NOOTZAAK: Liefje huppelt als een kip

Print
NOOTZAAK: Liefje huppelt als een kip

Afbeelding: MGL

Op zoek naar de verborgen, bijzondere en verrassende verhalen in de wereld van de klassieke muziek, aan de hand van het concertaanbod in Limburg. Vandaag in deze rubriek: Mozarts opera ‘Così fan tutte’, waarin de componist in een weergaloze aria het liefje van zijn tekstschrijver te kakken wilde zetten. Het stuk wordt zaterdag in Maastricht en op zondag 13 maart in Heerlen uitgevoerd door de Nationale Reisopera.


Het scheppen van muzikale beelden behoort tot het huis-, tuin en -keukengereedschap van de operacomponist. 

Als een personage boos is, laat je de musici in de orkestbak als wildemannen toonladders omhoog en omlaag spelen; kan hij of zij daarentegen zijn geluk niet op, dan verzin je een melodie met allemaal olijke krullen - dat soort werk. Niet onbelangrijk daarbij is de keuze van het instrument: treurnis is aan de hobo goed besteed, terwijl de klarinet het voortreffelijk doet bij een zoetgevooisde herinnering. 
Er zijn echter curieuze gevallen, waarbij tekst en muziek op een merkwaardige manier met elkaar in tegenspraak lijken. Van zo’n aria is sprake in Così fan tutte (‘Zo doen ze allemaal’), één van de laatste opera’s van Mozart, waarin klucht en drama op een onnavolgbare manier met elkaar verstrengeld raken.

Het begin van de opera is komisch, wanneer twee mannen zich vermommen om elkaars verloofde te gaan versieren - een gevolg van een weddenschap met een cynische vriend, die ervan overtuigd is dat wederzijdse trouw niet besteed is aan de vrouwelijke soort. Tragisch is het gevolg, als blijkt dat de twee vrouwen, tot ontsteltenis van de beide mannen, nog overstag gaan ook, zij het niet op slag en sprong. En wij maar denken dat partnerruil een verworvenheid van de jaren zestig is. Maar van ruilen komt huilen, althans, dat is de mening van Fiordiligi - de meest standvastige van de twee - voordat zij toegeeft aan haar ontrouw. In de weergaloze aria Come scoglio vergelijkt zij haar vasthoudendheid met een onbeweeglijke rots, maar gek genoeg is dat aan de muziek nauwelijks te horen. 

Sterker nog: het wezenskenmerk van dit paradepaardje onder de sopraan- aria’s bestaat uit overdreven grote sprongen in de zang. Het effect is tegenstrijdig, een beetje alsof iemand met zijn vingers op de tafel roffelt, ondertussen prevelend in het geheel niet nerveus te zijn. 

Dat Mozart deze rol moest enten op de strot van het arrogante liefje van zijn tekstschrijver, verklaart wellicht het een en ander. Mozart verachtte haar, maar zingen kón ze, tenminste, het scheen dat haar stem moeiteloos het sopraan- én altregister omvatte. 

Opvallend was wel haar gewoonte om bij hoge noten haar hoofd achterover te gooien, en bij lage haar kin op haar borst te drukken. Het scheen dat Mozart haar te kakken wilde zetten door stevig stuivertje te wisselen tussen hoog en laag. Later zei hij dat hij haar op het podium zag „huppelen als een kip”. Toch is het niet alles karikatuur. 

In de beste uitvoering gaat er een soort van dreigende hysterie uit van zo’n hoekige melodie, ongeveer te vergelijken met een ongecontroleerde woede-uitbarsting van een Italiaanse moederkloek. Knappe sopraan die dan het hoofd stilhoudt. 


 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →