Strauss: het enfant terrible dat zondagskind werd

Print
Deze keer in deze rubriek: Richard Strauss' Tod und Verklärung, een orkestwerk dat op een koele manier geconstrueerd werd. Toch houden velen het bij beluistering niet droog. Het stuk wordt zaterdag tijdens de jaarlijkse componistendag in het Theater aan het Vrijthof uitgevoerd door philharmonie zuidnederland onder leiding van Hartmut Haenchen.

Ooit is het clichébeeld ontstaan van de lijdende componist. De man die op een koude zolderkamer met lege maag – hij krijgt zijn composities aan de straatstenen niet verkocht - een meesterwerk zit te schrijven. Meewarig gooit hij nog een blok hout in de open haard. Het is zijn laatste, daarna zal hij met bibberende handen zijn stuk moeten voltooien. Vertwijfeld pinkt hij een traantje weg.

Het beeld klopt zelden, en al zeker niet bij Richard Strauss, de componist die te boek staat als muzikaal zondagskind, al vergeten we weleens dat hij zijn glansrijke carrière begon als enfant terrible. Dat laatste had vooral te maken met de twee kort na elkaar geschreven opera's Salome en Elektra, stukken die hevig morrelden aan wat het publiek in die tijd - begin 20e eeuw - voor fatsoenlijk aanzag.

Een beetje schandaal, zo dacht hij, kon de zaalbezetting alleen maar gunstig beïnvloeden

Strauss zat er niet mee. Integendeel: een beetje schandaal, zo dacht hij, kon de zaalbezetting alleen maar gunstig beïnvloeden. Van de royalty's bouwde hij naar eigen zeggen een riante villa in Garmisch-Partenkirchen. Zijn kleine twintig jaar eerder schreef de toen 25-jarige Oostenrijker Tod und Verklärung, een omvangrijk orkestwerk dat lange tijd omgeven werd door schimmige raadselen.

Zo lazen we ergens dat het stuk - een beschrijving van het stervensuur van een artiest - de weerslag zou zijn van een ernstige ziekte die de componist in de jaren daarvoor zou hebben getroffen. We pluisden de gangbare biografieën na, maar zagen het nergens bevestigd. Tamelijk ontnuchterend, nog eens versterkt door de uitspraak van Strauss zelf, dat hij deze muziek "puur als een product van de fantasie" zou hebben geschreven.

Wellicht werd de beeldvorming beïnvloed doordat bij de partituur een nogal dramatisch gedicht van Alexander Ritter - Strauss' muzikale mentor - staat afgedrukt, maar ook hier gaat het mis: de verzen ontstonden pas nà de première. Wèl kunnen we uit deze woorden afleiden waar de muziek tot in detail over gaat: het opent met de onregelmatige hartslag van de stervende, waarna de doodsstrijd losbarst, wordt teruggeblikt op de jeugd van de zieke, en op extatische wijze het hiernamaals wordt betreden. Het wonderlijke is nu dat velen het bij deze koel geconstrueerde muziek niet droog houden - vooral de apotheose kan erin hakken.

Hoe vaker het publiek het wijsje hoort, hoe mooier ze het gaan vinden

Misschien komt dat omdat Strauss de slotmelodie ook al op eerdere plekken heeft gedropt: hoe vaker het publiek het wijsje hoort, hoe mooier ze het gaan vinden, moet de sluwe vos hebben gedacht. Het werkt een beetje alsof je bij een diner nonchalant een kruidig balletje in de soep naar binnen werkt. Wanneer daarna in de biefstuk dezelfde kruiden zijn verwerkt smaakt dat extra lekker omdat de smaakpapillen reeds in de juiste richting staan. Tegen zoveel ambachtelijk raffinement is geen enkel clichébeeld bestand.

 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →