Zo bekostigt uw gemeente leefbaarheid

Print
Zo bekostigt uw gemeente leefbaarheid

Afbeelding: MGL

Huiseigenaren in alle 33 Limburgse gemeenten gaan dit jaar opnieuw meer ozb (onroerendezaakbelasting) betalen. Wie de cijfers naast elkaar ziet, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat bij het vaststellen van de tarieven sprake is geweest van het dichten van ‘begrotingsgaten’.

(klik hier voor een vergroting van de graphic)

De ‘volksopstand’ was groot in Meerssen toen in oktober vorig jaar bekend werd dat Burgemeester en Wethouders het ozb-tarief voor huiseigenaren in 2016 met 36 procent wilden verhogen. Wethouder Guido Houben van Financiën erkende dat het een „zware klap” is, maar benadrukte de noodzaak om „het gemeentelijke huishoudboekje weer op orde te krijgen en te voorkomen dat we onder financieel toezicht van de provincie komen”. 

Een petitie, ondertekend door 1800 boze inwoners, mocht niet baten. Met slechts één zetel verschil stemde de gemeenteraad in met het collegevoorstel. 

Zo moeten huiseigenaren dit jaar gemiddeld 391 euro betalen, 103 euro meer dan in 2015. In de lijst met lasten van alle 33 Limburgse gemeenten torent Meerssen boven iedereen uit. De verhoging van het ozb-tarief levert Meerssen in 2016 een bedrag op van 1.233.000 euro, staat in de begroting. Ook eigenaren en gebruikers van bedrijfspanden gaan fiks meer betalen: 41 procent. En Meerssen kondigt nu al aan dat het tot 2019 de ozb jaarlijks weer met 4,5 procent zal verhogen. Maar dat is, stelt de wethouder, de „reguliere verhoging.” 

Was er in Meerssen protest, in Voerendaal enWeert bleef het afgelopen weken verrassend rustig rond het voornemen het ozb-tarief, en daarmee de lasten voor huiseigenaren, flink te verhogen. Zij gaan dit jaar respectievelijk 8 en 10,9 procent (25 euro) meer betalen. 

In de meeste Limburgse gemeenten stijgt de ozb-aanslag al jaren

De ozb is, met de afvalstoffenheffing en de rioolrechten, een van de weinige belastingen die gemeenten zelfstandig kunnen opleggen. In de meeste Limburgse gemeenten stijgt de ozb-aanslag al jaren. Zo stegen de lasten in Meerssen en Voerendaal in 2015 ook al met ruim 8 procent. 
InWeert, Gulpen-Wittem en Onderbanken betaalden huiseigenaren vorig jaar 7 procent meer dan in 2014, blijkt uit statistieken in het Belastingoverzicht 2015, een overzicht van de lokale lastendruk dat de provincie jaarlijks samenstelt. 

Opvallend is dat, anders dan voorgaande jaren, in 2016 in geen enkele Limburgse gemeente de ozb-lasten dalen. In 2015 was dat nog wel het geval in Beek, Simpelveld, Nederweert en Eijsden-Margraten. 

Hoeveel de huiseigenaar aan onroerendezaakbelasting moet betalen, hangt af van de getaxeerde waarde van de woning in combinatie met het ozb-tarief dat de gemeente bepaald heeft. Er zijn dus twee ‘knoppen’ waar een gemeente aan kan draaien. In tijden van dalende huizenprijzen, zien we vaak dat het tarief omhooggaat. Nu het weer ietsje beter gaat met de woningmarkt zou het tarief omlaag kunnen; per saldo vloeit er dan immers evenveel geld in de gemeentekas. Opgeteld elf Limburgse gemeenten hebben het ozb-tarief voor 2016 naar beneden bijgesteld. In Simpelveld en Landgraaf blijft het tarief (nagenoeg) hetzelfde. In een toelichting melden ze hun streven de ozb-lasten, behoudens indexering, voor de inwoners gelijk te houden. 

Er is een voorzichtig herstel van de woningmarkt

In de WOZ (Waardering Onroerende Zaken)-gegevens voor 2016, - als peildatum wordt 1 januari 2015 genomen -, is een voorzichtig herstel van de woningmarkt te herkennen. Waar in 2014 de waardes nog overal daalden, is nu in veel gevallen weer een stijgende lijn of stabilisatie te zien. Venray en Kerkrade zijn negatieve uitzonderingen. In Roermond en Beek zijn de huizen met 4 procent het meest in waarde gestegen, volgens schattingen van de BsGW, de organisatie die intussen de heffing en inning van de belastingen voor 30 van de 33 Limburgse gemeenten verzorgt.

Of het goed nieuws is als uw huis meer waard is geworden? Dat is, als gezegd, dus maar betrekkelijk. Met Meerssen als actueel voorbeeld zeggen de hier verzamelde ozb en WOZ-cijfers ook veel over de economische gezondheid van een gemeente. 

Het lijkt niet toevallig dat in bijvoorbeeld Heerlen en Kerkrade de lasten en het tarief dit jaar sterk stijgen. Beide steden kampen bovengemiddeld met uitdagingen als een vergrijzende bevolking, wegtrekkende jongeren, leegstand en een van oudsher relatief kleiner bestand aan koopwoningen. Tel daarbij op de door Den Haag overgehevelde( zorg)taken. Om allerlei publieke voorzieningen toch te kunnen blijven bekostigen, moet er ergens geld worden gevonden. De gemeente Kerkrade zag zich kennelijk genoodzaakt om met de dalende huizenprijzen het tarief te verhogen tot 0,2068 procent, het hoogste in Limburg. De stad stoot daarmee Venlo, dat jaren koploper was, van de troon (0,2021 procent). Peel en Maas kent al jaren het laagste ozbtarief (0,1013 procent). 

De getallen verduidelijken tevens de luxepositie van gemeenten met een groter areaal (dure) koopwoningen. Plaatsen als Mook en Middelaar, Nederweert en Horst aan de Maas incasseren van hun (overwegend) draagkrachtigere huiseigenaren een hogere ozb-bijdrage. Duurste gemeente qua onroerendezaakbelasting is, dankzij de verhoging met 36 procent, Meerssen. Horst aan de Maas staat met 382 euro op de tweede plek en Mook en Middelaar met 343 euro op plek drie. Het goedkoopst wonen huizenbezitters in Maasgouw (193 euro), Beesel (197 euro) en Vaals (203,32 euro). 

Burgers niet extra belasten

In een poging de trend van jaar op jaar stijgende ozb-lasten te stoppen, spraken het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in 2008 af om voortaan een jaarlijkse zogeheten macronorm te hanteren: de totale ozb-opbrengst van een gemeente zou niet boven deze norm mogen uitkomen. Voor 2016 is die 1,57 procent. Vorig jaar was dat 3 procent, in 2014 nog 2,45 procent. 
De norm wordt bepaald aan de hand van de economische groei en de inflatie. Uit de Limburgse cijfers blijkt dat twee op de drie gemeenten boven de norm zitten. Het probleem met de macronorm is dat deze niet bindend is. Het is slechts een richtlijn. Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken kan gemeenten geen sancties opleggen. 

De Vereniging Eigen Huis, belangenbehartiger van woningbezitters, regelmatig de zin terug dat ‘we onze burgers niet extra willen belasten’. Sommige gemeenten die de ozb bovengemiddeld laten stijgen, benadrukken dat door verlaging van andere heffingen, de lasten voor de inwoners per saldo niet toenemen. 

Voerendaal is opvallend eerlijk. ‘Onze insteek is om niet te bezuinigen op gemeenschapsvoorzieningen als sportclubs en het peuterspeelzaalwerk. Derhalve moest, om tot een duurzame, sluitende begroting te komen de ozb met 5 procent extra worden verhoogd, bovenop de reguliere 3 procent’. 
De huiseigenaar betaalt het gelag, zogezegd: precies de kritiek die de Vereniging Eigen Huis al jaren heeft. Beesel brengt dezelfde boodschap van gemeenschapsvoorzieningen, maar iets subtieler. ‘Wij zetten in op het op het peil houden van de leefbaarheid, een goed niveau van voorzieningen is daarvoor een randvoorwaarde. 

Een levendige markt, lokale winkelvoorzieningen, speelplaatsen, plantsoenen, evenementen, kwalitatieve scholen en een bloeiend verenigingsleven. Uit onze enquête voor de toekomstvisie en de kerntakendiscussie blijkt dat onze inwoners bereid zijn meer belasting te betalen voor het behoud van goede voorzieningen’. 

De gemeente Maasgouw meldt specifiek dat de raad in 2013 heeft besloten de ozb-lasten jaarlijks niet meer te laten stijgen dan de afgesproken macronorm. Die norm is, als eerder gezegd, voor 2016 vastgesteld op 1,57 procent. En daar heeft Maasgouw zich tot achter de komma keurig aan gehouden. 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →