De pretpil in Limburg: wat zit erachter?

Print
De pretpil in Limburg: wat zit erachter?

Afbeelding: Fotolia

Met de ene na de andere melding van gedumpt drugsafval heeft de maatschappij meer last van de productie van synthetische drugs dan ooit. Met name xtc lijkt bezig met een opmars. Hoe kan dat? Waarom zijn er zoveel labs in Limburg en Brabant? En welke geschiedenis zit daarachter? De pretpil uitgediept.

Snoepies. Schijven. Bollen. Alarmklappers. Snackies. Kaakzwaaiers. Nootjes. Smarties. Kletsers. Partybiscuitjes. De synoniemen zijn talrijk, al kent de buitenwereld het bewuste product vooral onder één noemer: xtc. Drie letters die, in die specifieke volgorde, het afgelopen jaar steeds vaker in de nieuwskoppen verschenen. Een greep uit de headlines van de afgelopen maanden uit onze eigen provincie: ‘Twee ton cash en 55 kilo xtc in drugslab Brunssum’. ‘Zes vaten met xtc-afval gevonden in Landgraaf’. ‘Vervuilde xtc-pillen opgedoken in Limburg’. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

 
ENORME VLUCHT

De handel in de partydrug lijkt meer dan ooit te floreren. Daar zijn het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie zich ook van bewust. „De productie van synthetische drugs lijkt een enorme vlucht te nemen”, is de indruk van Joep Pattijn , hoofd Operatieën van de Nationale Politie, eenheid Limburg. „Een aantal groeperingen heeft zich toegelegd op de handel in en distributie van grondstoffen die nodig zijn voor de productie van de drugs. Men importeert de grondstoffen vanuit landen als Duitsland, België of China. Vervolgens worden deze geleverd aan afnemende organisaties in Nederland.” Naar schatting worden er in vergelijking met 2013 nu op landelijke schaal twee keer zoveel drugslabs ontdekt. Elke maand worden er zo’n acht tot tien gevonden. Het gaat dan om synthetische drugs. Daar valt xtc onder, alsook amfetaminen. Van de productie an sich merkt de man op straat in feite weinig. Wél van het drugsafval dat erna gedumpt wordt. Vanaf 1 januari 2015 tot 1 november 2015 hebben 88 dumpingen van drugsafval plaatsgevonden in Zuid-Nederland, zo vertellen de politiecijfers. Pattijn: „Bij de productie van synthetische drugs komen afvalstoffen vrij. Dit afval wordt gedumpt, geloosd of opgeslagen. Geconstateerd wordt dat labs uit België het afval in Nederlands-Limburg dumpen en andersom. Het aantal dumpingen neemt de laatste jaren toe. Een mogelijke verklaring hiervoor is de opkomst van apaan (zie kader). Door de komst van deze alternatieve stof moet een extra stap in het productieproces worden toegevoegd, wat leidt tot meer afval. Een andere verklaring is de veronderstelde toename van de productie van synthetische drugs. Logischerwijs wordt daardoor meer afval gegenereerd.”

 
DRUGSAFVAL

Bij het dumpen van drugsafval worden gevarieerde methoden gebruikt. Zo vinden er dumpingen plaats in oppervlaktewater en in gierputten. Tevens wordt er afval geloosd op het wegdek. Jerrycans worden dan in een busje geplaatst en via een slang komt het afval al rijdende op het wegdek terecht. Daarnaast zijn voorbeelden bekend van het in brand steken van drugsafval. Pattijn: „Tijdens een ruiming van een lab zagen we dat een hoeveelheid drugsafval in omgeploegde akkers werd aangetroffen. Echter, in de meeste gevallen wordt het afval in al dan niet gevulde vaten of jerrycans gedumpt in een landelijk gebied. Hierbij worden vaak busjes of vrachtwagens gehuurd of gestolen.”

De vele afvaldumpingen zijn een groot probleem, beaamt Marcel Nicolaes, leider van het Limburgse Ondermijningsteam. „Zo is de productie van synthetische drugs niet slechts iets wat zich in de onderwereld afspeelt, maar is het ook maatschappelijk zichtbaar. We hebben er last van. Denk aan bodemverontreiniging, giftige dampen die vrijkomen, bestelbusjes die in brand worden gestoken. Het opruimen gaat bovendien gepaard met enorme kosten. Het is één van de redenen dat we eind 2014 zijn gestart met een hardere aanpak. Het betreft een samenwerking tussen het OM en de politie-eenheden van Limburg, Oost-Brabant en Zeeland-West-Brabant en de Landelijke Eenheid. Een speciale taskforce van 125 politiemedewerkers is vrijgemaakt om ondermijnende en georganiseerde criminaliteit in Zuid-Nederland te bestrijden. Daarbij ligt de focus op synthetische drugs.” 

 
LIMBURG ALS BROEINEST

De handel in synthetische drugs concentreert zich vooral in het zuiden des lands. Met name Brabant en - in iets mindere mate - Limburg worden gezien als broeinesten van de productie van xtc en amfetaminen. Dat heeft zeker te maken met de ligging aan grensgebieden, wat internationale handel met Belgie en Duitsland eenvoudiger maakt. Bovendien is het rurale Limburg uitermate geschikt voor discrete lablocaties. Velen zien de aanwezigheid van oude criminele families, die het stokje in de loop der jaren hebben doorgegeven aan hun kinderen, óók als de oorzaak van de hoge concentratie drugsproducenten en handelaars in Brabant en Limburg. Een plausibele theorie, aldus criminoloog Toine Spapens van de Tilburg University: „Een onderzoek dat deze directe connectie bewijst, is er nog niet. Maar van oudsher werd er veel gesmokkeld in Brabant en Limburg, dat is algemeen bekend. Het kan goed zijn dat het stokje van generatie op generatie is doorgegeven, of dat de oudgedienden nog steeds in ‘het vak’ zitten. Toen ging het echter om boter, zout en shag. Nu om pillen.”

Wat in elk geval vaststaat, is dat enkele Limburgse criminelen aan de wieg stonden van de handel in synthetische drugs in Nederland. Al eind jaren zestig ontstaat er een groot netwerk van producenten en smokkelaars in deze provincie. De pionier in het vervaardigen en smokkel van synthetische drugs in Nederland is niettemin een Duitser: Karl Rheinhard Pauksch. Hij legt zich aanvankelijk toe op smokkel van alcohol naar Scandinavie, maar stapt al snel over op amfetaminen. Vanaf 1967 zou hij hebben geopereerd vanuit Heerlen. Hij smokkelt per schip uit Amsterdam, maar gebruikt ook sportvliegtuigjes vanaf het vliegveld in Beek. Kalle Pauksch wordt ook wel de ‘Pepkoning’ genoemd. Een titel die later, vanaf de jaren tachtig, zij het in iets andere vorm, wordt overgenomen door Peter van D. uit Schinveld. Hij kroont zich tot ‘De Pillenkoning van het Zuiden’. Van D. heeft de kunst eerder afgekeken bij plaatsgenoot ‘Dikke Billy’ en ‘de Kerstman’, zoals Robbie van L. uit Einighausen thans bekend staat. Het is niet moeilijk om te zien waar die bijnaam vandaan komt: hij is klein van stuk, gedrongen en een witte baard siert zijn gezicht. Van L. is aanvankelijk brandkastenkraker in de beruchte bende van Arno M., maar legt zich vervolgens toe op het maken van chemische producten. In de beginfase wordt er geexperimenteerd met preludine in combinatie met een pepmiddel, later worden er miljoenen verdiend met een middel dat anno nu nog steeds gretig aftrek vindt: ecstacy, of xtc. Met Peter van D. en Robbie van L. aan het roer ontwikkelt Limburg zich tot broeinest van de nationale xtc-handel, waar ze samen miljoenen verdienen.


PILLENPROFESSORS

Ondertussen komt de handel in synthetische drugs langzaam maar zeker tot wasdom in Nederland. Ons land zal zich zelfs ontpoppen tot zenuwcentrum van de internationale pilenhandel. De groeiende markt valt moeilijk los te zien van de opkomst van de house, een muziekgenre dat in de jaren tachtig over komt waaien uit Amerika. Dreunende bassen, pompende beats, vervormde geluiden. Het bezoeken van zo’n houseparty gaat hand in hand met het nemen van die designerdrug waar Van D. en Van L. zo’n goede boterham aan verdienen: xtc. De werkzame stof in het pilletje, MDMA, geeft de feestganger een gelukzalig gevoel, en zorgt ervoor dat hij of zij makkelijk een nacht door kan halen. En het is niet eens illegaal: het duurt tot 1988 alvorens xtc op de lijst verboden middelen komt te staan, de zogeheten Opiumlijst. 

Dat wil niet zeggen dat daarmee de strijd tegen synthetische drugs is gestreden. Integendeel. Justitie krijgt er maar moeilijk vat op, omdat de pillenindustrie zich telkens door blijft ontwikkelen. Staat er een bepaalde stof op de verboden lijst? Geen probleem, dan wordt het door de knappe koppen in het wereld in een mum van tijd vervangen door een andere stof die nog níet illegaal is. Zo blijven de pillenproducenten politie en justitie telkens een stapje voor. De ultieme specialist: Robert Hollemans. Hij maakt er, met name in het begin van de jaren negentig, een sport van om nieuwe pillen te ontwikkelen met daarin stoffen die op dat moment nog hartstikke legaal zijn. Eind jaren zeventig rolt hij de amfetaminen-business binnen, vervolgens legt hij zich toe op xtc. Na 1988 experimenteert hij verder. Soms op onverantwoorde wijze, volgens de politie. Maar hij boekt wel degelijk successen. Als hij de productie van de aan xtc verwante stof MDOH noodgedwongen moet staken omdat het spul op de verboden lijst belandt, komt Hollemans, terzijde gestaan door een chemicus en een veilingmeester, in no time met iets nieuws. „’s Ochtends begonnen we, en ’s avonds dronken we champagne omdat we weer een nieuwe pil hadden. Eentje die nog nergens was verboden”, vertelt de pillenprofessor in 1994 tegen een journalist van NRC Handelsblad. 

Robert Hollemans is inmiddels van de radar verdwenen, maar feitelijk lopen politie en justitie anno nu nog steeds tegen dezelfde problemen aan als het gaat om de bestrijding van de productie van synthetische drugs. De populariteit van pretpillen als xtc en amfetamine krijgt in 2012, na een flinke dip van een aantal jaren, plots een boost. De boosdoener: alfa-fenylacetoacetonitri. Beter bekend als apaan. Deze stof wordt in laboratoria zodanig bewerkt, dat daaruit een grondstof voor amfetamine kan worden gedestilleerd. Belangrijker nog: apaan staat niet op de Opiumlijst. En dus worden er plotseling tonnen van het spul verscheept vanuit China. 
Apaan zal later worden opgenomen in de Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën, maar op dat moment is het een tegenvaller voor de opsporingsdiensten. Die leken het namelijk nog zo goed voor elkaar te hebben omdat de import van BMK en PMK, de belangrijkste grondstoffen voor speed en xtc (zie kader rechts) - de zogenaamde precursoren - aan banden was gelegd. De geschiedenis herhaalt zich echter: het pillenmilieu heeft er weer iets op gevonden. Apaan wordt gebruikt voor de productie van BMK, zoals saffrol wordt gebruikt om PMK te maken. De Hollemans-doctrine is dus, twintig jaar later, nog steeds van kracht in de pillenindustrie: bestudeer vooral wat er allemaal níet op de Opiumlijst staat. 

DE GEVAREN

In principe kan iedereen met een beetje goede wil leren hoe je xtc maakt. Maar niet iedereen die in de keuken staat is een goede kok. Ook niet als je een recept voorhanden hebt. Hollemans wist wat hij deed, maar zijn succes genereerde ook stuntelende amateurs die, niet gehinderd door al te veel kennis, een manier gevonden dachten te hebben om rap geld te verdienen. Strafadvocaat Bert De Rooij herinnert zich nog één van eerste xtc-zaken, ergens in het begin van de jaren negentig: „Het ging om kleine jongens. Hun lab bestond uit wat potjes en pannetjes, waar mijn cliënten wat experimenteerden. Allesbehalve professioneel, en bovendien niet zonder gevaar.”

Wat dat betreft is er twintig jaar later niet heel veel veranderd. Ook nu zijn er, naast de professionele chemici, een hoop hobbyisten die, gewapend met potten, pannen en een stapel dvd’s van Breaking Bad, snel willen scoren. En ook nu is dat niet zonder risico: voor de buurt die geen weet heeft van de nabije explosieve bedrijvigheid én voor de ‘koks’ zelf. Zo vonden in 2013 twee mannen uit Heythuysen en Roermond nog de dood in een drugslab in Uden, vermoedelijk nadat ze giftige gassen hadden ingeademd. De drempel naar het produceren van synthetische drugs lijkt weliswaar lager geworden - alle informatie valt tegenwoordig zo van internet te plukken - de gevaren zijn er niet minder om.

 
HET PILLENMILIEU

Tot slot: welke mensen zitten er achter die wereld van synthetische drugs? Volgens een politierapport uit 2012 zijn er meerdere groepen in beeld die de top zouden vormen. Oost-Europeanen worden genoemd, alsook woonwagenbewoners en leden van criminele motorclubs. „Het gaat om personen die grotendeels al jaren meedraaien in de top van de georganiseerde synthetische drugscriminaliteit en in bijna alle gevallen grootschalige productie en export financieren en organiseren. In veel gevallen gaat het om personen die oorspronkelijk afkomstig zijn uit de woonwagengemeenschap in Zuid-Nederland”, citeert het rapport. 

Vermoed wordt dat het wat betreft synthetische drugs dikwijls dezelfde mensen zijn die leidend zijn in de hennepteelt. Volgens criminoloog Spapens zitten onder die top nog twee ‘schillen’. Eentje met mensen uit directe omgeving die orders uitvoeren, en eentje met de dealers en de loopjongens. Die laatste groep loopt vanzelfsprekend het grootste risico om gepakt te worden.

En de oudgedienden? Wel, duidelijk is dat er zeker nog enkelen van actief zijn. In het lijvige strafdossier Wolf/Beretta, een meer dan 7000 pagina’s tellende documentatie over grootschalige handel in synthetische drugs in Limburg en Brabant, duikt ook de naam van Robbie van L. weer op. ‘De Kerstman’, inmiddels rond de zeventig, is er blijkbaar nog steeds niet klaar mee. Alle verdachten moeten zich nog voor de rechter verantwoorden, maar afgaande op de inhoud van het dossier heeft Van L. het stokje als leider inmiddels overgegeven. Zijn kennis en contacten zijn dus behouden voor jongere generaties. Zo houdt het pillenmilieu zichzelf in stand. En ligt er nog een hoop werk voor de Opsporingsdiensten.

 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →