Het wielervirus heeft Dumoulin een beetje te pakken gekregen

Print
Het wielervirus heeft Dumoulin een beetje te pakken gekregen

Tom Dumoulin Afbeelding: Ermindo Armino

Tom Dumoulin brak afgelopen jaar door naar de absolute top. Ondanks zijn ambities blijft de Maastrichtenaar nuchter. „Natuurlijk doe ik iets belachelijks: veel geld verdienen met fietsen, dat slaat nergens op. En ik draag niks bij aan de samenleving.”


Het interview heeft plaats in het chique Château Neercanne, aan de rand van Maastricht, op een namiddag vlak voor kerst. Of we plaats willen nemen in een van de vergaderzalen boven, vraagt de hotelmanager. Tom Dumoulin (25) inspecteert de grote lege ruimte. „Moet dat? Het is hier zo sfeerloos, laten we gewoon in het restaurant gaan zitten.” En zo geschiedt. 

In een eerder interview stond dat je graag vertoeft in Château Neercanne. „Oh? Ik kom hier zelden. Het is hier prachtig, en je zou koffiedrinken een hobby kunnen noemen, maar het is voor mij toch wat te chique.” 
Koffiedrinken een hobby? „Ja, ik ga vaak in het centrum van Maastricht koffie drinken. Ik heb eigenlijk geen hobby’s naast wielrennen, voor mij geen modeltreinen op zolder. Ja, ik wandel veel met de hond. En de verhuizing naar Kanne neemt ook veel tijd in beslag. We kunnen er hopelijk dit voorjaar in. Verder reis ik graag met mijn vriendin, schrijf dat ook maar op. Komend jaar lijkt Zuid-Amerika me wel wat, ik wil graag Macchu Picchu in Peru bezoeken.” 

