Familie is geen garantie voor succes

Print
Familie is geen garantie voor succes

De familie Craft. Van links naar rechts: Eva, Nico, Joke en Eric. Afbeelding: Johannes Timmermans

De Maastrichtse kapsalon Craft bestaat dit jaar 127 jaar. Inmiddels staat de vierde generatie aan het roer. „Je moet gewoon dicht bij je DNA blijven.”

Elke avond als Eric klaar is in de kapsalon, belt hij in de auto op weg naar huis zijn vader Nico. Even vertellen wat er die dag in de zaak is gebeurd. Mocht Eric door omstandigheden een keertje niet kunnen bellen, dan hangt vader zelf aan de lijn: zeg ben je boos? 

Gelukkig hebben we ook nog heel veel andere interesses

De 71-jarige Nico Craft is nog altijd erg betrokken bij het familiebedrijf. Zelf knipt hij nog elke vrijdag en zaterdag en hij heeft z’n vaste klanten. Zijn vrouw Joke doet een deel van de administratie. 

Maar het is echt niet zo dat het op verjaardagsfeestjes van de familie Craft alleen maar over de kapsalon gaat. Vijf minuten hooguit, want het moet wel voor iedereen gezellig blijven. „Gelukkig hebben we ook nog heel veel andere interesses”, lacht de 48-jarige Eric. En zijn vader wil geen ruzie krijgen met zijn schoondochter. 

Het is 1889 als de opa van Nico Craft op de hoek van de Smedenstraat en de Havenstraat in het centrum van Maastricht een kapperszaak begint. Twintig jaar lang heeft hij hier een prima lopend bedrijf. Tot hij plotseling overlijdt. Zijn vrouw, hun enige dan vijftienjarige zoon Mathieu en een knecht nemen de zaak over. In 1926 verhuist de kapsalon naar Achter het Vleeshuis. 
Een keurige zaak waar de notabelen van de stad kwamen, herinnert Nico, zoon van Mathieu zich. 

Alleen de heren dan.Want zo ging dat in die tijd. En ze kwamen niet alleen om de haren te laten knippen, ze lieten er ook hun baard scheren door de barbier. Sommigen kwamen drie keer in de week. Nico werkte na de meao nog een tijdje bij een bank, maar kwam er al snel achter dat hij dat niet wilde. 

De kapperszaak van zijn vader, inmiddels verhuisd naar het statige hoekpand aan het Onze Lieve Vrouweplein, trok veel meer. Het was de tijd waarin mannen serieuze kapsels kregen. Wilden ze voorheen hun haar kort of heel kort, onder invloed van The Beatles kwamen er allerlei modekapsels en werden de mannen zich bewust van alle mogelijke modellen. Het was ook in deze tijd, de jaren zestig, dat kapper Nico de eerste vrouwelijke kapper in dienst nam. 

Goh, doen jullie nog altijd aan ouderwets scheren?

Maar Salon Craft bleef uitsluitend heren knippen en scheren. Dat laatste verbaasde menig bezoeker een jaar of tien geleden nog: „Goh, doen jullie nog altijd aan ouderwets scheren?” Tegenwoordig vindt iedereen het weer prachtig, omdat dat het helemaal hip is, lacht Eric. „Terwijl we hetzelfde zijn blijven doen.” 

Eric neemt eind jaren tachtig het bedrijf geleidelijk van zijn vader over. Daar ging in huize Craft nauwelijks een discussie aan vooraf. Het was gewoon vanzelfsprekend. En nee, vader Nico heeft zijn zoon nooit gedwongen. Hij wilde gewoon graag. Bovendien had Erics broer al aangegeven dat hij geen interesse had in de zaak, dus dat scheelde. Eric bezocht gerenommeerde bedrijven in het hele land om ervaring op te doen. Overal waar hij dacht dat hij iets kon leren, ging hij een paar maanden aan de slag. Later opende hij een tweede zaak in Maastricht, nog eentje in Sittard en een vierde in Eindhoven. „Maar toen ik merkte dat ik bijna alleen nog maar met de organisatie bezig was, en steeds minder met het vak, besloot ik me te concentreren op de zaak aan het OLV-plein.” Dat was rond de eeuwwisseling. 

Vader Nico trok zich steeds een beetje meer terug uit de zaak. Zo werd hij onder meer bestuurder van de kappersorganisatie Anko. Eric kreeg meer en meer ruimte om zijn ding te doen. Zo besloot hij tien jaar geleden om op de eerste verdieping een dameszaak te beginnen. Apart van de mannen, want dat is toch een andere sfeer. In de kelder startte hij de afdeling voor haarwerken en pruiken. 

Inmiddels rammelt de vijfde generatie voorzichtig aan de deur. De vijftienjarige Eva, de dochter van Eric, helpt af en toe in de kapsalon: haren wassen, vlechten, maar ook dweilen en stofzuigen. Of ze echt in de zaak wil, weet ze nog niet. Eerst maar de havo afmaken. 
Het lastige van een familiebedrijf is dat je het werk van je voorvaderen in stand moet houden, zegt Eric. „Dat geeft wel een zekere druk. Dus moet je je DNA vasthouden, maar wel blijven vernieuwen. Onze vijf kappers en kapsters mogen dit jaar weer naar drie cursussen, we hebben een website en een webshop. Klanten kunnen bij ons een lunch bestellen die wij dan weer bij de buren halen. Want zeker vrouwen zitten hier soms een paar uur. Ik wil gewoon dat de zaak op orde is, want er zijn zoveel momenten waarop het mis had kunnen gaan.” 

Stiekem hoopt Eric dat zijn dochter de zaak zal overnemen. Maar hij wil haar niet pushen, ze moet haar eigen keuze maken. Maar wat zou het mooi zijn als hij later zelf, net als zijn vader nu, nog zijdelings bij de kapsalon betrokken kan zijn. Hij ziet wel. 

Vader Nico: „Het bedrijf heeft vele recessies doorstaan en twee wereldoorlogen overleefd, het zal altijd wel in golfbewegingen gaan. Dat je opvolger een familielid is, is geen garantie voor succes. Je moet van het vak houden en er moet vooral ook een ondernemer in je zitten.”