Jeugdhulp: het kind mag niet de dupe worden

Print
Jeugdhulp: het kind mag niet de dupe worden

In een brief aan de gemeentebesturen uitten de cliëntenraden van zes Limburgse jeugdzorginstellingen recent hun zorgen over de kwaliteit en toegankelijkheid van de jeugdhulp in Limburg. Afbeelding: GPD

Opnieuw bezorgde geluiden over de jeugdzorg. Ditmaal afkomstig van de cliëntenraden van zes grote jeugdzorginstellingen in Limburg. „Wij beseffen dat er bezuinigd moet worden. Maar het kind mag daar niet de dupe van worden.”


Bij jeugdzorginstellingen in Limburg is het een steeds vaker gehoorde klacht. Ouders van jongeren met ernstige problemen, die bij de intake verzuchten dat ze al vele weken en soms maanden doende zijn om een goede behandeling voor hun zoon of dochter geregeld te krijgen. „Zeker voor complexe gevallen duurt het vaak te lang”, stelt Elita Corstjens, voorzitter van de cliëntenraad van Xonar. „Ik ben alweer maanden onderweg, hoor je dan.” 

Jongeren en hun ouders moeten hun verhaal nog steeds op meerdere plaatsen vertellen

Zorgelijke geluiden vindt Cortjens, die niet alleen bij de cliëntenraad van Xonar, maar bij jeugdzorginstellingen in heel Limburg te horen zijn. Reden voor de cliëntenraden van Rubicon, Gastenhof, de Mutsaersstichting, Icarus, PSW Junior én Xonar om samen in de pen te klimmen. In een brief aan de Limburgse gemeentebesturen uiten zij hun zorgen over de kwaliteit van de jeugdzorg sinds die vorig jaar met de decentralisaties naar de gemeenten werd overgeheveld. 

Naast de lange weg die jongeren en ouders moeten afleggen voordat hulp in zicht is, zijn er volgens de cliëntenraden zorgen om de privacy en bereiken hen signalen dat onder andere het principe één gezin, één plan niet overal goed werkt. „Jongeren en hun ouders moeten hun verhaal nog steeds op meerdere plaatsen vertellen”, schrijven ze. 

Exacte gegevens over waar en hoe vaak zich problemen voordoen hebben de cliëntenraden niet. „We kunnen het helaas niet kwantificeren”, beaamt Frans Grommen van stichting Clic, die vanuit het Huis voor de Zorg de raden van de jeugdzorgorganisaties ondersteunt. „En in veel gemeenten zal het ook best wél goed gaan. Maar we zien bij alle organisaties een toename van hetzelfde soort klachten. Dus die komen niet zo maar uit de lucht vallen.” 

Het is een turbulent jaar geweest

Bovendien: de jeugdzorginstellingen zelf zeggen de grieven van hun raden wel te herkennen. „Wij krijgen die signalen ook”, beaamt Matthieu Goedhart, directeur van de Mutsaersstichting. „Voordat kinderen en gezinnen bij ons aankloppen voor zorg, hebben ze vaak een lange en lastige weg achter de rug. 
Ik hoop dat deze brief een goed signaal is voor gemeenten en gemeenteraden om na te denken wat anders kan.”

Ook voor Ben van Broeckhoven, directeur van Gastenhof, komen de bevindingen van zijn cliënten niet als een verrassing. „Het is een turbulent jaar geweest”, stelt Van Broeckhoven vast. „Op een aantal fronten is de situatie al ten positieve gekeerd. Maar we zijn er nog niet.” 

Het is niet voor het eerst dat er zorgen worden uitgesproken over de kwaliteit en toegankelijkheid van de jeugdzorg bij gemeenten. Kinderombudsman Marc Dullaert constateerde eind vorig jaar al dat de beschikbaarheid en de kwaliteit van de jeugdhulp worden bedreigd. Volgens Dullaert gaan gemeenten omwille van de kosten steeds vaker op de stoel van de hulpverlener zitten. En stellen zij financiële belangen soms boven het belang van het kind. In Limburg trokken medio dit jaar de vrijgevestigde jeugdhulpverleners en therapeuten aan de bel over de lange weg voordat specialistische hulp wordt ingeschakeld en de bureaucratische rompslomp sinds zij met gemeenten zaken moeten doen. 

Gemeenten kregen de jeugdzorg vorig jaar samen met de nieuwe Wmo en de participatiewet op hun bord. Die overheveling ging meteen gepaard met een bezuiniging van 25 procent. Gemeenten proberen sindsdien met meer aandacht voor preventie het beroep op de relatief dure zorg bij jeugdzorginstellingen te verminderen. Lichte problemen moeten door de gemeentelijke wijkteams of de medewerkers van centra voor jeugd en gezin verholpen worden.

Onwenselijk dat kinderen, jongeren en hun ouders niet geholpen kunnen worden door gebrek aan geld

Als dat niet lukt en zwaardere hulp noodzakelijk is, verwijst het wijkteam (voorheen een taak van Bureau Jeugdzorg) door naar gespecialiseerde instellingen zoals Xonar, Rubicon of de Mutsaersstichting. „Wij beseffen dat gemeenten voor financiële uitdagingen staan”, schrijven de cliëntenraden doelend op de bezuinigingen die de gemeenten zijn opgelegd. „Maar wij vinden het onwenselijk dat kinderen, jongeren en hun ouders niet geholpen kunnen worden door gebrek aan geld. Of dat gezinnen minder of goedkopere hulp krijgen dan eigenlijk nodig is.” 

Wethouder Marianne Smitsmans van Roermond, ‘centrumgemeente’ voor de jeugdzorg in Midden- Limburg, onderschrijft die visie van de cliëntenraden. „Goede zorg moet vooropstaan. En ik zeg niet dat alles al perfect loopt”, stelt de wethouder. „Dit is voor ons nog relatief nieuwe materie.” Volgens Smitsmans blijken uit de eigen klanttevredenheidsonderzoeken van Roermond overigens geen ernstige tekortkomingen voor wat betreft de jeugdzorg. „En wachttijden waren er voor de decentralisaties ook al”, relativeert de wethouder. 

Maar dat de klachten van de cliëntenraden serieus worden genomen blijkt wel uit het overleg dat vorige week al met een aantal van die raden heeft plaatsgehad. „We willen duidelijk krijgen waar die problemen dan precies zitten. En als dat een consequentie is van het nieuwe beleid, dan moeten we zien hoe we dat gaan oplossen.” Liefst binnen het budget dat daarvoor beschikbaar is. „Want we moeten het doen met de financiën die hiervoor beschikbaar zijn”, zegt Smitsmans. 
Met minder geld dus.