Vroeger had ik daar niks mee, maar het wielervirus heeft me een beetje te pakken

Wielrennen een hobby? Ben je wielerfan aan het worden? „Ik moet toegeven dat ik steeds meer interesse begin te kweken. En dat vind ik heel gek want ik ben al zoveel met de sport bezig. 
Maar ik zou het nu serieus gaaf vinden om de helm van Greg Lemond in huis te hebben, als verzamelitem. Vroeger had ik daar niks mee, maar het wielervirus heeft me een beetje te pakken.” 
Robert Gesink publiceerde afgelopen week zijn data van 2015: hij heeft 37.000 kilometer gefietst. Weet jij hoeveel jij er hebt weggetrapt? „Geen idee, dat interesseert me niet. Laurens ten Dam heeft een 100 uur-regel in januari: dat zou nodig zijn om een goede basis te leggen voor het seizoen. Ik doe daar niet aan mee, omdat ik mezelf dan alleen maar druk opleg. Ik doe het liever op gevoel.” 
Je staat bekend om je rationele benadering, maar eigenlijk ben je een gevoelsmens? „Hierin wel. Ik probeer mijn gevoel te volgen. Normaal train ik drie dagen achter elkaar en heb dan een dag rust. Maar vorige week heb ik twee extra rustdagen genomen omdat ik nog niet helemaal hersteld was van het trainingskamp. Daar ben ik dan niet bang voor.” 
Hoe belangrijk is je trainer Adriaan Helmantel? „Hij is vooral sparringpartner. Als topsporter twijfel je vaak: trainen of juist rusten? Dan is het fijn dat iemand mij bevestiging kan geven of juist een schop onder mijn kont. Vorig jaar voor de Vuelta voelde ik me op hoogtestage niet geweldig, maar Adriaan bleef veel uren en veel intensiteit opgeven. Toen heb ik hem gebeld: zouden we dat wel doen? Hij hield voet bij stuk: we houden het zo. Op de fiets wilde ik stiekem minder doen maar uiteindelijk volgde ik toch zijn schema. En dat pakte goed uit.” 
Nog even terug naar die Vuelta-rit waar je Chris Froome versloeg. Hoe beleefde jij dat? „Eerst dacht ik: shit, ik win weer niet. Al ruim anderhalf jaar zat ik tegen een ‘normale’ overwinning aan te hikken. Ik won wel verschillende tijdritten, maar in de hotseat je zege vieren, is het toch nét niet. Ik wilde een keer mijn handen in de lucht steken. Dus toen Froome en Joaquin Rodriguez over me heen kwamen, werd ik eerst vooral heel erg pissig. Toen begon ik te rationaliseren: ik heb niks te verliezen, want het rood heb ik al. Ik zag Froome rijden en dacht: dat is meer bluf dan kracht. Ik schakelde twee tanden zwaarder.We zouden wel zien wie de grootste bluffer was en dat was uiteindelijk ik. Het was puur blufpoker.”
Op welk moment in de laatste bergrit besefte je dat je de Vuelta niet ging winnen? „Dat de rode trui weg was, wist ik op de top van de een na laatste klim. Ik reed daar al zo ver over mijn limiet. Ik wist dat Aru op die laatste klim weer weg zou rijden, maar het podium zat er misschien nog in. Ik probeerde mezelf op te peppen, maar je kunt zien aan mijn vermogens dat ik de ene minuut wel goed trapte en de andere minuut helemaal niks. Ik zakte iedere keer weer weg.” 
Je hebt je contract bij Giant-Alpecin met drie jaar verlengd. Heb je ooit overwogen te kiezen voor een ploeg met meer successen in grote rondes? „Dat wij geen grote rondes hebben gewonnen, komt vooral omdat we die renners niet kunnen betalen. Halen wij Contador, dan winnen wij ze ook. Als ik bij een grote ploeg had gezeten, durf ik te betwijfelen of ik dit jaar al bijna de Vuelta had gewonnen. Ik geloof dat wij in training en begeleiding verder staan dan veel andere ploegen.” 
En op tactisch vlak? „Daar hebben we nog nooit aan de top geroken, dat klopt. Die ervaring hadden we te weinig, maar wordt met de komst van Laurens ten Dam opgevuld. En voor een deel is het vallen en opstaan. Sky dacht vorig seizoen het voorjaar te kunnen domineren, maar dat mislukte ook behoorlijk.” 
Heeft de Vuelta je leven veranderd? „Het is tweeledig: enerzijds is het heel speciaal dat waar ik hard voor werk, anderen blij maakt. Maar ik heb er moeite mee dat ik overal herkend word. Ik was op bezoek in het Glazen Huis van Serious Request in Heerlen en mijn zusje appte of ik een biertje kwam doen op het plein. Zoiets doe ik dan niet, omdat ik alleen maar op de foto moet met iedereen. Ik baal er echt van dat ik die keuze maak.” 
En hoe zit dat met social media? Kun je nog onbezorgd 10, 15 bier drinken? „Daar moet ik erg mee oppassen, al ben ik sowieso niet iemand die zich laveloos drinkt. Voor je het weet staat het op Facebook of Twitter. Ik ben me er heel erg bewust van dat mensen het kunnen filmen. Het hoort helaas bij mijn status.” 
Je rode Vuelta-shirt is vorige week geveild voor Serious Request, voor bijna drieduizend euro. Heb jij iets met goede doelen? „Ik word steeds vaker gevraagd en zal een keuze moeten gaan maken waar ik me voor wil inzetten. Dat moet iets zijn waaraan ik me echt verbonden voel. Kanker is een ziekte die ik in mijn omgeving tegenkom en die me raakt. Maar ik richt me voorlopig eerst op mijn egocentrische zelf.” 
Ja, je had ook arts kunnen worden en anderen kunnen helpen. „Ook als ik dokter was geworden, was dat geweest omdat ik dat leuk vind. Dat is de primaire keuze. Ik heb niet het gevoel dat ik als wielrenner egoïstischer ben dan anderen. Natuurlijk doe ik iets belachelijks: veel geld verdienen met fietsen, dat slaat nergens op. En ik draag niks bij aan de samenleving.” 
Je maakt mensen blij met je prestaties. „Daar wil ik mezelf geen credits voor geven. Uiteindelijk doe ik het voor mezelf, ik zit niet op de fiets om anderen te plezieren. Het komt erbij en ik vind het heel leuk dat mensen genieten. Ik probeer vooral niet te denken hoe zinloos het eigenlijk is.” 
Want dat is het? „Ja, het is volksvermaak. Voor mij is het zinnig. Maar voor de maatschappij niet, denk ik. Ik zou wel iets terug willen doen voor de sport, later.” 
Daar denk je al over na? „Ja, het Limburgse wielrennen gaat me nauw aan het hart. Ik heb het idee dat ik daarin een verschil kan maken. Ik heb laatst een petitie getekend voor een veilige wieleromgeving. Doe ik toch iets kleins voor de maatschappij.” 
Er is veel te doen over jouw schema voor komend seizoen. Hoe kijk je naar de discussie? „Ik kijk er van een afstandje met een glimlach naar. Het zal me eigenlijk aan mijn reet roesten wat anderen daarvan vinden. Van mij mag het schema nu al bekend worden gemaakt, maar de ploeg wil het per se volgende week doen tijdens de ploegpresentatie in Berlijn.” 
Ten slotte. De Tour in Limburg volgend jaar? „Ik hoop het. Dan moeten de KNWU en ASO hun conflict over die 140.000 euro snel oplossen. Dáár wil ik graag mijn zegje over doen tegenover Tourbaas Christian Prudhomme. Dan moet het wel een tijdrit worden natuurlijk, met finish op het Vrijthof in Maastricht. Eerst twee etappes rond Düsseldorf, die Duitsers zijn helemaal geil van sprintersritten. En dan een korte tijdrit in Limburg. Ongebruikelijk? Prudhomme doet veel ongebruikelijke dingen, dus dit past perfect in zijn straatje.”