‘Oom Eugène was tuk op schedels’

Print

Nelleke Hooijer is dankbaar voor De Keet en het landgoed De Bedelaar dat Eugène Dubois heeft nagelaten. Afbeelding: Mijntje Wismans/John Gurche/MGL

Te klein voor een mens, te groot voor een aap. Eugène Dubois vond in 1891 op Java een schedelkapje van een aapmens. De wereldberoemde wetenschapper die Darwins gelijk bewees, kreeg afgelopen weekend in geboorteplaats Eijsden aan hem gewijde museumzalen.

Familieleden koesteren hun herinneringen aan ‘oom Eugène’, een briljante maar moeilijke man. Groot en imposant was hij. Stuurs en onstuimig, mysterieus. Niet echt het type kindervriend. De kleine Vic van Berkestijn schrok dan ook toen hij als schriel jongetje van een jaar of zeven plots hardhandig werd vastgepakt. Zijn hoofd werd abrupt vastgeklemd en betast door duimen en vingertoppen, Vic verstijfde. 

Een paar seconden duurde het, toen liet ‘oom Eugène’ hem weer los. „‘Geen interessant geval’, zei hij terwijl hij me opzijduwde. Ik was verbijsterd. Ik was geen interessant geval! Dat heeft geweldige indruk op me gemaakt. Ik wist toen natuurlijk niet wat oom Eugène deed. Later begreep ik pas dat hij geïnteresseerd was in schedels en op mijn hoofd naar knobbels ging zoeken of zo.” 

Vic van Berkestijn uit Berg en Dal is inmiddels 87 jaar oud; de ontmoeting met Eugène Dubois was een paar jaar voor diens dood in 1940 op landgoed De Bedelaar in Haelen. Dubois leefde in een betrekkelijk isolement op het ruim 35 hectare grote landgoed; gescheiden van zijn vrouw met wie hij in onmin leefde, verbitterd en achterdochtig. 

De vondst van de missing link op Java in 1891 had hem niet de gewenste roem opgeleverd. In de wetenschap werd openlijk getwijfeld aan de ‘Indische botjes’; er werd stevig gediscussieerd of prehistorisch schedelkapje, dijbeen en kies wel van zijn Pithecantropus erectus waren: de mensaap. 

We hebben hem teruggehaald naar Eijsden

Inmiddels wordt niet meer getwijfeld aan de verdiensten van Dubois en staat onomstotelijk vast dat hij Darwins gelijk bewees: de evolutie gold ook voor de mens. Al gelooft men niet meer dat de mens van de aap afstamt, maar dat ze een gemeenschappelijke voorouder hebben gehad. Dubois’ vondsten liggen achter kogelvrij glas in Naturalis in Leiden. In Museum Ursulinenconvent in Eijsden zijn afgelopen weekend een paar museumzalen geopend die aan hem zijn gewijd. „We hebben hem teruggehaald naar Eijsden”, zegt Wiel Schins van de Stichting Eugène Dubois. „Wereldwijd wordt hij erkend maar in Eijsden is er alleen een straatnaam en een plaquette. Terwijl hij juist hier in aanraking is gekomen met de wetenschap, hier ligt de basis.” 

Dubois groeide op als zoon van een apotheker, geïnteresseerd in natuurwetenschappen. „Hij ging vaak met zijn vader naar het Savelsbos of de Sint Pietersberg om geneeskrachtige kruiden te plukken. Hier heeft hem het vuur gepakt om zich met de historie van die bodem bezig te houden. Hij was arts-anatoom maar een van de eersten die multidisciplinair werkte; hij heeft eigenlijk de paleo-antropologie geïntroduceerd met een combinatie van biologie, taxonomie, embryologie, anatomie. 

In de bescheiden museumzalen zijn onder meer skeletten en schedels te zien, opgegraven botten uit de Henkeput in het Savelsbos waar hij ook onderzoek deed en een reconstructie van Piet, zoals hij zijn Pithecantropus erectus (rechtopgaande mens) liefkozend noemde. Hij boetseerde het originele beeld in eigen persoon voor de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900; zoon Jean moest naar verluidt poedelnaakt op een ijskoude zolder model staan.

Klik hier voor het hele artikel en probeer de krant digitaal vier weken gratis.

 

 

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje