Korter WW en recht op thuiswerken

Print
Korter WW en recht op thuiswerken

Afbeelding: Fotolia

Het hing al een tijd boven de markt, maar sinds begin dit jaar krijgt een werkloze minder lang WW. De mogelijkheid om thuis te werken wordt uitgebreid.

Ruim drie jaar - 38 maanden - is de maximumtermijn dat werknemers bij werkloosheid een uitkering kunnen krijgen. Vanaf 2019 zal dat nog maximaal 24 maanden zijn. De verkorting is een uitvloeisel van het Sociaal Akkoord tussen minister Asscher (Sociale Zaken), werkgevers en bonden.

In het ergste geval moet je meerdere maanden op een houtje bijten

„Tot afgelopen jaar bouwden werknemers voor elk gewerkt jaar een maand uitkering op”, legt arbeidsadvocaat Maarten van Gelderen uit. „Dat geldt vanaf nu alleen nog voor de eerste tien arbeidsjaren. Werknemers bouwen daarna nog slechts een halve maand WW-recht per gewerkt jaar op.” Voor de duidelijkheid: aan de hoogte van de WW-uitkering verandert niets, die blijft 70 procent van het laatst verdiende loon. Hoewel de verkorting van de WW vaststaat en werknemers er dus geen invloed meer op hebben, is het wél opletten voor degenen met een tijdelijk contract. „Een deel van de werknemers heeft een contract zonder tussentijds opzegbeding”, zegt Van Gelderen. „Dan moet je nooit tekenen voor tussentijds ontslag met wederzijds goedvinden.” Wie dat toch doet, komt pas in aanmerking voor WW nadat de officiële termijn van het contract is verlopen. „In het ergste geval moet je meerdere maanden op een houtje bijten.”

Ook kan een verzoek worden gedaan om een dag of meer thuis te werken

De stapsgewijze verkorting van de WW-duur is niet de enige opvallende sociaalrechtelijke wijziging in 2016: zo mogen werknemers hun baas op grond van de Wet Flexibel Werken vragen hun werkrooster aan te passen zodat ze bijvoorbeeld hun kind kunnen wegbrengen of ophalen. De werkgever kan dit alleen weigeren bij zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Ook kan een verzoek worden gedaan om een dag of meer thuis te werken. Het recht geldt voor bedrijven met tien of meer arbeidskrachten.

Een andere belangrijke verandering is dat AOW-gerechtigde werknemers voortaan langer op basis van een tijdelijk contract werken. „Moeten reguliere werknemers na drie contracten in twee jaar in vaste dienst genomen worden, voor ouderen zijn dat zes contracten in vier jaar tijd”, weet Pascal Besselink van juridisch dienstverlener DAS. Het kabinet wil het zo aantrekkelijker maken om ouderen in dienst te houden. Nog fundamenteler: AOW-gerechtigden hoeven bij langdurige ziekte nog slechts 13 weken te worden doorbetaald in plaats van twee jaar. „Voor bedrijven en organisaties vormde dat vaak een beletsel om oude werknemers in dienst te nemen of te houden.” 

Hoewel de maatregel sympathiek oogt, vreest Besselink voor de iets minder oude werknemers. „Keerzijde is dat AOW’ers de groep van werknemers tussen de 50 en 65 jaar kunnen verdringen.” Diverse arbeidsrechtdeskundigen vrezen met hem voor de gevolgen. Geldt het kortere doorbetalen alleen nog voor ouderen, waarschijnlijk is dat nog maar het begin. Werkgevers klagen al jaren steen en been over het lange doorbetalen bij ziekte. Met name voor het MKB vormt dat een loden last.

Het vergroot de toename van het aantal flexwerkers, een ontwikkeling die het kabinet juist wil tegengaan

Brancheorganisatie MKB-Nederland wil die doorbetalingsduur halveren tot een jaar. Er lopen onderzoeken naar alternatieven; onder meer de SER komt dit jaar met een advies. Minister Asscher lanceerde onlangs ook een regeling waarbij kleine werkgevers (tot tien personeelsleden) nog slechts één jaar ziekte hoeven door te betalen. Het UWV betaalt dan het tweede jaar. Het is een vrijwillige regeling waaraan kleine bedrijven moeten meebetalen. 

Besselink is benieuwd of de doorbetalingsduur eindelijk omlaaggaat. Door het per juli gewijzigde ontslagrecht is het in de praktijk lastiger om van personeel af te komen, stelt hij. „Samen met de lange periode van doorbetaling bij ziekte zie je dat werknemers terughoudend blijven om nieuw personeel aan te nemen.

Dat vergroot de toename van het aantal flexwerkers, een ontwikkeling die het kabinet juist wil tegengaan.” Een derde belangrijke wijziging op arbeidsrechtelijk terrein is er tenslotte voor de al genoemde kleine zelfstandigen en hun opdrachtgevers. De huidige regeling waarbij de miljoen zzp’ers voor een VAR-verklaring moeten aantonen minimaal drie opdrachtgevers te hebben, gaat op de schop.