik naar Monaco. Het laat Max Verstappen allemaal onberoerd. De focus is gericht op hoofdprijzen. En meer dan één.

Langs de A13 van Rotterdam naar Den Haag valt het oog op een banner van reusachtige afmetingen. In fel rode kleur, strak gedrapeerd langs de glazen wand van een futuristisch kantoorgebouw. Proud partner of Max Verstappen luidt de slogan van zijn persoonlijke sponsor Exact. Precies daar, in de periferie van techniekstad Delft, neemt Max Verstappen kort voor kerst afscheid van het hectische 2015. De barstensvolle agenda kan in de prullenbak. Heel even, tot begin januari, kan hij zijn zinnen verzetten. In Zweden, bij vriendin Mikaela. In Maaseik, bij vader Jos, moeder Sophie en zus Victoria. En in Dubai, al zullen daar de ligstoelen op de zilte stranden en bij de luxueuze zwembaden nauwelijks gefrequenteerd worden. Om nu te zeggen dat Max Verstappen snakt naar vakantie en rust, nee. „Het liefst ben ik in de weer met iets wat rijdt en geluid maakt.” Maar, zegt hij, het is ook wel lekker om een paar dagen thuis te zijn. Met de PlayStation spelen, tv kijken, met vrienden naar de bioscoop, stunten met een oxboard. 

Het liefst ben ik in de weer met iets wat rijdt en geluid maakt.

Normale activiteiten van een 18-jarige. Maar Dubai, dat krijgt een andere invulling. „Het strand is niet aan mij besteed. Eén dagje hooguit, dan heb ik het gehad. Daarna moet er wat spannends zijn. Een buggy om door het zand te crossen.” Een rustig tochtje door de woestijn zal het niet worden. „Ik maak er toch weer een competitie van. Ik weet niet waarom, maar dat zit geloof ik in de familie.” 
Formule 1-coureurs leven in een biotoop. Het rennerskwartier als werkplaats, vliegtuigen en hotels als verblijfplek en de bolide waar alles om draait. Toch ontgaat Verstappen niet veel van wat zich in de wereld afspeelt. „Ik lees elke dag kranten. Gewoon on-line. Ik vind het interessant om te weten wat er gaande is.” Ellende, geweld, het raakt hem wel, maar beïnvloedt hem niet. „Parijs, die aanslagen. 
Dat is heel erg. De mensen die het hebben meegemaakt, zullen er nog jaren last van hebben. Dat gun je niemand.” Zich zorgen maken, dat doet Verstappen niet. „Als je tijd voorbij is, is die voorbij. Breekt de vleugel van een vliegtuig af, doe je niets. Als je uit de douche stapt en uitglijdt….” Fatalisme ten top. Een karaktertrek die Formule 1- coureurs wellicht eigen is. Ook in de auto? „Nee, want ik hou het binnen de limiet, althans voor mijn gevoel.” In Monaco crashte Verstappen zwaar. Na een botsing met Romain Grosjean knalde de Limburger met 220 km/uur de barrière in en bleef ongedeerd. „Toen ik uitstapte, dacht ik: toch wel een sterke auto. De crash gaf me alleen maar meer vertrouwen.” 

Als je tijd voorbij is, is die voorbij. Breekt de vleugel van een vliegtuig af, doe je niets. Als je uit de douche stapt en uitglijdt…

Karten of Formule 1-racen; hij ervaart nauwelijks een verschil. „Achter het stuur ben je op jezelf aangewezen. Het enige verschil is dat er bij het karten één man over schreef en nu moet ik alles driehonderd keer uitleggen.” Al die extra aandacht laat hem koud. „Dat wist ik vooraf. Daar had ik me op ingesteld.” Mediatraining? „Nooit gehad.” Dan, met een ondeugend lachje: „Ik heb van mijn vader mediatraining gehad. Ik vertel wat ik wil en wat ik niet wil vertellen, vertel ik niet.” Emoties tonen, het lijkt vaak een ver-vanmijn- bedshow bij Verstappen. Is het een pose? Of toch aangeboren? „Met dieren heb ik dat wel. Als ik zie wat die soms ondergaan of hoe ze mishandeld worden. Dat grijpt me wel aan, ja.” Maar tranen? Nee, niet snel. „In de Formule 1 moet je een harde zijn, zeker voor jezelf. Ook dat heeft mijn vader me bijgebracht. Vroeger al, bij het karten.” Dat waren niet altijd gezellige uitjes. Verstappen sr. legde de lat hoog, tolereerde geen fouten. „Ik maak gelukkig niet snel een tweede keer dezelfde fout. Misschien heb ik dat daaraan te danken.” En als het toch misgaat? „Dan baal ik. Dan word ik stil, ga voor mezelf analyseren wat er fout is gegaan, probeer het te herstellen. Zo niet, dan zegt mijn vader het me wel. Daar kan ik prima mee leven, want ik weet dat hij het beste met me voor heeft.” Begin dit jaar deelden vader en zoon Verstappen bij de Grands Prix nog de hotelkamer. „Vond ik heel normaal, want ik was niet anders gewend.” Met het meerderjarig worden, is ook de afstand tussen de twee gegroeid. „Ik heb nu geen chauffeur meer nodig”, lacht junior. „Maar er verandert eigenlijk niet veel in onze relatie. Ik kan nog niet zonder hem. Voor mij is het belangrijk dat hij erbij is.” 

