België staat op instorten

In het Museum voor Schone Kunsten staan emmers om het regenwater op te vangen. © Saskia Vanderstichele

Voor veel Belgen is het geen nieuws dat hun land op zijn laatste benen loopt. Al zes staatshervormingen lang hangt het met elastiek en plakband aaneen. Nieuw is dat het nu ook letterlijk op instorten staat.

Frans Boogaard

In de Rubenszaal van het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen staan emmers op de vloer om het regenwater op te vangen dat door het lekke dak sijpelt. De emmerverkopers doen goede zaken, want ook het Museum voor Kunst en Geschiedenis in het Jubelpark kan niet meer zonder.

Aan de andere kant van de immense triomfboog, in het Legermuseum, zijn de gaten in het dak zo groot dat duiven er vrij in en uit vliegen. De Japanse Toren, het Chinese Paviljoen en het Museum voor Japanse Kunst, alle drie in Laken, pal naast het koninklijk paleis, zijn al twee jaar dicht, de collecties zijn opgeslagen.

In het Museum voor Muziekinstrumenten gaat de deur soms niet meer open, of juist niet meer dicht. Het Justitiepaleis op het Poelaertplein, ooit het grootste gebouw ter wereld, staat al zo lang in de steigers dat alleen pensioengerechtigde Belgen het ooit nog zónder hebben gezien. Voor iedereen jonger dan 60 jaar gloort hoop - niet omdat de restauratie inmiddels zou zijn voltooid, maar omdat nu de steigers rot zijn: ze moeten worden vervangen.

De tunnel naar het Poelaertplein, belangrijke verkeersader van en naar het centrum, is vorige maand in allerijl gesloten omdat complete blokken beton spontaan uit het plafond vielen. Sinds de bouw, voor de wereldtentoonstelling van 1958, was er niets meer aan gedaan.

Tal van andere tunnels die de ‘kleine ring’ om de binnenstad overkappen, zitten ook vol scheuren en scheurtjes, net als trouwens de reactorvaten van de kerncentrales in Doel en Tihange. Een viaduct aan de oostkant van de stad, het Reyersviaduct bij de zendtoren van de publieke omroep, is zo rot dat de restauratie is stilgelegd en de sloophamer wacht.

Je zet mooie gebouwen neer, en daarover is iedereen dan zo tevreden dat over het onderhoud niet wordt nagedacht

Afgelopen woensdag moest een paar honderd meter verder de Montgomerytunnel op slot nadat een vijftien meter lange betonplaat was losgeraakt, en ook het beton naast de tramrails erboven was gaan scheuren. Ook de tram mag daar nu niet meer langs.

Van de Vlaamse wegen zit 30 procent vol gaten, de Waalse liggen er nog slechter bij. Bijna drie kwart van de scholen dateert van voor 1970, een vijfde is meer dan 100 jaar oud. In een deel van de gevangenis van Vorst is het enige stromende water dat langs de muren. Guy Vanhengel, voormalig federaal vicepremier en nu Brussels minister van Begroting, denkt dat het overal wel zo gaat: „Je zet mooie gebouwen neer, en daarover is iedereen dan zo tevreden dat over het onderhoud niet wordt nagedacht.”

Maar hij erkent dat de ingewikkelde staatsstructuur de problemen in België een extra dimensie geeft. „Het geschuif met bevoegdheden zit er natuurlijk ook tussen. Dan was de één, dan weer de ander verantwoordelijk. Op het laatst voelt niemand zich nog eigenaar.”

Vanhengel was erbij toen een kwarteeuw geleden het Brusselse hoofdstedelijk gewest werd gevormd. Het kreeg van de federale overheid weinig geld, maar wel een berg problemen mee. „We moesten een metronet aanleggen, een waterzuivering voor 1,5 miljoen mensen. Er was toen al veel achterstallig onderhoud. Alles rond de kleine ring was oud. Wij hebben ganse wijken zien verkommeren.”

De Brusselse krant Le Soir riep kort geleden vier prominente oud-politici ter verantwoording, van wie de meest prominente, oud-premier Mark Eyskens, prompt de schuld aan Europa gaf: dat sneed met zijn strakke tekortnormen elke investeringsruimte weg.

Vanhengel, liberaal, is het niet eens met zijn pleidooi om dus de toch al imposante Belgische staatsschuld nog maar wat te laten oplopen. Hij ziet het met het onderhoud ook zo wel goed komen. „Veel wijken rond de kleine ring ken je al niet meer terug.We hebben grootse plannen voor de Heizel, waar het ooit zo vervallen Atomium ons drukst bezochte monument, op zijn 50ste verjaardag alweer stond te blinken. En binnenkort zie je in het nieuwe Schumanstation in een glazen koker boven je hoofd de treinstellen voorbij rijden. Een stad is organisch, die leeft, en zeker Brussel zal een trekpleister blijven.”

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal