Met oma in de rij voor Pinkpop-kaartjes

Print
Met oma in de rij voor Pinkpop-kaartjes

Afbeelding: Rob Oostwegel

Ondanks de kritische noten over het programma liep de kaartverkoop van Pinkpop afgelopen weekend als een tierelier. De voorpret begon voor velen, net als in het jaar van The Rolling Stones, in lange, lange rijen bij een aantal voorverkoopadressen.

Een blik naar buiten: wat een pokkenweer. Een nichtje liet vrijdagavond al weten in de rij te zitten voor Pinkpop-kaartjes. Zo’n acht uur geleden dus. Het regent en het is koud. Je moet wel héél graag in juni naar Landgraaf willen om dit ervoor over te hebben. Alternatieven zijn er genoeg. Achter je laptop thuis. Of warm en droog bij een fysiek voorverkooppunt, zoals - dit jaar nieuw - de Primera-vestiging in het overdekte winkelcentrum Makado in Beek. Het is even afzien tot de buitendeur opengaat, maar daarna kun je in een weldadige warmte onder het genot van een kop koffie op een binnenterras wachten op je beurt. Maar nee, nichtje kiest net als vele honderden anderen bewust voor een van de zwaarste routes naar het festival: bivakkeren voor de deur bij Buro Pinkpop in Geleen. Waar regen, wind en kou vrij spel hebben, waar het bikkelen is, maar waar gezelligheid met hoofdletters wordt geschreven. 

Waar regen, wind en kou vrij spel hebben, waar het bikkelen is, maar waar gezelligheid met hoofdletters wordt geschreven. 

De rij vóór de deur van het kantoor van Jan Smeets raakt in de vroege zaterdag zowat de paar honderd meter verderop gelegen kerk. Erik Reek voert de lange sliert mensen aan. Met kleine oogjes kijkt hij met een stralende glimlach onder zijn capuchon vandaan. Hij staat voor de deur sinds half twee vrijdagmiddag. Zijn vroege aankomst is „puur vanwege de kick om de eerste te zijn”. „Vorig jaar had ik nummer 7, het jaar daarvóór 14. Bovendien: het is erg gezellig. Natuurlijk is het ook zwaar. De vermoeidheid komt in golfbewegingen.”
Vlak achter hem is een halve vesting gebouwd door mensen die niet alleen allemaal zeker willen zijn van een kaartje, maar die vooral de dag van de kaartverkoop beschouwen als startpunt van alle voorpret. En daar hoort een portie afzien bij. Partytenten, puptenten, zeilen, tafels, stoelen, slaapzakken, voorraden eten en drinken. Elk jaar wordt die vesting luxer, zegt iemand. Het is wachten op de eerste die een heater meeneemt. Het was dit keer een welkome aanvulling geweest, omdat het kwik rap daalt en een front van regen zich ophoudt boven Geleen. Vijf lagen kleding, en af en toe een neutje om op temperatuur te blijven, je redt het ermee, maar comfortabel is anders. Maar ja, die gezelligheid hè. Die telt net effe zwaarder. Koffiebrengers, Obstler-koeriers. Een lading fastfood wordt bezorgd, de nonnenvottenservice komt langs. 

Natuurlijk is het ook zwaar. De vermoeidheid komt in golfbewegingen.

Ergens in de lange rij staat eerder die nacht nog een opvallende verschijning: José Claessen, 83 jaar oud. „Ik kwam terug van mijn kienavond toen ik de rij zag staan. Eenmaal thuis, kon ik niet slapen. Tja, dan kun je blijven draaien in bed, of je gaat in de rij staan. Voor mijn kleindochters. Als dank. Ze doen ook zoveel voor mij. Het was prima vol te houden, hoor. En ik had m’n rollator, dus ik kon erbij gaan zitten. Rond vijf uur ben ik afgelost door mijn dochter. Nee, die wist natuurlijk van niks. Dan had ze me enorm op m’n kop gegeven.” Als de kaartverkoop in Geleen z’n einde nadert, zit oma alweer warm en droog thuis met een triomfantelijk gevoel achter een kop soep. Dankzij haar hebben kleindochters Merel en Kiki hun weekendkaartjes in the pocket en daar hebben ze, na hun moeder, zelf relatief héél kort voor in de rij hoeven staan. Zonder oma was het misschien niet gelukt, want in Geleen komt niet snel nadat het tweetal kaartjes heeft gescoord de mededeling dat de weekendkaarten zijn uitverkocht.