André van den Heuvel bleef een echte Tegelse Pannekletser

Print
André van den Heuvel bleef een echte Tegelse Pannekletser

André van den Heuvel wijdde zich na zijn toneelloopbaan weer aan een oude passie: het maken van keramiek. Afbeelding: archieffoto Ram van Meel

De in Tegelen geboren André van den Heuvel wordt gezien als een van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse acteurs. Gisteren overleed hij in Amsterdam.


T weemaal - in 1973 en 1992 - won hij een Louis d’Or, de jaarlijkse prijs voor de beste Nederlandse acteur. Terechte bekroningen voor André van den Heuvel die meer dan vijftig jaar op de planken stond in vooral klassieke stukken als King Lear, Gijsbreght van Aemstel en Cyrano de Bergerac. Hij maakte deel uit van beroemde gezelschappen als de Nederlandse Comedie, Het Rotterdams Toneel en Centrum en speelde met mensen als Ko van Dijk, Guus Hermus, Ank van der Moer en Kitty Janssen. Die laatste werd zijn echtgenote en met haar richtte hij in 1972 het theaterbedrijf Katrijn Producties op. Dat bracht zowel blijspelen als serieuze stukken. 

Van den Heuvel speelde bovendien in 1965 in Heerlijk duurt het langst, de eerste musical van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink, en was te zien in televisieseries als DeWeg (1982), De Partizanen (1985) enWillem van Oranje (1984). Bekend werd hij ook door zijn rol in de reclamespotjes begin jaren zeventig voor de toen nog bestaande NMB-bank. De door hem uitgesproken slogan ‘De NMB denkt met u mee’ staat bij velen uit die tijd voor altijd in het geheugen gegrift. 

De basis voor zijn rijke toneelloopbaan legde Van den Heuvel met een rol in de Tegelse Passiespelen van 1950. Zijn officiële toneeldebuut maakte hij datzelfde jaar in het stuk Amphytrion van de Franse toneelschrijver Jean Giraudoux. Hij acteerde mede om de verschrikkingen van zijn uitzending naar Nederlands- Indië (1946-1950) te kunnen vergeten. „Toneel is als een psychiater voor mij geweest”, zei hij er later over. 

Toneel doe je met taal

Begin deze eeuw stopte de geboren Tegelenaar met acteren. In een interview met deze krant vertelde hij in 2007 dat daar twee redenen voor waren. De eerste was dat hij het lichamelijk niet meer aankon om door het hele land naar voorstellingen te rijden. De tweede reden was echter belangrijker. Van den Heuvel toen: „Het is musical wat de klok slaat. Het moet vooral allemaal gemakkelijk zijn. Nog maar heel weinig mensen kunnen zich concentreren op mooie taal in het theater. Want toneel doe je met taal. Maar het toneel is te ver gedemocratiseerd. Alles moet kunnen. Kunst wordt zo spielerei, die veel extra emoties bij het publiek losweekt, zo wordt verkondigd. Ik geloof er geen barst van.” 

Na zijn toneelloopbaan keerde Van den Heuvel terug naar een oude liefde: het maken van keramiek. 
Hij was namelijk al keramist voor hij met acteren begon. In het Tegelen van de jaren veertig en vijftig was dat geen vreemd ambacht, want de plaats was toen hét keramiekcentrum van Nederland. De jonge Van den Heuvel kreeg er een heuse opleiding en had nog les van Charles Eyck. Ook schilderde hij in die jaren. Met zijn nieuwe keramiek - veelal mensfiguren - keerde hij ook terug naar Tegelen, de plaats van zijn jeugd. Hij overwoog af en toe zelfs om voorgoed vanuit Amsterdam te verhuizen naar Tegelen. 
Het kwam er echter niet van. Toch bleef hij altijd, zoals hij in 1973 tegen deze krant vertelde, een echte Tegelse Pannekletser. 


 

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje