Oude mensen zeggen zelden hoe oud ze zijn

Print
Oude mensen zeggen zelden hoe oud ze zijn

Afbeelding: MGL

Licht gekromd, maar vast ter been, komt hij binnen bij de prikdienst. Hij doet zijn jas uit en komt naast me zitten. Ik heb hem al lang niet meer gezien. Het gaat hem goed.

Hij is met de auto. Op mijn vraag hoe oud hij nu is, antwoordt hij: „In december word ik honderd.” 
Oude mensen zeggen zelden hoe oud ze zijn. Ze zeggen hoe oud ze worden. Alsof ze de tijd willen bezweren; de toekomst uittekenen, vastleggen. Ja, ik word. Kom maar op, met die laatste levensjaren. Geen klant voor de levenseindekliniek. 

Ook bij mijn buurman brandt het vuurtje nog. „Ik ben weer volop aan het schilderen, ik kom tijd tekort.” 

Zijn vrouw is dood, zijn kinderen zijn als dobbelstenen over de wereld gerold. Die drang naar buiten zat er altijd in. Zelf woonden ze hun halve leven in Engeland, vlakbij Londen. Een paar kilometer van het buitenhuis van Churchill. Dat was het vaste uitje met bezoekers uit Nederland: even kijken hoe de grootste staatsman van de twintigste eeuw woonde. 

Thuis drijft hij nog zijn eigen winkeltje van het leven. „Ik krijg drie uur en vijf minuten hulp per week.” Hij glundert als ik zeg dat die vijf minuten extra ongetwijfeld vanwege zijn goede gedrag zijn. Als hij geprikt is, wil ik hem helpen met zijn jas, maar dat wuift hij weg. „Ik kan nog heel goed bukken. Komt doordat ik altijd veel getennist heb.” 

Dan mijn vader.Werd ook geboren in 1916. Hij tenniste niet, reed nooit auto, kwam nergens en werd maar 63. Hij vond alle geluk rond de kerktoren van het dorp. 

Reageren? g.kessels@mgl.nl 
 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →