Bezwaar maken tegen Wmo: wie durft?

Print
Bezwaar maken tegen Wmo: wie durft?

Ondanks dat veel gemeenten korten op zorg en hulp of goedkopere (zorg)alternatieven inzetten, wordt daar in Limburg nauwelijks bezwaar tegen gemaakt. Afbeelding: Hollandse Hoogte

Een keukentafelgesprek. Het klinkt gezelliger dan het is. Gemeenten moeten bezuinigen op hun zorguitgaven. Dus wordt er beknibbeld op zorg en hulp. Wie gekort wordt, kan bezwaar maken of naar de rechter. Maar dat doet slechts een enkeling. „Je moet het maar durven om dat gevecht met je gemeente aan te gaan.”


Het wordt er niet gemakkelijker op voorWilma Meijer (63). Als kind werd de Zuid-Limburgse getroffen door polio en nu ze op leeftijd komt, spelen de verlammingsverschijnselen haar steeds meer parten. Daarom had ze de gemeente tijdens haar keukentafelgesprek verzocht om haar pgb-budget voor thuishulp op te hogen van vijf naar zes uur. Maar dat ging dus mooi niet door.

Sterker nog: haar pgb werd met een half uur bekort. „Met dezelfde aangepaste woning, en zelf minder tot niets kunnen doen”, zegt ze. Meijer is er niet over te spreken. Maar bezwaar maken tegen die beslissing, dat ziet ze niet zitten. „Er was sprake van dat ik een heel uur moest inleveren.” Ze mag dus nog blij zijn, vindt ze. „Als ik bezwaar ga maken krijg ik misschien nóg minder.” 

Het moet met beduidend minder geld. Wat voor inwoners vaak betekent dat zij gekort worden op hun hulp of ondersteuning

Meijer is geen uitzondering. Met de invoering van de nieuwe Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet, komen veel bestaande zorgafspraken van burgers te vervallen. Tienduizenden ouderen, gehandicapten en chronisch zieken hebben afgelopen jaar al een keukentafelgesprek gehad of krijgen dat binnenkort. Een medewerker van hun gemeente bepaalt dan opnieuw hoeveel huishoudelijke hulp, dagbesteding of begeleiding zij nu écht nodig hebben. Daarbij schuilt een flinke adder onder het gras. Want om de zorgkosten binnen de perken te houden, hebben gemeenten bij de overheveling van de zorgtaken een kwart minder budget gekregen. Het moet dus met beduidend minder geld. Wat voor inwoners vaak betekent dat zij gekort worden op hun hulp of ondersteuning, of verwezen worden naar goedkopere alternatieven. 

Opmerkelijk genoeg komt slechts een fractie van de mensen die dat treft in verweer. Uit een peiling onder gemeenten in Limburg blijkt het aantal ingediende bezwaren minimaal, uiteenlopend van nul tot enkele tientallen. In Gennep bijvoorbeeld werden afgelopen jaar zo’n 859 herindicaties uitgevoerd voor Wmo en Jeugdwet en kwam geen enkel bezwaar binnen. 

andgraaf bekeek de zorg en hulp van 2405 inwoners en kreeg 45 bezwaarschriften. En Venlo voerde 2863 herbeoordelingen uit en kreeg te maken met 50 bezwaarmakers. Daarvan werden er volgens Venlo 22 weer ingetrokken nadat in overleg alsnog een passende oplossing was gevonden. 

Slechts een enkeling gaat door tot aan de rechter. Volgens een overzicht van de Raad voor de Rechtspraak telde Roermond vorig jaar zeker zes rechtszaken over (Wmo) zorg. In Sittard-Geleen ging het om drie zaken, in Venlo om vier en in Weert om een. Ondanks die relatief lage aantallen per gemeente, was in 2015 op landelijk niveau sprake van een verdubbeling van het aantal zaken over zorg en hulp. Volgens de Raad voor de Rechtspraak stapten in totaal ruim 2200 burgers naar de rechter om de toekenning van zorg door hun gemeente aan te vechten. 

Dat relatief weinig mensen in verzet komen zou natuurlijk kunnen betekenen dat vrijwel iedereen dik tevreden is met minder uren of goedkopere hulp. Of dat gemeenten na een (informele) klacht alsnog tot een acceptabele oplossing weten te komen waardoor het bezwaarschrift achterwege blijft. Maar erg logisch lijkt dat niet. Het strookt ook niet met de signalen en meldingen die belangenorganisaties hierover krijgen. Uit een recente peiling van Iederin, een belangenorganisatie voor mensen met een beperking of chronische ziekte, blijkt dat slechts 20 procent van de respondenten vindt dat de uitkomst van het keukentafelgesprek precies is wat men nodig heeft. 

Ruim 40 procent vindt dat de gemeente uitgaat van onrealistische verwachtingen over ondersteuning vanuit het eigen netwerk. Bijna 50 procent is ontevreden over hoe de financiële situatie in beeld is gebracht. En 36 procent van de ruim 10.000 ondervraagden trekt de deskundigheid in twijfel van degene die namens de gemeente het keukentafelgesprek heeft gevoerd. 

Nee, dan is er volgens advocaat Matthijs Vermaat van Van derWoude de Graaf Advocaten heel wat anders aan de hand. „Het keukentafelgesprek en de toekenning van zorg en hulp in de Wmo zijn gebaseerd op gelijkwaardigheid tussen burger en gemeente”, zegt de jurist die gespecialiseerd is in Wmo-zaken. Maar in de praktijk is die gelijkwaardigheid ver te zoeken, weet de advocaat, die onder andere voor belangenorganisatie Per Saldo de juridische ondersteuning doet. „De best geïnformeerde heeft gelijk.” 

Als je chronisch ziek bent, heb je die ambtenaar waarschijnlijk nog vaker nodig

Dat is veelal de gemeente. „De ambtenaar kent het klappen van de zweep. Als die zegt: dat doen wij hier zo, dan is het grootste deel van de burgers overbluft. Die weten niet hoe het zit.” Met als gevolg dat ze het besluit accepteren. Bovendien zitten de inwoners in een afhankelijke positie, stelt Vermaat. 

„Als je chronisch ziek bent, heb je die ambtenaar waarschijnlijk nog vaker nodig. Mensen zijn bevreesd om te protesteren en al helemaal voor de mogelijke gevolgen van zo’n bezwaarschrift of de gang naar de rechter. Dus zien ze er vanaf.” 

Daarbij komt dat bezwaar maken voor veel burgers ook gewoonweg te ingewikkeld is, stelt Vermaat. „Vergeet niet, je hebt onder andere over ouderen, mensen die ziek zijn, mensen met psychiatrische problemen. Dat zijn niet de meest weerbare groepen. Die zijn in juridische zin vaak niet in staat om hun recht te halen. Dat zijn allemaal drempels.” 

Per Saldo, de landelijke vereniging van mensen met een persoonsgebonden budget, noemt dat een zorgelijke ontwikkeling. „Voor de zorgvragers zelf, omdat die door een te forse korting op hun hulp of ondersteuning in de problemen kunnen komen”, laat de organisatie weten. „En niet bij machte zijn om daar iets tegen te doen.” 

Maar minstens zo bedenkelijk is volgens advocaat Matthijs Vermaat dat sommige gemeenten door dat gebrek aan tegengas weg kunnen komen met discutabele beslissingen of twijfelachtig beleid. Diverse rechtszaken hebben vorig jaar al uitgewezen dat er gemeenten zijn die de Wmo-regels met voeten treden. „Ik zal niet zeggen: gemeenten doen maar wat. Maar veel besluiten die wij hier onder ogen krijgen zijn niet geweldig onderbouwd. Of er blijkt niet eens behoorlijk onderzoek gedaan.” 

Budgetvereniging Per Saldo probeert haar leden middels juridische ondersteuning over te halen om toch vooral voor hun rechten op te komen. En belangenorganisaties als Per Saldo en Iederin grijpen sommige casussen aan om een proefprocessen te voeren. „Dat doen we vooral bij zaken die exemplarisch zijn”, laat Iederin weten. „Waarvan de uitspraken leidend kunnen zijn voor een heleboel andere zaken.” 

Dat bezwaar maken loont, bewijzen de cijfers van Per Saldo. Via de belangenclub werd vorig jaar in 347 gevallen bezwaar gemaakt. Hoewel het grootste deel van de bezwaarprocedures nog loopt, werd de burger al in 111 gevallen in het gelijk gesteld. „Als het de spuigaten uitloopt, zou ik dus zeker in verweer komen”, adviseert een woordvoerder. 

Er is nooit gevraagd: heeft u voldoende aan die uren? Of kunt u hulp van buren of familie inzetten?

Annie Raben (72) heeft die aansporing niet nodig. De vitale Noord-Limburgse heeft recent met behulp van Per Saldo bezwaar gemaakt bij haar gemeente vanwege een volgens haar onterecht hoge korting op zorg. Raben begeleidt de ex-verslaafde Thim (57), een kennis die ze al jaren helpt. „Eind vorig jaar kwam opeens iemand van de gemeente langs”, vertelt ze. „Achteraf bleek dat dus een keukentafelgesprek te zijn.” Recent viel de brief in de bus met het bericht dat het pgb van Thim terug wordt gebracht van 20 uur naar 7 uur. Over het hoe en waarom van die beslissing rept de gemeentelijke brief niet. „Er is nooit gevraagd: heeft u voldoende aan die uren? Of kunt u hulp van buren of familie inzetten? In het gesprek hebben wij meermaals gezegd, dat juist méér hulp nodig is. Die 7 uur staan in geen verhouding tot wat Thim nodig heeft”, vindt Raben. „Dit is gewoon nattevingerwerk.Wij gaan hier niet mee akkoord.” 

De namen van Wilma Meijer en Annie Raben zijn omwille van de privacy gefingeerd.