Ik maak gelukkig niet snel een tweede keer dezelfde fout. 

De vader-zoonrelatie, eentje waar één blik vaak voldoende kan zijn. Telkens als Max Verstappen in de pitbox in zijn Toro Rosso zit, kijkt hij in zijn spiegeltje. Ziet zijn vader op de achtergrond nauwlettend toekijken. „Ik kijk naar zijn ogen en weet meteen wat hij ervan vindt.” Aan het einde van de dag is er altijd een evaluatiemoment. In de auto naar het hotel, ’s avonds bij het eten of op de hotelkamer. „We praten niet alleen over racen. We hebben het ook over dingen thuis of maken grappen en trappen lol.” Jos als vader of als vriend betitelen, is voor Max een lastige opgave. „Hij is allebei, denk ik.” Verstappen leidt niet het leven van een doorsnee 18-jarige. Studie is erbij ingeschoten; een normaal sociaal leven is onmogelijk. Maar zijn vrienden van vroeger zijn ook nu nog zijn kameraden. „Dat vind ik heel belangrijk. De jongens van Pex in Maasbracht. Die ken ik al vanaf mijn vierde. Met hen ga ik karten, bowlen, film kijken, wat in de werkplaats prutsen.” Met jongere zus Victoria, die sinds de scheiding bij moeder Sophie woont, gaat hij wel eens shoppen. „Ik had haar een handtas beloofd als ik mijn eerste punten zou scoren. Ze wist al precies wat ze wilde. Binnen tien minuten was dat tasje gekocht.” 
Maaseik was jaren zijn vertrouwde thuis. Inwonend bij zijn vader; moeder op een steenworp afstand. Maar sinds kort bewoont Verstappen een eigen tweekamerappartement in Monaco. Een volgende stap naar volwassenheid en onafhankelijkheid. „Het is er prettig om te trainen. Fijn klimaat, bergen. Ik ken de streek en kan me redelijk met de taal redden.” 

Ik kijk naar zijn ogen en weet meteen wat hij ervan vindt.

Zijn personal trainer Jake Aliker zal er regelmatig zijn; vriendin Mikaela lang niet altijd. „Koken kan ik zelf nog niet, dus dat schiet erbij in.” En de was en de strijk? Lachend: „Daar bel ik mam voor. In het begin zal ik nog veel geholpen moeten worden.” 
Begin dit jaar vroegen Formule 1-kenners zich af wat zo’n jonge gast (Verstappen debuteerde in Australië 17 jaar en 166 dagen oud) kwam doen. Te onervaren, gevaarlijk voor de sport, luidde het oordeel. Amper tien maanden later komen Formule 1-analisten superlatieven te kort om de Toro Rosso-coureur te bewieroken. De enige vraag die nog niet beantwoord is: wanneer wordt Max Verstappen wereldkampioen? Dat hij het wordt, is voor de meeste kenners geen thema. In een mum van tijd heeft hij zich van anonieme debutant ontpopt tot persoonlijkheid van het jaar, een eretitel die hij van de autosportbond FIA kreeg opgespeld, naast die van de beste debutant en de mooiste inhaalmanoeuvre. Het befaamde ‘no’ van Singapore, waar hij een teamorder negeerde en zijn stalgenoot niet voorbij liet, heeft bijgedragen aan de sterrenstatus die Verstappen heeft verworven. Eindelijk een Formule 1-coureur die niet politiek correct is, maar zijn zin doordrijft. Eentje die wel respect, maar geen ontzag heeft voor de concurrentie. „Want ik wil er voorbij. Hoe, dat boeit me niet.” Meedogenloosheid, die hij in het leven naast het circuit op verbluffende wijze langs zich heen laat glijden. „Bij de kassa in een supermarkt zal ik nooit voordringen. Dat vind ik arrogant.” 

Bij de kassa in een supermarkt zal ik nooit voordringen. Dat vind ik arrogant.

De prijzenregen die dit jaar over hem neerdwarrelde, vond hij ‘leuk’. Meer niet. „Ik zou al die prijzen willen inleveren voor die van de wereldtitel. Niet té snel, maar op het goede moment. Als ik er rijp voor ben.” De wereldtitel dus? „Ja, als het even kan meerdere keren. Al heb je daar geluk voor nodig.” Hoe vaak? „Het record staat op zeven... Ambitieus, maar je moet een doel voor ogen hebben.” 
Om dat doel te bereiken, geeft Verstappen zijn ogen goed de kost. Sebastian Vettel, viervoudig wereldkampioen, ziet hij als voorbeeld. „Snel, netjes, privé alles op een rijtje, geen schandalen, geen zorgen aan de kop. Het is belangrijk om rust te creëren. Dat doet Vettel perfect. Ik hoop dat ik mezelf blijf in de toekomst.Weten waar je vandaan komt. Blij zijn dat je van je hobby je werk hebt kunnen maken. Relaxed blijven, de juiste mensen om me heen verzamelen.” Zo niet? „Dan wordt me dat wel verteld door mijn vader.” 
 

Speel gratis mee met het Formule 1-spel

Daag je vrienden uit in een subpoule en win!

Voorspel bij elke Grand Prix de kwalificatie & uitslag en maak kans op mooie prijzen.

> delimburger.nl/f1