De Formule 1-droom aan diggelen

Print
De Formule 1-droom aan diggelen

Robin Frijns tussen zijn trofeeën. „Ik was twee jaar lang niet te genieten.” Afbeelding: Roger Dohmen

Met een cv om van te watertanden leek het pad geplaveid richting Formule 1. Toch zou Robin Frijns nooit één Grand Prix rijden. Verbittering en frustratie na één vermaledijde krantenpassage. Droom aan diggelen. „Twee jaar lang was ik niet te genieten.”


Zijn ogen spuwen vuur; de cappuccino wordt even terzijde geschoven om zijn woorden meer lading te geven. Nog altijd wordt Robin Frijns (24) witheet als het interview aanbelandt bij die fatale novemberdag 2012. De Maastrichtenaar is in Abu Dhabi voor zijn eerste testrit in de Formule 1. Hij rijdt zijn rondjes in een Sauber. De test gaat voortvarend, maar aan het eind van de dag heeft niemand het over de stuurmanskunst van de coureur. Het ANP heeft Frijns juist die middag geciteerd met de uitspraak dat ‘bij Red Bull coureurs worden behandeld als honden’. De passage gaat als een lopend vuurtje door het rennerskwartier. In no-time is het persleger ingeseind en worden microfoons als kalasjnikovs op de Limburger gericht. 

Het ergste van alles: ik heb die woorden nooit gezegd

Verbluft, verbaasd, verwonderd! Frijns staat perplex. In plaats van vragen over zijn eerste testdag te beantwoorden, mag hij uitleggen wat de grieven zijn tegen Red Bull. Saillant detail: precies in een bolide van dat team mag hij twee dagen later rijden als beloning voor de Europese titel Formule Renault 3.5. De test gaat wél door, maar 6 november 2012 staat te boek als de dag dat de loopbaan van een aanstormend Formule 1-talent door één citaat misschien niet gebroken, maar op zijn minst wel geknakt is. „De naam van die journalist zal ik nooit meer vergeten. Ik ken hem niet eens, want hij komt niet op het circuit en heeft me daarna ook nooit meer gebeld. Het ergste van alles: ik heb die woorden nooit gezegd.” 

Frijns is er, zoveel jaren later, nog altijd van overtuigd dat hij als onwetende pion is geslachtofferd in de stoelendans om een zitje in de Formule 1. Landgenoot Giedo van der Garde was destijds ook in de weer een racestoeltje te vergaren. „Die heeft een schoonvader met goede contacten bij de media. Misschien was ik wel een bedreiging. Het telefoongesprek met die journalist had drie weken eerder plaatsgevonden en toen ineens kwam hij ermee op de proppen. Dat zegt toch genoeg.” 

De onbekendheid van Frijns met de Formule 1-wereld komt de Limburger duur te staan. Als gretige en gewillige prooi wordt hij in de vijver gesmeten die bezit is van de zogenoemde piranha-club, de op macht en geld beluste magistraten van het snelle circus. „Mijn familie is niet thuis in deze wereld; hier is iedereen voetbalgek. Kijk naar Max (Verstappen, red.); die heeft wel de goede begeleiding gehad, daar zorgde Jos (diens vader, red.) wel voor. Ik kom bij een manager terecht (Werner Heinz, red.) die veel beloofde, maar op papier heb ik nooit iets gezien. Dan gaat alles ineens snel fout. Je ziet het niet aankomen en als je het ziet, is het te laat.” 

Het gebrek aan geld en de media hebben mijn carrière geknakt

Frijns belandt na de beladen Red Bull-affaire als test- en reservecoureur bij Sauber. Het is het begin van een periode boordevol loze beloftes. Frijns treedt toe tot het leger coureurs wie een worst wordt voorgehouden, maar die er nooit in mogen bijten. „Mijn manager schermde met optredens tijdens de vrijdagtrainingen van Grands Prix, maar daar kwam niks van terecht. Monisha Kaltenborn (teambaas Sauber, red.) wilde dat ik GP2 ging rijden. Toen wist ik genoeg. Ze was wél zo eerlijk te zeggen dat er geen plek als Grand Prix-rijder was bij Sauber.” 

Het contract wordt ontbonden, maar Frijns raakt van de regen in de drup. Hij tekent voor 2014 een contract als reserverijder bij achterhoedeteam Caterham. „Omdat dat mijn enige optie was.” Enkele testritten uitgezonderd, blijft de rol van Frijns beperkt tot die van toeschouwer. „Het gebrek aan geld en de media hebben mijn carrière geknakt.” Frijns klinkt zuur, vol wrok. Vooral ook omdat hij vindt dat er een verkeerd beeld is geschetst. 

De klagende, mokkende Frijns. Een man die weigerde in de spiegel te kijken, heette het. „Ik had het helemaal gehad. Twee jaar hopen, maar geen meter racen. Ik weet dat mensen me arrogant vinden, maar ik ben geen type dat vrolijk rondloopt en roept dat hij het naar zijn zin heeft, terwijl dat niet zo is.” Het zicht op de Formule 1 raakt in die twee jaar meer en meer vertroebeld. „Ik heb me geen moment gewaardeerd gevoeld in de Formule 1. Ik ben er zwaar genaaid.” Hij haalt nog maar eens de Red Bull-affaire aan. „Niemand gelooft me. Ik heb Helmut Marko (talentenscout Red Bull, red.) maar één keer ontmoet. Werner Heinz zei tegen hem dat hij te laat was; dat ik al bij Sauber getekend had. Toen draaide Marko zich om en liep weg. Dat was het. Nee, de mensen om me heen hebben me niet echt geholpen, maar ik werd er wel op aangekeken.” 

Elke keer besef je dan hoe het wellicht ook had kunnen zijn

De frustratie bereikt na twee jaar haar hoogtepunt, zeker als ook nog eens de piepjonge Max Verstappen zijn entree maakt in de Formule 1. „Ik was mezelf niet meer. Ik werd in de media steeds geconfronteerd met Max. Elke keer besef je dan hoe het wellicht ook had kunnen zijn.” Het aanbod om GT-Series te gaan rijden, klonk als een degradatie. „Dat was niet waar ik al die jaren voor gewerkt had. Het voelde als vijf stappen omlaag.” 

Moeder Odile Frijns luistert aandachtig mee. Ze heeft de teloorgang van Formule 1-talent tot GTrijder van dichtbij meegemaakt. „Belangrijkste was dat Robin het plezier in racen weer terug kreeg.” En van het een kwam het ander. 
Het Formule E-team van Michael Andretti nodigt Frijns uit voor een test, die resulteert in een racecontract. „Eindelijk competitie; de strijd aangaan met grote namen; waardering krijgen.” En toekomstperspectief. 

Frijns hoopt op een plekje in de LMP1, de hoogste klasse van de langeafstandsraces. „Of Indycar. Andretti kijkt of er mogelijkheden voor me zijn.” De Formule 1, dat is gepasseerd station beseft Frijns. „Ik voel me nu gelukkig. Ik bouw weer aan een toekomst en ik word gewaardeerd. Dat is het belangrijkste.”