In de snoepwinkel van Toon Hermans

Print
In de snoepwinkel van Toon Hermans

Tessa Reijnders en Gaby Hermans snuffelen in het archief van Toon. Afbeelding: Ermindo Armino

In 2016 is het honderd jaar geleden dat Toon Hermans geboren werd. In een opslagloods van de familie staan tientallen verhuisdozen vol met spullen van de in 2000 overleden Sittardse komiek. Tessa Reijnders bekijkt al het materiaal en digitaliseert het. Monnikenwerk dat al vijf jaar duurt.

Een tekening van de beroemde tropische poelifinario (krrroet!) uit de bekende conference van de ornitholoog. Zelfportretten, olijke figuurtjes, ondeugend vrouwelijk naakt. Kolderrijmpjes, gedichten, briefjes, kaarten, pamfletten, posters, draaiboeken van onemanshows, proefdrukken, dagboeken, foto’s en aantekeningen. Héél véél aantekeningen. Niet enkele schriften vol, nee, tientallen, misschien wel honderden. Krabbeltjes op vloeipapier. En alles kriskras door elkaar. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de cassettebandjes. De memorecorder - door Toon Hermans steevast het lulijzer genoemd - die hij altijd bij zich had. Meer dan vierhonderd cassettebandjes met een looptijd van zestig minuten. Stukjes van liedjes, gezongen, geneuried en gefloten. Gedachten, probeersels, verhaaltjes. 

Misschien zit Toon wel hoog op een wolkje te geniffelen en zich van pret op de knieën te slaan

De nalatenschap van Toon Hermans was al imposant. Maar het archief van de beroemde cabaretier - dat in ongeveer vijftig verhuisdozen is opgeslagen - is een regelrechte snoepwinkel voor de liefhebber. Zeker voor Tessa Reijnders (32) uit Sittard, die in opdracht van de zonen van Toon alle materiaal bekijkt, beluistert, digitaliseert en rubriceert. Met haar partner Robert Notermans is ze al bijna vijf jaar bezig om alle spullen uit te zoeken. Monnikenwerk van de bovenste plank. Misschien zit Toon wel hoog op een wolkje te geniffelen en zich van pret op de knieën te slaan over de tijd die erin gestoken wordt om zijn creatieve erfenis inzichtelijk te maken.

De komiek die op de bühne immers maar wat graag en vaak riep ‘ik ouwehoer maar wat’, was allesbehalve een ouwehoer. Ja, dat spéélde hij. Uiterst knap en in die vorm nooit meer door iemand geëvenaard. Nee, Toon was vooral een perfectionist. Altijd zijn lulijzer binnen handbereik. Of een papiertje om vlug een notitie op te krabbelen. En in die schatkamer aan tijdloze herinneringen mag Tessa Reijnders al jaren ongegeneerd rondneuzen en bladeren. „Ik denk wel eens ‘waar ben ik in terecht gekomen’. Voor mij is dit écht een soort walhalla. Ik heb Toon nooit in levende lijve ontmoet, maar dit materiaal geeft zo’n mooie kijk op wie hij was. De spullen gaan immers niet alleen over zijn werk maar vooral ook over zijn privéleven.”

Versjes die hij speciaal voor de kinderen en kleinkinderen schreef bij verjaardagen. Zijn speciale briefwisseling met beeldend kunstenaar Charles Eyck, die hem elk jaar een zelfgetekende of geschilderde kerstkaart stuurde. Nog niet eerder ontdekte kunstwerkjes van de overleden schilder die zo maar verstopt tussen het papier in de kartonnen dozen zitten. 

De doorsnee cabaretist is teveel wijsneus en te weinig feestneus

Het behoeft geen uitleg dat Tessa Reijnders een speciale band heeft met een van Nederlands meest invloedrijke cabaretiers. Ze was zes jaar geleden co-conservator van de tentoonstelling Typisch Toon in Sittard ter ere van zijn tiende sterfdag. Haar afstudeerscriptie ‘De doorsnee cabaretist is teveel wijsneus en te weinig feestneus’ aan de Universiteit Maastricht was gewijd aan Toon Hermans.

Daarom is het niet vreemd dat de familie van Toon bij haar terecht is gekomen om zijn schat aan kleinkunst in kaart te brengen. Tegen juni zit het werk erop. Dan zijn duizenden documenten door Tessa en Robert ingescand. Vaak tot in de héle late uurtjes. „Totdat je het zoemend geluid van de scanner op een gegeven moment gewoon niet meer kunt horen. We zijn een keer twaalf uur aan een stuk bezig geweest. Dat is bijna niet vol te houden”, lacht Robert Notermans. Hij is vooral van de technische kant, terwijl Tessa alles uitpluist. Ze heeft het bijzondere werk nooit aan de grote klok gehangen. „Daar zijn we altijd heel terughoudend in geweest. Er zit veel privémateriaal in de dozen. Het is niet aan ons om dat met anderen te delen. Alles gaat ook terug naar de familie als het in de computer is opgeslagen.”

Het is opmerkelijk hoe veel gedichten de tand des tijds hebben doorstaan

Tessa Reijnders vindt dat ze als Limburgse meid „niet om Toon heen kan.” De voorliefde voor de komiek uit Sittard ontwikkelde zich al in haar jeugd. Ze koestert de onemanshows die ze vroeger bij haar ouders op televisie heeft gezien en inmiddels ook op dvd in haar bezit heeft. „Het geheim van zijn succes zat op de eerste plaats in Toon zelf, maar de inhoud van de dozen licht ook een tipje van de sluier op. Het denkproces, zijn hele gedachtengang. Het staat allemaal in de boeken met aantekeningen. En het is opmerkelijk hoe veel gedichten de tand des tijds hebben doorstaan. Gedichten over het milieu zijn bijvoorbeeld nog steeds akelig up-to-date. Alsof ze bij wijze van spreken gisteren geschreven zijn.”

Heel veel liedjes zijn voorzien van op het eerste oog ondefinieerbare codes. Een rij lottogetallen, opgeschreven achter een regel tekst. Pretoogjes verschijnen bij Gaby Hermans, jongste zoon van Toon, als de liedjes ter sprake komen. „Vader kon helemaal niet piano spelen en noten lezen. Daarom had hij slim bedacht hoe hij toch een melodie aan een lied kon geven. De toetsen op de piano had hij allemaal genummerd. Zo kon hij dan een melodietje bedenken. Aan de hand van de nummers ging vervolgens een echte arrangeur aan de slag.”

Tegen de zomer hebben we goed inzicht in materiaal dat nog niet eerder uitgebracht of gepubliceerd is

Gaby Hermans komt met regelmaat in Sittard langs om gearchiveerde spullen weer op te halen. „Ja, alles bij elkaar is het heel veel”, trapt hij een open deur in. „Mijn ouders zijn in hun leven 28 keer verhuisd. De meest rare dingen zijn bewaard gebleven. Het had niet alleen met zijn werk te maken. Bankboekjes uit de Tweede Wereldoorlog, rijbewijzen. Je kunt het zo gek niet bedenken. Naarmate vader ouder werd had hij ook wel moeite om spullen weg te gooien. Alles is in de verhuisdozen terecht gekomen. En dan heb ik het nog niet eens over de attributen die hij in de shows gebruikte, zoals hoedjes en bijvoorbeeld de gitaar met de kleurige linten (Wat ruist er door het struikgewas). Dat staat er ook nog allemaal. Tegen de zomer hebben we goed inzicht in materiaal dat nog niet eerder uitgebracht of gepubliceerd is.” 

We brengen niet zo maar alles uit. Vader had er wel achter moeten staan

Resultaat van het ijverig speurwerk is in ieder geval alvast De nootmuskaatkolonel. Een manuscript met nonsensteksten, absurde poëzie en tekeningen dat inmiddels in boekvorm is uitgegeven. „Dat was eigenlijk helemaal klaar”, zegt Tessa Reijnders. „Teksten die uitgetypt zijn en gecontroleerd en afgevinkt door Toon hadden van hem het predikaat publiceerbaar gekregen.” Gaby Hermans knikt. „We brengen niet zo maar alles uit. Vader had er wel achter moeten staan. Daarom gaan we zorgvuldig met het materiaal om.”

Dit jaar moet er ook nog een boek verschijnen met honderden privéfoto’s van Toon Hermans. Gemaakt door zoon Gaby, van beroep fotograaf en filmmaker. Tijdens zijn leven heeft hij meer dan achtduizend foto’s geschoten van de grootmeester van de kolder. Daar zitten zeer bijzondere plaatjes tussen, zoals kiekjes van De Grote Drie: Toon Hermans, Wim Kan en Wim Sonneveld. In een gekke pose, dollend met elkaar.

Gaby Hermans is op dit moment bezig om ook alle foto’s in kaart te brengen. „De eerste vijf jaar na het overlijden van vader heb ik er nauwelijks naar kunnen kijken. Ook niet naar zijn shows. Als ik beeldmateriaal aan het monteren was, zat ik alleen maar te snotteren. Ik ben nu alles aan het inscannen. Het boek wordt mijn hommage aan pa en ma, een eerbetoon aan de mensen die mij heel dierbaar zijn.”

Uiteraard is hij heel blij met de inspanningen die Tessa Reijnders verricht. Ze heeft hem en zijn broers Michael en Maurice een berg werk uit handen genomen. Gaby Hermans ziet het liefst dat alle spullen uit de erfenis van Toon bij elkaar blijven. „Het zijn tenslotte allemaal heel persoonlijke dingen.” En dan komt onherroepelijk ook weer een mogelijk museum ter sprake. „Tja, dat zou natuurlijk fantastisch zijn. Het is al vaker geprobeerd maar niet van de grond gekomen. Het Theatermuseum in Amsterdam is ook al wegbezuinigd. En Nederland gaat toch heel anders om met zijn theatercoryfeeën dan bijvoorbeeld onze zuiderburen. Misschien dat het toch nog een keer lukt. Al is het maar om ook jongere generaties te laten zien wie Toon ooit was.”

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →