Vermist: zo'n dertig Limburgers

Print
Vermist: zo'n dertig Limburgers

Foto: ANP

Elke regio-eenheid van de Nationale Politie beschikt over een ‘specialist vermiste personen’, de spin in het web bij de behandeling van vermissingszaken. In Limburg is dat Bob Willemsen (53), die de laatste maand overuren leek te draaien. Een gesprek over helikopters, social media en Tanja Groen.

Basiel de Gouw, Youri Randall, Antje Beniers, Ad Bemelen. In Limburg was het de afgelopen weken opvallend vaak raak met vermiste personen.
„Dat is toeval. Maar we zijn inderdaad flink beziggeweest.”

Hoeveel meldingen van vermissing komen er op jaarbasis binnen in Limburg?
„Afgelopen jaar waren dat er ongeveer 1700. Daar zit van alles tussen, van een puber die niet thuiskomt na het stappen tot cliënten uit een instelling die niet aan hun meldplicht voldoen. In 2014 kwamen er nog 2200 meldingen binnen. Het is moeilijk om aan te geven waar dat verschil in zit. Wel is duidelijk dat er meer meldingen binnenkomen in de herfst en in de lente, als de blaadjes van de bomen vallen of aangroeien. Mensen die overspannen zijn of het toch al niet meer zien zitten, zijn dan eerder geneigd om weg te lopen.”

Wat gebeurt er met een melding nadat die is binnengekomen?
„Een vermissing melden kan op diverse manieren. Ze komen binnen via 112, de wijkagent, de politiebalie, het servicecentrum of  het digitaal loket. Eerst wordt de informatie opgenomen. Hoe laat was het toen opa verdween? Waar is hij voor het laatst gezien? Hoe was zijn gemoedstoestand? Op basis van zo veel mogelijk informatie bepaalt een bevoegd medewerker, iemand die in het bezit is van een zogeheten HOVJ (Hulpofficier van Justitie)-certificaat, of er sprake is van een zorgwekkende vermissing. Hij zet vervolgens de lijnen uit en beslist tot welke actie moet worden overgegaan, variërend van een kleinschalig buurtonderzoek tot de inzet van speurhonden of helikopters.”

Wanneer is sprake van een ‘zorgwekkende vermissing’?
„Vooropgesteld: ik vind iedere vermissing zorgwekkend. Als de president wordt ontvoerd, is dat minder erg dan als je eigen kind weg is. Elke melding wordt dan ook serieus genomen. Dat was in het begin nog wel eens lastig. Toen ik in 2013 begon als specialist vermiste personen, werd er lokaal al goed gewerkt, maar nog niet volgens een landelijke werkwijze. Je moest je verhaal goed verkopen. Het is moeilijk om de juiste afweging te maken. Als een kind al zes keer is weggelopen en telkens weer veilig is teruggekomen, moet je dan bij de zevende melding alles uit de kast halen? Ik zeg: neem de melding weer serieus en zet, indien nodig, opnieuw vol in. Voor hetzelfde geld is het die zevende keer wel raak. Inmiddels zijn de betrokken partijen zich beter bewust van hun gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een vermissing is niet alleen een zaak voor de politie, maar ook voor de ouders, de school of de inrichting waarin de vermiste mogelijk zat. Met vereende krachten kan de ernst van een vermissing beter ingeschat worden.”

Je kunt moeilijk na elke melding een helikopter inzetten.
„Bij twijfel vind ik dat je er vol op moet zitten. Dat kan frustrerend zijn als het betreffende kind gewoon bij zijn vriendje blijkt te spelen. Maar dat is nog altijd beter dan achteraf moeten constateren dat je er te weinig aan gedaan hebt. Bij de afweging van de HOVJ-gecertificeerde over de ernst van de vermissing wordt het van geval tot geval bekeken. Soms volstaat het doorzoeken van zijn kamer, soms is er meer nodig. Natuurlijk zijn er richtlijnen, maar bij de één is het zorgwekkender als hij 24 uur lang zoek is dan bij de ander. Gedrag, leeftijd en gemoedstoestand spelen dan bijvoorbeeld mee.”

Inmiddels hebben ook de sociale media een grote rol bij zoekacties.
„Met name Facebook is heel belangrijk. Iedere basiseenheid beschikt over een pagina. Elk stukje info dat binnenkomt, op welke manier dan ook, kan van grote waarde zijn. Of dat ook extra druk met zich meebrengt? Nee, het wordt niet als last ervaren. We zien louter voordelen. De mogelijkheden worden steeds breder, dat is het belangrijkste. We beschikken natuurlijk al over Burgernet, dat zich steeds verder doorontwikkelt, en Amber Alert voor de grotere zaken.”

Naast het delen van vermissingen op social media willen betrokkenen ook nog wel eens op eigen houtje een zoektocht starten. Is dat wenselijk?
„Sommige agenten vinden het lastig als burgers zelf gaan speuren. Er is immers het risico dat ze, zonder 
het zelf te weten, sporen wissen. Hoe dan ook, ik snap de behoefte van achterblijvers om zelf actief te 
zoeken naar de vermiste. En je houdt het ook niet tegen. Het is daarom belangrijk dat je zo’n zoektocht als politie probeert te managen. Communiceer goed met de achterblijvers, houd in de gaten waar ze mee bezig zijn, leg uit hoe ze van waarde kunnen zijn. Op die manier kun je samen mooie dingen bereiken. Vergeet niet: als burger mag je vaak meer dan een politieagent. Voor camerabeelden van een supermarkt hebben wij bijvoorbeeld een bevel nodig, jij niet.”

En privédetectives?
„Ook zij mogen op bepaalde fronten meer dan de politieagent. Daar staat tegenover dat ze zich soms beter voordoen dan ze zijn. Althans, zo zie ik het. Bij een grote vermissing werven mensen fondsen om de zoektocht te bekostigen, en dat weten ook de detectivebureaus. Daar lijken ze wel eens gebruik van te maken. In het algemeen werkt de politie bij vermissingszaken zelden samen met detectivebureaus, maar het komt wel eens voor.”

Hoeveel vermisten telt Limburg momenteel?
„Elke dag inventariseer ik de lijst met vermisten. De aantallen schommelen. Dan komt er eentje bij, dan valt er weer eentje af. Op dit moment staan er ongeveer dertig op. Daar zitten dus ook personen tussen die al heel lang vermist zijn. Denk bijvoorbeeld aan Marjo Winkens. Of  Tanja Groen, een studente die tijdens de introductieweek de straat uit fietste en vervolgens verdween. Een drama. Ik heb haar ouders nog ontmoet. Die zaak stamt uit de jaren negentig, maar het houdt nog steeds een hoop collega’s bezig. Zolang er tips blijven binnenkomen, blijven oude zaken zoals deze onze aandacht houden. En dat gebeurt dus. Helaas bleken de tips tot dusverre niet bruikbaar.”

Kunt u uw eerste zaak als specialist vermiste personen nog herinneren?
„Jazeker. Die speelde in Gennep. Omdat het mijn eerste zaak was, ben ik in de auto gesprongen om er persoonlijk heen te gaan. Dat doe ik nu niet meer, tenzij het echt noodzakelijk is. Het was een flink eind, ik moest van Heerlen komen. Als geboren Gelderlander wist ik toen meteen hoe groot Limburg is. Het ging om twee kinderen, beiden pubers, die waren verdwenen. Uiteindelijk werden ze gevonden in Zuid-Frankrijk. Ze hadden het idee opgevat om samen op roadtrip te gaan. En zo geschiedde.”