Op safari in januari

Print
Op safari in januari

Afbeelding: Fotolia

Van alle feestbeesten is de receptietijger (Panthera tigris borrulhappius) misschien wel de meest fascinerende.


Het begint al bij die naam. Zijn de zoölogen van de fuiffauna niet ongelofelijk de fout ingegaan bij de indeling van deze soort bij de katachtigen? Receptievlinder was, gezien het fladdergemak, passender geweest. Of receptiemeeuw. 
Want wat doen ze anders dan een beetje krijsen, de boel onder schijten en weer verder vliegen? 
Maar receptietijger? De verwante diersoort die in steeds kleineren getale in Azië ronddoolt, is een einzelgänger bij uitstek. Alleen de moeder en haar welpen hebben het even gezellig samen. Daarna is het ieder voor zich en God voor ons allen. De receptietijger lijkt juist een sociaal beest: dol op gezelschappen, altijd één poot vrijhoudend voor het uitdelen van joviale schouderkloppen. Gebrul en gebral. 
Het is slechts één letter verschil. Toch maken tijgers een heel ander geluid dan receptietijgers. Zaten de zoölogen er dan echt helemaal naast? Nee hoor. Ook zonder camouflerende streepvacht vallen receptietijgers moeiteloos samen met hun natuurlijke biotoop. Terwijl de meeste andere dieren blij zijn met het obligate glaasje waarmee ze zich nog enigszins een houding weten te geven. 
En het raffinement van het roofdier wordt zichtbaar in de manier van jagen. Quasi-geïnteresseerd praten met de ene prooi en ondertussen al de volgende beloeren. 
Voor deWinnie de Pooh-fans is er ook nog het receptie-Teigetje, stuiterend van de ene naar de andere gesprekspartner. Maar dan zitten we meestal al in de staart van de bijeenkomst. 

Reageren? p.van.der.steen@mgl.nl