Job Cohen wil liever thee drinken dan azijn pissen

Print
Job Cohen wil liever thee drinken dan azijn pissen

Afbeelding: Roger Dohmen

Job Cohen (Haarlem 1947) was onder meer burgemeester, rector magnificus, staatssecretaris en fractievoorzitter van de PvdA. Zijn nieuwe plan: centra waar asielzoekers en buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten.

„Een dreigcultuur? In de tijd dat ik burgemeester was, gebeurde er ook van alles. De vraag is: trek je je daar veel van aan? Wat er vroeger in cafés werd gezegd, zeggen ze nu op internet. En dan denk ik: kom op, sta voor je standpunten. Bij de bedreigde raadsleden die ze hebben ondervraagd, waren er maar een paar die zeiden: ik heb er genoeg van. De meesten hebben gezegd: om die reden krijgen ze me juist niet weg. Gelukkig maar. Als burgemeester moest ik ook beveiligd worden, na de moord op Theo van Gogh. Daarvoor had ik altijd gezegd: zodra ik beveiligd moet worden, doe ik het niet meer. Maar toen het nodig was, zei ik: je krijgt me niet weg.

Ik laat me om dit soort redenen niet klein krijgen: ik sta als burgemeester voor die democratische rechtsstaat. Het zijn over het algemeen eenlingen die dreigen. Daar moeten we tegen optreden. Maar niet door te wijken. Ik vond de reactie van Asscher prachtig. Op een hele lichtvoetige manier gaf hij ze klap op klap. In een PS zei hij: en van doodsbedreigingen doe ik aangifte. Maar over het algemeen moet je het relativeren. Het feit dat wij er hier al zo lang over zitten te praten, betekent dat we het onvoldoende relativeren.

Met mensen praten, vertellen wat je aan het doen bent, luisteren. Dat moet nu veel meer dan vroeger

Dat geldt ook voor de ophef over inspraakavonden. Over verreweg de meeste opvangcentra horen we niets. Omdat het goed gaat. Ik hoorde laatst het verhaal over de burgemeester van Woudenberg. Er waren mensen die faliekant tegen de komst van vluchtelingen in hun gemeente waren en ze kwamen dat zeggen ook. Hij zei: ik ben blij dat het zo gegaan is, want nu heb ik niet alleen contact met mensen die zich bekommeren om vluchtelingen, maar ook met de tegenstanders. Hij zei: ik ben blij dat ik nu weet wie ze zijn, nu kan ik met ze praten. Want dat zijn juist de burgers die het gevoel hebben dat er niet naar hen geluisterd wordt. Als die tevoorschijn komen moet je daar als overheid echt wat mee doen. In ons college van B&W in Amsterdam hadden we een belangrijke spreuk, die vaak terugkwam: eropaf! Met mensen praten, vertellen wat je aan het doen bent, luisteren. Dat moet nu veel meer dan vroeger. Mensen zijn hoger opgeleid, beter gebekt, laten zich minder gemakkelijk wat zeggen dan vroeger.”  

Veel mensen hebben het gevoel dat ze hun eigenheid verliezen bij de komst van groepen vluchtelingen.

„In de tijd dat ik nog in de landelijke politiek zat, heb ik het wel eens zo gezegd: er zijn wijken waarin mensen wonen en die zijn verhuisd, zonder dat ze verhuisd zijn. Om hen heen is die wijk en die omgeving enorm veranderd. Je hebt niet meer als vanzelfsprekend de buurvrouw en de buurman, met wie je gemakkelijk een kletsje kunt maken. Nee, nu heb je een buurvrouw en een buurman die jouw taal niet spreken. Die vaak slecht Nederlands spreken. Die een heel andere culturele achtergrond hebben. De Albert Heijn is vervangen door een halalslager en een Turkse bakker.

