De hoofdredacteur wil hard werken en lol maken

Print

Afbeelding: Twitter.com/RoyophetVeld

De 45-jarige Roy op het Veld wordt per 1 mei hoofdredacteur van deze krant. Hij volgt Huub Paulissen op, die in oktober opstapte.

Op het Veld is nu adjunct-hoofdredacteur van het veel kleinere, maar succesvolle ‘Financieele Dagblad’. Bij die zakenkrant heeft hij de vernieuwing en digitalisering doorgevoerd. 

Direct nadat de redactie in grote meerderheid heeft ingestemd met zijn komst, staat Roy op het Veld in Amsterdam via Skype deze krant te woord. Digitale technieken kennen geen geheimen voor de plaatsvervangend hoofdredacteur van het Financieele Dagblad (FD). Die krant heeft een papieren oplage van ruim 46.000 exemplaren en 15.000 digitale abonnees. Straks gaat hij in Limburg de grootste regionale krant van Nederland leiden met een betaalde oplage van 130.000 stuks. „Ik ben daar ontzettend aan toe. Ik ben op mijn achttiende uit Belfeld vertrokken en buiten Limburg gaan wonen en leven. Met plezier en voldoening heb ik zestien jaar bij het FD gewerkt. Het is fantastisch om een volgende stap te kunnen zetten bij de krant waarmee ik ben opgegroeid.” 

Welke koers wilt u gaan varen? „Wat mij fascineert, is de verandering van leesgedrag. Er is veel veranderd in de manier waarop mensen nieuws en achtergronden tot zich nemen. Je moet als redactie proberen daarop aan te sluiten. Daar ben ik bij het FD de afgelopen vier jaar druk mee bezig geweest en dat wil ik ook bij de Limburgse kranten gaan doen.” 

Bijna alle kranten kampen met ontlezing. Hoe gaat u ervoor zorgen dat deze krant geen lezers verliest? „We moeten de krant kwalitatief zo goed mogelijk houden. Daar zijn alle ingrediënten voor aanwezig. De regionale journalistiek die de Limburgse kranten bedrijven, is heel goed. Er staan heel veel mooie verhalen in, die dicht bij de lezer staan. De krant kiest voor verdiepende journalistiek en een thematische aanpak van belangrijke onderwerpen. Dat is heel goed. Maar het digitale stuk zullen we verder moeten ontwikkelen.” 

Hoe wilt u dat aanpakken? „De e-paper is niet heel gebruiksvriendelijk, dat kan veel beter. Maar de digitale versie van de papieren krant heeft niet echt de toekomst. Ik denk dat we de dagelijkse cyclus moeten loslaten en verslag moeten doen van het nieuws zodra het zich voordoet, en het vrij snel moeten duiden. Mijn doelstelling is 130.000 abonnees te behouden en digitaal veel meer te bieden. De Limburgse kranten moeten aanwezig zijn waar de lezer is.” 

Mooi, maar dan heb je nog geen verdienmodel. „Een deel van onze journalistiek zal gratis zijn, en dan moet je online toch wat proberen te verdienen met advertenties, of met abonnees die zowel krant als digitaal gebruiken. Het lijkt mij geweldig om daarmee te experimenteren. Eventueel kunnen we een soort gezinsabonnement bedenken, waardoor ook de kinderen digitaal nieuws tot zich nemen.Wellicht worden die kinderen daarna wel abonnee van de krant. In elk geval moet je digitale journalistiek serieus vormgeven, om op de lange termijn de titel in de lucht te houden.” 

Hoe ziet u de toekomst van de papieren krant? „De papieren krant biedt nog altijd dingen die digitaal niet heeft. Een dagelijkse editie die overzicht biedt. Als je hem gelezen hebt, ben je bijgepraat. Die functie moeten we zo lang mogelijk vervullen.” 

Hoe ziet u de samenwerking die de kranten met omroep L1 hebben in de nieuwssite 1Limburg? „Dat is een superinteressante methode om innovatie tot stand te brengen. 1Limburg is een buitenboordmotor die op volle toeren draait. Een goed initiatief, maar uiteindelijk moet je die innovatie terughalen naar de eigen redactie. Die moet vernieuwen en zorgen dat ze lezers blijft aanspreken.” 

Volgens de profielschets moet u een boegbeeld worden van de Limburgse kranten. Hoe gaat u dat aanpakken? „Dat weet ik nog niet. Ik vind het leuk om over journalistiek, de krant en digitalisering te praten, en straks misschien ook over regionale televisie, waar ik me graag in ga verdiepen. Het is inderdaad een wens van de redactie om meer smoel te krijgen in de buitenwereld en daar ga ik echt mijn best voor doen. Het is belangrijk om als titel je plek te claimen.” 

Wat gaat u als eerste op de redactie doen? „Ik ga beginnen met kennismaken. De redactie wil immers ook weten wat voor vlees ze in de kuip heeft. Ik kom zo snel mogelijk langs om handen te schudden en een biertje te drinken of een stuk vlaai te eten.” 

Collega’s willen weten of u ook humor heeft. (Lacht.) „Ik denk het wel, al is het raar om dat van jezelf te zeggen. Ik investeer in de verbinding, in een menselijke relatie. Ik ben niet van de confrontatie, maar meer van het harmoniemodel. Ik vind het belangrijk om een goed en prettig gesprek met collega’s te hebben. Daar doe ik mijn best voor. Met een kwinkslag probeer ik spanningen weg te nemen, maar dat wil niet zeggen dat ik confrontaties uit de weg ga, want als ik ervan overtuigd ben dat dingen moeten gebeuren, kan ik door roeien en ruiten gaan. 
Ik ben van het type: work hard, play hard: hard werken, maar ook veel lol maken.”