Tefaf Maastricht blijft moederbeurs

Print
Maastricht is niet langer de enige plaats op de wereld waar de The European Fine Art Foudation (Tefaf) een kunstbeurs organiseert. De Tefaf doet dat nu ook in New York. Zelfs twee maal per jaar: een beurs in oktober en een in mei (vanaf 2017). Moet Maastricht nu vrezen voor het vertrek van het kunstspektakel, waarvan de 29ste editie vrijdag start? Dat lijkt mee te vallen.

Park Avenue Armory is een oud, enorm groot bakstenen legergebouw gelegen aan de Upper East Side van New York, vlakbij Central Park. Er vinden al jaren de kunstbeurzen Spring Masters en The International Show plaats. Die worden vervangen door de Tefaf New York Fall en de Tefaf New York Spring, respectievelijk bedoeld voor oude kunst en moderne kunst en design.

Kunstbeurzen die groter zullen zijn dan hun voorgangers - zelfs de grootste die ooit in het gebouw hebben plaatsgevonden - omdat buiten de begane grond ook de eerste verdieping en een aantal historische kamers gebruikt mogen worden. Ze vinden bovendien plaats in een fraai opgeknapt gebouw, want het wordt momenteel gerestaureerd door het gerenommeerde Zwitserse architectenbureau Herzog & De Meuron. 

Tefaf staat voor kwaliteit en authenticiteit oftewel de allerbeste kunst die er op de markt is

„Een toplocatie”, noemt Tefaf-bestuursvoorzitter Willem van Roijen het Park Avenue Armory. „Wij gaan daar twee echte Tefaf-beurzen organiseren die 
anders zullen zijn dan de evenementen die het New Yorkse publiek gewend is. Tefaf staat voor kwaliteit en authenticiteit oftewel de allerbeste kunst die er op de markt is. De Verenigde Staten kennen geen beurs die vergelijkbaar is wat betreft het niveau van de keuring van de kunst en de kwaliteit van het aanbod.”

De Tefaf-beurzen sluiten volgens hem goed aan bij de andere culturele evenementen in het gebouw, die hij hoogstaand noemt. „De beurzen die wij organiseren, zijn een goede aanvulling daarop en op de overige kunstgerelateerde evenementen in New York. Er zijn in het najaar en voorjaar ook altijd veel kunstkopers in de stad.” 

New York, als wereldcentrum van de kunsthandel, stond al snel bovenaan onze wensenlijst

De Tefaf maakt de stap naar New York mede op verzoek van de aan de Maastrichtse kunst- en antiekbeurs deelnemende handelaren. Van Roijen: „Die vragen al jaren om naast Maastricht nog een beurs in het buitenland te organiseren, zodat ze ook daar de kunstmarkt op kunnen. We hebben de afgelopen jaar bekeken waar in de wereld wij dat het beste zouden kunnen doen. New York, als wereldcentrum van de kunsthandel, stond al snel bovenaan onze wensenlijst.”

Met de nieuwe beurzen wil de Tefaf naamsbekendheid opbouwen in de Verenigde Staten en zo de Amerikaanse kunstverzamelaars nieuwsgierig maken naar de beurs in Maastricht. Die laatste blijft overigens aanzienlijk groter dan die in New York, want waar in Maastricht zo’n 270 kunsthandelaren terecht kunnen, zijn dat er in de Verenigde Staten telkens 90. De bestuursvoorzitter heeft er het volste vertrouwen in dat de nieuwe 

Tefaf-dochters een succes zullen worden. Eerdere pogingen om in China voet aan de grond te krijgen vanwege de exploderende kunstmarkt daar mislukten. „Er bleek onvoldoende animo van de kant van de handelaren om daaraan mee te doen”, meldt Van Roijen. Wat ook meespeelde, waren logistieke kwesties en de wat geringe interesse van de Chinezen voor westerse kunst.

De uitbreidingswensen van de Tefaf zorgden in het verleden in Maastricht nogal eens voor de vrees dat de kunst- en antiekbeurs de stad zou willen verlaten. Terwijl ze van zo’n enorm belang is voor de stad, zowel economisch als vanwege de naamsbekendheid. Sceptici redeneren nu ook dat Amerikaanse kunstliefhebbers met de beurzen in New York niet zozeer lekker worden gemaakt voor een bezoek aan Maastricht, maar dat ze niet eens meer naar Limburg hoeven af te reizen. Ze kunnen immers in de Amerikaanse stad naar kwalitatief hoogstaande kunst gaan kijken en die ook kopen. Op den duur zouden dan de New Yorkse beurzen die in Maastricht kunnen overvleugelen.

Wij zullen alles doen om die nieuwsgierigheid op te wekken

Van Roijen deelt die scepsis niet. „Er is geen enkele reden tot ongerustheid”, bezweert hij, „het is echt onze bedoeling om Amerikanen kennis met ons te laten maken in New York, zodat ze nieuwsgierig worden gemaakt voor een bezoek aan de ‘moederbeurs’ in Maastricht. Wij zullen alles doen om die nieuwsgierigheid op te wekken.”

Ook de Maastrichtse wethouder John Aarts (VVD, Financiën, Economie) ziet niets in dat zwarte scenario. Hij wijst erop dat de Tefaf vorig jaar nog een nieuw vijfjarig contract met het MECC, het congres- en expositiecentrum in Maastricht waar de beurs plaatsvindt, heeft gesloten. Er is dus nog tot en met 2021 kunst en antiek te koop. Aarts ligt niet wakker van de New Yorkse dependances.

„Volgens mij is New York een extra kans voor Maastricht”, stelt hij, „ik zie New York als het voorportaal van Tefaf Maastricht. Je moet inschatten: zijn de nieuwe beurzen een risico of juist een kans? Ik hoor alleen maar positieve dingen en denk daarom dat er geen enkele aanleiding is om bang te zijn.” Hij voegt eraan toe dat natuurlijk niemand in de toekomst kan kijken, maar verwacht niet dat de Tefaf de kip met de gouden eieren gaat slachten. „Maastricht is een succesformule. Het is een middelkleine stad waar de handelaren en kopers elkaar treffen. In wereldsteden als New York of Parijs is dat anders. Nee, wij zijn koning.”

Naar de mening van MECC-directeur Rob van de Wiel is een vertrek van de Tefaf uit Maastricht absoluut niet aan de orde. Hij verwijst eveneens naar het nieuwe vijfjarige contract tussen zijn congrescentrum en de kunstbeurs. „Over de beurzen in New York maak ik me geen zorgen. Die heb ik eerder wel gehad over concurrentie uit Europa, maar die zijn niet meer actueel. De organisatie is gewoon de naam Tefaf aan het uitrollen. De Maastrichtse beurs is de moederbeurs die andere beurzen ontwikkelt, waardoor ze zelf sterker wordt. Ik vergelijk dat wel eens met de Interclassics (de show van antieke auto’s in het MECC). Daar is er ook een van in Brussel en die versterkt de positie van Maastricht.” Van de Wiel sluit niet uit dat er nog meer satellietbeurzen in andere delen van de wereld zullen volgen. „Maar op dit moment is het niet actueel.”

Er is echter geen sprake van dat die twee het begin van het einde voor Maastricht betekenen

Kunsthandelaar Robert Aronson, die lid is van de raad van bestuur van de 
Tefaf, vergelijkt de strategie van de kunstbeurs met de ontwikkeling in de museumwereld dat grote en belangrijke musea, zoals het Louvre en het Guggenheim, dependances openen elders in de wereld. „Tefaf is bekend in Europa en in een deel van de rest van de wereld. Maar niet overal was de kwaliteit van onze beurs bekend, vandaar dat we met de twee nieuwe beurzen in New York een visitekaartje afgeven. Er is echter geen sprake van dat die twee het begin van het einde voor Maastricht betekenen.”

Aronson reageert ook op de kritiek in de New York Times op de Tefaf in Maastricht. Volgens de toonaangevende Amerikaanse krant is de Limburgse hoofdstad moeilijk bereikbaar voor de kunstliefhebbers en ligt ze in een regio die kampt met tal van economische problemen. Ook worden er te veel onmodieuze, oude meesters aangeboden en is hedendaagse kunst sowieso niet de sterke kant van de kunst- en antiekbeurs. Aronson: „Iedereen weet dat Maastricht prima te bereiken is.”

Er klinken echter niet alleen positieve geluiden over de nieuwe beurzen en de invloed daarvan op Tefaf Maastricht. Ingewijden wijzen erop dat Amerikaanse verzamelaars en musea nu de kunst op de stoep krijgen aangeboden en dus echt niet meer naar Maastricht hoeven. Bovendien zijn de Tefaf New York Fall en de Tefaf New York Spring ook interessant voor kunstliefhebbers uit Midden- en Zuid-Amerika. Een van hen denkt dat het wel degelijk een gevaar is voor Maastricht. „Maastricht was dé beurs, het wordt nu een beurs.”