Ja, de culturele verschillen zijn er. Wij snappen ontzettend weinig van de islam

En daar hebben deze mensen niet om gevraagd. Ze zijn daar blijven wonen en in een aantal jaren is hun wereld veranderd. Nu komen daar de vluchtelingen ook nog bij. Dan bekruipt inwoners van Heesch en Geldermalsen, kleine gemeentes waar grote groepen asielzoekers komen, het gevoel: wat gebeurt er met ons? Daar hebben ze een punt. We moeten streven naar kleinere opvangcentra. De instroom moet eerlijker verdeeld worden. Mensen die weinig verdienen, hebben meer last van de vluchtelingenstroom dan rijkere mensen. Anderzijds denk ik ook: wees een beetje flink. Als mensen hier komen omdat ze op zoek zijn naar vrede, naar democratie, naar grondrechten, naar gelijkheid van mannen en vrouwen, van homo’s en hetero’s, dan moet je niet zo bang zijn dat je door de sharia wordt overvleugeld.

Ja, de culturele verschillen zijn er. Wij snappen ontzettend weinig van de islam. Er zijn soennieten en er zijn sjiieten. Je hebt geen idee waar de verschillen zitten. Net zo goed als zij geen idee hebben wat het verschil is tussen rooms-katholiek, protestant, gereformeerd en remonstrant. En of de slang nou wel of niet gebeten heeft. We snappen het niet. En dus is er afstand.

Dan komt er zo’n rare mix van islam en terrorisme, met verschrikkelijke aanslagen. En zo’n grote groep die we niet kennen en waarvan wordt aangenomen dat er misschien ook wel terroristen tussen zitten. Dat je daar bang van wordt, begrijp ik. Maar er zijn ook heel veel mensen die de brug wel willen slaan. Hoeveel hebben zich niet aangemeld als vrijwilliger? Maar het is vaak ingewikkeld om die band te leggen.

Je zou eigenlijk in iedere gemeente een plek moeten organiseren, waar vluchtelingen en burgers bij elkaar kunnen komen

Een vriendin van mij is vrijwilligster in Katwijk en Leiden. Ze schreef mij laatst dat ze nauwelijks in staat was om die relatie te leggen. Je zou eigenlijk in iedere gemeente een plek moeten organiseren, waar vluchtelingen en burgers bij elkaar kunnen komen. Waar ze met elkaar van alles kunnen doen. Dat is de beste manier om vluchtelingen te laten zien hoe wij in elkaar zitten. En ons te laten zien wat nou die vluchtverhalen zijn. Die ontmoetingsplaatsen moeten niet onder de verantwoordelijkheid van het COA vallen. De overheid zou die plekken kunnen faciliteren, maar hoeft er verder geen of maar heel weinig bemoeienis mee te hebben. Zo’n ruimte kan overal anders zijn en beheerd worden door wat ter plekke het meest voor de hand ligt: vrijwilligersnetwerk, een bestaande stichting, horeca met subsidie, antikraakplekken. Zolang zo’n ruimte er maar komt en de mogelijkheid biedt voor verschillende soorten activiteiten: ontmoetingen, informatie, cursussen, crèche, horeca. Er moet ruimte zijn voor eigen initiatieven.

Eigenlijk is het niets anders dan het ouderwetse idee van ontmoetingsplekken die er in de jaren zeventig waren, onder namen als Volkshuis, Praathuis, Trefpunt enzovoorts. Dat zou, denk ik, een mooie aanzet zijn om dat angstige gevoel, dat er nu is, een beetje terug te duwen.” 

De vraag is wie je binnenhaalt. Hoogleraar Verbon zei eerder in deze serie: met de komst van vluchtelingen creëer je een nieuwe onderklasse.

„Dat vind ik echt onzin. Er zijn zonder enige twijfel ook mensen die het in onze hoogopgeleide samenleving moeilijk krijgen. Maar er zijn ook mensen die, als ze hier de taal hebben geleerd, heel goed kunnen functioneren. Vluchtelingen die hoogleraar zijn, die hooggespecialiseerde functies in ziekenhuizen hebben. Of dat uitzonderingen zijn? Ik ben voorzitter van het UAF, dat gericht is op hogeropgeleide vluchtelingen. Wij hebben zo’n drieduizend mensen die eerst de taal leren en daarna gaan studeren, aan een hogeschool of universiteit. Ze komen uit Afrika, uit Afghanistan, Iran, Irak, Syrië. Om dan te zeggen dat een chemicus uit Syrië hier niet verder zal komen dan taxichauffeur in Amsterdam: absurd.

Als wij mensen hier tijdenlang niks laten doen, ja, dat is dan de beste manier om ervoor te zorgen dat ze hier niet meer aan de bak komen. Ze moeten zo snel mogelijk iets doen. Een baan. Of vrijwilligerswerk. We moeten leren van het verleden. We moeten ze meteen contact laten maken met de samenleving. Dat geldt ook voor onze medeburgers van Turkse en Marokkaanse afkomst. Als je zegt dat je Ahmed heet en je solliciteert, dan heb je nog steeds veel minder kans dan wanneer je Jan heet. Dan gaat het echt niet om de vraag wat iemand kan. Als we daarmee bezig blijven, dan creëren we ons eigen probleem.

Vergis je niet. Mensen vinden het helemaal niet leuk om naar een andere cultuur te gaan. Ik zou het ook niks vinden. Ik voel mij prettig in de wereld die ik ken. Je ziet hoe moeilijk het is om te integreren. Wij denken altijd dat wij zo’n makkelijk landje zijn, met allemaal makkelijke mensen. Dat zijn wij helemaal niet. De komst van veel vluchtelingen maakt het er niet gemakkelijker op. In het debat dat we de afgelopen tien jaar over de multiculturele samenleving hebben gehad, kon je zien hoe stroef dat nu al loopt. Dit maakt het niet makkelijker. De vraag of je het leuk of niet leuk vindt, is niet zo interessant. We moeten er gewoon het beste van maken. En dat moet van twee kanten komen. De mensen die hier komen, moeten beseffen dat ze terechtkomen in een samenleving die heel erg hecht aan een aantal regels. Omgekeerd moet de ontvangende partij beseffen dat er mensen komen die ook een eigen cultuur hebben.

Joden hebben het ook niet gemakkelijk in de samenleving. Dat is al tweeduizend jaar zo, hoor

In de tijd dat Aboutaleb hier in Amsterdam wethouder was, hebben wij een nota gepubliceerd die ging over integratie. Die had als titel: ‘Erbij horen en meedoen’. Aboutaleb kwam met het beeld van een snelweg. Daar rijden allemaal autootjes. Je hebt opritten en je hebt afritten. Op die opritten komen allemaal nieuwe auto’s. En die moeten zich aanpassen aan het verkeer dat daar al is. Doordat er allemaal nieuwe auto’s bijkomen, verandert tegelijkertijd het verkeer dat op die snelweg rijdt.” 

Klinkt mooi. Maar recent publiceerde journaliste Margalith Kleijwegt een onthullend onderzoek naar de culturele tweedeling in het onderwijs. 

„Natuurlijk moeten we daar lering uit trekken. Maar ik ben niet zo pessimistisch over het verloop van het integratieproces. Je moet voor de grap nog eens een keer de Bijbel lezen. Daarin staan precies diezelfde verhalen over integratie. En over de moeite die dat kost. Integreren is verrekte ingewikkeld. En dat zal nooit veranderen. Joden hebben het ook niet gemakkelijk in de samenleving. Dat is al tweeduizend jaar zo, hoor. En zelfs na die verschrikkelijke oorlog gaat dat door.

Ik vind het heel prettig als er verschillen zijn in de samenleving. Je moet er toch niet aan denken dat iedereen hetzelfde denkt. Mensen die in een gouden wieg geboren zijn, hebben een ander 
leven dan wanneer je in een achterbuurt geboren bent. Er zijn verschillen. En het is aan ons allemaal om dat op een of andere manier bij elkaar te brengen. En bij elkaar te houden. En een hoop thee te drinken in plaats van azijn te pissen. Je kunt beter met elkaar gaan praten dan op elkaar gaan schieten. Een fatsoenlijke samenleving blijft altijd iets om naar te streven.

Ali B. vertelde laatst iets over zijn nieuwe programma op tv. Hij doet iets geweldigs. Hij slaagt er in om verschillende werelden bij elkaar te brengen. Om bij wijze van spreken de wereld van de PVV in contact te brengen met de wereld waar hijzelf vandaan komt. Daar word ik heel blij van.”