Niet het Venetië van Nederland

Print
Niet het Venetië van Nederland

Afbeelding: Loraine Bodewes

Hoe gaat het met het toerisme in Zuid-Limburg? En hoe ziet de toekomst eruit? In vijf afleveringen kijkt deze krant naar de verschillende regio’s. Deze keer: Maastricht. Mooie monumentenstad van sjiek en sjoen, stad van feesten, van winkelen, van lekker flaneren en smakelijk tafelen. De stad aan de Maas heeft alles mee en lijkt zich geen zorgen te hoeven maken. Maar is dat wel zo?

Wie weleens op een zonnige zomerse zaterdagochtend per trein in Maastricht arriveert, kent het beeld. Als de intercity uit Amsterdam is gelost, neemt een horde dagjesmensen bezit van de stad. Via Stationsplein, Stationsstraat en Wyckerbrugstraat haasten de nieuwkomers zich richting Servaasbrug. Om vervolgens aan gene zijde van de Maas urenlang aangenaam te verpozen tussen Onze Lieve Vrouweplein en Vrijthof.
„Maastricht is een aantrekkelijke stad”, vindt Camille Oostwegel. Maar de hotelier - onder meer eigenaar van het Kruisherenhotel in de stad - geeft ook een dringend advies: „Let een beetje op uw zaak.” Met name in de zomer is de kwaliteit van de bezoekers minder. „Wat vroeger in Valkenburg te zien was, zie je tegenwoordig vaak in Maastricht. De stad zou zich meer moeten oriënteren op kwaliteitstoerisme. Aan massa heb je niets. Massa verjaagt kwaliteit.” Het waargebeurde verhaal van de verkoopster van een chique modezaak in de Stokstraat, onderstreept de stelling van Oostwegel. De vrouw wist op een zaterdagmiddag niet wat zij zag toen de deur van de zaak openzwaaide en eerst een vrouw op teenslippers binnenstapte met in de hand een puntzak met frites. Achter haar volgde een man - gekleed in T-shirt en bermuda - met een blikje bier in de hand. Toen de verkoopster van de schrik was bekomen, wees zij het tweetal resoluut de deur. Het paar verliet verbolgen over zoveel ongastvrijheid de zaak. 

Wat vroeger in Valkenburg te zien was, zie je tegenwoordig vaak in Maastricht.

Je kunt niet alles sturen. Zeker een toeristische magneet als Maastricht niet. „Je kunt niemand de toegang tot de stad ontzeggen”, weet ook directeur Lars Flinkerbusch van de VVV Maastricht. „In de zomer kun je hier inderdaad over de hoofden van de mensen lopen. We moeten vooral geen Venetië van Nederland worden. Maar er komen nou eenmaal allerlei soorten mensen naar Maastricht. Dat hoort bij de grote aantrekkelijke stad. En Maastricht is geliefd als de meest on-Nederlandse stad van het land.” Het streven is er op gericht om het verblijf in rustige tijden te stimuleren. „We hebben een heel goede weekendbezetting. Echt top. Maar de midweek kan beter”, verklaart centrummanager Paul ten Haaf. „De zondagmiddag tot en met de donderdag. Daar gaan we nu onze energie op richten. We zijn bezig met het uitwerken van speciale midweekarrangementen. In samenwerking met de hoteliers, de musea, het theater, de retail, de horeca en het openbaar vervoer willen we de midweek heel aantrekkelijk maken voor de bezoeker.” 

De stad mag niet achterover leunen, vindt Flinkerbusch. „Het gaat goed, maar de wereld verandert heel snel. Maastricht is een sterk merk en toerisme is een groeimarkt, maar je kunt in deze sector niet teren op oude successen.” De toerist is erg onvoorspelbaar geworden. „Er zijn twee zaken die daarbij van belang zijn. Zestig procent van de gasten boekt tegenwoordig een verblijf zelf thuis en ruim veertig procent komt naar Maastricht als gevolg van positieve reviews van anderen. Er is veel te kiezen en de keuze valt niet vanzelfsprekend op ons.” 

De toerist is erg onvoorspelbaar geworden.


De toerist moet veel meer dan nu hetgeval is het hele jaar door, alle dagen van de week de weg naar Maastricht vinden. Verspreid over het jaar heeft de stad enkele toeristische ijkpunten; kunstbeurs Tefaf in het voorjaar, de concerten van André Rieu in de zomer, het Preuvenemint in de nazomer en Magisch Maastricht in de winter. „Deze evenementen zetten de stad op de kaart. Er zou wat mij betreft nog een kwalitatief goed evenement bij kunnen, maar we moeten vooral ook de bestaande evenementen innoveren. En je moet nu al nadenken over de periode na de concerten van André Rieu en niet pas over vijf jaar. Dan ben je te laat. Onze evenementen moeten het verblijfstoerisme in de stad en de regio stimuleren. Ik geloof overigens niet in massa-evenementen in Maastricht. Wij zijn geen Amsterdam of Rotterdam”, zegt de VVV-directeur. 

Excellent maken waar de stad goed in is, dat is volgens centrummanager Ten Haaf de marsroute. „Daar is een nog beter cultuurprogramma voor nodig. Niet méér maar béter. We moeten onze bezoekers nog meer verrassen. Niet achterover leunen, maar frapper toujours. Onze doelgroep heeft wat te besteden en wil genieten van de stad. Nu al organiseren we elke zondag een culturele activiteit in de openbare ruimte en zijn er elke zondag Lazy Sunday-concerten in Theater aan het Vrijthof. Daarnaast organiseren we culturele programma’s op de woensdagmarkt. En dan zijn er nog de tweehonderd optredens tijdens Magisch Maastricht. We willen daarmee bereiken dat bezoekers als ambassadeurs van onze stad naar huis gaan.”

Ik geloof niet in massa-evenementen in Maastricht. Wij zijn geen Amsterdam of Rotterdam

Dat is ook wat Cees van Stiphout voor ogen staat. „De gastvrijheidsindustrie is onze motor voor de toekomst”, stelt de voormalig reder die tegenwoordig uitbater is van Casino Slavante op de flanken van de Sint-Pietersberg. „Dat is de enige industrie waarover we zelf besluiten of die overleeft of ten onder gaat. We hebben dat helemaal in eigen hand. Nu gaat het goed en daarin schuilt het grootste gevaar. Dat we denken ‘het gaat toch goed zo, we hoeven niets meer te doen, of we kunnen minder doen.’ Kijk wat er gebeurde met vroeger razend populaire toeristenplaatsen als Spa of Scheveningen. Die zijn in een vrije val terecht gekomen. Maastricht moet waken voor hoogmoed en nóg beter worden in waar de stad al goed in is.” Gastvrijheid dus, al is dat een broos product. „We moeten vooral niet met zijn allen gaan roepen dat het té druk wordt in de stad. Dat is levensgevaarlijk.”

Volgens Van Stiphout moet Maastricht meer doen om aantrekkelijker te worden voor jongeren. „Jongelui houden van escapes rooms en dat soort vermaak. Maastricht moet misschien meer inspelen op dit soort nieuwe wensen. Daarvoor heb je jonge ondernemers nodig. Die durven nieuwe dingen te beginnen. Zoals pop up restaurants. De stad moet open staan voor dit soort initiatieven.” 

We moeten vooral niet met zijn allen gaan roepen dat het té druk wordt in de stad. Dat is levensgevaarlijk.

Zijn collega Albert Berghof van koffiebranderij Blanche Dael en Coffeelovers ziet heil in het groter maken van de stad en in nieuwe food concepten. „Zoals de combinatie horeca en retail. Dat gebeurt nog te weinig. Maastricht heeft het profiel van de gastronomische hoofdstad van Nederland. We hebben onze sterrenrestaurants, we doen het zeker niet slecht. Maar er zit in mijn ogen te weinig vernieuwing in. Ook moeten we zorgen dat de mensen na twee of drie bezoeken niet zeggen dat ze het wel gezien hebben. Daarvoor moeten we de stad groter maken dan die huidige vierkante kilometer. Uitbreiden richting Tapijnkazerne, richting Sphinx en uiteraard Wyck. Daardoor moet de gast het idee krijgen dat hij niet alles in een paar uur kan zien”, zegt Berghof. Het hoeft wat hem betreft beslist niet ‘meer, meer, meer’ te zijn. „We moeten investeren in kwaliteit en ons niet alleen focussen op toeristen. Maar short stay blijft ontzettend belangrijk. Maastricht is gewoon een sterk merk. De goedkoopste buitenlandervaring in Nederland. Hier kun je het 48 uur lang heel leuk hebben. Als je heel Zuid-Limburg als één merk promoot, kan de toerist het een week lang heel leuk hebben. Want wat Maastricht niet heeft, vindt de toerist wel in de regio. Maastricht is sjiek en sjoen. Maar ook beton en muurschilderingen maken een stad aantrekkelijk. Dat vind je hier niet, maar wel in Heerlen. Zoals Heerlen ook een goed cultureel aanbod heeft en heel Parkstad aantrekkelijke dagattracties. En meteen buiten Maastricht begint het mooie Heuvelland.”

Hier kun je het 48 uur lang heel leuk hebben. 

Over één ding zijn alle partijen het eens: bereikbaarheid is belangrijk. Over het asfalt wordt Maastricht beter bereikbaar en het station wordt opgeknapt. Maar door de lucht blijft het een probleem om de stad te bereiken. „Als je Maastricht en de rest van Zuid-Limburg door de lucht kunt bereiken, sta je pas echt op de kaart”, weet Oostwegel. „Vier of vijf keer per dag op en neer naar Schiphol met een klein vliegtuig moet volgens mij kunnen. Niet alleen voor de toeristen, ook voor de vier miljoen consumenten die in deze Euregio wonen. Met een luchtverbinding én met een snelle treinverbinding met Parijs worden we pas echt een hotspot.” Voor de rest klopt het allemaal in Maastricht, vindt de hotelier. „De kleinschaligheid staat aan de basis van ons succes. De menselijke maat, de vriendelijkheid, de gastvrijheid in combinatie met goede hotels en toprestaurants doen de rest.”